Stedelijke ontwikkeling & architectuur24 november 2016

Vijf genomineerden voor de Rotterdam Architectuurprijs 2016

De Rotterdam Architectuurprijs heeft dit jaar geen thema: van woningbouw tot utiliteit, alle nieuwe of gerenoveerde gebouwen maken kans. Vijf Vers Beton redacteuren vertellen van welk gebouw hun hart sneller gaat kloppen.

Aan de sloopdrift ontsnapt

Beeld: Frank Hanswijk

Sybold van Ravesteyn geniet de twijfelachtig eer de meest gesloopte architect van Nederland te zijn. Niet omdat zijn gebouwen kwalitatief of esthetisch zo slecht waren, maar omdat hij bouwde in dienst van de Nederlandse Spoorwegen. Een opportunistisch en visieloos bedrijf zonder historisch besef. Alleen al in Rotterdam zijn van Van Ravesteyn een seinhuis, het goederenkantoor Fyenoord en de stations Stadion, Zuid, Blaak, Hofplein en CS gesloopt. Als particulier architect was hij ook actief; de uitkijktoren van diergaarde Blijdorp sneuvelde in 1972, net als een benzinestation aan het Kleinpolderplein.

Station Bergweg uit 1960, een onbetekenende halte op een onbetekenend lijntje naar Den Haag, is wonderwel aan de sloopdrift van de NS ontsnapt. Een wonder, want als gebouw stelde het weinig voor. Wie er vroeger op de trein wilde stappen, kwam door een smal steegje in een lugubere wereld van graffiti en pislucht terecht. Ook voor dit gebouw leek sloop alleen nog een kwestie van tijd.

Doordat op de plek van het Eudokiacomplex een winkelcentrum werd gebouwd, kwam de opmerkelijke zijgevel van het station prominent in beeld. Een bijzondere, abstracte compositie, puur decoratief. Ik denk dat de Welstandscommissie niet enthousiast zou zijn als een architect nu met zo’n gevel op de proppen zou komen. Wat is de relatie met de omgeving? Hoe kun je de schaal van het gebouw of de functie eruit lezen? Dat maakt die gevel juist zo aardig.

Het station is niet gesloopt, maar gerestaureerd en omgevormd tot horecagelegenheid. Het ziet er weer feestelijk uit door de grote ruiten onder het viaduct. In het interieur is de sfeer van een stationshal, compleet met vertrekstaten en informatiepanelen, bijzonder geschikt voor het fastfood pizzarestaurant. Dit is eigenlijk geen restauratie in de klassieke zin. Het werk van de architecten bestaat hier ook uit het zoeken naar een nieuwe functie, naar financiering, en dat op eigen initiatief. Het meest bijzondere project voor de Rotterdamse Architectuurprijs.

Door: Paul Groenendijk

Op de gemoedstoestand van de stad toegesneden

Beeld: Frank Hanswijk

Het Timmerhuis, geen twijfel mogelijk. Een prachtig stuk aanbouw achter het L-vormige Stadstimmerhuis uit de jaren vijftig waar grote Rotterdammers de wederopbouw beraamden. Rem Koolhaas’ Office for Metropolitan Architecture (OMA) heeft een wolk van staal en glas aan het oude gebouw geplakt, zonder het belang van laatstgenoemde te verliezen. Het onregelmatige geheel van grijsblauwe kubussen gaat de hoogte in en deinst op de juiste plekken terug. Net als Abe Bonnema’s Delftse Poort snijdt het gebouw zich toe op de gemoedstoestand van de stad. Lichtblauw, grijs, donkergrijs; de wolken bepalen.

Het nieuwe Timmerhuis is een rasechte, Koolhaasiaanse city within a city. Het omvat een museum, winkels, horeca, kantoren en woningen met dakterrassen – wat moet het heerlijk zijn daarboven. Het gebouw is ook, zoals het een 21e-eeuws gebouw betaamt, flexibel en duurzaam. Sterker nog: men had bij aanvang de ambitie om voor het Timmerhuis de meest duurzame constructie van Nederland te realiseren. Twee grote atria functioneren daarom als longen, gekoppeld aan een klimaatbeheersingsysteem. ’s Zomers slaat het warme lucht op voor de koude wintermaanden en ’s winters verbruikt het gebouw de eerder opgeslagen zomerwarmte.

OMA’s constructie is groots, maar respectvol. Het is een statement, maar dringt zich niet op en doet neutraal aan te midden van de Rotterdamse kakofonie van stijlen. Als een luchtige massa schaart het glazen Timmerhuis zich achter het solide Stadstimmerhuis. Het overschaduwt de grande dame van de wederopbouw niet, maar kijkt zelfbewust mee over haar schouders.

Door: Lindy Kuit

Vanwege de bijdrage aan de buurt

Beeld: Frank Hanswijk

Katendrecht was ooit, nog niet eens zo lang geleden, en wijk waar je niet kwam. Het succesverhaal kennen we inmiddels: er kwamen pioniers. Zij (ver)bouwden er zelf huizen of lieten die bouwen, onder andere aan de Walhallalaan. Dat gaf Katendrecht een culturele impuls én het vertrouwen dat de wijk daarmee ‘de goede kant’ op werd geduwd. Ook Theater Walhalla droeg daaraan bij.

Theater Walhalla schittert vanaf 2008 op Katendrecht, met veel succes. Vandaar dat er behoefte was aan een tweede, grotere theaterzaal. Na de aankoop in 2014 door Stichting Volkskracht Historische Monumenten is dit met respect voor de constructie gerealiseerd. Het kantinegebouw uit 1950 werd gerenoveerd tot theaterzaal met horeca. Tussen de loodsen Fenix I en II ontstond er daarmee tevens een ontmoetingsplaats voor de buurt en de (veelal nieuwe) buurtbewoners.

Kantine Walhalla is opgeknapt met respect voor het oorspronkelijke gebouw, met aandacht voor de betonnen kolommen en staalconstructie die het karakter geven. Met een architectonische kwaliteit die zich niet opdringt, maar er wel is. Met achter het podium de glazen pui die zicht op de Rijnhaven biedt. Wie daar een voorstelling zag, vergeet dat uitzicht niet. Dat verdient een pluim én de Rotterdamse Architectuurprijs. Niet alleen vanwege de kwaliteit van de architectuur, maar ook vanwege de bijdrage die het levert aan de wederopstanding van de Kaap.

Door: Gerard Peet

Met het succes meegegroeid

Beeld: Frank Hanswijk

Op een zonnige dinsdagochtend in november, met een bord blueberry pancakes voor mijn neus, zie ik ze een voor een binnendruppelen. Wandelaars, met of zonder hond, op zoek naar een goede kop koffie en een krant. Buurtbewoners waarschijnlijk, net als ik.

Het Vroesenpaviljoen ligt sinds de zomer van 2015 aan de rand van het Vroesenpark. Een fijne plek, half beschut onder de bomen. Het initiatief voor de horecagelegenheid komt van bewoners uit de wijk. Het is dan ook de Bewonersorganisatie Blijdorp die in 2008 een ontwerpprijsvraag uitschrijft voor het paviljoen. Sander Hazevoet van Vitibuck Architects, tevens een van de initiatiefnemers van het project, wint zowel de jury- als publieksprijs.

Wat het project bijzonder maakt, is dat het paviljoen als groeimodel is ontworpen en dus in fases kan worden uitgevoerd. Een slimme zet, want zo hou je rekening met onzekerheden. Vanuit financieel oogpunt is besloten klein van start te gaan en niet gelijk het volledige plan te realiseren. De eerste fase bestaat uit een eenvoudig houten gebouw dat onderdak biedt aan het restaurant en de keuken. Door het gebruik van glazen puien is er een sterke relatie tussen binnen en buiten; de groene omgeving is alom aanwezig. Aan de kant van de ligweide is een groot terras aangelegd en tegenover het restaurant staat een mobiel toiletblok die vanaf het terras, en voor alle parkbezoekers, toegankelijk is.

Tijdens het afrekenen hoor ik dat de tweede fase van het project binnenkort van start gaat. Het restaurantgedeelte wordt bijna twee keer zo groot, doordat het overdekte terras (tussen het paviljoen en het toiletblok) erbij wordt getrokken. In de derde fase, die voor volgend jaar in de planning staat, wordt het mobiele toiletblok vervangen door inpandige toiletvoorzieningen. Het lijkt dus goed te gaan met het Vroesenpaviljoen. En dat is mooi. Want dit burgerinitiatief is een aanwinst voor Blijdorp, waar kwaliteitshoreca nauwelijks (tot niet) te vinden is. De ontstaansgeschiedenis en de manier waarop de architect en andere betrokken partijen anticiperen op toekomstige ontwikkelingen verdienen een pluim. Met een glimlach loop ik naar buiten, het park in. Mijn stem krijgen ze.

Door: Clint van der Hartt

In de eerste plaats harmonieus

Beeld: Frank Hanswijk

Daar stond ‘ie opeens, en zeker niet als eerste in het Central District. Op de plaats waar sinds 1955 het oude Rotterdamse bouwcentrum stond, prijkt nu kantoorgebouw FIRST Rotterdam met een vanzelfsprekendheid die de naam lijkt te bevestigen. Tegenover het Groot Handelsgebouw en het Centraal Station is het 128 meter hoge kantoorgebouw onderdeel van de herontwikkeling van het complex Weenapoint en een voortzetting van de zakelijke hoogbouw aan het Weena. Het beton en de grote vensteroppervlakken rijmen met de gevel van de overbuurman. Dit gebouw schopt geen herrie, maar streeft harmonie na.

De bouw ervan is wat onopgemerkt gebleven, misschien vanwege het hoge tempo. In februari 2014 was de fundering gereed, in juli 2015 werd het hoogste punt bereikt. De realisatie van één nieuwe verdieping kostte steeds drie dagen tijd. Eind 2015 was de bouw voltooid, met 33 verse verdiepingen en 47.000 m² klaar om te betrekken. Ondanks dat tempo, de omgang, de naam en de zeer centrale locatie, straalt dit gebouw nederigheid uit. Maar het is allerminst eenvoudig of onbeduidend. Met 200 zonnepanelen, een ondergrondse koude-warmteopslag, groen dak en een grijswatercircuit dat regenwater gebruikt voor de spoeling van toiletten, wordt duurzaamheid nagestreefd.

Het transparante plintgebouw en de gevel van natuursteen, beton en glas knipogen naar het Groot Handelsgebouw. De onderste verdiepingen werden zo ontworpen dat het monumentale koepelgebouw van het Bouwcentrum behouden kon blijven. Het 16.000 bakstenen tellende kunstwerk Wall Reliëf no.1 van Henry Moore – ooit onderdeel van de gevel van het Bouwcentrum – werd teruggeplaatst in de plintgevel. FIRST Rotterdam eert de geschiedenis van zijn standplaats en respecteert zijn directe buurtgenoten. Een moraal waar menigeen een voorbeeld aan kan nemen.

Door: Priscilla de Putter

De Rotterdam Architectuurprijs is een onafhankelijke prijs voor de stad Rotterdam, op initiatief van de gemeente en georganiseerd door AIR, het architectuurinstituut van Rotterdam. De Rotterdam Architectuurprijs nodigt iedereen uit te stemmen. Dat kan nog tot 1 december via rotterdamarchitectuurprijs.nl

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:AIR, architectuur, First Rotterdam, Kantine Walhalla, RAM16, Rotterdam Architectuurprijs, Station Bergweg, Timmerhuis en Vroesenpaviljoen

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *