voor de harddenkende Rotterdammer

“Ik wil dóóóód!” gilde een vrouw in het publiek.  In de decembereditie van de Uitagenda blikt Ferrie terug op een even hilarisch als rampzalig optreden in een bejaardentehuis. 

lasergame
Beeld door: beeld: ikRotterdam

In de jaren tachtig was kerst nog leuk. Rotterdam was een troosteloze stad waar het wemelde van de junks en ander gespuis, waar massa’s dode vissen je treurig aanstaarden vanuit de Maas en de chemische industrielucht je longen verschroeide. In dit apocalyptische oord bood de decembermaand een welkome afwisseling van warmte en genegenheid.
Wij, de zangertjes van het Delfshavens Kinderkoor, hadden in deze periode een verantwoordelijke taak. Onze onbezoedelde keeltjes moesten een sprankje hoop bieden in de werkloze gribusbende. Bewust van onze heilige missie draafden wij door de Maasstad en regio. Onze stemmetjes galmden door zieltogende winkelcentra, door rokerige zaaltjes in aftandse buurthuizen en over naargeestige, met sneeuwblubberhondenpoepdrab bedekte pleintjes.
De dankbaarste optredens waren natuurlijk in de seniorencomplexen. Die noemden we toen nog gewoon bejaardenhuizen. Ze zaten bomvol, want palliatieve sedatie bestond nog niet. Hier zongen we extra mooi, want de bejaarden waren superzielig. Ze hadden zich het schompes gewerkt om de stad na de oorlog op te bouwen, en nu moesten ze meemaken dat hun trotse wereldhaven afgleed tot haveloze poel van verderf.

Gelukkig leken de meeste oudjes weinig mee te krijgen van de erbarmelijke staat waarin de stad verkeerde. Helaas kregen ze ook weinig mee van onze zoete kerstliedjes. Vanuit de muffe recreatieruimte keken ze ons glazig aan. Dit was onze eer te na, dus haalden we bovenaards uit bij Gloria in excelsis Deo. Een verkeerde tactiek, zo bleek. “Ik wil dóóóód!” gilde een vrouw in het publiek. “Moeder! Kom me toch halen!” vulde een andere toeschouwer aan. Onze dirigent siste “doorzingen jongens!” en wiste het zweet van zijn voorhoofd. Terwijl enkele jammerende bejaarden werden afgevoerd, vielen twee kleine kinderkoormeisjes flauw.
Het was ook veel te warm in de zaal, zei de recreatiecoördinator na afloop. Gelukkig smaakte de chocomelk oké. Ik keek uit het raam over de stad en besefte: ooit komt het goed met Rotterdam.

Vers Beton schrijft iedere maand een column voor de Uitagenda Rotterdam.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Ferrie

Ferrie Weeda

Ferrie Weeda (1977) studeerde geschiedenis en Nederlands. Zijn wieg stond aan de Coolhaven – nog steeds zijn domein. Ferrie houdt van publiek en van de stad. Hij is voorzitter van BuurtBestuurt Coolhaveneiland. Als stadsgids en schrijver deelt hij zijn betrokken en bevlogen verhalen over geschiedenis, samenleving en cultuur. Gerrit, Ferries jack-russell uit Tiel, is vernoemd naar Erasmus.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties

Advertentie

Wildlife-film-festival-rotterdam-2018-Adv-Versbeton