Economie14 december 2016

Hoe Rotterdam de internationale spil van cocaïnesmokkel werd

De landelijke pers smult van de zaak rondom corrupte douanier Gerrit G die vele duizenden kilo’s cocaïne de havens binnenliet. Hoe kon Rotterdam zo’n lucratieve ‘hub’ voor cokehandel worden? Damian Zaitch promoveerde daarop en onthult de werkwijze van smokkelaars. 

De ‘war on drugs’ binnen de douane lijkt weinig effectief. Het is nauwelijks nog nieuws als er weer een lading cocaïne in een container is aangetroffen. Er is dit jaar al meer dan twaalfduizend kilo onderschept. Een recordvangst, en dus een flinke aderlating voor de smokkelaars. Maar toch blijft de smokkel moeilijk uit te bannen.

Er blijft immers wereldwijde vraag naar de drugs die maar in drie landen ter wereld wordt geproduceerd: Colombia, Bolivia en Peru. Bovendien, de smokkel is lucratief. De exportprijs (lees: verkoopprijs) van een kilo cocaïne ligt rond de tweeduizend euro; de importprijs (lees: straatwaarde) in Nederland is grofweg het vijftienvoudige. Door de enorme marges loont het om havenpersoneel en óók douaniers om te kopen, zoals te zien in de rechtszaak tegen Gerrit G. Zodat een onderschepte lading niet per se einde oefening is.

Internationale cocaïnesmokkel en de rol van Nederland als doorvoerland heeft de interesse van Damián Zaitch, sinds 2009 verbonden aan de Universiteit Utrecht. Hij heeft enkele jaren geleden zijn proefschrift gewijd aan de cocaïnesmokkel van Colombia naar Nederland. Centraal stond de vraag óf  – en hoe – de cocaïnesmokkelaars goed gebruik konden maken van internationaal transport naar Nederland – via de havens van Rotterdam, Amsterdam en Schiphol. Daarvoor heeft hij contact gezocht met de Colombianen die in Nederland actief zijn. Zaitch is een expert in het onderzoek naar cocaïnehandel als vorm van transnationale criminaliteit.

Dertig ton

Door de 100-procentscontroles op lijnvluchten van Suriname en de Antillen naar Schiphol is het belang van de Rotterdamse haven voor cocaïnesmokkelaars de laatste jaren toegenomen. Jaarlijks wordt er in Nederland zo’n dertig ton cocaïne ingevoerd, waarvan tweederde via de haven. Vergeleken met het totale dagelijkse importvolume van ruim dertigduizend containers in de haven, valt de hoeveelheid cocaïne te verwaarlozen. Maar dat maakt het probleem juist groter.

“Voor de douane is het als zoeken naar een naald in een hooiberg”, aldus Zaitch. Dat zoeken gebeurt vooral met het opstellen van een risicoanalyse, bijvoorbeeld op basis van de herkomst van een schip, het soort goederen dat wordt vervoerd of de reputatie van een reder. Vervolgens worden er steekproefgewijs containers gescand – een minieme fractie van het importvolume.

De haven van Rotterdam is om drie redenen geliefd onder smokkelaars. De A15, de Betuwelijn en de Nieuwe Waterweg gelden als uitstekende verbindingen met het achterland. Op een paar uur rijden of varen van Rotterdam liggen meerdere steden en industriegebieden die kunnen dienen als overslagpunt van de cocaïne. Maar het unieke van Rotterdam is de grootte van de haven. Containers met daarin cocaïne vallen simpelweg minder snel op. Beperkte controlecapaciteit is hiervan de hoofdoorzaak. Zaitch ziet dit als een belangenstrijd tussen ‘business as usual’ en veiligheid. “Het is een constante afweging. Schaadt extra controle de bedrijfsvoering van de haven?”

Drie methoden

Er zijn doorgaans drie methoden om cocaïne de haven binnen te smokkelen. In de eerste methode wordt een container vóór vertrek opengebroken om de smokkelwaar erin te plaatsen, waarna de container door de smokkelaars wordt verzegeld. Aan de buitenkant is niets te zien. Bij aankomst weten handlangers waar de container zich bevindt en breken ze haar open, laden de cocaïne uit en verzegelen de zaak opnieuw. Dit staat bekend als ‘rip-off’. Niemand die iets doorheeft.

Het verstoppen van cocaïne in vracht is de tweede methode. Waar bij de rip-off slechts een handjevol mensen afweten van het drugstransport, is de informatieketen hier langer. De exporteur en/of reder zit namelijk ook in het complot. Smokkelaars kiezen vaak voor containers gevuld met bananen of vaten ingevroren vruchtensap, maar ook in droge bulk zoals kolen wordt de cocaïne verstopt. Daarna is het hopen dat het transport niet aan een scan wordt onderworpen, óf dat de scan de smokkelwaar niet opmerkt.

En soms komt het voor dat de smokkelaars zich onder de bemanning van het schip bevinden. Zij begeleiden de cocaïne van begin- tot eindpunt. Soms wordt de drugs verstopt aan de onderkant van het schip, onder water of in de ankerholte, om het vervolgens bij aankomst in de haven aan land te brengen.

Door nieuwe veiligheidsmaatregelen in de haven is rip-off onder smokkelaars in populariteit toegenomen, weet Zaitch. Om tegenwoordig bij de containers te komen zonder argwaan te wekken, zijn toegangspasjes nodig. “Die pasjes worden voor vijfduizend tot achtduizend euro per dag uitgeleend, blijkt uit recent onderzoek van onze afdeling. Werknemers van containerterminals lenen hun pasje uit als ze zelf niet aan het werk zijn. Na de rip-off krijgen ze hun pasje weer terug.”

Toch lezen we in de media vooral over de tweede methode, dus dat cocaïne wordt verborgen tussen bona fide goederen. Daar heeft Zaitch een verklaring voor. “Voor het ontdekken van een rip-off moeten de smokkelaars op heterdaad worden betrapt. Dat komt niet vaak voor. De publieke zichtbaarheid is gering, anders dan bij het verstoppen van cocaïne in vracht.”

Beeld: Maus Bullhorst

Moeilijkheid in de aankomst

De moeilijkheid van cocaïnesmokkel ligt bij de aankomst, benadrukt Zaitch. “De kunst is niet het exporteren, maar het importeren”. Smokkelaars houden er twee manieren op na. Voor een goede afhandeling van het transport kiezen de smokkelaars er soms voor om hun eigen mensen naar de aankomsthaven te sturen. Deze mensen – Zaitch noemt ze ‘traquetos’ – organiseren de ontvangst, opslag en doorverkoop van de cocaïne. Maar deze traquetos zijn voor politie en justitie ook gemakkelijk herkenbaar, zeker gezien de vrij kleine populatie van mensen uit Colombia, Bolivia en Peru in Nederland.

Daarom komt het vaker voor dat de smokkelaars een partnerschap aangaan met mensen ter plaatse. Zij beheren erkende smokkelroutes en hebben goede kennis van de veiligheidsmaatregelen bij aankomst. Vaak wonen ze in de voorsteden, zoals Berkel en Rodenrijs of Capelle aan den IJssel, ver weg van de straatdealers. Het zijn de witte boorden in de keten. Hun dubbelleven valt niet op.

En er wordt dus omgekocht. Méér beveiliging leidt tot méér corruptie, stelt Zaitch. Uit het strafproces van Gerrit G., als douanier actief in de Rotterdamse haven, blijkt volgens de aanklagers dat hij de risicoanalyse van binnengekomen vracht heeft gemanipuleerd. Waar een scan zou moeten uitwijzen of een lading legaal is, wist Gerrit G. de bewuste container ongemoeid te laten. Hij veranderde ‘code rood’ in ‘code wit’. Gerrit G. verdiende daar goed aan, maar volgens hemzelf was er dwang in het spel.. Hij moest en zou meewerken met de smokkel, moest als spin in het web fungeren. Weigeren was geen optie, stelt G.

"De smokkelaars wonen in voorsteden, zoals Berkel of Capelle aan den IJssel. Hun dubbelleven valt niet op"

Niet voor Rotterdammers

Van de dertig ton cocaïne die Nederland binnenkomt, wordt het overgrote deel doorgevoerd – zo’n negentig procent. Vanuit Rotterdam gaat de smokkelwaar verder naar het achterland, goed voor een zesde van de Europese consumptie. Zaitch: “Soms gaat de container verder op een binnenvaartschip. Of de cocaïne wordt verdeeld, op een verlaten bedrijventerrein in Spijkenisse bijvoorbeeld. Daar wachten de kopers, in hun busjes en auto’s met buitenlandse kentekens.” De tien procent cocaïne die achterblijft, wordt voornamelijk in het Amsterdamse criminele circuit verhandeld. Daar is de binnenlandse vraag naar het witte goedje het grootst.

Van de cocaïne die in het Rotterdamse uitgaansleven wordt gebruikt, is de kans klein dat het is geïmporteerd via de Rotterdamse haven. De cocaïne moet worden verspreid over stad en land. Een kwestie van volume in verhouding tot de afzet: honderd kilo is voor een straathandelaar te veel. “Tussen import en daadwerkelijk gebruik zitten meerdere wederverkopers. En er lopen allerlei handelslijnen van aankomstplek naar afzetmarkt. Er zit weinig geografische relatie tussen import en straatverkoop. Het is daarom niet logisch te denken dat de in Rotterdam geïmporteerde cocaïne in de regio blijft.”

Meer aannemelijk is dat cocaïne voor Rotterdams gebruik is geïmporteerd via andere havens in Noordwest-Europa. Of dat het een bolletjesslikker tóch gelukt is op Schiphol langs de douane te glippen.

Of Rotterdam een belangrijke rol houdt in de cocaïnesmokkel hangt volgens Zaitch af van veiligheidsmaatregelen en marktontwikkeling. Een haven kan zich nóg beter beveiligen. Bijvoorbeeld met het vierogenprincipe, zodat het de Gerrit G.’s van deze wereld moeilijker worden gemaakt. Pasjes van medewerkers op hun vrije dag kunnen tijdelijk worden gedeactiveerd.

En dan is er nog de vraag naar cocaïne. Het aanbod is constant, maar de vraag kan schommelen. Is cocaïne in de toekomst nog steeds de partydrug die het nu is, of gaat amfetamine het van de cocaplant winnen? Ook drugs zijn onderhevig aan conjunctuurgolven.

Wat wél zeker is: de haven van Rotterdam blijft een belangrijke schakel in de internationale handel tussen exporterende landen en het achterland. Als grootste containerhaven van Europa biedt ze smokkelaars nu eenmaal altijd perspectief om illegale goederen ongezien het land in te voeren. Waar een grote haven al niet groot in kan zijn.

 

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Cocaïne, corruptie, douane, drugs, drugssmokkel en haven rotterdam

Sectie: Economie

kaart: Douane Rotterdam Haven, Bosporusstraat, Maasvlakte Rotterdam, Nederland

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *