voor de harddenkende Rotterdammer

Door het tonen van het opkomstpercentage heeft de gemeente Rotterdam de opkomst en de uitslag van het Woonreferendum vermoedelijk beïnvloed. Volgens Inge Janse was het een van de vele fouten in het proces.

woonreferendum-markvanwijk-1
Beeld door: beeld: Mark van Wijk

Op woensdagavond besprak ik met mijn vrouw wat we gingen stemmen. Na lang wikken en wegen kwam ik tot de conclusie dat ik voor ben. Ternauwernood, met angst in mijn hart, maar toch. Vooruitgangsoptimisten rollen zo.
Ik keek eerst even op de site of de opkomst nog steeds zo laag was. We zaten op 16 procent.
Buiten regende het. Donker was het ook al. Veel kou. En die wind he?
Gelukkig realiseerde ik me opeens dat ik helemaal niet naar buiten hoefde om te stemmen. Met zo’n lage opkomst is niet naar de stembus gaan de facto hetzelfde als vóór stemmen, namelijk een manier om de Woonvisie in de huidige vorm door te laten gaan.
En da’s gek. Want dat betekent dat tegenstanders het bij dit referendum lastiger hadden dan voorstanders. Tegenstanders moesten én de kiesdrempel van 30 procent halen én de stemming winnen. Voorstanders moesten óf de kiesdrempel niet halen óf de stemming winnen.
Dat is al een discrepantie op zich. Maar een bijkomende complicatie is dat de gemeente Rotterdam besloot om constant de opkomstpercentages weer te geven. Dat klinkt heel transparant en democratisch en 2.0, maar dat is het niet. Want doordat het opkomstpercentage een onderdeel van de uitslag is, beïnvloedt de gemeente diezelfde uitslag.

Niet goed nagedacht

Eenmaal terug van het stemmen, vroeg ik Joost Eerdmans, als wethouder verantwoordelijk voor bestuurlijke vernieuwing, om uitleg. Zijn woordvoerder legde uit dat de gemeente transparantie (het woord zou vaak vallen) belangrijk vindt. Zij schreef:
“Rotterdam is transparant bij het organiseren van dit stadsreferendum, alsook bij het verloop van het stadsreferendum gedurende de dag. Dankzij de App weten we wat de opkomstcijfers zijn en sinds het referendum van Oekraïne kunnen we dat ook via de website tonen. De gemeente vond het destijds in het kader van transparantie niet meer dan logisch, dat hetgeen je weet ook deelt met de buitenwereld. Datzelfde argument geldt nu ook voor het stadsreferendum. Het is aan de Rotterdammers zelf wat ze met dit gegeven doen.”

Op zich klinkt dit heel plausibel. Transparantie is een belangrijk instrument om je geloofwaardigheid aan te tonen en de burger het gevoel van controle en invloed (terug) te geven.
Maar in dit geval lijkt er gewoon niet goed over te zijn nagedacht. Door de introductie van transparantie beïnvloedt de gemeente namelijk het stemproces.

Nogal wiedes

Dat blijkt ook wel uit het afsluitende argument, namelijk dat Rotterdammers zelf maar moeten kijken wat ze met die info doen. Stel dat de gemeente Rotterdam met digitaal stemmen begint. Maakt ze dan gedurende de dag ook bekend hoe de tussenstand ervoor staat, waarna het ‘aan de Rotterdammers zelf’ is ‘wat ze met dit gegeven doen’?
En ja, het opkomstpercentage níet vermelden is ook een vorm van invloed uitoefenen. Het zorgt ervoor dat de urgentie om te stemmen hoger is. Maar die invloed geldt voor beide partijen op een gelijkwaardige manier.
Met de huidige, transparante aanpak zou het theoretisch zo kunnen zijn dat er veel meer voor- dan tegenstanders zijn, maar dat die allemaal wijselijk thuis zijn gebleven. De huidige uitslag zegt me daarom weinig, want het is nogal wiedes dat vooral tegenstanders naar de lokale stembus zijn vertrokken.

Voordeel van vaagheid

Mede door deze gekke keuze voor transparantie (ten koste van het stemgedrag) van de gemeente voelt het hele woonreferendum als een wassen neus. De gemeente doet net alsof de burger mee mag praten, maar als het puntje bij het paaltje komt, dan lijkt het haar er alles aan gelegen om het tegenstanders zo lastig mogelijk te maken.

Dat begon al met de keuze voor het onderwerp van het referendum. Dat had de sloop van 20 duizend goedkope woningen moeten zijn, niet die James Joyce-achtige Woonvisie als geheel, met al zijn mitsen, maren, facetten en effecten. Voorstanders wisten door die keuze al zeker dat ze het voordeel van de vaagheid hadden. Want a: niemand snapt meer waar het over gaat, en b: de scherpe randen van de sloop worden opgepoetst door de rest van de Woonvisie-ambities. Energiezuinige huizen, wie kan daar tegen zijn?
Vervolgens koos de gemeente ervoor om in de communicatie over het referendum echt zo min mogelijk uit te leggen. Een stembiljet, een a5 met minimale informatie, en of je als burger verder zelf maar even wil uitzoeken waar die Woonvisie over gaat en wat haar gevolgen zijn.
En als laatste dus het vertonen van het opkomstpercentage, waardoor het nóg aantrekkelijker wordt om niet te gaan stemmen.
Verantwoordelijk wethouder Eerdmans is als rechts-populist (als het goed is) tot in elke vezel en haarvat ervan doordrongen dat je als politiek juist rekening moet houden met de normale man op straat. Het is daarom des te gekker dat juist hij door de uitvoering van dit referendum het vertrouwen van diezelfde man op straat in de democratie meer kwaad dan goed heeft gedaan.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Inge

Inge Janse

Inge Janse (1981) is geboren en getogen in Nieuw-Lekkerland, studeerde Nederlands & taalwetenschap en woont in Delfshaven. Hij werkt als freelance journalist, redacteur en presentator.

Profiel-pagina
avatar-mark-van-wijk

Mark van Wijk

Met een achtergrond als grafisch ontwerper en een grote interesse in illustratief werk maakt Mark van Wijk dingen graag mooier dan ze zijn. Daarbij is er, wat Mark betreft, altijd wel ergens een grap uit te halen.

Profiel-pagina
Lees 16 reacties