Stedelijke ontwikkeling & architectuur9 februari 2017

Rotterdam, harde roeper

Volgens gastschrijver Daan Schneider verkeert Rotterdam in een identiteitscrisis. In de duiding van 010 struikelen stukjesschrijvers over elkaar, en misschien is juist dát wel typerend voor de stad. Daan doet graag een duit in het zakje.

‘Rotterdam,’ zeg ik als mensen vragen waar ik vandaan kom. Daar kom ik ook vandaan. Ech wel. De enige voetnoot is dat mijn ouders het nodig achtten me op mijn tiende mee te nemen naar de provincie, ‘waar je tenminste nog een beetje buiten kan spelen.’ Aan mijn Rotterdamse wortels werd ik meegesleurd. Trots was ik toenmaals de enige in het gezin met een licht Rotterdamse tongval, die er snel is uitgesleten in ons nieuwe thuisdorpje nabij de Hoge Veluwe. Lekker buitenspelen kon je er zeker, maar als puber dacht ik nog met regelmaat aan de stad met die brug waar ik als kind onmogelijk een zwaan in kon ontdekken.

Beeld: Mark van Wijk

Dus ‘Rotterdam’ zeg ik nog steeds als mensen vragen waar ik vandaan kom. Misschien zeg ik het net iets te hard. Een vriend uit mijn studietijd in Amsterdam betrapte mij daar weleens op en zei dan: ‘ja, maar je komt toch eigenlijk meer uit Arnhem?’ ‘Eh, nee, Rotterdam vriend.’ Feitelijk bekeken: van alle plekken waar ik ooit was, was ik het langst in Rotterdam. ‘Van nul tot tien in 010 dus,’ merkte iemand laatst op. Ik ben gelijk naar Tattoo Bob gerend.

“Als je het écht bent, hoef je het niet steeds te roepen”

Dat mijn Rotterdamse chauvinisme gepaard gaat met wat ongemak en onzekerheid moge duidelijk zijn. Met mijn harde geroep dat ik Rotterdammer ben, wetende dat ik het misschien niet helemáál ben, ben ik eigenlijk een verpersoonlijking van het tweedestadssyndroom zelf. Als ik het écht was, hoefde ik het niet zo hard te roepen. Nu ik het een beetje ben, schreeuw ik de longen uit mijn lijf. In Amsterdam zette ik voor de gein wel eens het youtube-filmpje van de gabberplaat ‘Amsterdam waar lech dat dan?’ van de Euromasters op. Deed ik net of ik dat mooi vond; stukje provocatie. Het punt is: als je écht rijk bent, hoef je niet patserig te doen. Als je écht slim bent, hoef je niet betweterig te doen. Als je écht Rotterdams bent, heb je geen Feyenoord-shirt nodig en als je écht de hipste en innovatiefste stad van het land bent, hoef je dat niet de hele tijd te roepen.

Minderwaardigheidscomplex op stadsniveau

Welnu, spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wat is de hipste en innovatiefste stad van het land? Uit het feit dat Rotterdam nog altijd een hele harde roeper is kunnen we afleiden dat Rotterdam het in ieder geval niet is. Het tweedestadsyndroom: minderwaardigheidscomplex op stadsniveau. Inwoners van de tweede stad kloppen zichzelf mateloos op de borst en kankeren wat af op de eerste stad, maar gaan er wel af en toe naartoe om hun favoriete band te zien spelen, voor werk — kortom, uit noodzaak. Omgekeerd zijn inwoners van de eerste stad een stuk minder schreeuwerig over de tweede stad, gaan er af en toe heen om van de sfeer te proeven maar keren ’s avonds tevreden terug naar de stad die hun voorkeur heeft. Van een afstandje is het duidelijk: de tweede stad roept het hardst, de eerste stad is stil en wijs. Kleine zus, grote zus.

Tegelijkertijd is de tweede stad op de een of andere manier trots op haar minderwaardigheid. Toen de sarcastische New Yorker-journalist A.J. Liebling in 1952 Chicago meedogenloos afkraakte in zijn boek Chicago: The Second City, was het resultaat niet alleen een vracht aan woedende brieven, maar ook vele Chicagoërs die de geuzennaam ‘The Second City’ dankbaar overnamen. Zij laafden zich in de verachtende beschrijvingen van een walgende New Yorker die niets begreep van de charme van grauwe metrolijnen, de aftandse gebouwen en de beklemmende industriedampen. De reactie bestond uit een verhevigde opschepperij over de aspecten van de stad die beter (hoger, drukker, groter) waren dan in New York, en uit een koppige trots op de aspecten die ontegenzeggelijk minder waren. De tweede stad zet zich af tegen de eerste: schizofreen omhoog schoppen met liefdevolle zelfspot.

Beeld: Mark van Wijk

Traditioneel is Rotterdam in de 010/020-dichotomie de onzekere, stampvoetende underdog à la Chicago, trots op haar eigen lelijkheid (cf. “Rotterdam is niet te filmen” en meer van Deelders oeuvre) en arrogant over die paar aspecten waarin de stad de rest wel duidelijk aftroeft (zijnde: haven, skyline en no-nonsense arbeidersmentaliteit). Typische tweede stad. Nog wel in ieder geval. Er zit namelijk verandering in.

Hipmoe

Recentelijk kwam Vers Beton met de uitgave Help, we zijn populair!, over de consequenties van de alom gesignaleerde gedaanteverwisseling van Rotterdam. Van lelijk eendje verwordt Rotterdam tot zelfverzekerde, het land ontstijgende hipsterstad. En het zijn niet meer alleen Rotterdammers die het Noordereiland met het Île de la Cité durven te vergelijken; de Rotterdam-hype wordt ook rondgeschald in de internationale pers. Rotterdam is echter, unieker, rauwer, minder hip dan Amsterdam. En tegenwoordig geldt: hipmoe zijn is hip. Paradoxaal genoeg wordt het onhippe Rotterdam daardoor hip. En daardoor juist niet, want het veryupt en veramsterdamt. Zolang we nog roepen dat we heus hip zijn, zijn we nog niet hip en daardoor juist hip. Houden we op met roepen, dan zijn we hip en daardoor onhip of in ieder geval minder rauw. En rauw willen we zijn, want dat maakt ons hip. Populair, willen we dat ook zijn? We willen wel roepen dat we het zijn, maar het écht zijn…? Liever niet misschien.

Fake it ‘til you make it. In de toekomst zal Rotterdam minder hard roepen dat het een cultstad is, dat het een Manhattan aan de Maas is, of zo rauw als Berlijn is. Binnenkort is Rotterdam stil. Gearriveerd. Dan moeten we ons pas echt zorgen maken. Dan roept Rotterdam niet meer, maar dan is Rotterdam… Tsja, wat is Rotterdam dan? Wat is Rotterdam nog als het niet meer roept over wat het wel of niet is?

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Amsterdam, Rotterdam, Second City, stedelijke ontwikkeling, tweede stad en tweedestadsyndroom

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *