Economie27 februari 2017

Hoe zien banen eruit in Rotterdam in 2037?

Gesprek met de stad: werken

Hoe ziet Rotterdam eruit in 2037? Vers Beton zoekt het uit voor een aantal thema’s. Deze keer: werk. Werken we over twintig jaar allemaal vanuit een koffiebar? En wat betekent flexibilisering voor de bestaanszekerheid van Rotterdammers? Jaap Rozema sprak erover met twee experts.

Beeld: Mat Zwart

Straks, in 2037, ben je ontheemd. Voor je afspraken vlucht je van café naar bedrijfsverzamelgebouw naar koffiebar. Deze koffiebar staat niet alleen voor het kantoorloze tijdperk, maar symboliseert ook het afscheid van vastomlijnde structuren, zoals hiërarchie op de werkvloer of het arbeidsbestaan van negen tot vijf. In 2037 behoren organogrammen tot het verleden, en de ochtend- en avondfile ook. Je bent directeur, accountmanager en administratief assistent in één. In het Rotterdam van over twintig jaar is je KvK-nummer onderdeel van je identiteit, zoals nu je burgerservicenummer. Vergaderen kun je op elk moment van de week, want als zelfstandige bepaal je het ritme van de werkdag helemaal zelf.

Dit romantische toekomstplaatje van werken in het Rotterdam van over twintig jaar zuig ik niet zomaar uit mijn duim. Al jaren neemt het aantal werkenden in de flexibele schil toe, hij omvat nu ongeveer een derde van de beroepsbevolking. In die flexibele schil zitten mensen die zelfstandig werken en niet in loondienst zijn, maar ook werknemers met een tijdelijk contract, stagiairs, oproepkrachten en uitzendkrachten.

Wat betekent dit voor de Rotterdamse arbeidsmarkt? Gaat die fundamenteel veranderen en hoe dan? Werken we straks in een koffiebar, of zijn er ook andere scenario’s? Ik sprak met twee deskundigen die vanuit hun beroep dagelijks met deze vragen te maken hebben: Ronald Dekker, arbeidseconoom aan de Universiteit Tilburg. En Josien van Breda, verbonden aan FNV Zelfstandigen.

Goedkoopste arbeid

Het aantal zelfstandigen neemt in Nederland jaarlijks met enkele tienduizenden toe. Omdat deze groei groter is dan die van de beroepsbevolking, neemt de flexibele schil verhoudingsgewijs ook toe. Toch gaat deze toename een keer stoppen, denkt Ronald Dekker. Ook werkgevers willen continuïteit, die ze met vaste contracten kunnen borgen. Dekker: “Eigenlijk zijn vaste contracten best flexibel. Werknemers kunnen nieuwe dingen gaan doen, hun werk verdiepen of verbreden, allemaal binnen zo’n dienstverband. Als je per opdracht betaald krijgt, ga je al snel rondkijken of er ergens anders iets beters te halen valt.”

In tegenstelling tot Dekker denkt Josien van Breda dat flexibilisering wel degelijk doorzet, totdat de flexibele schil de norm is. In haar werk ziet ze zelfstandigen die de regie over hun carrière in eigen handen willen houden en een onzeker bestaan daarom op de koop toenemen. Maar lang niet alle zelfstandigen doen dit uit vrije keuze. “Als je besluit te verzelfstandigen in sectoren als metaalbewerking of de bollenkweek, dan is het meestal noodzaak. De hang naar flexibiliteit komt dan niet van de werknemer, maar van de werkgever.” Om die reden ziet Van Breda zelfstandigheid als een waaier, van de kenniswerker die zichzelf verhuurt tot en met hen die de goedkoopste arbeid kunnen leveren.

Zoiets als 'Uber Care' is het schrikbeeld: medisch geschoold personeel dat door de stad fietst, in de hoop op een klusje in de zorg

Opgeknipte banen

Naast verschuiving van vast naar flex, ziet Dekker de arbeidsmarkt ook fragmenteren: het aantal deeltijdbanen neemt toe ten koste van het aantal voltijdbanen. Flexibilisering en fragmentatie zijn bedoeld om de inzet van werknemers nauwkeuriger af te stemmen op de vraag. Elk uur op de werkvloer dient een zo hoog mogelijk rendement. Ook geldt voor steeds meer werknemers dat ze van tevoren niet weten hoeveel uur ze per dag, week of maand zullen draaien. En dat leidt tot onzekerheid over inkomen, meent Dekker. “Zoiets als ‘Uber Care’ is het schrikbeeld: medisch geschoold personeel dat door de stad fietst, in de hoop op een klusje in de zorg.”

Van Breda constateert dat werknemers steeds meer een productiemiddel dreigen te worden. De ratio van doelmatigheid is leidend en dit zet de bestaanszekerheid onder druk. Van Breda vindt dat we veel meer moeten nadenken over de toekomst van werknemerschap, want “banen worden opgeknipt en er wordt steeds meer projectmatig gewerkt”. De FNV heeft succesvol actie gevoerd voor vaste dienstverbanden bij PostNL, dat pakketten het liefste liet bezorgen door zelfstandigen.

Gentrificerende stad

Rotterdam heeft in vergelijking met de drie andere grote steden een relatief hoge werkloosheid. Het werkloosheidspercentage schommelt rond de twaalf procent. Een groot deel van de werklozen staat ver af van de arbeidsmarkt door een laag opleidingsniveau. Ook veel werkende Rotterdammers hebben een laag opleidingsniveau. Kan de Rotterdamse beroepsbevolking wel mee in de flexibilisering?

Dekker merkt op dat de samenstelling van de werkgelegenheid wordt gevormd door zowel de vraag naar arbeid als door het aanbod van arbeid. Bedrijven passen zich aan het opleidingsniveau en het type opleiding van de beroepsbevolking aan. Wanneer, zoals nu, het gemiddelde opleidingsniveau stijgt, onder meer door de komst van hoger opgeleiden in de gentrificerende stad, dan zullen bedrijven die veel hoogopgeleiden nodig hebben eerder voor Rotterdam kiezen. Verder biedt de diverse culturele achtergrond van (jonge) Rotterdammers kansen voor zelfstandig ondernemerschap. “Hindoestaanse, Turkse en Marokkaanse jongeren zullen sneller zelfstandig worden dan autochtone jongeren. Dat komt deels door discriminatie op de reguliere arbeidsmarkt maar ook omdat ondernemerschap in hun families vaker voorkomt.”

Wanneer het opleidingsniveau stijgt door de komst van hoger opgeleiden in de gentrificerende stad, dan zullen bedrijven die veel hoogopgeleiden nodig hebben eerder voor Rotterdam kiezen.

Van Breda vindt Rotterdam uniek vanwege het internationale karakter van de stad. Multinationals en buitenlandse investeringsmaatschappijen nemen van grote afstand beslissingen die direct invloed hebben op de vraag naar arbeid. “Er worden allerlei investeringen gedaan in 3D-printing en nieuwe technologieën. De maritieme industrie verandert van dag tot dag. Dit soort werk vereist competenties waarvan nog maar moet worden bezien of de Rotterdamse beroepsbevolking ze bezit of kan verwerven.”

Meeademende bijstand

Een andere kritische vraag is hoe de zelfstandigen het in het Rotterdam van over twintig jaar zullen doen. Want veel zelfstandigen hebben het niet breed. Van het aantal werkende armen – mensen met een baan die onder de armoedegrens leven – is bijna de helft zelfstandige. Dekker signaleert dat veel zelfstandigen niet toekomen aan het aanleggen van een spaarpotje, laat staan dat zij een verzekering voor arbeidsongeschiktheid kunnen afsluiten. Ook is duidelijk dat het zelfstandig ondernemerschap vaak niet genoeg opbrengt, zeker in het begin, om bijvoorbeeld volledig uit de bijstand te komen. Hij vindt dan ook dat “sociale zekerheid een logisch en ‘meeademend’ complement moet zijn op een onzeker inkomen.” Hier ligt een taak voor de wetgever, maar zelfstandigen kunnen ook zelf de handen ineenslaan. Denk aan experimenten met het basisinkomen of het broodfonds.

Lees ookWetenschap en onderwijsIs Rotterdam rijp voor het basisinkomen?Debat over onvoorwaardelijke uitkeringen

Bollenkwekers en de koffiebar

De afgelopen twintig jaar zijn de werkrelaties veranderd. We zijn al flink geflexibiliseerd en dit proces zet zich de komende twee decennia onverminderd door. De arbeidsmarkt liberaliseert en de overheid trekt zich terug en legt steeds meer taken bij de gemeente.

Dat betekent dat jij, Vers Betonlezer, met een beetje geluk, over twintig jaar misschien wel vaker vanuit een koffiebar werkt, maar dat geldt lang niet voor iedereen. Van Breda: “Het beeld van ‘koffiebar als veredelde kantoortuin’ past goed bij een netwerksamenleving van hoogopgeleide mensen die snel van opdracht naar opdracht kunnen schakelen. Maar deze samenleving is niet voor iedereen toegankelijk”. Metaalwerkers en bollenkwekers hebben in een koffiebar niets te zoeken. Behalve om een bakkie koffie te drinken natuurlijk.

Het Gesprek met de Stad

Deze serie is tot stand gekomen in samenwerking met Het Gesprek met de Stad van de Gemeente Rotterdam. (wat betekent dit?)

De gemeente Rotterdam wil graag weten hoe Rotterdammers naar de toekomst kijken. Hoe we leven we samen in 2037, hoe wonen en werken we, hoe groeien onze kinderen op, hoe staat het met het onderwijs en onze gezondheid en hoe kunnen we de stad verder verduurzamen? Hierover worden op verschillende manieren gesprekken georganiseerd. De resultaten worden ter beschikking van de stad en het stadsbestuur gesteld.

Praat mee!
Je kunt ook mee doen. Bijvoorbeeld door de online enquête in te vullen of door een gesprekssessie in jouw organisatie of instelling te organiseren. Alle ideeën zijn welkom! Neem dan contact op via mail verhaal@rotterdam.nl.

Praat hier mee!

Reageer of deel op Social Media

Tags:2037, flexibele schil, gesprek met de stad en werken

Sectie: Economie

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *