Voor de harddenkende Rotterdammer

De Afrikaanderwijk heeft weinig economisch voordeel van creatief ondernemerschap, concludeerde Jeannette Nijkamp eind vorig jaar in haar promotieonderzoek. Vers Beton ondervroeg Nijkamp en de initiatieven Creative Factory en Stichting Freehouse over wat het hen wél succes in de wijk levert. 

creativefactory_1600x1600px_cees_boot
Beeld door: beeld: Cees Boot

In een interview vertelt Nijkamp hoe ze bij bedrijfsverzamelgebouw de Creative Factory en Stichting Freehouse is gekomen. “Ik heb twee heel verschillende initiatieven onderzocht die gericht zijn op het stimuleren van creatief ondernemerschap in een achterstandswijk, om inzicht te krijgen in de effecten. De Creative Factory stimuleert creatieve bedrijvigheid door ondernemers van buiten aan te trekken. Freehouse benut juist de creatieve talenten van wijkbewoners om hun economische positie te verbeteren. Voor beide initiatieven heb ik zowel het effect op de wijk als op de wijkbewoners onderzocht.”
Creatief ondernemerschap is sinds begin van deze eeuw een speerpunt van de gemeente, en daaruit kwam bedrijfsverzamelgebouw Creative Factory voort. Het gebied rondom de Tarwewijk – inclusief de Maassilo – werd aangewezen als eerste Rotterdamse kansenzone, met budget voor het stimuleren van ondernemerschap. Daaruit kon het leegstaande, oudste gedeelte van de Maassilo, verbouwd worden tot de Creative Factory, omdat de huurders zouden bijdragen aan de ontwikkeling van Rotterdam-Zuid. Er zitten nu tientallen ondernemers, actief in de muziek- en evenementenbranche, mode en zakelijke dienstverlening zoals branding, architectuur en online communicatie.
Stichting Freehouse was eerst actief in Rotterdam-West en verplaatste in 2008 naar de Afrikaanderwijk. Freehouse bevordert creatieve productie onder bewoners van de Afrikaanderwijk. Economische ontwikkeling door creatief talent aan te spreken, dus. Een voorbeeld is het project ‘De Markt van Morgen’, gericht op innovatie van de Afrikaandermarkt: experimenten met een andere styling van marktkramen, ontwikkeling van nieuwe producten en diensten en optredens van kunstenaars. Ook koppelde Freehouse wijkbewoners met creatieve talenten aan ontwerpers en kunstenaars. Dit resulteerde onder meer in de Wijkkeuken en het Wijkatelier. In 2013 startte hieruit ook de bredere Afrikaanderwijk Coöperatie, gericht op het bundelen van lokale krachten, het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling, betaald werk en ondernemerschap.
Nijkamps conclusie is stevig. Ze onderzocht de Creative Factory tussen oktober 2010 en juni 2013. Bij Stichting Freehouse was ze tussen mei 2013 en oktober 2014. “Ik concludeer dat tot aan het moment van het onderzoek beide initiatieven geen substantiële economische effecten hadden voor wijkbewoners en ook weinig bijdroegen aan meer levendigheid in de wijk. Wel had Freehouse belangrijke sociale effecten voor de wijkbewoners die direct bij de projecten betrokken waren. Maar het aantal betrokkenen was gering.”

Interactie is verwaarloosbaar

Aan de Creative Factory hebben bewoners geen behoefte, concludeerde Nijkamp ook in haar proefschrift. De Maassilo werd door de initiatiefnemers gezien als icoon, waardoor creatief ondernemerschap beter tot haar recht kon komen. Het gebouw ligt vrij geïsoleerd, doorgaande wegen snijden het bedrijfsgebouw af van de bewoning. Interactie tussen de creatief ondernemers in de Creative Factory en de Afrikaanderwijkers is – wellicht daardoor – verwaarloosbaar.
“Maar met een locatie, voor mijn part middenin de wijk, in de plint van een winkelstraat, zou het economisch effect van de Creative Factory hetzelfde zijn geweest”, stelt Nijkamp. Ondernemers kiezen namelijk voor de Creative Factory op basis van alledaagse bedrijfskundige overwegingen, zoals een lage huurprijs en de aanwezigheid van voldoende parkeerruimte. Wonen doen zij niet in de Afrikaanderwijk, aldus Nijkamp. Dus is het na kantooruren een exodus van ondernemers. Naar de metro, de snelweg of via de Erasmusbrug naar de noordoever.
Dat ontwikkelingen in rap tempo kunnen plaatsvinden, weten we in Rotterdam maar al te goed. En dat is ook een tegenwoord van Creative Factory en Stichting Freehouse. Teun de Booij stelt dat het effect van de Creative Factory anno nu heel anders is dan tijdens de onderzoeksperiode van Nijkamp. Hij is verbonden aan Dit is Zuid, een stichting van vrijwilligers voor de promotie van Rotterdam-Zuid en een van de huurders van de Creative Factory.
De Booij erkent dat het moeite kost om de Afrikaanderwijkers bekend te maken met cultureel ondernemerschap. Of met de Creative Factory en alles wat daarbinnen gebeurt. Hij kan putten uit eigen ervaring. “Onlangs hebben we in de Creative Factory de Kaart van Zuid gelanceerd, die Rotterdam-Zuid beter onder de aandacht te brengen. We gingen de Afrikaandermarkt op om bewoners uit te nodigen voor de lancering. De meesten vonden de Kaart van Zuid een leuk initiatief, maar de Creative Factory vonden ze toch een brug te ver.” Voor De Booij is het dus duidelijk dat er stappen moeten worden gezet in het betrekken van bewoners.
Toch ziet hij een duidelijk verschil tussen nu en de periode van Nijkamps onderzoek: “Bijna alle vrijwilligers van Dit is Zuid wonen in Rotterdam-Zuid, waarvan een aanzienlijk deel in de buurt van de Creative Factory. Ik ook. En creatief ondernemers in de Creative Factory zijn momenteel bezig met het uitwerken van ideeën om de Afrikaanderwijkers beter te bedienen.” Dat maakt verschil in de toenadering van de Creative Factory tot de wijk.

creativefactory_1600x900px_uitsnede1_cees_boot
Beeld door: beeld: Cees Boot

Pervers rijksbeleid

Hetzelfde geldt voor het in kaart brengen van het effect van Stichting Freehouse, meent Annet van Otterloo. Zij spreekt namens de Afrikaanderwijk Coöperatie, voortgekomen uit Freehouse. Economische ontwikkeling blijkt inderdaad moeilijk bereikbaar, maar dat komt met name door beleid en regelgeving. “Idealiter zou Freehouse werkzoekende wijkbewoners kunnen inhuren als betaalde krachten, maar die verliezen dan hun recht op een bijstandsuitkering en eventuele toeslagen. Dat risico willen ze niet lopen.”
Behalve deze perverse uitwerking van rijksbeleid stonden ook regels van de gemeente in de weg, zag ook Nijkamp. “Uitbaters van verskramen op de Afrikaandermarkt hadden het idee opgevat smoothies te maken van onverkoopbare groenten en fruit. Dit zou extra inkomsten kunnen genereren en wellicht een nieuw publiek aantrekken. Maar smoothies zijn bewerkt voedsel en vallen daarom onder een andere productcategorie, die niet binnen dezelfde marktkraam mogen worden verkocht.”
 

Nijkamp concludeerde ook hier dat er weinig contact was tussen Afrikaanderwijkers en de creatieven rondom Freehouse. Bewoners hadden volgens haar weinig behoefte aan de Wijkkeuken, gevestigd in het Gemaal op Zuid aan de Pretorialaan. Ook hier geen buzz. Daarover zegt Van Otterloo dat bewoners misschien geen behoefte hadden aan een Wijkkeuken als consument, maar wel betrokken wilden worden als producent. Bovendien vindt zij dat de Afrikaanderwijk wel degelijk meer is gaan bruisen. “De wijk is gaan leven. Op de Pretorialaan kun je nu op veel meer plekken iets drinken dan voorheen. Het prijsniveau is ook lager dan dat van de binnenstad. Dat houdt sociale verblijfplaatsen als bistro’s en koffiebars toegankelijk voor wijkbewoners. Het is dus een misvatting te denken dat de buzz slechts is voorbestemd voor een klein gedeelte van de wijk.”
Van Otterloo meent dat niet alleen de kwantiteit telt, bijvoorbeeld inkomensniveau, maar ook de kwaliteit, bijvoorbeeld de intensiteit en duur van betrokkenheid. “Dertig procent van de bewoners leeft onder de armoedegrens. De Afrikaanderwijk komt van ver. Maar je ziet langzaam dat de prioriteiten veranderen. Een verfijnd leven is niet meer per se iets van buiten, iets van daaro. In de Wijkkeuken was productpresentatie vroeger het ondergeschoven kindje. Tegenwoordig zijn wijkbewoners in de keuken bewust van esthetiek. Het komt met de tijd, blijkt. En dit is ook een teken dat creatief ondernemerschap wel degelijk effect heeft.”

creativefactory_1600x900px_uitsnede3_cees_boot
Beeld door: beeld: Cees Boot

Hoe kan het beter?

De overheid en creatief ondernemers kunnen leren van Nijkamps onderzoek. Het laat zien dat het domweg importeren van creatief ondernemerschap in de wijk niet werkt. Als het doel is een bijdrage te leveren aan levendigheid en economische ontwikkeling, vereist dat maatwerk. Allereerst blijkt een inventarisatie van wat er speelt in de wijk geen overbodige luxe. Creatief ondernemers in een broedplaats moeten aansluiten op de wijk, en op de leefwereld van wijkbewoners. Creativiteit is als uitgangsbasis lang niet voldoende.
En flexibele regelgeving is noodzakelijk om een broedplaats een kans te geven. Sommige regels leiden ertoe dat mensen met een uitkering niet durven iets nieuws te proberen. Het risico je bestaanszekerheid kwijt te raken, is te groot. Lokaal kun je weeffouten in landelijke wetgeving ongedaan maken. Daarom moet de gemeente flexibeler omspringen met landelijke wet- en regelgeving, zodat bijvoorbeeld ondernemers relatieve vrijheid krijgen te experimenteren en ZZP’ers kunnen rekenen op een aanvulling op hun inkomen.
Een goeie match tussen creativiteit en de beleving van Afrikaanderwijker ziet Van Otterloo als de sleutel. Ze beschrijft: “Consumeren van kunst en cultuur op zich heeft niet de hoogste prioriteit in de wijk. Daarom werken we met Freehouse op basis van kwaliteiten die lokaal aanwezig zijn en betrekken we bewoners bij de productie en ontwikkeling. Met elkaar werken we zo aan gedeeld eigenaarschap tussen creatieven en wijkbewoners.”
Dat het maatschappelijk bewustzijn van de creatief ondernemers groeit is ook belangrijk, stelt De Booij. En dat is ziet hij binnen de Creative Factory. Steeds meer stageplekken worden er opgevuld door jongeren uit de omliggende wijken. De Booij: Rotterdam-Zuid is een unieke plek in West-Europa, met zo’n jonge bevolking. Die biedt grote kansen voor de creatief ondernemers. Kom hier over vijf jaar nog maar eens terug.”

Voordat je verder leest...

Wij kunnen alleen bestaan dankzij support van lezers. Help jij ons om onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk te blijven maken? Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

dscf1653

Jaap Rozema

Auteur

Jaap Rozema (1983) schrijft over wetenschap en economie. Hij probeert niet om het wetenschappelijke verhaal te ontdoen van al haar vooronderstellingen, maar juist te betogen dat deze bijdragen aan waarheidsschepping. Tevens is hij fractiemedewerker bij de Partij voor de Dieren in Rotterdam.

Profiel-pagina
Cees Boot

Cees Boot

Illustrator

Cees Boot (Rotterdam, 1987) is afgestudeerd als grafisch ontwerper en heeft een grote voorliefde voor illustratieve vormgeving. Zijn werk is uitgesproken, herkenbaar en als het even kan met een rauw randje.

Profiel-pagina
Lees 3 reacties
  1. Profielbeeld van Jan
    Jan

    Vindt de conclusie wel heel erg kort door de bocht. Het onderzoek vond plaats in de begin periode van de Afrikaander coöperatie. Dan zoek je naar nieuwe wegen hoe je als maatschappelijk ondernemer iets toevoegt in een wijk. Dat toon je niet in 2 of 3 jaar aan, daar heb je een langere tijd voor nodig. Ik denk dat wanneer je nu hetzelfde onderzoek nog een keer zou doen, dat je tot heel andere conclusies komt. Gezien het aantal vrijwilligers die zijn verbonden aan de coöperatie denk ik dat de impact op deze groep groot is. Er ontstaat werk, mensen worden geholpen hun leven weer op te pakken en krijgen weer perspectief. Dat kost tijd en veel geld en daar zijn ondernemers als Annet heel druk mee. Respect voor dit soort ondernemers die hun nek uitsteken, pioniers die met vallen en opstaan en op eigen risico onze stad en wereld echt iets mooier maken. Wanneer al het andere heeft gefaald, is het tijd voor verandering en wachten we niet meer af wat voor subsidie er komt, maar doen we zelf wel. Echt Rotterdams dus.

  2. Profielbeeld van Paul
    Paul

    Geboren en getogen op de Dordtselaan, mijn ouders geboren in de wijk. Ooit een straat van stand, nu in de top 10 Vogelaarswijken, oorzaak tientallen jaren NEGEREN van de burger door PvdA en Peper! Autochtoon NL is er weggetrokken omdat ze zich niet meer konden indentificeren met de wijk. 95% niet autochtoon, daar schiet niemand wat mee op. In de jaren 70 waarschuwde men voor ghetto vorming, en zie nu. Op de Dordtselaan zitten 4 NL winkels, pornotheek, cafe, cv monteur en een viswinkel. Achter de Dordtselaan woont een hele turkse enclave bij elkaar. Voertaal is daar niet NL, winkels zijn allemaal Turks. De inititiaven zijn leuk bedoelt, maar je gaat niet zomaar 40 jaar afbraak repareren. Bedenkt ook eens dat velen ook 0,0 interesse hebben in de NL maatschappij en randzaken. Kijk naar de Beijerlandselaan, wat een aftandse winkestraat is dat geworden, terwijl het ooit een winkelstraat met allure was. Reden, immigranten op één hoop gooien en het zelf maar laten uitzoeken, want dat was het beleid uit de jaren 70, 80 en 90. De puinzooi die men heeft gecreëerd, om dat op te lossen, ben je decenia verder. En nogmaals, immigratie is pas 60 jaar aan de gang, 170 culturen laten samensmelten in die tijd, is utopisch!

    Daarbij, onderzoeken, denken het beter te weten want we hebben gestudeerd, heel veel mooie termen, denkend het allemaal te kunnen oplossen. Wie van al die partijen komen nou echt van Zuid, zijn opgegroeid in wat nu Vogelaarswijken zijn?

  3. Profielbeeld van Cor
    Cor

    Dat de factory niet midden in de wijk maar aan de rand gelegen is speelt wel degelijk een grote rol.
    De initiatiefnemers van de factory begrijpen de bewoners van de afrikaander wijk wel, omgekeerd begrijpt een groot deel van de bewoners van de wijk niets van de factory.
    Oa dit gegeven maakt van deze wijk een bijna onneembaar fort.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500