Stedelijke ontwikkeling & architectuur28 maart 2017

De invloed van overheid gestuurde gentrificatie in Rotterdam

Ten onrechte wordt gentrificatie vaak gezien als spontaan proces, stelt Cody Hochstenbach. Op basis van zijn proefschrift over de verdeeldheid in Europese gegentrificeerde steden, schreef hij voor Vers Beton over overheid gestuurde gentrificatie in Rotterdam.

Beeld: Mark van Wijk

In veel Westerse steden staat de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de woningvoorraad onder druk. Dit geldt ook voor Nederlandse steden, zeker Amsterdam maar in toenemende mate ook Rotterdam (zie Figuur 1). Ruimtelijke scheidslijnen tussen arm en rijk tekenen zich daarbij steeds scherper af. Gentrificatie, de opwaardering en klasse transformatie van stadswijken, is daarbij inmiddels verworden tot een belangrijk proces met een steeds grotere ‘voetafdruk’.

Icoonprojecten en bakfietswijken zijn illustratief in Rotterdam

Ten onrechte wordt gentrificatie nog steeds vaak gestereotypeerd als een spontaan proces – puur en alleen maar gedreven door de woonvoorkeuren van een nieuwe middenklasse. De overheid speelt ook een belangrijke rol in het aanjagen van gentrificatieprocessen. Dit is zeker in Rotterdam goed te zien. Zij doet dit op verschillende manieren. Het realiseren van icoonprojecten om de stad op de kaart te zetten is in Rotterdam inmiddels een beproefde strategie. Tegelijkertijd is het gemeentebestuur druk bezig met labelen van en investeren in ‘bakfietswijken’ om de stad zo te vormen naar de wensen van middenklasse gezinnen.

Figuur 1. Gemiddelde verkoopprijzen bestaande koopwoningen per kwartaal. Bewerking Cody Hochstenbach CBS Statline data. Beeld: Hochstenbach (2017)

Woonbeleid speelt ook mee

En dan is er natuurlijk nog het Rotterdamse woonbeleid. Zo voorziet de nieuwe woonvisie in een afname van 20.000 betaalbare huurwoningen tot 2030. Dit lijkt een voortzetting van al bestaand beleid: cijfers van OBI laten zien dat tussen 2000 en 2013 het corporatiebezit al afnam met bijna 24.000 woningen (zie Figuur 2). In 2000 waren er nog bijna 161.000 corporatiewoningen, in 2013 was dit aantal afgenomen tot zo’n 137.000, een afname van 15% van het corporatiebestand (het geannexeerde Rozenburg buiten beschouwing gelaten). Ter vergelijking: in Amsterdam nam in dezelfde periode de omvang van de corporatievoorraad af met bijna 18.000 woningen (-9%). De afname was dus aanzienlijk groter in Rotterdam. De afname van het Rotterdamse corporatiebestand geschiedt via grootschalige sloop in wijken als Hoogvliet, Pendrecht en Crooswijk, maar ook door verkoop, bijvoorbeeld in centrumbuurten. Tegelijkertijd groeide het koopwoningbestand van ongeveer 60.000 woningen in 2000 tot bijna 103.000 in 2013.

Figuur 2. Samenstelling Rotterdamse woningvoorraad tussen 2000 en 2013 (exclusief Rozenburg). Bewerking data OBI Rotterdam. Beeld: Hochstenbach (2017)

Deze ingrijpende verschuivingen in de Rotterdamse woningvoorraad geven blijk van de gemeentelijke ambities om via deze wijze de bevolkingssamenstelling van de stad te beïnvloeden. Hierbij wordt vaak beleidsmatig gesproken over het mengen of balanceren van buurten. Gwen van Eijk merkt echter terecht op dat de eenzijdige focus op arme buurten de ambitie verraadt vooral het aandeel middenklasse huishoudens te doen toenemen, ten koste van lagere inkomensgroepen. Dit beleid kan daarom ook wel gezien worden als een duidelijk voorbeeld van (pogingen tot) overheid gestuurde gentrificatie. In verschillende wijken waar dit beleid geen voeten aan de grond krijgt, wordt bovendien de uitsluitende en discriminerende Rotterdamwet ingezet, om zo alsnog het aandeel werkloze bewoners terug te dringen.

In Rotterdam is sprake van een lappendeken aan gentrificatieprocessen

Heeft dit woonbeleid daadwerkelijk gentrificatie aangezwengeld? Uit eigen onderzoek met Wouter van Gent blijkt dat in Rotterdam sprake is van een ‘lappendeken’ van gentrificatieprocessen. Waar in Amsterdam gentrificatie als een olievlek uitbreidt vanuit het centrum, daar blijft het proces in Rotterdam minder prominent en springt het van de ene buurt naar de andere. Gebieden daartussen blijven vooralsnog nagenoeg onaangeroerd. Bovendien verandert de bevolking van gentrificerende buurten op verschillende manieren. In sommige buurten maken lage inkomens direct plaats voor draagkrachtigere nieuwkomers. In andere buurten vergrijst de armere bevolking en wordt zo geleidelijk vervangen door hogere inkomensgroepen. Ten slotte vindt opwaardering ook plaats doordat opwaarts mobiele, doorgaans jonge, huishoudens carrière maken binnen de buurt.

Mogelijke uitsluiting

Zittende bewoners hoeven de impact van gentrificatie niet direct te voelen. Huurders worden relatief goed beschermd door de Nederlandse wet, en kunnen in principe niet verdrongen worden uit hun woning, of geconfronteerd worden met al te sterke huurverhogingen. De nadelige gevolgen van gentrificatie worden daardoor vooral gevoeld door outsiders die een plekje in de stad willen bemachtigen. Maar bijvoorbeeld ook door jonge Rotterdammers die het ouderlijk huis willen verlaten en door huishoudens die genoodzaakt zijn te verhuizen, vanwege gezinsuitbreiding, echtscheiding of verlies van inkomen. Deze groepen worden direct geconfronteerd met een minder toegankelijke en betaalbare woningvoorraad als gevolg van gentrificatieprocessen, met mogelijke uitsluiting als gevolg.

Beeld: Mark van Wijk

Omdat gentrificatie in Nederland dus vooral verhuizers treft, is het belangrijk niet alleen maar naar veranderingen in de bevolkingssamenstelling als geheel te kijken – deze verandert namelijk slechts geleidelijk– maar juist in te zoomen op verhuisbewegingen. Pas dan worden veranderingen in de toegankelijkheid van de woningmarkt en veranderende ongelijkheden tussen bevolkingsgroepen duidelijk zichtbaar. Daarom heb ik samen met Sako Musterd de veranderende verhuisbewegingen van verschillende lage inkomensgroepen in kaart gebracht. Hieruit blijkt dat in Rotterdam gesproken kan worden van een geleidelijke “suburbanisatie van armoede” (zie Figuur 3). Naarmate populaire binnenstedelijke buurten minder toegankelijk worden, verhuizen lagere inkomensgroepen in steeds meer naar perifere buurten in Rotterdam (vooral buurten in het noordoosten van de stad) en naar andere gemeenten in de regio Rotterdam zoals Schiedam en Capelle aan den IJssel. Het gaat hierbij zowel om een directe suburbanisatie van armoede (waarbij lage inkomens verhuizen vanuit Rotterdam naar de regio) als om een indirecte suburbanisatie van armoede (waarbij lage inkomensgroepen al bij voorbaat geen plek meer weten te vinden in Rotterdam). Deze trends gaan vooral op voor werkloze huishoudens, en slechts in mindere mate voor werkenden met een laag inkomen.

Figuur 3. Procentpunt in het aandeel werkloze huishoudens onder verhuizers tussen 2004 en 2013. Bron: Hochstenbach & Musterd (2017). Data: eigen berekeningen op basis van SSB (CBS) data. Beeld: Hochstenbach & Musterd (2017)

De suburbanisatie van armoede leidt aanvankelijk tot een meer gelijkmatige spreiding van lage inkomensgroepen over de Rotterdamse stadsregio. Het aandeel lage inkomens is immers in Rotterdam nog steeds groter dan in de omringende regio. Vanuit dit perspectief zou gentrificatie als een verevenend proces gezien kunnen worden. Dit verhult echter dat deze verevening tot stand komt door een afnemende toegankelijkheid en betaalbaarheid van de woningmarkt als geheel. Sociale menging van verschillende bevolkingsgroepen wordt immers bewerkstelligd door het aanbod van goedkope woningen terug te dringen. Dit verslechtert de kansen voor lage inkomensgroepen om nog een betaalbare woning te vinden.

Deze ruimtelijke analyses laten verder buiten beschouwing dat gentrificatie eveneens hogere woonlasten en een onmogelijkheid om te verhuizen met zich mee kan brengen. Bovendien, waar gentrificatie aanvankelijk voor menging zorgt, daar kan het op lange termijn juist bijdragen aan sterkere segregatie. Daarnaast brengt gentrificatie een waterbedeffect met zich mee. Dit houdt in dat armoede niet wordt aangepakt, maar wordt verschoven naar de stedelijke periferie. Het feit dat de randgemeenten Capelle aan den IJssel en Vlaardingen sinds respectievelijk 2015 en 2016 ook de Rotterdamwet hanteren in een aantal buurten om daar de instroom van werkloze huishoudens te beperken, is een teken aan de wand.

Dreigend gevaar

Ook wanneer niet alleen naar de woningmarktpositie van lagere inkomensgroepen wordt gekeken, maar naar de stad als geheel, brengt gentrificatie gevaren met zich mee. Gentrificatie zorgt namelijk voor een afnemende betaalbaarheid van de woningmarkt in zijn geheel, voor alle bevolkingsgroepen. Naarmate woningprijzen en huren verder stijgen, zal een steeds grotere groep huishoudens in de knel komen. Denk hierbij aan studenten, afgestudeerde starters, middeninkomens en andere groepen die naar de stad trekken om daar hun geluk te beproeven, zoals migranten. Steden hebben altijd geboden aan allerlei bevolkingsgroepen om er carrière te maken. Gentrificatie brengt deze kernkwaliteit van steden in het nauw.

 

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Amsterdam, Gentification, Gentrificatie en Rotterdam

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *