Politiek29 maart 2017

De stad als emancipatiemachine

Superdivers Rotterdam in 2037

De multiculturele samenleving is niet mislukt, hij is passé. We zijn geen multiculturele, maar een superdiverse stad die alsmaar diverser zal worden. Hoe zorgen we ervoor dat de superdiverse stad van 2037 ook een goede stad is voor iedereen?

Multiculturaliteit refereert aan het beeld van een samenleving met één homogene (etnische) meerderheid, waarbinnen enkele overzichtelijke etnische minderheden een plek krijgen. Dit beeld doet echter geen recht aan de realiteit van de Rotterdamse samenleving.

Op dit moment heeft 50 procent van de Rotterdammers officieel (volgens de CBS definitie) een migratieachtergrond. De helft van de stedelingen is dus zelf gemigreerd of heeft ten minste één ouder die in het buitenland geboren is. Daar zit de derde generatie, met grootouders uit bijvoorbeeld Turkije of Marokko, dus niet tussen. We zijn, kortom, een stad die voor de meerderheid bestaat uit minderheden. Sociologen gebruiken daarvoor tegenwoordig het begrip ‘superdiversiteit’. ‘Super’ komt niet van gaaf of goed, maar duidt de mate van complexiteit aan: de uitzondering is de regel geworden.

Beeld: Nozzman

Diversiteit in diversiteit

Het is superdivers Rotterdam die de kapsalon en de bara döner al heeft voortgebracht. Stel je eens voor hoe de huidige mix van mensen er over twintig jaar uitziet, aangenomen dat we nog wat meer kinderen maken onderling en er nieuwe groepen bijkomen.

In 2037 zal de vraag ‘waar liggen je roots’ voor Rotterdammers meer tijd kosten om te beantwoorden. Maar die vraag zal ook niet meer zo bijzonder of relevant zijn. Want tegelijkertijd benadrukt superdiversiteit dat etnisch-culturele afkomst slechts één van de vele factoren is die je identiteit en plek in de samenleving bepalen. We moeten net zo goed kijken naar legale verblijfsstatus, verblijfsduur en -reden, arbeidspositie, levensstijl, taal, religieuze, seksuele en politieke oriëntatie, opleiding en sociaal-economische positie. Het begrip superdiversiteit benadrukt de ‘diversificatie van de diversiteit’: de diversiteit tussen én binnen groepen.

De migratie is sinds de jaren negentig in intensiteit toegenomen en er is geen reden om aan te nemen dat het zal afnemen. Er migreren meer mensen vanuit meer plekken naar meer plekken, met uiteenlopende motieven. Dat is niet exclusief een Westers fenomeen, maar speelt over de hele wereld. Daarom hebben we een nieuwe term als superdiversiteit nodig om de huidige bevolkingssamenstelling van grote steden te beschrijven.

Peter Scholten, migratieonderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, schreef eerder op Vers Beton dat we de komende jaren rekening moeten houden met “een structureel hoge immigratiedruk op Europa”. Ik vroeg Scholten daarom om toelichting. Als we de stad van 2037 willen beschrijven, welke nieuwe groepen kunnen we komende jaren nog verwachten?

Vlottende bevolking

Scholten vertelt dat het wellicht heel contra-intuïtief klinkt, maar dat we vooral migratie uit landen moeten verwachten waar naast overbevolking ook sprake is van sterke economische groei. “Bij een combinatie van een stijgende welvaart en opleidingsniveau komt het Westen dichterbij. Mensen komen hun dorp uit, de buitenwereld komt binnen. Je hebt middelen én een motief nodig om te emigreren. We kunnen daarom de komende jaren veel grotere groepen uit de Sub-Saharalanden verwachten, zoals Ghana, Kameroen en Nigeria.” Ook kunnen we rekenen op meer hoogopgeleide Chinezen, en juist minder migratie uit Marokko en Turkije: “Istanboel is nu zélf een gateway, een plek voor immigranten geworden, en je ziet zelfs seizoensarbeiders die uit Spanje naar Marokko vertrekken.”

Scholten beaamt dat we nu al een superdiverse stad zijn, en dat dat over twintig jaar nog sterker het geval zal zijn. “Nu heeft 50 procent van de Rotterdammers een migratieachtergrond. Dat dat in 2037 60 tot 70 procent zal zijn, is realistisch.” Maar er komt nog iets bij. We zullen tegen die tijd door de toegenomen mobiliteit ook te maken krijgen met een ‘vlottende’ bevolking: “Het wordt steeds meer een komen-en-gaan van migranten en mensen die hier tijdelijk verblijven. Zo’n vlottende bevolking zie je in veel gateway cities en dat is voor ons een nieuw fenomeen. Het gaat dan om mensen die vier tot vijf jaar hier verblijven, zowel goedkope arbeidskrachten als hoogopgeleide expats.”

We zullen te maken krijgen met een ‘vlottende bevolking', een komen-en-gaan van mensen die hier tijdelijk verblijven

Invoegen

Wat betekent integratie als er geen sprake meer is van één groep die een duidelijke meerderheid vormt? Daar zijn verschillende antwoorden op mogelijk. Vorig jaar pleitte integratie-onderzoeker Jaco Dagevos, verbonden aan SCP en de EUR, in het minicollege van Studio Erasmus voor het belang van een culturele hoofdstroom waarin geïntegreerd moet worden. Dat is ook de hoofdgedachte van de huidige Integratienota010 die dit college hanteert. Scholten vindt deze visie echter niet meer aansluiten op de superdiverse realiteit: “De Integratienota010 gaat echt terug naar het verleden. Het gaat nog uit van minderheden die moeten invoegen op ‘de snelweg van integratie’, maar meerderheden bestaan al niet meer!”

Lees ookPolitiekDit zijn de 10 opvallendste zinnen uit de integratienota

Een ander antwoord is dat superdiversiteit van álle groepen aanpassing zal vragen. Hoogleraar Sociologie aan de EUR Maurice Crul schrijft in zijn publicatie over superdiversiteit: “Als er geen etnische meerderheidsgroep meer is, zal iedereen zich aan iedereen moeten aanpassen. Diversiteit wordt de nieuwe norm. Dat vergt wellicht één van de grootste psychologische omschakelingen van deze tijd.”

Peter Scholten beaamt dat we nog maar heel weinig weten over hoe we met een ‘vlottende’ bevolking moeten omgaan. “De inburgering is goed toegerust op superdiversiteit, deze is nu vrij kleurenblind. Er wordt een basiskennis van de Nederlandse samenleving en taal gevraagd. Het is niet zomaar assimilatie, het helpt mensen op weg.” Maar bij een vlottende bevolking moeten we ons afvragen: wie moet wel inburgeren en wie niet? “Het wordt echt een uitdaging voor de instituties”, benadrukt Scholten.

Scholten benoemt een aantal concrete zaken waar we rekening mee zullen moeten houden. Elke school zal in de toekomst bijvoorbeeld permanent een schakelklas hebben, en omgaan met diversiteit moet standaard onderdeel worden van elke docentenopleiding. Er komen waarschijnlijk ook meer internationale scholen. “Die bestaan nu al voor expats. Als je die straks ook krijgt voor kinderen van laagopgeleide ouders, gaan we dat misschien een maatschappelijk probleem vinden.”

Niet alleen het onderwijs, maar al het beleid en de instituties moeten ‘diversity-proof’ worden, volgens Scholten. “En dan niet op de manier zoals de Rotterdam Code [code voor gedragsregels uit 2006, red.] dat destijds deed, dat zagen we toen met lede ogen aan. Die had een uitsluitende werking.”

Beeld: Nozzman

Kritisch blijven

Een superdiverse stad zonder meerderheden is niet automatisch een rechtvaardige stad met gelijke kansen voor iedereen. Filosoof Tina Rahimy waarschuwt voor een te rooskleurig beeld van de superdiverse samenleving: “Machtsverhoudingen lossen daarin niet vanzelf op, je moet altijd kritisch blijven en oppassen voor blinde vlekken.”

Rahimy bekleedt sinds 2016 het lectoraat ‘Sociaal werk in de superdiverse stad’ aan de Hogeschool Rotterdam en doet onderzoek naar diversiteit in de stad. Als ik haar spreek is ze direct kritisch op de titel van haar eigen leerstoel. De term superdiversiteit wil etniciteit opheffen, maar het blijft in de literatuur toch telkens een dominante rol spelen.

Superdiversiteit is niet een nieuw fenomeen, volgens Rahimy: “De stad is eigenlijk altijd al superdivers geweest. Alleen ‘wij goede burgers’ kunnen ons daar niet toe verhouden. Er bestaat niet zoiets als ‘er niet bij horen’, alles zit er al in! Als je dat écht beseft, dan krijg je een andere grondhouding.”

Ook waarschuwt ze voor de manier waarop er nu gesproken wordt over het inclusiever maken van de samenleving: “Dat impliceert alsof er een keus in besloten ligt. Het wij/zij-denken zit er nog steeds in. Zelfs met de beste bedoelingen denken we nog in termen van uitsluiting. Onze taak als stad is om dat wij/zij-denken eruit te rammen.”

Potentie benutten

Een geslaagde superdiverse stad van de toekomst is volgens Rahimy een stad waar de potentie van jongeren niet geremd wordt door ze een identiteit op te leggen. “Dan heb ik het niet over een economisch soort ‘potentie benutten’, maar: laten leven. Mijn angst is dat we alle potentie kwijtraken.” Integratie in een superdiverse samenleving moet volgens haar gezien worden als een permanent proces dat voor iedereen in de samenleving geldt.

Veel sociologen en onderzoekers die over superdiversiteit schrijven, zoals Maurice Crul en Dirk Geldof, plaatsen integratie in het kader van de emancipatiekracht van de stad. Integratie valt dan samen met goed algemeen stedelijk beleid. Rahimy beaamt het belang van de stad als emancipatiemachine: “Wel met de voorwaarde dat niet de ene emancipatie wordt opgelegd aan de ander, maar dat het een permanent proces wordt waarin we op zoek gaan naar verschillende visies daarover. Nu wordt emancipatie nog vaak te eenzijdig gedefinieerd.”

Scholten benadrukt ook het belang van de stedelijke identiteit. “Die moet zo inclusief mogelijk zijn.” Veel mensen voelen zich in de eerste plaats Rotterdammer, en dat zal nog sterker worden. Hij ziet nu al goede voorbeelden hoe dat ingezet kan worden: “Zo’n politieke partij als Nida doet dat geweldig! Alleen al de foto op hun Facebookpagina: die subtiele minaretten in de skyline van de stad. De boodschap is: de skyline is door migratie letterlijk veranderd.”

Het Gesprek met de Stad

Deze serie is tot stand gekomen in samenwerking met Het Gesprek met de Stad van de Gemeente Rotterdam. (wat betekent dit?)

De gemeente Rotterdam wil graag weten hoe Rotterdammers naar de toekomst kijken. Hoe we leven we samen in 2037, hoe wonen en werken we, hoe groeien onze kinderen op, hoe staat het met het onderwijs en onze gezondheid en hoe kunnen we de stad verder verduurzamen? Hierover worden op verschillende manieren gesprekken georganiseerd. De resultaten worden ter beschikking van de stad en het stadsbestuur gesteld.

Praat mee!
Je kunt ook mee doen. Bijvoorbeeld door de online enquête in te vullen of door een gesprekssessie in jouw organisatie of instelling te organiseren. Alle ideeën zijn welkom! Neem dan contact op via mail verhaal@rotterdam.nl.

Praat mee!
Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:gesprek met de stad, maurice crul, peter scholten, superdiversiteit en tina rahimi

Sectie: Politiek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *