Economie8 maart 2017

Hoe geëmancipeerd zijn de grootste werkgevers van Rotterdam?

Internationale Vrouwendag, de dag die staat voor solidariteit en strijdbaarheid van vrouwen overal ter wereld. Een goede aanleiding om eens uit te zoeken: hoe zit het eigenlijk met de man-vrouw verhouding en het emancipatiebeleid van Rotterdams grootste werkgevers?

Beeld: Eva Wijers

In 1912 werd Internationale Vrouwendag voor het eerst gevierd in Nederland, maar pas sinds de jaren ‘70 (kabinet-Den Uyl) is emancipatie officieel een kerntaak van de overheid. Uitgevoerd door programma’s zoals Vrouwen naar de Top, Kracht on Tour, door het stimuleren van flexibele werktijden of met financiële tegemoetkomingen voor kinderopvang binnen bedrijven. Heeft dat effect bij de Rotterdamse werkgevers? Hoe dragen zij hun steentje bij?

Allereerst: Hoe zit het landelijk inmiddels met de emancipatiecijfers op de werkvloer? Niet overweldigend, maar er zijn wel verbeteringen de laatste jaren. Het aantal vrouwen in topfuncties is sinds 2008 gestegen met 2 procent, van 28 naar 30. Het aantal vrouwen dat minder is gaan werken na de geboorte van een kind is tussen 2012 en 2015 gedaald van 40 naar 26 procent. En is er een ware toename onder mannen in het nemen van een wekelijkse zogenaamde ‘papadag’. Ondanks die verbeteringen meldt Centraal Bureau voor de Statistiek dat vrouwen alsnog vaker werken in deeltijd, minder vaak werken in een betaalde baan, minder vertegenwoordigd zijn in topfuncties en ook minder betaald krijgen dan mannen. Ook de economische zelfstandigheid is niet gelijk verdeeld. Pak ‘m beet de helft van de Nederlandse vrouwen kan financieel niet op eigen benen staan.

Dan de Rotterdamse arbeidsmarkt. Gemiddeld doen Rotterdamse vrouwen (in 2011) 18 uur betaald werk per week, en mannen 26 uur. Hoe ziet dat eruit op de werkvloer bij de grootste werkgevers? Wie van hen doet het goed? Vervullen zij een voorbeeldfunctie die je op grond van hun positie zou mogen verwachten? We vroegen het de 13 grootste werkgevers van Rotterdam.

Positieve vermelding

Dat deden we met een een vragenlijst die we opstelden aan de hand van de onderwerpen in de tweejaarlijkse emancipatiemonitor van het Sociaal Cultureel Planbureau. We vroegen naar de verdeling van mannen en vrouwen op functieniveau, topfuncties, soort contract, fulltime/parttime-werktijden en opleidingsniveau. Ook informeerden we naar het beleid van het bedrijf op dit gebied. De lijst is per mail naar de 13 grootste werkgevers gegaan.

Niet elk bedrijf was even happig om mee te werken. Van de 13 bedrijven is er van 9 een reactie gekomen. Een positieve vermelding verdienen de Hogeschool Rotterdam en Eneco, die ons uitgebreid voorzagen van informatie. Dit zijn de reacties in volgorde van grootte van de organisatie:

  1. Gemeente Rotterdam: vrouwen in het midden, mannen aan de top

Via de officiele weg kwamen we niet ver. Op 1 februari dienden we een online aanvraag in, waarop volgens het automatische ontvangstbericht binnen vier weken reactie zou komen. Vijf weken later hebben we niets ontvangen, maar de status van de aanvraag is wel ‘afgehandeld’. Bij nabellen blijkt dat de aanvraag inderdaad bekend is en zou binnen een dag gereageerd worden. Huidige status: nog geen gehoor.

Maar de gemeente heeft natuurlijk wel cijfers op dit vlak: online is te vinden dat de Gemeente Rotterdam in 2011 maar liefst 14.921 personen in dienst had, waarvan 45% vrouwen. In 2005 was dat nog 10% minder, een stijgende lijn dus. In 2016 is die stijging toch weer afgenomen: afgelopen jaar was 57 procent man en 43 procent vrouw.

De salarisverdeling (uit 2011) is ook interessant: van de 1026 werknemers in de laagste klassen is het merendeel mannen en maar 22% vrouw. De vrouwen werken vooral in de klassen daarboven: bij een salaris rond de 2000 euro bruto is 66 procent vrouw. In de middelste klassen en hoger (tussen de 3000 en 4000 euro bruto) neemt het aandeel vrouwen alweer snel af naar ongeveer 30%. Van de 14 mensen in de hoogste salarisklassen waren er in 2011 maar 2 vrouw (14%).

Update: enkele uren na publicatie hebben we alsnog reactie gekregen van de Gemeente Rotterdam.

  • In 2015 had de Gemeente Rotterdam 11.658 medewerkers in dienst, waarvan 5.312 (46%) vrouwen en 6346 (54%) mannen. De verdeling is iets meer richting 50/50 dan vorig jaar.
  • Van de 854 hogere functies binnen de Gemeente Rotterdam, worden 307 plekken door vrouwen bekleed – een percentage van 36%.
  • Opvallend is het aantal uren per werkweek bij de vrouwen. 34% van de vrouwen werkt minder dan 32 uur per week. 19% werkt tussen de 32 en 36 uur per week en maar liefst 48% van de vrouwen werkt meer dan 36 uur per week. Maar bij de mannen zijn die percentages wat minder verspreid: 89% van de mannen werkt meer dan 36 uur per week. Maar 6% werkt minder dan 32 uur en 5% werkt tussen de 32 en 36 uur.

Over hun beleid zegt de Gemeente Rotterdam het volgende: “Medewerkers worden ingezet op basis van hun kwaliteit. Diversiteitbeleid binnen de gemeente Rotterdam heeft dus niet de vorm van een specifiek, op zichzelf staand doelgroepenbeleid.”

De Gemeente Rotterdam zet zich met het ondertekenen van Talent naar de Top in om het aantal vrouwen in leidinggevende posities uit te breiden. Door selectiecommissies, traineeprogramma, banenmarkten en andere wervingsinstrumenten. Het doel van 35% aan de top voor 2018 is bijna bereikt. Of dit ook geldt voor de echt allerhoogste functies (waar in 2011 nog slechts 14% vrouw was), wordt niet duidelijk.

  1. Erasmus MC: 17% vrouwelijke hoogleraren

Het grootste universitair medisch centrum van Nederland is goed voor 9.165 banen (inclusief flexwerkers en medisch studenten). Van het MC, verbonden aan de Erasmus Universiteit,  kregen we een bondig antwoord. 

“Per 31 december 2015 was het percentage vrouwen in bepalende posities als volgt verdeeld: vrouwelijke afdelingshoofden 16%, vrouwelijke directeuren 33%, vrouwelijke hoogleraren 17% (34 vrouwen tegenover 170 mannen), vrouwelijke universitair hoofddocenten 40%.”

Voor de doorstroom van vrouwen naar de top heeft het Erasmus MC het ‘Female Career Development Programma’, dat vrouwen in de wetenschap en de kliniek moet helpen om door te stromen naar leidinggevenden posities. 

  1. Ahold (Schiedam) – geen reactie.
  2. Laurens: 90% vrouwen, maar directie is geheel man

Een dag na publicatie kwam Laurens terug met enkele cijfers. Laurens geeft aan dat van het totaal aantal werknemers 90% vrouw is en 10% man. In leidinggevende posities is circa 75% vrouw en 25% man. Echter wordt het gehele bestuur en directie – in totaal 5 personen – vertegenwoordigd door mannen.

Qua beleid is er geen specifieke focus op emancipatie. Alleen dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen in zowel saliering als opleiding en ontwikkeling.

  1. Politiekorps Rotterdam: minder pionier dan gehoopt

De allereerste vrouwelijke politieagent in Nederland was een Rotterdamse (1911), genaamd Dina Sanson, dus hadden we goede hoop dat Politiekorps Rotterdam een pionier zou zijn in de Rotterdamse emancipatiewereld. Maar helaas, we kregen het antwoord dat Politiekorps Rotterdam de vragen niet zou beantwoorden, omdat het zou vallen onder één Nationaal Politiekorps. Op de vraag om dan de landelijke gegevens te ontvangen, werd niet meer gereageerd.

  1. Eneco: veel parttime vrouwen, ‘divers beeld’ op de website

Eneco heeft 2317 werknemers: 36% vrouw en 64% man. Deze verhouding verandert, naarmate je hoger in het bedrijf opklimt.

  • Van de vrouwen in het bedrijf zit 9% in de hogere regionen (topfuncties 3%, hogere/aansturende functie 6%), terwijl van de mannen 19% in de hogere regionen werkt (8% topfuncties, 6 % hogere/aansturende functies).
  • De overige 91% van de vrouwen werkt in uitvoerende functies (middelste laag 41% en laagste laag 50%), terwijl 81% van de mannen op uitvoerende plekken zit (middelste laag 49% en laagste laag 32%).
  • Opvallend is dat de vrouwen bij Eneco veel vaker parttime werken: 55% van hen heeft parttime functies en 45% fulltime functies. Mannen bezetten 10% parttime functies en 90% fulltime functies. Er werken iets meer mannen onder een vast contract: 92% tegenover 88%. Tijdelijke aanstelling is bij de vrouwen 12% en bij de mannen 8%. Over het opleidingsniveau was ‘niets bekend’ bij dit bedrijf.

Eneco heeft niet alleen uitgebreid gereageerd, maar geeft blijk van een actief diversiteitsbeleid op dit vlak, dat zich vertaalt in concrete richtlijnen: “We streven naar diversiteit, zowel man/vrouw (en dan het liefst 50/50) als qua afkomst. Dit pakken we vanuit recruitment ook op, zoals bij de selectie van Eneco-kandidaten voor Best Graduates hebben we afgesproken minimaal 50% vrouwen te selecteren. Bij het aannemen van nieuwe afstudeerstagiaires wordt gekeken naar de potentiële instroom van vrouwen bij Eneco. Ook voorkomen we masculien taalgebruik in vacatureteksten en houden we bij het aanbieden van vacatures zoveel mogelijk rekening met deeltijdopties (4 dagen). En ten slotte gebruiken we op de werkenbij-website beelden die zo veel mogelijk diversiteit uitstralen.”

  1. Hogeschool Rotterdam: veel vrouwen, maar minder aan de top

De Hogeschool Rotterdam heeft (eind vorig jaar) 4021 medewerkers, waarvan 57% vrouw en 43% man.

  • Ondanks dat over de gehele linie er meer vrouwen bij de hogeschool werken, is die verhouding aan de top omgedraaid. Van de vrouwelijke werknemers werkt 1% aan de top, 3% in een hogere/aansturende functie, en 96% in uitvoerende functies. Bij de mannen is dat 3% aan de top, 7% in een hogere/aansturende functie en 90% in uitvoerende functies.
  • De contracten zijn nagenoeg gelijk: 69% van de vrouwen werkt vast en 31% met een tijdelijk contract. Onder mannen is dat 68%, tegen 32%.
  • Vrouwen werken er veel vaker parttime, gemiddeld 26 uur per week tegenover een 28 uur per week onder de mannen. 80% van de vrouwen heeft een parttime functie, tegenover 57% parttimer-mannen.
  • De hogeschool registreert alleen voor de onderwijsgevende kernfuncties het opleidingsniveau. Voor deze functies staat als minimaal opleidingsniveau een bacheloropleiding. Voor de mensen uit deze groep, die meer dan 0,3 FTE werken, geldt dat 70% een masteropleiding moet hebben. Deze groep bevat 1904 personeelsleden, waarvan 1373 met een masteropleiding (72%). De verdeling tussen vrouwen en mannen is 1040 vrouw (75% masteropleiding) en 864 man (69% masteropleiding).

Over het beleid op de man/vrouw verdeling van haar werknemers zegt de hogeschool: “Zowel in haar statuten als met de ondertekening van het Charter Diversiteit in 2016 spreekt de hogeschool zich expliciet uit een werkgever te willen zijn die geen onderscheid gemaakt naar sekse, seksuele geaardheid, godsdienst of levensovertuiging, culturele achtergrond of huidskleur. De hogeschool heeft geen specifieker personeelsbeleid gericht op de man-vrouw verhouding. Bij het aannemen van nieuw personeel wordt wel altijd gekeken naar de (diversiteit van) de samenstelling van de teams.”

  1. ING Bank Vlaardingen

Beloofde er op terug te komen. Na enkele herinneringen geen reactie meer.

  1. Maasstad ziekenhuis – geen reactie
  2. Unilever – geen reactie
  1. Dirk van den Broek

Reageerde met dat zij ‘in principe geen cijfers of informatie verstrekken aangaande het personeelsbestand.’

  1. Post NL (Rotterdam)

Een woordvoerder van PostNL vond het ‘begrijpelijk dat Vers Beton vragen stelt omtrent dit topic’, maar kende ook geen aparte cijfers binnen de regio Rotterdam in vergelijking met de landelijke cijfers. Op de vraag of we dan landelijke cijfers konden krijgen, werd geen reactie meer gegeven.

  1. Erasmus Universiteit: vrouwelijke hoogleraren minder dan landelijk 

De Erasmus Universiteit verwees ons naar het digitale jaarverslag. In 2015 bedroeg het totaal aantal werknemers 2734, waarvan 51% vrouwen en 49% mannen.

  • Ook de universiteit scoort nog  lager dan het al bedroevend lage percentage vrouwelijke hoogleraren van 18%. Het aantal (bijzonder) hoogleraren-posities dat door vrouwen bekleed wordt is aan de EUR 15%, tegen 85% dat door mannen wordt bekleed. 
  • Het grootste verschil is te zien onder de gewone hoogleraren. Hiervan is 10% vrouw en 90% man.  Maar onder overig (wetenschappelijk) personeel, promovendi en student-assistenten zijn de vrouwen in de meerderheid.
  • De fulltimefuncties worden hier – opvallend – wel iets vaker door vrouwen bekleed. Op 51% van de fulltime functies werken vrouwen, tegenover 49% mannen.

Qua beleid: voor genderdiversiteit heeft de Erasmus Universiteit een ‘career development-programma’ opgericht voor vrouwen. Ook wil de Erasmus Universiteit meer vrouwelijk talent behouden door middel van vrijstelling van onderwijstaken na zwangerschaps. Dit door een bedrag van 15.000 euro beschikbaar te stellen om vervanging van onderwijs te bekostigen.

Voorbeeldfunctie

Onze voorzichtige conclusie is dat de vraag naar emancipatiecijfers zo’n 100 jaar na de eerste viering van Internationale Vrouwendag nog best gevoelig ligt. Of op z’n minst een ongemakkelijke vraag is voor de grootste werkgevers van onze stad. Cijfers beloven maar niet meer sturen, niets bekend willen maken, of helemaal niet reageren. Uit de cijfers die we wél ontvingen maken we op dat de grootste werkgevers, als het gaat om vrouwenemancipatie, nog niet de voorbeeldfunctie vervullen die je zou kunnen verwachten op basis van hun positie in de stad.

Wat nu? Vandaag, op Internationale Vrouwendag leggen we alle bedrijven die niet gereageerd hebben dit artikel nog een keer voor. Misschien kun jij ons helpen om hen over te halen tot het geven van antwoorden? Als er reactie komt plaatsen we een update!

En Vers Beton, hoe zit dat bij jullie?

Vers Beton bestaat uit een grote redactiepoule van bijna 150 mensen die af en toe iets bijdragen. Omdat dit in de regel vrijwilligers zijn die elk op hun eigen ritme werken (soms heel lang niet, dan een tijdje wel) is dat lastig te vergelijken. Daarom is het nuttiger om te kijken naar het kernteam dat alle schrijvers en beeldmakers structureel ondersteunt. De ‘topfuncties’ bij Vers Beton bestaan uit een kernteam van 12 mensen (hoofdredactie, sectieredacteuren, beeldredacteuren en zakelijke afdeling). Hiervan is 75% vrouw. 100% van de vrouwen en 100% van de mannen werkt parttime. Van de 13 eindredacteuren zijn er 7 man en 6 vrouw. Belangrijk verschil met de grote werkgevers is dat bij Vers Beton slechts 5 mensen uit het kernteam een kleine maandelijkse vergoeding voor hun werk krijgen. De andere medewerkers krijgen soms op projectbasis betaald, maar het grootste gedeelte van hun tijd wordt niet vergoed.

Reageer of deel op Social Media

Tags:emancipatie, Rotterdamse bedrijven, vrouwelijke hoogleraren en werkgevers

Sectie: Economie

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *