Human interestPolitiek7 maart 2017

Identiteit: ik ben meer Rotterdams dan Nederlands

Column

In Rotterdam voelt Shantie Singh die heerlijke ruimte voor de eigenaardigheden van het individu. Landelijk signaleert zij juist een groeiend collectief waarbij iedere vorm van anders zijn verdacht lijkt.

Beeld: Geertje van Achterberg

Een paraplu stopte ik zorgvuldig in mijn koffer. De doos stroopwafels met molens op de verpakking, het dagboek van Anne Frank, muziek van Marco Borsato volgden. Een voorwerp of muzieknummer meenemen wat Nederland tot uitdrukking brengt. Dat was mijn opdracht voor een summer school van de Verenigde Naties in New York een paar jaar geleden. Uit vele inzendingen was ik geselecteerd om Nederland te vertegenwoordigen. Reacties hierop verrasten me. “Je ziet er niet echt Nederlands uit”, of: “Bijzonder dat juist jij Nederland vertegenwoordigt”. Nee, een vanzelfsprekende Nederlander ben ik volgens velen niet.

Iets anders verraste me nog meer. Er was nog iemand uit Nederland geselecteerd. Een jongeman, net als ik geboren en getogen in Nederland, wonend in Rotterdam, met roots uit de Indiase of Hindoestaanse diaspora. Hij had chutney-muziek meegenomen naar New York om te delen tijdens de summer school, een muziekstroming van de Indiase diaspora, die vooral bekend is in Suriname, Trinidad en Tobago. Muziek die menig verjaardagsfeest uit mijn jeugd had gekenmerkt. “Dit is nu toch ook echt Nederlands?”, zei hij nuchter.

Het klonk prikkelend, eigentijds. Heel Rotterdams. Mijn paraplu en Marco Borsato muziek voelden achterhaald.

Echt Nederlands

Ik heb een gelaagde identiteit: geboren en getogen in Nederland, met ouders uit Suriname en voorouders uit India. Het is mede-gevormd en gevoed door verhalen uit drie totaal verschillende continenten. Mijn Hindoestaanse achtergrond is onderdeel van mijn verhaal, mijn identiteit, mijn invulling van het Nederlander zijn. Ik heb nooit het gevoel gehad dat dat mij minder Nederlands maakt dan een ander. Waarom zou de muziek uit mijn jeugd inderdaad niet net zo goed ‘echt Nederlands’ kunnen zijn?

Me opwinden over het ‘Nederlanderschap’ doe ik al langer. “Erken de multiculturele samenleving als een feit.” Dat scheef ik in 2011 in dagblad Trouw als reactie op Ruttes ‘we gaan Nederland teruggeven aan de Nederlanders’. “Allochtone jongeren willen zich niet afvragen of ze wel bij het Nederland van Rutte mogen horen. Ze zijn allang onderdeel van deze samenleving.”

Onderaan het online stuk kwamen veel reacties. Wat me aangreep: velen riepen dat ik vooral terug moest gaan naar mijn eigen land. Welk land zou dat dan moeten zijn? Suriname was toen mijn ouders er werden geboren al onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. En mijn voorouders werden rond 1900 onder dwang geronseld in India om op de plantages van Nederlandse eigenaren in Suriname te moeten werken.

“Velen riepen dat ik terug moest naar mijn eigen land. Welk land zou dat dan moeten zijn?”

Dé Nederlander bestaat niet, zei Máxima tien jaar geleden. Of toch wel? En hoe definiëren we dat? Wanneer ben je als elders geboren Nederlander een volwaardige Nederlander? En wanneer als hier geboren en getogen Nederlander, met ouders die hun wieg in een zogenoemd niet-Westers land hebben staan? Word je zo gezien als je een derde of een kwart van je culturele erfenis hebt achtergelaten? Als je alleen Nederlands spreekt en het Hindi of Sarnami je alleen vaag op de achtergrond bekend voorkomt? Als de huiskamer bij verjaardagen alleen gevuld is met autochtone vrienden? Als je thuis alleen stamppot klaarmaakt en de kennis en kunde voor het bereiden van roti’s is verdwenen?

Eerste en tweede rang

Het is een menselijke behoefte om te ordenen, indelingen te maken, rijtjes, categoriseren. Overal kom je het tegen. Zelfs, of misschien vooral, als het gaat om mensen. Internationaal genoeg voorbeelden. De hafu’s in Japan. Een term gereserveerd voor de niet ‘volbloed’ Japanners, de Japanners van gemengde afkomst. In Maleisië is het woord bumiputra voor de Maleiers en de autochtone bevolking, om ze duidelijk te onderscheiden van de allochtone bevolking (Chinese en Indiase bevolking). In Dubai zijn er Dubaianen, burgers van het land, en alle migranten die dat niet kunnen worden. Een duidelijke deling, met een eerste en tweede rang erin aangebracht. Gaan we in Nederland ook deze kant op? En is dat werkelijk tot wat we onze Nederlandse identiteit willen verengen?

Mijn ouders kozen ervoor hun oudste dochter, ik dus, geboren te laten worden in het illustere plaatsje Almelo in Overijssel. Zij kwamen als begin twintigers naar Nederland. Vonden het individualisme interessant en prikkelend, en ze mengden dit met de mooie tradities en verhalen uit hun geboorteland waar het collectief belangrijk is. Nu kijken mijn ouders met intense verbazing naar het debat in Nederland. Al het geroep over ‘wij’ en ‘tradities’ in relatie tot die Nederlandse identiteit. Steeds meer aandacht voor het collectief, waarin iedere afwijking van de groep wordt gewantrouwd.

“Kijkend naar Rotterdam was het alsof ik mijn reflectie zag”

Gelukkig maakte ik door mijn ouders ook kennis met Rotterdam. Op 18-jarige leeftijd koos ik na open dagen instinctief voor deze stad om er mijn studie bestuurskunde te starten. Van alle grote steden voelde deze het meest juist, maar kon toen niet verklaren waarom. Ik was de eerste uit mijn familie die naar de universiteit ging. Alles was nieuw, onwennig, ongemakkelijk. Maar kijkend naar Rotterdam, was het alsof ik mijn reflectie zag. In een column voor de Erasmus Universiteit schreef ik: “De stad was nog niet af, volop in ontwikkeling en werd vaak omschreven als underdog. Hetzelfde gold voor mij. De metamorfose van het Rotterdamse Centraal Station leek parallel aan mijn eigen ontwikkeling te lopen. Beetje bij beetje, steen voor steen, ontdekte ik wie ik was, durfde ik steeds groter te dromen.”

Rotterdam is de plek waar ik in navolging van mijn (voor)ouders naartoe ‘migreerde’. Want soms voelt het als een ander oord, een plek op zichzelf in Nederland. Ik kwam erachter dat Rotterdam ‘nooit af is’, niet in een hokje valt te stoppen. Juist omdat haar geschiedenis zo afwijkt van alle andere grote steden, is haar toekomst onvoorspelbaar. De stad werd mijn muze en voorbeeld. Zoals die zichzelf steeds weer ontwikkelt en opnieuw uitvindt. En hoe dit nooit op zal houden. De Rotterdamse identiteit is nooit af, net zoals de mijne.

Onverwachte stadintimiteit

In Rotterdam kan ik alles los laten. Alles wat ik om me heen optrek om mezelf te definiëren: geslacht, afkomst, leeftijd, uiterlijk, opleiding, beroep, hobby’s. Vanuit die vrijheid ontdekte ik in Rotterdam een andere vorm van reizen. Naar de wereld van de verbeelding, waarin alles opgebouwd en gesloopt kan worden met de snelheid van de gedachte. In Rotterdam ontdekte ik het schrijven. Waar alleen een collectief vanuit een zelfgekozen ik kon bestaan.

In de ‘echte’ Rotterdamse straten is geen meerderheid qua etniciteit. Het Rotterdammer-zijn overheerst. Dat geeft een gevoel van geborgenheid en onverwachte stadintimiteit met andere mede-Rotterdammers. Want als niemand domineert, zijn we op een manier allemaal in charge. In een stuk over de documentaire Studeren als rite de passage van Marina Meeuwisse, zeggen Rotterdamse studenten dat diversiteit de nieuwe standaard is. “In al onze diversiteit zijn wij de nieuwe autochtonen.”

Lang voordat Rotterdam internationaal tot veelbelovende hit onder de wereldsteden werd gelanceerd, en veel twijfelachtigere typeringen moest meetorsen, zag ik dat er schoonheid zit in het zijn van de underdog. Juist als je niet mee kan doen met het keurslijf van een ‘collectief’ door een gedeelde geschiedenis, ontstaat iets anders: vechtlust. De wil om door te zetten en een eigen pad te volgen. Lukt het niet, dan sloop je alles en begin je opnieuw. Ik weet zeker dat velen, van binnen en buiten dit land, zich door deze energie thuis voelen in Rotterdam.

Al die lagen aan identiteiten, geschiedenissen, geloven, overtuigingen, die nooit helemaal zijn ingevuld, nooit af zijn – het is Rotterdam in haar pure vorm. Het mag rauw zijn, of juist helemaal niet, het moet schuren, of juist vallen in harmonie. En ergens in die stad die nooit helemaal te definiëren zal zijn, die altijd door blijft ontwikkelen, waar vooruit kijken belangrijker is omdat er geen vaststaand verleden is, vind ik niet alleen vrijheid. Ik vind er vooral mijn identiteit terug, die in de kern veel meer Rotterdams is.

Bij mijn volgende summer school in het buitenland, neem ik iets mee uit Groos, een Indiase film van de Kruiskade & laddoos van de Surinaamse toko. Nederlands, maar bovenal Rotterdams.

Talktheater
Op 10 maart vindt de tweede editie plaats van Talktheater, een verkiezingsspecial rond de Nederlandse identiteit, met onder anderen rapper Winne, SCP-directeur Kim Putters, Opzij & Joop-publicist Hasna El Maroudi-Alderliesten, spoken word artist Y.M.P., dichter en zanger Raj Mohan, spoken word artist Mariana Hirschfeld, van tv-bekende topdansers Camille Pidou en Ramses, gitarist Lonnie van Dijk en publicist Guity Mohebbi.
Klik hier voor meer informatie en tickets.

Reageer of deel op Social Media

Secties: Human interest en Politiek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *