Stedelijke ontwikkeling & architectuur24 maart 2017

Rotterdam 2037: spelen en stoepkrijten op de Coolsingel

Gesprek met de stad: opgroeien

In 2037 staat wonen in de Rotterdamse binnenstad garant voor een gelukkig gezinsleven: het is dé plek om je kinderen te laten opgroeien. De voorwaarde is wel dat bewoners hun buurt beter benutten.

Over twintig jaar is de stad een plek voor gezinnen, want wonen in de binnenstad staat in 2037 garant voor een gelukkig gezinsleven en blije kinderen.

Het centrum van Rotterdam is dan dé plek om je kind te laten opgroeien. School, werk en allerlei vrijetijdsbestedingen vind je om de hoek. Doorgaand en stilstaand verkeer hebben plaatsgemaakt voor ruimte om te spelen en ontspannen voor de deur. De dagelijkse wandeling naar zompige zandbak of treurige wipkip is verleden tijd. Kinderen trappen in 2037 een bal voor de deur, hun ouders werpen zo nu en dan een onbezorgde blik naar buiten. Iedereen kent zijn buren, de sociale samenhang is groot. En nee, dat geldt niet alleen voor de ‘bakfietswijken’: de hele stad ziet er zo uit.

2037: De kindvriendelijke stad Beeld: Krzysztof Soroka

Ideaal

“Hoe dan?”, horen we je denken, want dit is natuurlijk het droomscenario van jonge moeders zoals wij, die zelf graag in de stad wonen. Wat ons betreft is kinderen opvoeden op het platteland namelijk niet het ideaal. Sterker nog, een onderzoek van RTL Buurtfacts uit 2016 wijst uit dat juist dorpen en gemeenten buiten de stad het slechtst scoren op kindvriendelijkheid: er wonen weinig andere kinderen en er is een gebrek aan basisscholen, kinderopvang, sportvoorzieningen en speelplaatsen in de buurt. Hoera dus voor de stad!

De gemeente Rotterdam wil meer gezinnen met een midden- tot hoog inkomen naar de stad trekken en zet daarom onder andere in op de ontwikkeling van meer gezinsappartementen. Dit is ook de koers van de Woonvisie 2030.

Maar is de stad wel voldoende toegerust op meer opgroeiende kinderen?

Meer of minder kinderen?

We spraken Naomi Felder, architect en co-auteur van het boek De Nieuwe Generatie Stadskinderen. Voor haar boek deed ze onderzoek naar de leefruimte van kinderen in Amsterdam en Rotterdam: “Toen Lia Karsten en ik onderzoek deden voor ons boek zat Nederland nog middenin de crisis. Huizen werden toen niet of nauwelijks verkocht en gezinnen trokken de stad uit. Maar de verwachting is nu dat er meer kinderen in de steden blijven. In Amsterdam is de prognose dat er vierduizend kinderen bijkomen in de komende tien jaar. Dat zijn toch tien basisscholen!”

In hun boek registreren Felder en Karsten een belangrijk verschil met de vorige eeuw: vroeger speelden kinderen meer op straat. In 1950 waren er tien keer zoveel kinderen als auto’s. In 2003 waren er twee keer zoveel auto’s als kinderen. Natuurlijk is dit te verklaren door de toegenomen mobiliteit, maar is het een goede ontwikkeling?

Vroeger speelden kinderen meer op straat

Verkeer

Parkeren voor de deur is een grote luxe voor autobezitters, zeker als je kleine kinderen hebt. Maar veel stadsouders zijn waarschijnlijk best bereid om buiten de wijk of zelfs de stad te parkeren in ruil voor meer leefruimte voor de deur. En dat is helemaal geen onrealistisch scenario, vertelt Professor Carola Hein in dit artikel op Vers Beton over elektrisch rijden in Rotterdam. Dankzij zelfrijdende auto’s hoeven auto’s in de toekomst niet meer voor de deur te staan, maar staan ze op efficiënte parkeerplaatsen aan de rand van de stad, speculeert Hein.

Het gevolg? Meer publieke plekken in de stad om van te genieten en in te spelen! En dat is voor iedereen waardevol, benadrukt Felder. “De buitenruimte moet zich aanpassen aan het leven – alles door elkaar. We moeten op een ander schaalniveau naar de stad kijken, in cirkels van vijfhonderd meter rondom de woning. Mobiliteit moeten we houden, er zullen bijvoorbeeld doorgangsroutes moeten blijven, maar we moeten niet elke straat hetzelfde aanpakken. Uiteindelijk is meer ruimte voor de voordeur voor iedereen fijn, niet alleen voor de kinderen. Het gaat over het totale leven in de stad: elkaar tegenkomen en ruimte delen.”

Sociale samenhang

De gemeente Rotterdam erkent dat er behoefte is aan meer speelruimte voor de deur. Met de zogenaamde Droomstraten worden ‘kansrijke wijken’ beter benut voor spelen en ontmoeten. Doel: de woonkwaliteit te verhogen en de sociale relaties tussen de bewoners verbeteren. Vooral voor gezinnen worden wijken zo aantrekkelijker.

De Kettingstraat in Kralingen-Crooswijk werd de eerste permanente Droomstraat, eind 2016. In de nieuwe inrichting maakt een parkeerplaats plaats voor meer groen en kippen. Maakt een droomstraat een tuin overbodig? “Uit ons onderzoek blijkt dat tuinen voor het spelen helemaal niet zo interessant zijn, daar zijn geen andere kinderen,” zegt Felder. “Het gaat veel meer om de straatkant, om hoe het voor de deur voelt en hoe je van en naar school komt. Daarbij is de buurtschool een belangrijke plek, waar kinderen ook kunnen spelen. Wij hebben in ons onderzoek geleerd dat mensen in Rotterdam vaak verder weg gaan voor de school van hun kind. In hun eigen buurt kennen ze weinig kinderen. Stadsgezinnen zetten puntjes op de kaart en hebben in hun directe woonomgeving geen ‘hier ben ik thuis’-gevoel.” En juist dat, de sociale samenhang van een buurt, is belangrijker dan we denken. Felder: “Vooral voor een gezin is dat belangrijk, het wordt meegenomen in de waardering van de woning.”

Tim Gill onderzoekt, schrijft en adviseert over het effect dat de omgeving heeft op opgroeiende kinderen. Hij bezoekt Rotterdam binnenkort om het belang aan te tonen van kindvriendelijke stadsplanning en stedelijk beleid. Hij doet onderzoek in vier steden: Freiburg, Antwerpen, Rotterdam en Vancouver. Het zijn steden die vooroplopen in de navolging van het gedachtegoed van Enrique Peñalosa, burgemeester van Bogotá en fervent voorvechter van steden ontworpen voor mensen, in plaats van auto’s. Heeft Rotterdam de eerste stappen naar de ideale ‘gezinsstad’ in 2037 al gezet? En zo ja, wat zijn dan de bewezen effecten ervan? Gill: “Rotterdam is een van de weinige grote steden die aanzienlijk heeft geïnvesteerd in het meer kindvriendelijk maken van de gebouwde stadsstructuur. Als voorvechter van kindvriendelijke steden juich ik dit toe. Ik zag zelf het resultaat van dit programma: parken en groene plekken zijn aangepakt, straten zijn verbeterd voor voetgangers en fietsers. Maar ik weet dat er discussie is over het succes ervan, en dat sommige elementen van het beleid controversieel zijn. Ik wil daar graag meer over weten en daarom kom ik in 2018 naar Rotterdam.”

2037: De kindonvriendelijke stad? Beeld: Krzysztof Soroka

“Steden zijn complex en veranderen steeds, het is daarom soms moeilijk om te bepalen wat in het beste belang is van de huidige en toekomstige bewoners,” vervolgt Gill. “Naar een stad kijken door de ogen van een kind is een goede manier om de leefbaarheid en duurzaamheid ervan te garanderen”. Steden die niet werken voor kinderen, werken voor niemand, vind Gill”. Gill: “Sommigen denken dat het Rotterdamse beleid wordt ingezet om armere gezinnen de stad uit te duwen, dat kan niet de bedoeling zijn. Het doel is juist om de algehele betrokkenheid te verbreden en kansen en levensomstandigheden te verbeteren, voor iedereen.”

Spanningsveld

Felder herkent het spanningsveld tussen beleid en bewoners dat Gill aanstipt. Ze vertelt dat haar onderzoek wordt opgepakt door gemeenten, maar dat er nog een gat zit tussen goede bedoelingen en echt dingen ondernemen: “Gezinnen zijn essentieel en steden zien dat, maar dat dit een wezenlijk andere, ruimtelijke aanpak vergt is nog heel moeilijk. Het raakt onder andere aan onderwerpen zoals parkeerplaatsen. Daarin moet stelling worden genomen, zonder dat dit meteen uitbetaalt. Dat is een spanningsveld. Iedereen omarmt de ideeën over een andere invulling van de buitenruimte, maar terug aan de tekentafel verandert er niets. Met het Kansrijke Wijkenprogramma doet de gemeente Rotterdam zijn best om de stad aantrekkelijker te maken voor gezinnen, maar het heeft een sterke focus op meetbare getallen en dat is dus op wonen. Als die woningen er genoeg zijn, doe je het goed voor gezinnen, zo wordt verondersteld.”

Een leefbare wijk vraagt dus om meer dan alleen gezinsappartementen. De opbouw van een buurt is van belang, zoals Gill al benoemde, maar een gelukkig gezinsleven is ook nauw verbonden met een ‘buurtgevoel’. Clara den Boer, oprichter van lesprogramma ‘Gelukskoffer’, onderstreept het belang van sociale contacten voor kinderen: “Relaties met andere mensen zijn voor geluk essentieel, dus als er in wijken meer cohesie ontstaat draagt dat direct bij aan geluksbeleving.”

Focus verschuiven

Meer sociale betrokkenheid in de Rotterdamse buurten, hoe bereik je dat voor 2037, en het liefst eerder? Door auto’s naar de stadsranden te verbannen zijn mensen direct meer aangewezen op de eigen buurt. Ze zullen eerder kiezen voor een supermarkt, speeltuin en school in de directe omgeving en daar dus ook eerder kennismaken met buurtbewoners. De oplossing lijkt zo eenvoudig! Felder: “Kijk, we praten nu over een situatie twintig jaar van nu. Het is doodeng voor de politiek om daar stelling over in te nemen. Toch moeten ze serieus naar testcases en pilots kijken. Juist in Rotterdam zijn alle straten hetzelfde ingedeeld, met aan twee kanten parkeren. Je kunt de parkeerplaatsen wel anders indelen, maar dan staat die wagen weer bij een ander voor de deur. Het gaat over wat we belangrijk vinden. Is de vorm binnen de hekken spelen, of mag je overal spelen en maar op een paar plekken parkeren? Je moet met elkaar een leefbare stad maken.”

Kindvriendelijke buurten stellen kinderen in staat hun horizon geleidelijk te verbreden

Hoe ziet dé kindvriendelijke stadsbuurt er volgens Gill uit? “Kindvriendelijke buurten stellen kinderen in staat om hun horizon geleidelijk te verbreden, en daarmee ook het inzicht in zichzelf en de mensen en plaatsen om hen heen, terwijl ze opgroeien. Deze buurten zijn compact, eenvoudig te verkennen te voet of per fiets, groen, gastvrij en gezellig voor kinderen en gezinnen, en bieden goed lokaal onderwijs, spel en recreatieve faciliteiten toegankelijk voor kinderen van verschillende leeftijden, niveaus en met verschillende achtergronden. Goed ontworpen speelplekken zijn hier slechts een klein onderdeel van, maar helaas is dit vaak de voornaamste focus van beleidsmakers en planners.” Tijd om die focus nu te verschuiven, voor een écht kindvriendelijk Rotterdam in 2037.

Het Gesprek met de Stad

Deze serie is tot stand gekomen in samenwerking met Het Gesprek met de Stad van de Gemeente Rotterdam. (wat betekent dit?)

De gemeente Rotterdam wil graag weten hoe Rotterdammers naar de toekomst kijken. Hoe we leven we samen in 2037, hoe wonen en werken we, hoe groeien onze kinderen op, hoe staat het met het onderwijs en onze gezondheid en hoe kunnen we de stad verder verduurzamen? Hierover worden op verschillende manieren gesprekken georganiseerd. De resultaten worden ter beschikking van de stad en het stadsbestuur gesteld.

Praat mee!
Je kunt ook mee doen. Bijvoorbeeld door de online enquête in te vullen of door een gesprekssessie in jouw organisatie of instelling te organiseren. Alle ideeën zijn welkom! Neem dan contact op via mail verhaal@rotterdam.nl.

Praat mee!
Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:gesprek met de stad, gezinnen, kinderen en opgroeien

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *