Voor de harddenkende Rotterdammer

Oud Delfshaven is mede door de bloeiende binnenstad langzaam minder populair geworden. Tekenend is de stilte na sluiting van de voormalige publiekstrekker De Dubbelde Palmboom vijf jaar geleden, constateren Jacques Börger en Anne Jongstra.

Dit jaar staat in Historisch Delfshaven het voormalig pakhuis en museum De Dubbelde Palmboom vijf jaar leeg. In oktober 2012 sloot Stichting Museum Rotterdam de deur van de museumlocatie. Het bleef in Rotterdam oorverdovend stil.

OudDelfshaven
De Aelbrechtskolk in Delfshaven aan het begin van de jaren ’60. Beeld door: beeld: Lex de Herder

Hoe anders was dat bij de opening op 11 september 1975. Burgemeester André van der Louw opent die donderdag het gebouw dat ‘het hart van Historisch Delfshaven’ moet worden. En dat willen veel mensen wel eens zien. Volgens Het Vrije Volk vindt in het openingsweekend een ‘stormloop’ plaats op Museum De Dubbelde Palmboom. Tien jaar later ontvangt het Museum de miljoenste bezoeker.
Historisch Delfshaven is een geliefd stukje Rotterdam in de periode 1975 – 1985. Het gebied wordt het ‘Montmartre van Rotterdam’ genoemd en gezien als de publiekstrekker voor de stad. Dat zal echter van korte duur blijken. Want in de loop van de jaren tachtig verlegt Rotterdam zijn aandacht naar de binnenstad om aan een ‘Manhattan aan de Maas’ te bouwen. Het aantal bezoekers aan oud Delfshaven neemt snel af.

Oog voor historische betekenis

Het plan om oud Delfshaven op te knappen was geen onderdeel van de Stadsvernieuwing of een plotselinge oprisping van historisch besef. Al in 1960 constateert het Historisch Genootschap Roterodamum tevreden dat de gemeente niet alle gebouwen met historische betekenis wil opofferen voor de uitbreidingsplannen van de wederopbouw.
Een deel van oud Delfshaven blijkt dan al door de gemeente van sloop gevrijwaard. Mogelijk heeft de directeur van Gemeentewerken Jan Tillema hierin een rol gespeeld. Hij is vanaf 1946 verantwoordelijk voor de uitvoering van de opbouwplannen, maar is ook persoonlijk geïnteresseerd in de geschiedenis en met name in historische monumenten van de stad.
Van het herstel van historische gebouwen langs de kades van de Voorhaven wordt dan ook begin jaren zestig al serieus werk gemaakt. Het behoud van het oudste gebouwtje, het Zakkendragershuisje aan de Aelbrechtskolk, stond als eerste op de lijst.

‘Levendig stadskwartier’

Tillema mag van zijn wethouder de lijst uitbreiden met de Pelgrimskerk en het Raadhuis van Delfshaven, waar nu stadsbrouwerij De Pelgrim zit. De gemeente staat een ‘levendig stadskwartier’ voor ogen, niet zozeer een toeristische trekpleister. De restauratie van het Zakkendragershuisje wordt echter flink duurder dan begroot en dat remt de verdere restauratie. Voor de Rotterdammers lijkt het allemaal niet te hoeven, zij vinden de nog dichtgespijkerde huizen van oud Delfshaven ‘rijp voor afbraak’.
In 1967 lijkt er weer vaart in de restauratie te komen als de Commissie Kunstzaken met een ambitieuze notitie komt waarin Rotterdam in een grote beweging weer op de culturele kaart wordt gezet. Het Museum Boijmans van Beuningen zal worden uitgebreid, er komt een kunstencentrum op de Lijnbaan, het Schielandshuis zal worden gerestaureerd en er komt een plan voor een tweede schouwburg. Ook de restauratie van oud Delfshaven staat op de wensenlijst. Voor het oude Raadhuis is zelfs een bestemming gevonden: het wordt een dependance voor het Historisch Museum om de collectie archeologie te tonen.
Ook vanuit het Rijk komt steun. De minister van Cultuur benoemt oud Delfshaven tot ‘beschermd stadsgezicht’, want ‘het is het enige deel van de stad dat Rotterdam verbindt met voorbij eeuwen.’ De oude panden afbreken mag niet meer.

Herstel in rustig tempo

Een jaar later voegt de gemeente daden bij de woorden met een forse verhoging van het budget voor kunst en cultuur. De wethouder vindt Rotterdam een moderne stad die ‘een beetje oud best kan gebruiken’. Er lijkt, mogelijk door het toenemend ongenoegen over de ongezellige binnenstad, een andere wind te waaien in de plannen voor de stad.
In een rustig tempo wordt oud Delfshaven hersteld. Voor de mensen die mogelijkheden voor toerisme zien, gaat het allemaal veel te langzaam. Maar directeur Tillema weet als geen ander dat snelheid en restauratie van oude monumenten niet samengaan.

In 1973 staat in het opgeknapte een maquette van hoe Historisch Delfshaven er uiteindelijk uit gaat zien. En dan klinkt de eerste typisch Rotterdamse kritiek. Oud Delfshaven gaat meer op een openlucht museum lijken dan op een woonwijk. Het krijgt een hoog Anton Pieckgehalte. Bovendien is het Raadhuis al twee jaar niet in gebruik. Geen enkele ondernemer durft daar horeca te beginnen.

De Dubbelde Palmboom hoogtepunt

Twee jaar later bereikt de restauratie een voorlopig hoogtepunt met de opening van museum De Dubbelde Palmboom in een voormalig pakhuis. Raadhuis, Pelgrimskerk en Museum vormen nu een mooie rij langs de Voorhaven. In de Pelgrimskerk zegt de burgemeester in zijn toespraak dat het werk nog niet gedaan is. Ook de distilleermolen op de kop van de haven wordt opgeknapt, net als het oude magazijn van de VOC aan de Achterhaven. In het voormalig pand van Henkes zullen ateliers en galerieën komen. Alles tezamen een prima plek voor liefhebbers van cultuur en historie.
Bewoners bewonderen het museum maar uiten ook klachten. Een straat verder dan de opgeknapte historie ligt een ander stuk geschiedenis te verkommeren. ‘Als je Historisch Delfshaven gezien hebt, kom dan eens langs in de Schans en de Watergeusstraat’, zeggen Delfshavenaren tegen journalisten. Maar ook die straten komen aan de beurt, want inmiddels heeft het wederopbouwplan een andere invulling gekregen. Onder het motto van Stadsvernieuwing wil Rotterdam eerst kijken naar behoud voordat er gesloopt wordt. Mogelijk dat de ervaringen met oud Delfshaven een rol hebben gespeeld bij deze verandering van inzicht. Nu, veertig jaar later, vormen die straten meer een ‘levendig stadskwartier’ dan Historische Delfshaven dat te weinig spektakel biedt om toeristen te trekken.
Maar belangrijker voor het afnemen van de aantrekkingskracht van oud Delfshaven is dat Rotterdam vanaf 1985 vooral aandacht schonk aan ‘de beleving in de binnenstad’ en de nieuwe skyline. Rond Historisch Delfshaven wordt het stiller en het lege museum lijkt nu een monument te worden van een overgangsperiode waarin historie een plek kreeg binnen de dynamiek van Rotterdam.

Voordat je verder leest...

Wij kunnen alleen bestaan dankzij support van lezers. Help jij ons om onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk te blijven maken? Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Jacques Börger

Jacques Börger

Jacques Börger (1955) is historicus en woont sinds 1998 in Rotterdam. Jacques is verantwoordelijk voor de communicatie en marketing van Museum Rotterdam en schrijft regelmatig stukjes over Rotterdam en haar geschiedenis.

Profiel-pagina
anne2

Anne Jongstra

Anne Jongstra (1964) ziet zaken graag in historisch perspectief. Hij is geboren en getogen in Rotterdam, studeerde in de jaren tachtig geschiedenis in Utrecht en werkt nu voor het Stadsarchief Rotterdam.

Profiel-pagina
11913506_10207726898754340_5365108176756306874_n

Fenna Schaap

Profiel-pagina
Lees 7 reacties
  1. Profielbeeld van R.Sörensen
    R.Sörensen

    Afstand vanuit het centrum van Rotterdam naar Schiedam 8 km, naar Delft 16 km, naar Gouda 24 km en naar Dordt 25 km.
    Wat zouden jullie doen als tourist?

  2. Profielbeeld van Henry Koster
    Henry Koster

    De Dubbelde Palmboom is een groot gemis. Dit was nu net een museum met een hoog hands-on gehalte. Als een individu die behalve meesterwerken zoals in Le Louvre of het Rijks niet bijster veel op heeft met vooral ‘moderne’ kunst en de hype er omheen vind ik dit soort musea onontbeerlijk, vooral voor de jeugd. Prima dat we gelukkig nog het Maritiem Museum hebben in onze havenstad. Maar dat gedrocht achter het stadhuis wat blijkbaar het beste van de Rotterdamse musea zou moeten zijn is niet meer dan een pleister op de wond van kunstminnende Rotterdammers. Het doet mij meer aan als een soort veredelt VVV kantoor voor Rotterdammers. Niets ten negatieve voor de hartstochtelijke vrijwilligers en medewerkers aldaar maar kom op als dat het beste moet zijn van alle collecties van musea die er waren en nu zijn samengevoegd in dat geschiedkundig-vvv-kantoortje dan is de curator van die collectie vast een boekhouden en geen kunsthistoricus of zo…

  3. Profielbeeld van John C
    John C

    Delfshaven
    Het is inderdaad heel vreemd te ervaren, dat een uniek stukje Rotterdam bij mij nooit enig sentiment heeft opgeroepen.
    Ik herinner me bijv. de Gebr. Cupedo met een machinefabriekje voor pneumatisch aandrijvingen vlg eigen concept. Een uniek ontwerp. Eén van de directieleden had een hobby …tin gieten..uitsluitend om te bewijzen, dat armeluis’ zilver tin was, maar wel, dat de legering in vroegere tijden essentieel was om niet die lood-achtige kleur te produceren.
    Er bestond dan ook een controverse met de man van het tinnengietershuisje, die Cupedo’s samenstelling bestreedt. Onterecht, want ik heb al zo’n 40 jaar een wijnbeker van Cupedo, die qua kleur puur zilverachtig is gebleven.
    Misschien zou een optie geweest zijn in samenwerking met de RDM oude productiemethoden van machinefabriekjes, die in Rotterdam als toeleverancier aan schepen hun bestaan hadden, te laten zien. Zoals dat overigens wel werd gepoogd in de Dubbelde Palmboom. Of, misschien als onderdeel van de huidige lts opleidingen als pure basiskennis functioneel zou kunnen zijn door bijv. stempels, of gereedschap maken.
    Er zat ook nog een zeepoederfabriek van Akzo, als ik me goed herinner
    Horeca?
    Een restaurant annex cabaret is volgens mij nooit goed van de grond gekomen.
    Een restaurant, dat plotsklaps waterkonijn op het menu had. Bestaat het nog?
    En natuurlijk galerietjes. Leuk maar geen echte publiekstrekkers.
    Het zou best wel eens kunnen zijn, dat de bereikbaarheid parten speelt.
    En misschien willen de huidige bewoners, die rust op Zondag zo houden.
    Laten we het maar beschouwen als een heel stil rustpunt in de Großstadt in het weekend…uit een heel ver verleden en het daarbij laten.
    Maar vreemd blijft het

  4. Profielbeeld van Inge Janse
    Inge Janse

    “Rond Historisch Delfshaven wordt het stiller”

    Misschien stiller, maar zeker niet stil. Als de schrijvers op een zonnige dag langskomen, dan zien zij ongetwijfeld de drukte op de terrassen van de Pelgrim en het Bruggetje, plus de groepen toeristen richting de Pelgrimvaderskerk*.

    *Misschien dat dat het euvel is: waren de schrijvers niet per ongeluk bij de door hen genoemde Pelgrimskerk en zagen zij daarom een ander straatbeeld? ;).

  5. Profielbeeld van Hans Roodenburg
    Hans Roodenburg

    Ik herinner mij (in 1975 werkte ik bij Het Vrije Volk) dat in De Dubbelde Palmboom ook horeca zat: ‘De Bonte Hond’. Een actieve uitbater die van de ‘eilanden’ kwam. Wij van voormalig Havenpersclub Kyoto uit Rotterdam hebben er vele jaren vergaderd.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.