Economie12 april 2017

Bazen van de Rotterdamse economie: Marcus Fernhout

Voor deel één van een nieuwe interviewserie met grote spelers in de economie sprak Willemijn Sneep met Marcus Fernhout. De man die het Amerikaanse Cambridge Innovation Center naar het Groothandelsgebouw haalde en zo aan de basis stond van de start-up-scene in onze stad.

Beeld: Antim Wijnaendts van Resandt

Een interview met de grote bazen dus.

Marcus, lachend: “En daar hoor ik bij? Gaaf hoor.”

Zeker. Tot een paar jaar geleden was je zelf een jonge Rotterdamse ondernemer, met Codum. Hoe ben je baas van CIC geworden?

“Ja, hoe word je eindbaas, bedoel je. In 2008 begon ik voor mezelf en zocht kantoorruimte. Maar co-workingspace bestond toen nog nauwelijks. Je moest gewoon voor vijf jaar een plek huren. Ik kende de eigenaar van de leegstaande kantoorruimte aan het Delftseplein 36, maar die wilde voor 20 vierkante meter de verwarming niet opstoken. Dus heb ik het hele gebouw maar gehuurd. Ik heb het ingericht zoals ik mijn ideale kantoor zag en verder mensen om me heen verzameld. Dat is nogal uit de klauwen gelopen. Vijf jaar later had ik 650 huurders een plek gegeven in negen gebouwen, verspreid over Rotterdam, Amsterdam en Arnhem.”

“Het was gaaf en het zat wel vol, maar de mensen groeiden er uiteindelijk niet echt. Echt uitbreiden en sterker worden als bedrijf, dat bleef uit. Dat kwam omdat mensen veertig procent van hun tijd kwijt waren aan ‘dingen regelen’. Dingen die nodig zijn om het schip drijvende te houden, maar die niet bijdragen aan groei. Zoals meubilair, organiseren van events, uitbreiden van connecties, representatieve vergaderruimte waar je klanten kunt ontvangen, talent werven. Dat soort dingen.”

“Toen las ik dat Cambridge Innovation Centre naar Nederland wilde komen. Daar zit een heel groot team achter dat alle ondersteuning regelt en mensen met elkaar in contact brengt. Je hebt nergens omkijken naar. Dus ik belde Rotterdam Partners, kwam zo in contact met oprichter Tim Row, die nog in het land was en ben naar zijn hotel gegaan.”

Dat klinkt haast te toevallig.

“Ja hè, maar het is echt zo gegaan. Ik heb hem verteld wat ik deed en dat we onze zaken heel mooi samen konden voegen. In Rotterdam. Hij vond het wel interessant en drie weken later zat ik in Boston. Ik heb Codum toen per direct overgedragen aan een interim directeur. In februari 2014 was dat. Sindsdien heb ik hard gewerkt om CIC hier op te zetten en aan Rotterdam aan te passen. Ik heb de enorme droom om een grote impact te hebben in Rotterdam. Het is heel gaaf als je als Rotterdammer in je eigen stad echt kan bijdragen.”

Wat gaf de doorslag voor CIC om voor Rotterdam te gaan?

“We hebben een heel grote waarde ten opzichte van andere steden voor een eerste internationale CIC-vestiging, omdat we een enorme poule aan talent hebben. Namelijk 60.000 studenten aan de top-drie-universiteiten Leiden, Delft en Erasmus. En we hebben een haven, een miljardenindustrie die sterk aan innovatiekracht moet winnen. Dat is een enorme sloot aan potentiële business.”

En wat heeft Rotterdam aan CIC?

“Voor Rotterdam is het heel belangrijk omdat je een extra incentive creëert voor die 60.000 studenten om hier te blijven. Hier zitten nu 100, straks 550 start-ups, met gemiddeld drie man personeel en meer zodra ze groeien. Zo’n banenmotor is cruciaal om talent aan te trekken en hier te houden. Grote bedrijven zijn leuk, maar als er een omvalt, bijvoorbeeld in een crisis, is dat een groot verlies. Het is belangrijk voor een stad om infrastructuur te creëren waarop nieuwe bedrijven makkelijk kunnen overleven, schalen en groeien.”

“Met 550 start-ups bij elkaar heb je op zich al een aantrekkingskracht op investeerders. Zo van: je moet wel hierheen komen, want hier heb je de grootste kans om de nieuwe Mark Zuckerberg bij het koffiezetapparaat tegen te komen. Het is toch gaaf als Rotterdam dat wordt? Vandaar dat ik me hard heb gemaakt om dat hier te laten landen en te voorkomen dat het in Amsterdam of Londen zou gebeuren.”

Is het start-upklimaat in Rotterdam naar jouw idee compleet? Wat mist er nog?

“Innovatie is nooit af, dat is inherent aan ondernemen. Je kunt niet zeggen waar over een aantal jaar behoefte aan zal zijn en welke faciliteiten daarvoor nodig zijn. Maar op dit moment zijn de behoeftes wel vervuld. ECE is er voor start-ups die net uit school komen. Wij zijn de volgende stap: voor als ze op eigen benen staan en op willen schalen. Je hebt op RDM de makerspace, die een mooie link biedt om de haven innovatiever te maken. En grote bedrijven als KPN, die een Internet Of Things-lab huisvesten. Al die diverse initiatieven spelen samen in op wat de ontwikkeling in de economie nodig heeft. Dus nee, het is niet klaar en dat zal het ook nooit zijn, maar dat is goed.”

“Uiteindelijk gaat het allemaal om cultuur. Een ondernemerscultuur en een investeerderscultuur stimuleren"

Jij zegt: je hoeft geen raketgeleerde te zijn om te weten dat de petrochemische industrie over twintig jaar afgelopen is. Hoe kan de haven van start-ups profiteren om zichzelf opnieuw uit te vinden?

“Het Havenbedrijf heeft zelf geïnvesteerd in een accelerator-programma, dat wereldwijd start-ups uit de havensector naar Rotterdam trekt. Ze investeren met fondsen zelf in nieuwe bedrijven en technologieën. Uiteindelijk heb je geld, ideeën en talent nodig voor een succesvol innovatie-ecosysteem. En er moet noodzaak zijn. De bedrijven die in de haven zitten moeten de noodzaak voelen om te innoveren, anders gebeurt er niks.”

En voelen bedrijven in de haven genoeg noodzaak tot innoveren?

“De bedrijven daar zitten best wel met een probleem, ja. Een van hun antwoorden is investeren in nieuwe technologie. Ze dragen uit dat ze ’s werelds meest slimme haven zijn. Dat ze daadwerkelijk geld bij het woord zetten, fondsen oprichten en makersspace faciliteren, wijst erop dat ze wel echt op innovatie koersen.”

Moet dat niet veel meer samen met jullie gebeuren?

Lacht. “Natuurlijk. Maar het blijkt niet zo makkelijk om elkaar de hand te schudden en te zeggen: ‘we doen het vanaf nu samen’. Nederland heeft zich in de jaren ’80 met een mainport-beleid gericht op de doorvoer van goederen en mensen. Niet op industrie en productie. Dat heeft geleid tot een enorme groei van de haven en van Schiphol, waardoor ze fysiek de stad zijn uitgetrokken. In ons geval richting de Maasvlakte. Zo is de kloof tussen stad en haven alleen maar groter geworden.”

“Natuurlijk zoeken zowel zij als wij naar bruggen om elkaar weer te vinden. Het menselijk kapitaal met talenten en technologie kun je van nature hier meer vinden dan in de haven. Er zijn dus wel wederzijdse aanknopingspunten, maar we gooien die kloof niet even eigenhandig dicht binnen drie maanden na onze opening.”

Gaat het jou lukken om de kloof tussen start-ups en de haven te dichten?

“Ja. Je moet een gemene deler vinden. Er moet een noodzaak zijn. Dan ga je vanzelf om de tafel zitten tot je eruit bent. Maar dat gaat verder dan een consensus sluiten of een samenwerkingsovereenkomst tekenen. Van convenanten en dat soort dingen hebben we er echt wel genoeg. Die liggen ook allemaal in de kast.”

“Het is belangrijk dat Rotterdam heel veel initiatieven als deze opzet en faciliteiten biedt om hier talent, geld en ideeën te verwezenlijken, die we makkelijk in de haven kunnen implementeren. We moeten een overkill aan supergetalenteerde, snelgroeiende internationale ondernemers hebben. Dan kan het Havenbedrijf daar op een gegeven moment echt niet meer omheen. En vanuit de haven moet de noodzaak tot innovatie gecreëerd worden. Dat proces is aan beide kanten aan de gang.”

Is de noodzaak tot samenwerken voor de haven niet groter dan voor jullie?

“Misschien niet.” En na lang nadenken: “De realiteit is dat we allebei heel erg met ons eigen ding bezig zijn. Het Havenbedrijf met interne innovatie via Port XL en RDM, om hun klanten, de bedrijven in de haven, optimaal te faciliteren. Het wordt interessant voor mensen hier, om bijvoorbeeld met robottechnologie van daar te gaan bouwen. Aan de andere kant zijn wij bezig een populatie van snelgroeiende, internationaliserende ondernemers te clusteren.”

“Uiteindelijk gaat het allemaal om cultuur. Een ondernemerscultuur en een investeerderscultuur stimuleren. Als je dagelijks op een plek zit waar je overbuurman een beursgang heeft, de ander kan uitbreiden naar Bosten en de derde heeft een investering binnengehaald, dan opent dat je geest om ook groter te denken en een investeerder van een miljoen te zoeken. Het is onze missie om de mensen die dat al in zich hebben, maar ook degenen die dat niet vanzelf zien, bij elkaar te krijgen.”

“Als we een bepaalde kritische massa bereikt hebben – wanneer dat is weet ik niet, dat bepalen ze zelf wel – zien havenbedrijven dat ze hier moeten zijn om de haven internationaal gezien echt als innovatief te positioneren. Als het Havenbedrijf de grootste kans wil om de nieuwe Marc Zuckerberg van de haven te vinden, dan moeten ze hier zitten. Dat is een kwestie van tijd.”

"We gooien die kloof tussen start-ups en de haven niet even eigenhandig dicht maar er zijn zeker aanknopingspunten"

Beeld: Antim Wijnaendts van Resandt

Gaat het imago van start-up-stad ons imago van havenstad vervangen?

“Het is een verkeerde ambitie om jezelf start-up-stad te noemen. Dan beland je in een soort marketingspektakel en gaat het niet over de kwaliteit. Het imago is geen doel op zich. Het gaat om benadrukken waar we als stad goed in zijn: het maken van kruisverbanden tussen industrieën, hard werken en zaken doen. Daardoor kunnen we succesvol zijn. Kruisingen maken tussen maritiem, voedsel en medisch. Het bij elkaar vegen en een concentratie maken is een eerste stap, dat stimuleert groei.”

“We hebben regelmatig investeerders van buiten Rotterdam, uit Silicon Valley bijvoorbeeld, hier. Het is voor hen makkelijker om niet overal langs deurtjes te moeten. Ook kapitaalkrachtige Rotterdammers, die wel zouden willen investeren in een start-up maar niet weten hoe, stappen makkelijker in als ze zien dat je hier investeringsmogelijkheden hebt en goed advies.”

“Bovendien, als hier vijfhonderd start-ups overal verspreid zitten, merk je het niet. Maar als simpelweg alles op een hoop zit, dan zegt iedereen: ‘Wauw, Rotterdam is echt een start-up-walhalla’. Terwijl er in wezen niks veranderd is.”

“Natuurlijk helpt dat imago wel om meer mensen hierheen te lokken. Maar het gaat erom dat je de motor echt laat werken. Dat hier heel gave innovaties groeien, die impact hebben en waar de hele wereld profijt van heeft. Dat we de remedie tegen kanker hier ontwikkelen, daar zou ik echt trots op zijn.”

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Cambridge Innovation Center, CIC, Groothandelsgebouw, haven, havenbedrijf rotterdam, innovatie, marcus fernhout, Rotterdamse ondernemers en start-ups

Sectie: Economie

kaart: CIC Rotterdam, Stationsplein, Rotterdam, Nederland

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *