Stedelijke ontwikkeling & architectuur26 april 2017

De Witte Kaap

Gentrificatie op Katendrecht

Nieuw-Katendrechter Rob Houkes dacht in een gemêleerde volkswijk te komen wonen, maar niets was minder waar. Met lede ogen ziet hij de gentrificatie op Katendrecht aan. Voor Vers Beton schreef hij erover, en doet hij geen moeite om zijn ergernis te verbergen.

Gentrificatie, aangezwengeld door woningbouwverenigingen en Gemeentebeleid, is op Katendrecht compleet. Kort door de bocht is gentrificatie het aantrekken van kapitaalkrachtige nieuwe bewoners en (daarmee gepaard gaande) verdringing van de lagere klassen in een stadsdeel. Cody Hochstenbach schreef voor Vers Beton laatst een stuk over overheid gestuurde gentrificatie in Rotterdam. Voor Katendrecht blijkt dit te betekenen dat de diversiteit en veelkleurigheid sterk afneemt en de bevolking steeds homogener, in dit geval witter, wordt.

Beeld: Eva Wijers

Idealisering van het verleden

Op het Deliplein zijn de huizen van binnen gerenoveerd en de gevels zoveel mogelijk gerestaureerd. Hier zijn onder andere de ‘creatieven’ komen wonen. Die mochten het plein ‘leuk’ maken. Waarvan akte. Langs Maashaven is een soort historiserende nieuwbouw toegepast, net geen nieuwe kneuterigheid. Comfortabel wonen, dat zeker. Hier wonen de managers, consultants, succesvolle eenpitters, architecten en accountants. Voor de Fenix I – waarover later meer – zijn de eerste stappen gezet. Elders veel nieuwbouw of gerenoveerde oudbouw bevolkt door jonge gezinnen met kinderen, voor het merendeel wit. En in de zogenaamde Pols van Katendrecht zijn voor de nabije toekomst nóg eens 1700 nieuwe woningen gepland.

De autochtone Katendrechters, voornamelijk wonend daar waar zij altijd al woonden, voelen zich ondertussen genegeerd, vervreemd en in de steek gelaten. Zij verschansen zich in de idealisering van een niet-bestaand verleden, ‘toen alles nog leuk was.’ Intussen vergeten zij voor het gemak de jarenlange vaak onhoudbare overlast door prostitutie én de oorlog die er heerste tussen bewoners en bordeelhouders. Drugs, gedwongen prostitutie, gewapende criminelen: leuke tijden inderdaad!

Toch is er voor hen iets verloren gegaan, dat sentiment heerst. De huidige situatie staat loodrecht op de situatie waarin zij opgroeiden. Het was de tijd dat je als kind boodschappen voor “de meisjes” deed, wat een aardige zakcent opleverde. Thuis bouwden je ouders een klein peeskamertje, om zo ook een grijpstuiver bij te verdienen. Belastingvrij uiteraard, en geheel in overeenstemming met de vrijgevochten aard van de Kapenezen. Ik hou d’r wel van. Opvallend is alleen dat, ondanks de geur van romantiek in deze verhalen, het eigenlijk vooral over geld gaat. En precies om die reden wordt nu ook de historie van Katendrecht ingezet ter promotie ervan.

Branding maakt van de Kaap een soort Efteling

Theater Walhalla, begonnen op het Deliplein, speelde zonder meer een voortrekkersrol bij het op de kaart zetten van Katendrecht. Een nadeel is hun keuze voor de ‘branding’ als hoerenbuurt geweest. Oeh la la! Dit alles gebaseerd op een valse romantisering van ‘de warme rosse buurt’. Hapklare brok voor de burgerman die op een zonnige zomerdag op het strand zijn broek nog niet uit durft te trekken. Het maakt van de Kaap een soort Efteling. Vandaar ook dat de Rijnhavenbrug in de volksmond niet ‘De Taartschep’ heet, maar de ‘Hoerenloper’. Tjonge, tjonge, wat goed gevonden. We gaan een dagje naar Katendrecht, gelachen dat we hebben!

Het Deliplein werd mede door bovenstaande wel een buitengewoon levendig plein. Ook werd het een toeristische attractie van belang. De New York Times spreekt in dit verband van “Rotterdams great energetic entrepreneurial spirit”, maar de Gemeente Rotterdam lijkt er weinig mee op te hebben. De Gemeenteraad, Leefbaar voorop, wil duiten zien en heeft geen oog voor de uniciteit en de meerwaarde ervan voor de stad. De horeca en shops trekken een veelsoortig publiek, maar in gesprekken met gemeenteraadsleden wordt denigrerend gesproken over ‘pop-up winkeltjes’. Alsof het niet over echte ondernemers gaat. Nee, het zijn géén havenbaronnen, maar die komen er wel eten! De Gemeente moet zich schamen. Hetzelfde geldt voor de succesvolle en altijd mudvolle Fenix Food Factory in de tweede loods aan het Deliplein, waarvan gemeenteraadsleden menen “dat je geen grond moet laten braak liggen… en dit is braak liggen” doelend op de Fenix II. Daar zakt mijn broek van af. Ook hier gaat het uitsluitend over de centen. Ooit zijn de loodsen veel te duur aangekocht en de gemeente wil die miljoenen terugzien. Van een langetermijnvisie is geen sprake, laat staan van durf of enige verbeeldingskracht.

Exploitatiedrift

Dezelfde exploitatiedrift zien we op het Deliplein zelf, waar een heel aantal bewoners inmiddels gestoord wordt van alle “festiviteiten” die er jaarlijks plaatsvinden. Dit jaar inmiddels twintig, waarvan een aantal meerdaagse festivals. De kroon wordt gespannen door de Nacht van de Kaap, bedoeld voor die buitenstaanders die zich willen laven aan de sfeer van een niet-bestaande rosse buurt en bier, veel bier. Ooit was ‘De Nacht’ een gezellig laagdrempelig feest met muziek en theater voor de bewoners, waarbij velen nauw betrokken waren. Nu wordt het Deliplein met dranghekken en bewakers afgezet en de toegang bedraagt twintig euro. Commercieel ten top. Walhalla was eerst organisator, maar besteedde het uit aan een bedrijf dat elke mogelijkheid benut om geld te maken. Horeca-ondernemers dragen een deel van hun omzet af aan de organisatoren en mogen niet in geld, maar in fiches afrekenen om fraude te voorkomen. Een enkele ondernemer doet wijs genoeg niet mee. Voor bewoners betekent “De Nacht” dat je tijdelijk woont in een besloten zuip-je-klem-festijn. De organisatie deelt een zuinig aantal polsbandjes uit op elk adres, waarmee je je vrij kunt bewegen binnen de hekken. Sinds wanneer sluiten ze een heel woongebied af? Het ‘feest’ gaat tot vier uur ‘s nachts door. Slapen is er niet bij, zeker voor kinderen niet, dus veel bewoners verkassen tijdens dit evenement naar elders, waaronder ondergetekende.

De ondernemersvereniging Katendrecht zou hier luid en duidelijk een stem kunnen laten horen, maar dat is tot nu toe nog niet gebeurd. Een limiet stellen aan het aantal toegestane festiviteiten per jaar in dit woongebied zou fijn zijn, alleen zie ik het de gemeente niet doen. Het nieuwe culinaire “Eten op Zuid” is gelukkig een voorbeeld van hoe het ook kan en past precies in het voor Katendrecht overeengekomen concept van ‘de drie C’s’: Creatief, Cultureel, Culinair. Ook het ooit heel aardige Welkom Thuis Festival, een aantal jaren geleden nog een vrolijke multiculturele happening, is inmiddels geëvolueerd tot een feestje voor witte hogeropgeleide Nederlanders met hun kroost. Gentrificatie aan het werk. Tamelijk voorspelbaar dat binnenkort dit festivalletje nog uitsluitend bestaat uit zaklopen en koekhappen. Welkom Thuis!

Naast de programmering op Katendrecht is er ook veel te zeggen over de bouw van nieuwe woningen. De al jaren op de rand van een faillissement verkerende bouwer Heijmans worstelt nog steeds met de bouwperikelen en overeengekomen oplevertermijn van de misplaatste woonfabriek aan de Rijnhaven. Fenix I moet ongeveer 250 huishoudens gaan huisvesten uit de kapitaalkrachtige klasse, maar het is nog steeds mogelijk dat de Fenix I nooit gebouwd wordt. Wat zijn de problemen? Asbest en de slechte staat van het beton van de bestaande loods. Gevolg is dat nu vrijwel 80% van de originele historische loods van de voormalige HAL (Holland Amerika Lijn) is gesloopt. Wonen in een loft in een oud industrieel pand? Die illusie zijn veel toekomstige kopers inmiddels tot hun grote schrik kwijt. En alsof dat nog niet genoeg is, kreeg ‘buurman’ Meel- en voederfabriek Codrico een bouwvergunning om hun fabrieksgebouw op te hogen in verband met verhoging van de productie. Concreet betekent dat vaker en meer geluid. En formeel geniet Fenix I geen bescherming van de bepalingen geluidshinder omdat de Fenix onder industrieterrein ‘Maas/Rijnhaven’ valt. Pikant: aan de toekomstige bewoners zijn toezeggingen gedaan over de te verwachten geluidsdruk op basis van de nu bestaande activiteiten van Codrico. Verstandige toekomstige bewoners kunnen zich gelukkig nog bezinnen. Laten we hopen dat het project niet doorgaat en op de fundering een midgetgolf aanleggen!

In de eerste plaats gaat het over geld

Vanwaar mijn irritatie? Onsympathiek aan het gehele verhaal van de opgedrongen gentrificatie is dat het van de tekentafel komt. Nergens gaat het over mensen, maar in de eerste plaats over geld. Gemeente en woningbouwverenigingen zijn meer en meer geldmachines geworden, die besluiten over de hoofden van mensen heen. Het is allemaal georkestreerd en wij – zowel oude als nieuwe bewoners – zijn het materiaal, de grondstof voor de ‘beleidsdoelstellingen’. Projectontwikkelaars ruiken geld. Het motto van meneer Cooiman van Heijmans, die de Fenix mag bouwen, is “Vreet je in”. Vandaar dat Heijmans allerlei lokale projecten steunt. Jarenlang, dat wel. Maar verre van belangeloos en wel degelijk bedoeld als een goede investering. Het creëert goodwill en maakt de verkoop van te bouwen panden gemakkelijker. En zo werd de Kaap als geheel en het Deliplein in het bijzonder in hun ogen een marketingtool, een goede zet in een ouderwets partijtje monopolie.

Van Kleenex naar Vinex

Inmiddels mag ‘het roemruchte Katendrecht’ zich verheugen in het predicaat “Binnenstedelijke Vinexlocatie”. Dit ongetwijfeld tot grote tevredenheid van de wethouder voor Stedelijke ontwikkeling Schneider, die met zijn Woonvisie duidelijk maakte te streven naar een homogene stad met kapitaalkrachtige bevolking. In de praktijk komt dat neer op wit, veel wit. Behalve over geld gaat het dus ook nog over iets anders. Gentrificatie in Rotterdam lijkt een ideologisch gemotiveerd verhaal te zijn. Niet zozeer ‘meer mensen naar de stad, goed voor de stad’ wat het credo was bij de Fenix I, maar meer ‘ons soort mensen naar de stad’. Welvarend en wit. Zou het geen goed idee zijn als Schneider de gemeentewerf aan de Kapershoekseweg in Hoogvliet – waar het hij een asielzoekerscentrum bedacht had – zou opkopen om het tot ambtswoning te verbouwen? Twee vliegen in één klap: hij woont in een volkomen homogene omgeving en hoeft van Rotterdam geen provincieplaats te maken.

Gelukkig vind je op Katendrecht nog heel wat verschillende nationaliteiten en mensen uit de lagere inkomensgroepen. Maar Katendrecht zal nog wel even moeten wennen aan de status ‘yuppenwijk’. De upgrade van een hoerenwijk naar een keurige “nette mensen-buurt”. Van Kleenex naar Vinex, zal ik maar zeggen. Van dranklokalen naar peuterspeelzalen, van geile loedertjes naar bakfietsmoedertjes. De witte Kaap.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Deliplein, Gentrificatie en Katendrecht

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *