Politiek28 april 2017

Een enquête is niet geslaagd als er koppen rollen

Column

De Waterfrontenquête is in meerdere opzichten een fascinerende exercitie, vindt Peter van Heemst. Lastig wordt het pas in de allerlaatste fase. Wat volgt op de onderste steen?

Peter van Heemst Beeld: Jeroen van de Ruit

Het is een van de machtigste wapens die de volksvertegenwoordiging kan inzetten: de enquête. Zowel de Tweede Kamer als de gemeenteraad kan er gebruik van maken om spraakmakende  kwesties en affaires tot op de laatste punt en komma uit te pluizen. En al is vooraf honderd keer gezegd dat zo’n onderzoek vooral is bedoeld om de onderste steen boven te krijgen, als na een maand of zes hard werken het eindrapport er eenmaal ligt, wil iedereen toch vooral weten of er koppen gaan rollen.

Dankzij een enquête worden getuigen onder ede gehoord en krijgt de commissie alle stukken waarvan ze ook maar in de verste verte vermoedt dat die behulpzaam zijn bij de waarheidsvinding. Het is een indrukwekkende expeditie, die eenmaal in gang gezet, niet meer is te stoppen. In mijn Tweede Kamertijd heb ik er een paar keer mee te maken gehad. En toen ik in de Rotterdamse gemeenteraad zat, werd daar voor het eerst in de geschiedenis besloten een raadsenquête in te stellen. Die ging over de vraag hoe de bouwkosten van de parkeergarage onder het Museumpark schandalig uit de klauw waren gelopen.

Negen jaar later, is weer zo’n bijzonder raadsonderzoek aan de gang. Nu naar het Waterfrontdebacle waar frauderende huurders er jaren achtereen in slaagden de gemeente miljoenen te ontfutselen. Niet voor niets gebruikte de gemeentesecretaris deze kwestie als een van de vier voorbeelden van grote gemeentelijke blunders toen hij twee weken geleden optrad bij FuckUpNights Rotterdam. “Ik schaam me er diep voor”, zei hij er deemoedig bij.

“De openbare verhoren zijn slechts het topje van de ijsberg”

Ik ben een grote fan van deze manier van onderzoek. Dat enthousiasme stamt uit een grijs verleden. In de jaren zeventig verslond ik elke snipper nieuws over de hoorzittingen van de onderzoekscommissie uit het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden naar misdragingen van president Nixon. Het onderzoek deed de VS op haar grondvesten schudden. Wat in 1972 begon als een ogenschijnlijk kleine inbraak in een kantoor van de Democratische partij leidde uiteindelijk in 1974 tot het aftreden van de Republikeinse president.

Dat fascineerde me om heel veel redenen. De durf van de volksvertegenwoordigers. Hun vastberadenheid om de beerput tot de laatste druppel te legen. De eensgezindheid. Democraten, zeg maar de oppositiepartij, en de Republikeinen, de partij van de president, maakten zich in gelijke mate druk over waarheidsvinding.

In ons parlement en in de gemeenteraad spelen al deze factoren ook een rol. Niet op precies dezelfde manier als in de VS, maar de overeenkomsten zijn toch groot. Er moet een meerderheid zijn die de noodzaak van een dergelijk zwaar en ingrijpend onderzoek steunt. Dat betekent dus dat niet alleen de oppositie het vraagt, maar dat ook een deel van de coalitie deze stap durft te zetten.

Vanzelfsprekend moet het gaan om een kwestie die maatschappelijk leeft, waar het publiek en de media zich druk over maken. Waar grote zorgen over bestaan. Een enquêteonderwerp komt nooit uit de lucht vallen. Er is iets aan het licht gekomen waarover het gevoel ontstaat: hier kan alleen de onderste steen boven komen als de politiek er zelf serieus induikt.

Wat wij er van meekrijgen, zijn vooral de openbare verhoren. Maar die zijn slechts het topje van de ijsberg. Ze zijn in de weken en maanden die er aan vooraf gaan grondig voorbereid. Zo grondig dat er tijdens die verhoren meestal niets meer gebeurt dat de commissie echt verrast. Want eerder hebben al besloten gesprekken plaatsgevonden met de personen die later in het openbaar verhoord gaan worden. Ieder commissielid weet wie hij gaat ondervragen. Is getraind op het stellen van scherpe vragen en – nog belangrijker – op doorvragen. En hij heeft een handleiding met de te stellen kernvragen voor zich op tafel liggen. Het is een operatie die met militaire precisie wordt uitgevoerd.

“Misschien is de verleiding groot om een wethouder op te offeren”

Lastig wordt het in de allerlaatste fase. Als de commissie haar rapport gaat schrijven, conclusies trekt en aanbevelingen formuleert. Welke bewoordingen kiest zij? Zijn de hoofdrolspelers “ernstig tekort geschoten”? Of: “stapelden ze fout of fout”? Hebben ze “de zaken op hun beloop gelaten”? Erger nog: wisten ze wat er mis zat maar “grepen ze willens en wetens veel te laat in?” Pakten ze zaken “overhaast en ondoordacht aan?”

De woordkeuze luistert nauw. Om twee redenen. Ze moet aansluiten bij de geconstateerde feiten. Doet de commissie dat te enthousiast dan overspeelt ze haar hand. Maar nauwkeurigheid is ook geboden omdat de kwalificaties die de commissie bezigt, de grondstof zijn voor het politieke debat dat de gemeenteraad over het rapport gaat hebben. Daar valt het besluit of de betrokken bestuurders het vertrouwen van de gemeenteraad houden. Bij het Waterfrontdebacle gaat het er voor twee wethouders om spannen: Adriaan Visser (D66) en Ronald Schneider (Leefbaar Rotterdam)

Is een enquête alleen een succes als er politieke koppen rollen? Nee. Dat is een veel te simpele kijk op de dingen. Het hoofddoel is: erachter komen hoe een kwestie in elkaar steekt, hoe iets vreselijk heeft kunnen misgaan. De tweede hamvraag is: welke lessen zijn er uit een affaire te trekken om zaken in de toekomst beter aan te pakken?

Misschien is de verleiding groot om een wethouder van D66 (Visser) en een van Leefbaar Rotterdam (Schneider) op te offeren. Dan wordt binnen de coalitie de politieke pijn eerlijk verdeeld, zou je kunnen denken. En het oogt als een krachtige reactie op een onverteerbare fraudekwestie. Toch hoop ik dat er niet zo’n plannetje klaar ligt of gaat ontstaan. Eerst de feiten. Dan de lessen. En tot slot kijken of deze wethouders de ernst van de zaak erkennen en in staat zijn de verbeteringen door te voeren die de enquêtecommissie noodzakelijk vindt. Dat is de enige goeie volgorde. Want ook zonder dat er koppen rollen, is een enquête dubbel en dwars de moeite waard.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Adriaan Visser, Ronald Schneider, Waterfrontenquête en Waterfrontfraude

Sectie: Politiek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *