Stedelijke ontwikkeling & architectuur24 mei 2017

Hoe het trauma van een verwoeste stad Rotterdam verbindt met steden als Beiroet, Aleppo en Mostar

H.J.A. Hoflandlezing, 2017: “Honderden dunne draadjes”

Architecte Arna Mačkić vluchtte als kind in 1993 voor de oorlog uit een stadje nabij Mostar in Bosnië Herzegovina en kent de pijn van een verwoeste stad uit eigen ervaring. Zij sprak bij de herdenking van het bombardement op Rotterdam de H.J.A. Hoflandlezing uit.

Vaak gaan we ervan uit dat de stad waarin we wonen er altijd zal zijn. Dat het kantoor waar we werken, het schoolgebouw waar we les krijgen, de supermarkt waar we boodschappen doen en de plek waar we wonen niet zullen verdwijnen. Mogelijk zullen wijzelf, stadbewoners, wel verhuizen, of worden bepaalde gebouwen vervangen door nieuwe gebouwen. Maar we kunnen ons niet indenken dat onze meest dierbare gebouwen en plekken zomaar in één klap van de aardbodem kunnen verdwijnen. De stad is onsterfelijk tot je erachter komt dat de stad, jouw stad, vernietigd kan worden.

Wat doet de destructie van een stad met mensen?

Beeld: Nina Fernande

Verbroken verbindingen

In mijn zoektocht naar een antwoord op deze vraag besef ik dat Rotterdam met honderden dunne draadjes verbonden is met steden zoals Beiroet, Palmyra, Aleppo, Mogadishu, Mostar en Mosul. Deze honderden draadjes leiden niet alleen naar deze steden ver weg die ook verwoest zijn, maar ook naar bewoners die de ervaring delen van verlies en opnieuw beginnen.

De kracht van een verwoeste stad is groots. Ze bevindt zich in een unieke staat: je moet een nieuw begin maken, scherp krijgen wat ertoe doet en jezelf opnieuw uitvinden met het pijnlijke verleden vers in het geheugen. Een nieuw begin is namelijk anders en veel zorgvuldiger als je weet wat er op het spel staat en als je weet dat opgebouwde herinneringen, toekomstdromen en ambities zo weer weggevaagd kunnen worden. Zorgvuldig omdat je de mentale toestand waarin de stad zich bevond waardoor dit kon gebeuren wilt voorkomen.

Lees ookWetenschap en onderwijsWaar loopt de brandgrens: de resultaten van het online onderzoekWe onderzochten hoe bewust Rotterdammers zijn van het bombardement

Juist deze unieke blik is wat Rotterdam met andere verwoeste steden en hun bewoners verbindt. Maar het lijkt erop dat we deze verbinding en solidariteit vanuit Nederland verbroken hebben. Zelfgenoegzaamheid, zelfverzekerdheid en comfort zijn in de stad geslopen. We lijken vergeten te zijn wat een verwoeste stad met je doet. Alleen al omdat de fysieke wederopbouw van de stad een ongelooflijk groot effect heeft op het heden. En er zullen nieuwkomers blijven komen wiens thuisplaatsen vernietigd zijn en die het besef van sterfelijkheid kennen. Deze nieuwe bewoners brengen de ervaring van het verlies van hun stad met zich mee.

Ook ik deel de ervaring van verlies en een nieuw begin en hierdoor voel ik me verbonden met Rotterdam. Samen met mijn ouders, mijn zus en mijn tweelingbroer vluchtte ik in 1993 voor de oorlog in Bosnië-Herzegovina en samen begonnen we opnieuw in Nederland. Sinds onze eerste reis terug naar het land heb ik me beziggehouden met verwoeste steden. Ik heb ze niet alleen bezocht, bestudeerd en geanalyseerd, maar ze zijn ook deel uit gaan maken van mijn identiteit. Ik voel me thuis in deze steden. De verbondenheid die ik voel met de stad Mostar, voelde ik ook toen ik twee jaar geleden de stad Beiroet in Libanon bezocht. Ik voel me geen vreemde in verwoeste steden, ook al zijn ze ver weg. Ik ben er thuis doordat ik met de bewoners van deze steden iets heel pijnlijks en gevoeligs deel: een gedeeld verleden met soortgelijke verhalen van verlies en een nieuw begin.

Ook ik deel de ervaring van verlies en een nieuw begin, en hierdoor voel ik me verbonden met andere verwoeste steden zoals Rotterdam.

Terug naar Mostar

Opnieuw beginnen is moeilijk als je herinneringen niet achter je kan laten, geen plek kan geven en niet kan negeren. Maar je kan het wel proberen. Bij ons bleven de herinneringen naar thuis lange tijd onbesproken. Mijn oude thuis was ingenomen door vreemden die alles gebruikten wat mijn oude thuis markeerde. Deze vreemde bezetters van ons huis leefden het leven dat wij hadden kunnen leven. In stilte en zonder gene gebruikten ze stoelen waarop we zaten en aten ze met bestek waarmee wij aten. Zo negeerden ze ons oude leven, alsof wij er nooit deel van uit hadden gemaakt en onze herinneringen er niet meer rondzweefden.

In ons gezin lag de prioriteit niet bij het verlangen naar dit oude thuis. We richtten ons op ons nieuwe thuis, of eigenlijk, op onze nieuwe plek, want ik heb geleerd dat deze nieuwe plek nooit een nieuw thuis kon worden. Zes jaar bouwden we aan deze nieuwe plek, aan stabiliteit en controle. We pasten ons aan onze nieuwe omgeving aan en keken vooruit, het oude negeerden we en probeerden we te vergeten. Onzichtbaar waren we, om niemand tot last te zijn en vooral niet anders te zijn. Na die zes jaar bezochten we in 1999 voor het eerst weer het oude thuis.

Mijn oude thuis was ingenomen door vreemden

Die eerste reis terug heeft veel indruk op me gemaakt. Dat jaar, en vele jaren daarna, bezochten we steden als Mostar en Sarajevo en bestudeerde ik de verwoeste stad en zijn gebouwen. Het was, en is nog steeds, uniek om een stad zoals Mostar in deze staat mee te maken. Het was een van de eerste momenten van reflectie, waarin ik me moest verhouden tot wat er niet meer was en wat ik niet meer had.

Het cultureel erfgoed dat verwoest was, of juist getransformeerd op plekken met een politieke en nationalistische boodschap, moesten schijnbaar iets zeggen over mijn identiteit. Voor het eerst konden mijn ouders mij plekken laten zien die iets vertelden over hun oude leven, de tijd voor de oorlog. Ik leerde hen door middel van die plekken ook beter kennen. Ik besefte dat dit cultureel erfgoed, deze straten, gebouwen en pleinen, niet bestonden uit koud steen en beton, maar uit honderden en duizenden herinneringen en verhalen die maakten dat mensen zich met deze plekken identificeerden. Deze plekken hebben betekenis, een verhaal. En via mijn verbondenheid met mijn ouders en omdat het oude Joegoslavië ook mijn geboorteplaats is, begonnen deze plekken ook deel uit te maken van mijn identiteit. Maar naarmate ik meer heen en weer reisde begon ik te beseffen dat ook deze plek en dit land nooit meer mijn thuis zullen zijn.

Identiteitsloos

Mijn identiteit was allang niet alleen Joegoslavisch of ‘Bosnisch’ meer. Ook was mijn identiteit allesbehalve verwoest, want inmiddels was ik óók Nederlands en een beetje Surinaams, Turks, Irakees, Antilliaans en gevormd door al die andere culturen en identiteiten waarmee ik in aanraking kwam in de grote flat in Zoetermeer waar we kwamen te wonen toen we onze verblijfsvergunning kregen.

Identiteit is niet iets dat vaststaat. Identiteit is je verhouden tot. Het woord identificatie omschrijft dit beter.

Misschien dat ik een term zoals identiteit bevraag omdat ik in zekere mate een buitenstaander ben. Nog altijd is mijn identiteit veranderlijk, zoals die van iedereen. Want identiteit staat niet vast. Identiteit is je verhouden tot. Het woord identificatie omschrijft het beter. Identificatie is een proces dat nooit af is en dingen nooit vastzet. Het is een open proces.

Om je op zo’n open manier te kunnen identificeren, zijn er gelaagde, diverse en historische aanknopingspunten nodig. Het is interessant dat de grote flat in Zoetermeer deze aanknopingspunten niet had. Ik beschouwde het als een flat met een ‘identiteitsloze’ sfeer en architectuur, maar er woonde wel een veelvoud aan identiteiten en culturen waartoe ik me kon verhouden en waar ik van leerde, leende en kopieerde om mijn eigen identiteit samen te stellen.

Compleet was mijn identiteit niet doordat de Nederlandse laag nog miste. Behalve de tradities en de taal die ik meekreeg van docenten op school en de beelden op tv had ik geen idee wat het betekende om Nederlands te zijn. Mijn buren en klasgenoten wisten het ook niet. Daarnaast waren er ook geen historische aanknopingspunten om ons toe te verhouden. De flat stond in een wijk die volgens modernistische uitgangspunten gebouwd was en daarom werd er ook geen symboliek gebruikt die verwees naar geschiedenis of cultuur. Het was totaal anders geweest als we bijvoorbeeld in de grachtengordel van Amsterdam hadden gewoond waar je je kunt verhouden tot iets wat er al lange tijd staat en betekenis heeft voor mensen. De ‘identiteitsloze’ Zoetermeerse flat gaf de bewoners de mogelijkheid de eigen meegebrachte en inmiddels dus ook vermengde identiteit uitvergroot te uiten.

De ‘identiteitsloze’ Zoetermeerse flat gaf de bewoners de mogelijkheid de meegebrachte en inmiddels dus ook vermengde identiteit uitvergroot te uiten.

Hoewel het pijnlijk kan zijn geconfronteerd te worden met onbesproken herinneringen, besefte ik steeds meer hoe belangrijk het is om de herinneringen te erkennen. Ze als waarheid benoemen of vastzetten zou me afsluiten van de rijkdom van de gelaagdheid om me heen, maar toch hebben ze bestaansrecht. Als gevolg van mijn innerlijke strijd of ik mijn herinneringen moest beschouwen als vriend of als vijand, ging ik me thuis voelen bij mijn verbeelding.

Ik dacht eraan om een andere wereld te bouwen, een plek van herinnering en een plek om nieuwe herinneringen te maken. Precies dit is de reden dat architectuur mijn uitingsvorm is geworden. Binnen dit vakgebied werk ik met mijn studio vanuit een sociaal-maatschappelijke urgentie en maken we voorstellen voor nieuwe publieke plekken, gebouwen en interieurs die herinneringen niet uitsluiten maar die ruimte bieden – zonder groepen mensen buiten te sluiten – om nieuwe gezamenlijke herinneringen op te bouwen.

Onherstelbare verdwijning

Na de Tweede Wereldoorlog was Rotterdam voor een groot deel verwoest. Toch had de brand niet alles vernietigd, er stonden namelijk nog historische gebouwen. De stad koos er bewust voor om alles met de grond gelijk te maken, om daarna een nieuwe moderne stad te bouwen. Rotterdammers, met de pijn van het verlies en de herinneringen aan hun oude leven, kwamen plotseling in een nieuwe gebouwde omgeving te wonen, met modernistische architectuur zonder historische en gelaagde aanknopingspunten.

Ik kan me voorstellen dat ik, die na een oorlog in Bosnië-Herzegovina kwam te wonen in een modernistische wijk in Zoetermeer, me hetzelfde gevoeld moet hebben als deze Rotterdammers. Ontworteld van het bekende. De oude bekende aanknopingspunten waren verdwenen, er was geen plek voor verdriet en herinneringen. Er was alleen plaats om je aan te passen aan het nieuwe thuis en om te bouwen aan een nieuwe toekomst. Maar hoe doe je dat eigenlijk als het bekende er niet meer is?

Er was geen plek voor verdriet en herinneringen, alleen plaats om je aan te passen aan het nieuwe thuis en om te bouwen aan een nieuwe toekomst.

Een van mijn grote helden, Bogdan Bogdanović, schreef over de dood van de stad en stelde in 1994 de vraag: “Begrijpen we wat het onherstelbaar verdwijnen van een stad met zich meebrengt? Als de stad een onovertroffen opslag van herinneringen is, eentje die de herinneringen van een natie, ras of taal verre overtreft, wat zullen dan de gevolgen zijn van die verdwijning?”

Sterfelijke stad

Het is erg als de gebouwde omgeving verdwijnt, maar de daad van verwoesting is nog veel erger. Ik zal dit illustreren aan de hand van een brug die generaties lang betekenis heeft gehad binnen mijn familie: de Oude Brug in Mostar.

In Mostar werd zeventig procent van de bebouwing verwoest. Niemand had verwacht dat de stad ooit slechts een schim zou worden van wat hij geweest was. Een groot deel van de oorlog was gericht op de architectuur in de stad. En dan bedoel ik de symbolische architectuur: gebouwen waar de inwoners zichzelf mee identificeren, omdat er veel herinneringen en verhalen aan verbonden zijn. Denk aan belangrijk erfgoed, bibliotheken, bruggen, musea, universiteiten en pleinen. Een bekende tactiek van oorlogsvoerders is om mensen psychisch uit te schakelen door alles waarmee zij zich identificeren te verwoesten. Op deze manier verliezen mensen hoop, raken verlamd en kunnen niet terugvechten. En willen en kunnen op deze manier ook niet meer terugkeren.

Een bekende tactiek van oorlogsvoerders is om mensen psychisch uit te schakelen door alles waarmee zij zich identificeren te verwoesten.

De destructie van Mostar verwoestte niet alleen een geschiedenis en een cultuur, maar zorgde ook voor het besef dat zelfs de stad sterfelijk is.

Hoe meer er werd verwoest, hoe moeilijker het werd voor de inwoners om de stad die in hun geheugen gegrift stond terug te herkennen. Uiteindelijk vonden ze alles best, als de Oude Brug maar zou blijven staan. De brug stond symbool voor de stad, voor tolerantie en eenheid: hij bracht de twee delen van de stad samen. De stad was de brug en de brug was de stad. Hij was zowel een symbool van de stad als een huiskamer waar verschillende mensen samen kwamen. Een plek waar verliefde stellen hun eerste afspraakje hadden en een plek waar jaarlijks de beroemde duikwedstrijden werden gehouden.

Een aanval op de brug zou een aanval op het concept van multi-etniciteit zijn. Als de brug er niet meer zou zijn, dan zou Mostar ook niet meer bestaan, de ziel van de stad zou verdwijnen. En dat is precies wat er gebeurde: toen de brug verwoest werd was het alsof de stad zijn laatste adem uitblies. De stad bleek sterfelijk, de stad was dood.

Als antwoord op de reconstructie van de brug is er niet voor een moderne toekomstgerichte visie gekozen, zoals in Rotterdam, maar om het verleden te herbouwen. In 2004 is de Oude Brug opgebouwd en hij ziet er weer hetzelfde uit als in 1566. De brug was alleen witter en gladder dan de inwoners zich herinnerden. Voor de bouw van deze nieuwe Oude Brug is steen gehouwen uit dezelfde berg als eeuwen geleden, met bouwtechnieken van toen. Enkele oude brokstukken van de brug liggen nu op het kiezelstrandje ernaast en functioneren als zitplekken.

Er werd een groot feest van gemaakt. De getrainde schoonspringers sprongen met fakkels van de brug. De brug werd het nationale en internationale paradepaardje dat moest laten zien dat er weer verbinding was van twee etniciteiten in Mostar. En als het in Mostar – de stad met de meest complexe politieke situatie – zou lukken, dan zou het in de rest van het land ook lukken.

De feitelijke situatie is anders, want het is niet gelukt om de betekenis van de Oude Brug opnieuw op te bouwen. De brug staat niet langer symbool voor verbinding, maar juist voor de scheiding tussen twee delen van de stad waarin de inwoners van Mostar gescheiden van elkaar leven. Zolang deze tweedeling er is zal de oorspronkelijke functie en betekenis van de Oude Brug nooit terugkeren. Met het verliezen van de verbintenis is ook de stad verdwenen.

Opzettelijk verwoest

De daad van verwoesting – en het idee dat iemand opzettelijk iets wat jou dierbaar is verwoest – is moeilijk overheen te komen, ook als de oorlog voorbij is. Na de verschuivingen die tijdens een oorlog plaatsvinden worden de kaarten opnieuw geschud. Nieuwe machthebbers komen aan de macht en beantwoorden de vraag: waar staan we en waar gaan we heen?

Het is een keuze tussen de stad verder verwonden of werken aan verzoening. In Mostar is gekozen voor het eerste: het is onmogelijk om door de stad te lopen zonder geconfronteerd te worden met de oorlog. En nog steeds, tot op de dag van vandaag, wordt Mostar aangevallen en verwond, met allerlei ongepaste monumenten en symbolen van nationalistische of neonazistische aard.

Nog steeds wordt Mostar aangevallen en verwond, met allerlei ongepaste monumenten en symbolen van nationalistische of neonazistische aard.

De fysieke dood van Mostar heeft de stad onleesbaar gemaakt. De stad, die de opslagplaats was van herinneringen, is troebel geworden. Er is geen communicatie tussen de inwoners en de stad meer. Nu wordt de stad van binnenuit vermoord: de geschiedenis, symbolen en herinneringen worden uitgewist. In plaats daarvan ontstaat er een overvloed aan gefragmenteerde, denkbeeldige, zelfbenoemde en zelfopgelegde herinneringen door de machthebber.

Zullen de inwoners van Mostar hun stad ooit nog kunnen lezen? Feit is dat de geschiedenis, vaak een leugenachtig verleden, op verschillende manieren wordt verteld en benadrukt door architectonische interventies in de publieke ruimte. Mostar bevindt zich in een uitzonderlijke staat. Zoals het nu is, zal het nooit meer zijn. Hoe een stad zoals deze zich zal herstellen en op welke manier het precies zal veranderen is onduidelijk.

De wederopbouw van Rotterdam

Rotterdam is al veel verder in het proces van wederopbouw. Ik ben ervan overtuigd dat dit proces nooit af zal zijn. De opbouwende stad en haar bewoners zullen zich eeuwig moeten verhouden tot het verleden, vooral als dit pijnlijk is. Dat wat afwezig is gemaakt zal altijd aanwezig zijn in het geheugen van de stad.

Daarmee brengt het wonen in een verwoeste stad een enorme verantwoordelijkheid met zich mee. Is het mogelijk om in de wederopbouw ruimte te bieden aan vele verschillende verhalen en interpretaties van het verleden en om ruimte te geven aan pijn en verdriet? Kan de wederopbouw bestaan uit een gelaagde samenstelling van de culturele historie, de wonden van het verleden, vele interpretaties, maar ook nieuwe denkwijzen? Kunnen we de stad zien als een boek waaraan constant geschreven wordt, maar waarin je de oude hoofdstukken nog wel terug kunt lezen?

Net zoals mijn leermeester Bogdanovic ben ik ervan overtuigd dat de inwoners van de stad opnieuw de stad moeten leren lezen. Als we de stad niet kunnen lezen, kunnen we nooit naar een hoger niveau gaan: de kunst van het schrijven van een stad.

Als we de stad niet kunnen lezen, kunnen we nooit naar een hoger niveau gaan: de kunst van het schrijven van een stad.

Een stad is van nature niet gebaseerd op één waarheid of één laag, maar heeft een gelaagd en rijk verleden. Deze gelaagdheid zou zichtbaar moeten zijn in de architectuur en in de publieke ruime van de stad. Inwoners moeten geen eenzijdige waarheid opgelegd krijgen door de stad terug te bouwen naar de oorspronkelijke staat, of door de verwoeste gebouwen uit te wissen. Juist een wederopbouw met een gelaagde samenstelling van waarheden biedt verschillende aanknopingspunten voor inwoners met verschillende achtergronden en opvattingen. Op deze manier kunnen mensen zich de gebouwde omgeving toe-eigenen en op de eigen manier met betekenis vullen.

Net zo belangrijk als de gelaagdheid van het verleden is het om ruimte te bieden aan nieuwe verhalen van nieuwe inwoners. Zoals een boek kan een stad op verschillende manieren gelezen en geïnterpreteerd worden. Een boek herlezen zorgt weer voor nieuwe perspectieven en deze zijn belangrijk voor het verder schrijven aan de stad. Zo is het belangrijk om het boek open te stellen voor perspectieven van nieuwe inwoners. Dit lezen en herlezen van de stad is belangrijk omdat het inwoners verschillende inzichten geeft. Er ontstaat begrip en bewustzijn over hoe de stad functioneert.

Wanneer je niet weet hoe een stad werkt, wanneer je niet snapt waarom de gebouwde omgeving er zo uitziet en wie dit bepaald heeft, dan kun je je er ook niet toe verhouden, je kunt je geen mening vormen en je kunt geen weerstand bieden. Dit is geen eerlijk en open proces en geeft beleidsmakers, politici, vastgoedpartijen en investeerders vrij spel om aan de stad te bouwen op hun manier.

Als bewoners de stad kunnen lezen en begrijpen, kunnen ze zich verantwoordelijk voelen en zich de stad toe-eigenen. Het geeft ze zelfverzekerdheid en veiligheid waardoor ze met opgeheven hoofd door de stad kunnen lopen, in plaats van met een gebogen hoofd.

Juist een wederopbouw met een gelaagde samenstelling van waarheden biedt verschillende aanknopingspunten voor inwoners met verschillende achtergronden en opvattingen.

Zo schuldig als de daad van verwoesting is, zo schuldig kan de daad van het opbouwen zijn in een verwoeste stad. In een verwoeste situatie is alles beladen, bij het opbouwen worden keuzes gemaakt door beslissers. Het bouwen is politiek en in Rotterdam klonk de uitspraak een moderne toekomst luid en duidelijk. De grote vraag is: hoe schrijven we verder aan de stad en wie mag er meebeslissen?

Marjan Slob vergeleek het bouwen aan een stad met de betekenis van politiek van de filosoof Peter Sloterdijk: “politiek als een geformaliseerde strijd om ‘de herverdeling van comfortkansen’. Wie kan gemeenschapsgeld, beleid en wetten inzetten om zich te beschutten tegen ongewenste invloeden van buitenaf? Wie weet zijn leefwereld tot een gerieflijk bedje te maken? En voor wie is de leefwereld een gure plek?”

Dat brengt ons tot de drie verantwoordelijkheden die horen bij het wonen in een verwoeste en opgebouwde stad zoals Rotterdam.

Stadhaters

De eerste verantwoordelijkheid is het humane en het geciviliseerde van het stedelijke te beschermen tegen stadhaters.

Volgens Bogdanovic staat het woord ‘stedelijk’ voor waardigheid, verfijning, de eenheid van woord en gedachte, woord en gevoel, gevoel en handelen. De woorden ‘stad’ en ‘civilisatie’ zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De vernietiging van steden is dan ook niets anders dan een overduidelijk, doelbewust verzet tegen de beschaving. De stad, anders dan het platteland, is een ontmoetingsplaats met een intensieve manier van samenleven van veel verschillende mensen. Dit brengt samenwerkingen, verschillen en confrontaties met zich mee. Deze moeten we vieren en beschermen tegen de stadhaters.

Stadhaters zijn erop uit om alles wat stedelijkheid of urbaniteit uitdraagt te verwoesten en de leesbaarheid te verwarren.

Stadhaters zijn krachten van buitenaf met andere belangen die de stad niet kunnen of willen lezen. Deze stadhaters hebben moeite te begrijpen dat de stad heeft kunnen bestaan en functioneren voordat zij hun invloed konden uitoefenen, en ze kunnen de stad daardoor niet in een groter historisch perspectief en geheel plaatsen.

De stadverwoesters zijn erop uit om alles wat stedelijkheid of urbaniteit uitdraagt (moraal, taal, smaak, stijl, spiritualiteit) te verwoesten en de leesbaarheid te verwarren. Een omgeving die men niet meer kan ontcijferen of kan lezen en daarmee ook niet langer meer kan begrijpen, zal snel leiden tot een grillige beschaving vol wartaal waarin de massamedia gemakkelijk kan dwalen en verraden.

In plaats van gelaagde aanknopingspunten die de inwoners zichzelf kunnen toe-eigenen en invullen met betekenis, zal er een overvloed zijn van gefragmenteerde, denkbeeldige en zelfbenoemde herinneringen. Dit zijn vaak oneerlijke en valse herinneringen die in het voordeel werken van degene die een geschiedenis en herinneringen willen presenteren waarbij ze zelf geen schuld of verantwoordelijkheid hoeven te voelen.

Dit doet me denken aan een bekende oorlogstactiek. Voeg hier zowel geavanceerde en minder verfijnde vormen van geweld aan toe, en je hebt meer dan genoeg elementen die de basis vormen voor een nieuwe reeks van stadsdestructieve impulsen. Steden worden zo niet alleen van buiten fysiek verwoest, maar ze worden ook vanuit binnenin vernietigd.

Leugenachtig zelfbeeld

Dit brengt ons tot de tweede verantwoordelijkheid. Namelijk ruimte bieden aan de herinneringen van bewoners. Want wat als herinneringen, soms collectieve herinneringen, je elke dag blijven achtervolgen, maar je ze geen plek mag geven?

Of het nou de herinnering is aan een oorlog die hier gevoerd is of door Nederlanders elders, of de herinnering aan een verleden in het koloniseren van andere landen, of nazaat zijn van tot slaaf gemaakten, of de herinnering aan het gesegregeerd worden vanwege de kleur van je huid of je ogen: ze moeten allemaal bestaansrecht krijgen. Net zoals de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog een plek verdienen, hebben we een morele verantwoordelijkheid om andere pijnlijke herinneringen ook een plek in het boek te geven en leesbaar te maken. Doen we dit niet, dan zal het tot een leugenachtig zelfbeeld leiden.

We hebben een morele verantwoordelijkheid om alle pijnlijke herinneringen een plek te geven, niet alleen die aan de Tweede Wereldoorlog

We moeten kritisch blijven naar machten van buitenaf die sturen op segregatie, homogeniteit, controle en uitsluiting van groepen mensen en ontmoeting. Ons daartegen wapenen. We moeten ons beschermen tegen machten die de stad problematiseren en oplossingen bieden die feitelijk gewoon een vrijbrief zijn om te bouwen aan een meer kapitalistische en homogene samenleving, waarin risicomijding en angst de boventoon voeren.

Kijk naar steden zoals Beiroet en New Orleans die zich nu midden in deze strijd bevinden. We moeten juist bouwen aan een leefbare samenleving waar ook ruimte is voor imperfectie en verdriet en waar we de confrontatie kunnen aangaan met elkaar. Een samenleving waarin ruimte is voor verschillende identiteiten, verhalen en rituelen, die gereflecteerd worden middels de gebouwde omgeving. Maar waarin we middels de publieke ruimte ook ontmoeting genereren met gezamenlijke stedelijke activiteiten en rituelen die gebaseerd zijn op het humane en het gemeenschappelijke.

Honderden draadjes

De derde verantwoordelijkheid die hoort bij het wonen in een verwoeste en opgebouwde stad is om de lessen van de opbouw en solidariteit door te geven aan broeder- en zustersteden die te maken hebben met destructie. Het lijkt erop dat we deze solidariteit zijn vergeten. We voelen ons anders dan zij.

Ik denk dat we de jaarlijkse herdenking van het bombardement op Rotterdam kunnen inzetten om een moment van bewustzijn te creëren. Rotterdam is voor een groot deel opzettelijk verwoest en daardoor is de stad met honderden dunne draadjes verbonden met andere steden met soortgelijke verhalen. De lessen van onze wederopbouw kunnen we doorgeven zodat verwoeste steden elders zich kunnen wapenen tegen volgende pogingen van destructie en we in het denken over wederopbouw niet telkens opnieuw hoeven te beginnen.

Herlezen

Laten we het schrijven van de stad zien als het herlezen en vernieuwen van de stad. Daarbij houden we de oude stad nog in gedachten, met zijn mooie en lelijke kanten. Laten we met een open houding de toekomst ingaan. Laten we schrijven aan de stad om de blik op onszelf, onze stad en onze cultuur, te verbreden, open te stellen en bespreekbaar te maken. Voor alle inwoners, ook nieuwe inwoners die de geschiedenis van de stad niet hebben meegemaakt maar zich hiertoe op hun eigen manier kunnen verhouden doordat wij ze aanknopingspunten bieden. Laten we de verbinding opzoeken, ook met landen en mensen elders, ongeacht waar de machten van buitenaf ons toe dwingen.

In 1996 voltooide Rotterdam met de bouw van de Erasmusbrug de wederopbouw van de stad. Deze brug is sinds zijn bouw omarmd door de bewoners van Rotterdam, ze kunnen zich ermee identificeren. De Erasmusbrug heeft invloed op het dagelijks leven van de stedelingen en maakt deel uit van een dagelijks ritueel van het bewegen van het ene stadsdeel naar de andere. Maar nog meer dan dit verbindt de brug bewoners die elkaar niet zagen. Hij zorgt ervoor dat bewoners die aan de ene kant van de stad wonen zich verbonden voelen met bewoners aan de andere kant. Men kan zich verhouden tot elkaar en elkaar bereiken. Deze brug heeft betekenis en is daardoor niet alleen fysiek present, maar is net als een oude geliefde ook zichtbaar in de vele tatoeages, schilderijen en objecten van de stedelingen. Het doet me denken aan de betekenis van de Oude Brug in Mostar. Ik en jullie weten wat er in Mostar verloren is gegaan.

De bouw van de Erasmusbrug en deze voltooiing van de wederopbouw is pas het begin van een langdurige voortbouwen van het stedelijke, menselijke, gelaagde en verbindende binnen de poorten van de stad Rotterdam. Maar laten we niet alleen binnen de poorten van onze eigen stad blijven. Laten we naast die 32 tuien van de Erasmusbrug nog vele draadjes slaan naar plekken en mensen elders, vooral omdat we weten wat er op het spel staat.

Dit is een geredigeerde en ingekorte versie van de H.J.A. Hoflandlezing die Arna Mačkić op 13 mei 2017 uitsprak ter gelegenheid van de herdenking van het bombardement.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Reageer of deel op Social Media

Tags:14 mei, bombardement, herdenking, vernietiging en wederopbouw

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *