voor de harddenkende Rotterdammer

Midden in het in door Duitse bommenwerpers verwoeste centrum van Rotterdam prijkt nu de Germaanse adelaar bij de Bratwurstbar. Susan Hogervorst en Patricia van Ulzen vinden het een teken van genormaliseerde verhoudingen.
De Duitse adelaar is terug in Rotterdam. Op het dak en de gevel van de Bratwurstbar aan de Coolsingel prijken meerdere adelaars tegen de achtergrond van de Duitse driekleur. “De Duitse adelaar heeft aardig wat op z’n geweten,” vond Jack Kerklaan in een Radio Rijnmond-reportage van 21 november 2016, kort na de opening van de nieuwe snacktent voor de Bijenkorf. “Hebben jullie dan helemaal geen hysterisch-historisch besef?” vroeg hij aan de klanten. “Is alles vergeven en vergeten?”
Daar lijkt het wel op. Afgezien van de halfserieuze uitzending op Radio Rijnmond heeft de komst van de Bratwurstbar zich stilzwijgend voltrokken. Niemand neemt blijkbaar aanstoot aan de nationalistische Duitse symboliek op een plek die door diezelfde Duitse natie in 1940 werd platgebombardeerd.

©MvD-Bratwurstbar
Beeld door: beeld: Max van Dongen

Emoties bij Duitse week

Dat was in de eerste decennia na de oorlog wel anders. Toen er in 1964 een zeer beschaafde Duitse week in Rotterdam werd georganiseerd, met hoogstaande culturele en wat minder hoogstaande commerciële manifestaties (maar zonder Bratwurstbar), toonde de Rotterdamse bevolking zich diep gekwetst.
Daarvan getuigen onder meer emotionele ingezonden brieven in Het Vrije Volk, een protestactie van het Rotterdams Vredescomité, de weigering van winkeliers aan de Lijnbaan om gezellig mee te doen met de Duitse week en een telegram van arbeiders van Van den Berg en Jurgens aan het College van B&W met het verzoek tot ‘maatregelen die leiden tot het afgelasten van deze onsympathieke zaak.’
Ook burgemeester Van Walsum liet in zijn openingstoespraak merken dat hij het er moeilijk mee had: “Ik denk, dat een Duitse week niet voor iedereen een vanzelfsprekende zaak is.” Dat hij ‘met overtuiging achter deze Duitse week’ stond nam niet weg dat hij ‘het bittere leed en het brute onrecht, dat in de jaren van de bezetting over ons is gekomen’ nooit zou vergeten.
De Duitse week was een pr-campagne voor een land waarvan Nederland en vooral de Rotterdamse haven sterk afhankelijk was, al voor de oorlog en ook daarna. Rotterdam was en is de zeehaven bij uitstek voor de Duitse industrie in het Rijn- en Roergebied. Zeker tot in de jaren zestig maakte de overslag van bulkgoed voor Duitsland het grootste deel van de havenomzet uit.

Banden aanhalen

Die wederzijdse afhankelijkheid bracht de twee voormalige vijanden ertoe de banden niet lang na de bevrijding weer aan te halen. Zo werd in maart 1949 al een Duitse handelsdelegatie in Rotterdam ontvangen en onthaald met een tour door stad en haven. Toch deinsde burgemeester Oud er ook toen niet voor terug om de Duitsers nog eens aan te spreken op wat zij Nederland en vooral Rotterdam hadden aangedaan:
“De Duitse inval had zelfs niet de geringste schijn van rechtvaardiging. […] Wat Nederland en Rotterdam daardoor hebben geleden, behoef ik u niet te zeggen. Gij kunt het vanuit de ramen van deze zaal voor uw ogen zien. Die diepe wonde, die dit geslagen heeft, is nog allerminst geheeld. […] Er zijn er dan ook velen in Nederland, die het moeilijk kunnen verwerken, wanneer er Duitsers in ons vaderland worden ontvangen.

Dat Oud zo onverholen de Duitse schuld ter sprake bracht, kwam hard aan bij de Duitse aanwezigen. Toch werd het contact tussen de buurlanden allengs beter, en een jaar later werd Duisburg zelfs partnerstad van Rotterdam. In 1958 volgde Keulen als ‘zusterstad’, wat een nog nauwere samenwerking behelst. Tijdens latere bezoeken over en weer kwam de oorlog ofwel helemaal niet ter sprake of als een abstract kwaad waaronder beide landen hadden geleden.

Duitse burgemeester stap te ver

Maar in september 1967 ging de Keulse burgemeester Theo Burauen nét een stap te ver. Hij opperde toen dat er in zijn stad best een afgietsel van het monument De verwoeste stad van Zadkine kon komen. Op die manier wilde hij de vriendschap tussen Rotterdam en Keulen symbolisch tot uitdrukking brengen, ‘ook omdat beide steden tijdens de oorlog zware beproevingen moesten doormaken’.
Zowel in Nederland als in Duitsland leidde dit voorstel echter tot verontwaardiging, en Burauen moest zijn voorstel intrekken. Een tweede ‘Zadkine’, ook nog eens in Duitsland, zou een echte gelijkschakeling betekenen in slachtofferschap, en daar was de tijd nog niet rijp voor.

Ruim een halve eeuw later laat de Bratwurstbar zien dat het nu wél kan, vergeven en vergeten. De naoorlogse aversie tegen alles wat Duits is, bestaat niet meer, zelfs niet in Rotterdam. Of beter gezegd vooral in Rotterdam. Want nergens vind je meer hippe plekken en merken met een Duitse naam dan hier.
Rotterdam heeft een Wunderbar, een Kraftbar, een Biergarten, Kino en een tijdlang club Bahn. Berlijns hip? Ja, maar ook Rotterdams fout. Want Rotterdam, of beter gezegd Rotterdamse cultuurdragers, hebben nu eenmaal een voorkeur voor een tikje fout, voor datgene wat volgens de goede smaak niet kan en mag. Denk aan Atelier Van Lieshout. Denk aan ontwerpbureau 75B. Denk aan Kabouter Buttplug.

Merkel als moeder Theresa

Tegelijkertijd is Duitsland allang niet meer de grote boze wolf van Europa. Sterker nog, Duitsland wordt een gidsland genoemd en Angela Merkel is de moeder Theresa van de Europese Unie. Het begrip ‘Gutmensch’, dat naar overdreven politieke correctheid verwijst, is niet voor niets een Duits woord. De stilzwijgende acceptatie van de Bratwurstbar in het centrum van Rotterdam sluit hierbij aan.
Zevenenzeventig jaar na het bombardement van 14 mei 1940 heeft de oer-Duitse lekkernij geen nare bijsmaak meer, zelfs niet tegen het decor van een Duitse adelaar en vlag. Het eten van een Bratwurst op de Coolsingel is een daad van vergeving. De Bratwurst is de Rotterdamse vredespijp.

Susan Hogervorst & Patricia van Ulzen publiceerden bij Boom uitgevers het boek ‘Rotterdam en het bombardement: 75 jaar herinneren en vergeten’, over de publieke herinnering van het bombardement sinds 14 mei 1940.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Patricia van Ulzen

Patricia van Ulzen

Patricia van Ulzen is kunst- en cultuurhistoricus, auteur van o.a. ‘Dromen van een metropool’ en ‘Rotterdam en het bombardement’. Binnenkort verschijnt ‘Klussen op de Klarenstraat’.

Profiel-pagina
Susan Hogervorst

Susan Hogervorst

Susan Hogervorst is historicus en onderzoeker aan de EUR. Samen met Patricia van Ulzen schreef ze ‘Rotterdam en het bombardement’.

Profiel-pagina
388278_2715739898063_705232504_n

Max van Dongen

chef fotografie

Max van Dongen (1991) studeerde documentaire fotografie aan AKV/ St. Joost in Breda (2014). En werkt sindsdien als zelfstandig fotograaf en chef fotografie bij Vers Beton. Vanzelf met kritische en onderzoekende blik.

Profiel-pagina
Lees 5 reacties

Advertentie

Wildlife-film-festival-rotterdam-2018-Adv-Versbeton