Advertentie

VB_banner_1456x80_2
Voor de harddenkende Rotterdammer

Het zijn net mokkende pubers, al die Rotterdammers die zeuren over de gentrificatie van de stad. Een beetje gentrificatie is zo erg nog niet, meent Geert Maarse. Bovendien valt het in Rotterdam allemaal wel mee. “Gun die yuppen hun latte. Wees een echte stad.”

Gentrificatie_helpwezijnpopulair
Beeld door: beeld: Nina Fernande

Er is iets raars aan de hand met Rotterdam. Al jaren probeert de stad aantrekkelijker te worden voor hoogopgeleiden, en net nu we daar eindelijk in lijken te slagen, schreeuwt men ineens moord en brand en willen we terug naar vroeger.
Bakfietsen, flat white drinkende hipsters en op elke straathoek een biologische supermarkt. Wie het publieke debat over dit onderwerp volgt, kent de clichés. Rotterdam, zo klinkt het steeds vaker, gaat Amsterdam achterna. Het is een niet meer te stoppen ontwikkeling die leidt tot een kolonisatie van de binnenstad, waarbij de echte Rotterdammers worden verjaagd, het rauwe karakter verdwijnt, het vastgoed in handen komt van buitenlandse investeerders en de huizenprijzen dusdanig de pan uit rijzen dat zelfs iemand met een degelijk ambtenarensalaris aan het eind van de dag de metro moet pakken naar Slinge om nog een beetje betaalbaar te wonen. En, aldus bijvoorbeeld Joep Klabbers, daarbij eindigen we onvermijdelijk als ‘een oersaaie enclave van Starbucks drinkende middenklassers’. Ik zie dat niet zo. En ik zal proberen dat uit te leggen.

Gewoon kut

EvaWijers-WitteKaap_small

Lees meer

De Witte Kaap

Nieuw-Katendrechter Rob Houkes dacht in een gemêleerde volkswijk te komen wonen, maar…

Wanneer ik precies Rotterdammer geworden ben, weet ik niet. Ik ben in ieder geval nooit van plan geweest te blijven. Even studeren, dat was het idee. Oké, ik ging op kamers aan de Van Oldenbarneveltstraat, wat best leuk was. Oké, ik kreeg een bijbaan in een kroeg in de Witte de With, waar ik het nachtleven ontdekte. En oké, ik ging na mijn studietijd samenwonen en aan het werk. Maar ooit, zo wist ik al toen ik als zeventienjarige bedrijfskundestudent het grauwe Stationsplein opstapte om lijn 7 naar de universiteit te pakken, ooit zou ik hem peren.
Dat ik gebleven ben, heeft met veel dingen te maken. Met praktische bezwaren. Met de liefde, natuurlijk. Met de skyline. Met het feit dat het de enige stad in Nederland is waar je je best voor moet doen, die zich niet voor eender welke bezoeker gewillig neervlijt en laat aflebberen als een hoer. Maar dat is het niet alleen. De stad is ook echt leuker geworden.

De eerste jaren in Rotterdam vond ik drie keer niks. Dat rauwe, dat hoorde erbij, begreep ik al snel. Dat er geen centrum was, en dat je voor elk glas bier op de fiets een paar desolate, winderige straten moest doortrappen, nam ik voor lief en begon ik al snel aan vrienden die op bezoek waren uit te leggen met een soort trots. Rotterdam was anders, je moest er wat voor doen. En de stad was nog in ontwikkeling, dat bombardement, je weet toch.
Maar hoe vaker ik dit verhaal meedreunde, hoe lastiger het werd om de contouren van de gedroomde metropool voor me te zien. Dat toen achtereenvolgens Now&Wow, Las Palmas en Nighttown dichtgingen hielp niet. Hier bonkt het nieuwe hart van Rotterdam, my ass. Misschien vergisten we ons wel, dacht ik, met dat Manhattan aan de Maas; of in ieder geval met de vage belofte dat het ooit wel wat werd met die stad. Misschien was dit het gewoon. Een stad waar het altijd waait, waar je op maandagavond na negen uur ’s avonds geen normaal bord vreten meer kunt krijgen, en waar je beroofd wordt als je naar huis fietst. Gewoon kut.

Virus

Inmiddels gaat het beter. We kregen een paar nieuwe grote gebouwen, er werden een paar straten opgeknapt, een paar nieuwe restaurants geopend en er waren een paar buitenlandse journalisten zo gek om ons in een jaarlijstje te gooien. Leuk. Prima. Er schijnen afgelopen jaar een paar Amsterdammers naar Rotterdam verhuisd te zijn en af en toe kom je aan de voet van de Erasmusbrug een Spanjaard tegen (niet eens op zoek naar een coffeeshop, maar naar een of ander architectonisch hoogstandje). Als ik aan iemand vertel dat ik uit Rotterdam kom, hoef ik geen verantwoording meer af te leggen. Heerlijk, vind ik dat. Maar zijn we werkelijk in vrije val geraakt richting stadsreservaat voor de lattedrinkende bakfietsyup?

Ik heb nog steeds geen koffiebar op de hoek van mijn straat (in Tussendijken) waar ik met mijn MacBook tussen de andere zzp’ers een flat white kan gaan zitten drinken. En dat wil ik eigenlijk best. Net als dat ik heel graag nog een bioscoop wil. Nog een poppodium. Nog een debatcentrum. Een museum met internationale allure. Dat is de behoefte van een bepaalde subcultuur, daarvan ben ik me bewust. Maar het is een subcultuur die nog lang niet voldoende bediend wordt. In mijn wijk zat één leuk biologisch restaurant: Kuiter. Maar dat is weg. En daar staat nu eethuis Kervansaray.
Gentrificatie, dat is het toverwoord. Als een virus zouden wij – hoogopgeleiden, creatievelingen, yuppen – ons over de stad verspreiden, een spoor van vernieling achterlatend. En allen zijn wij schuldig. Tja.

Mokkende puber

Rotterdammers vinden het lastig, populair zijn. Eeva Liukku, die in 2013 verzuchtte: laat ons maar lekker moeilijk blijven. Jules Deelder, die midden jaren zeventig in de beroemde film van Bob Visser op een verlaten plein een ode brengt aan de leegte: “Dat gelul over die gezelligheid moet nou maar eens afgelopen zijn.”
Het is een beetje de houding van een mokkende puber, die er een zeker genoegen in schept om zichzelf onbegrepen te voelen. Je schminkt je ogen zwart, trekt een shirt aan van een metalband, en gaat boos in een hoekje zitten. Lekker makkelijk: kun je nooit ergens op aangesproken worden. Ik heb daar niks mee.

Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat het precies deze nostalgische retoriek is (afkomstig van een behoudzuchtige culturele elite) die het prille succes van de stad in de knop kan breken. Want wat als de New York Times besluit om volgend jaar niet Rotterdam maar Eindhoven op de tiplijst te zetten? En wat als de huizenmarkt stagneert en een huis in Amsterdam ineens wel weer een betaalbare optie wordt?

Groeipijn

Als je hoogopgeleiden en die toeristen structureel aan je wil verbinden, moet je ze wat bieden. Ik vind het leuk dat de Hofbogen in gebruik zijn genomen. Dat Katendrecht meer is geworden dan alleen een belofte. Dat er achter het Marconiplein niet alleen hoeren en drugsdealers te vinden zijn, maar ook af en toe een festival georganiseerd wordt. Dat is niet je ziel aan de duivel verkopen. Dat is je verantwoordelijkheid nemen.

De vraag is natuurlijk welke mix leidt tot een rechtvaardige, leefbare stad. Dan zeg ik: een beetje gentrificatie is voor niemand slecht. De Meent is mijn straat niet, maar als ik er eens op het terras zit, kijk ik met plezier hoe de nouveaux riches in grommende bolides stapvoets voorbijrijdt. Oer-Rotterdams. Net als de Schiedamseweg overigens. Het Afrikaanderplein. Of de Fenix Food Factory. Soort zoekt soort, maar de schaal waarop de gettovorming (rijk én arm) zich hier voltrekt, is van een totaal andere orde dan in New York, Londen of Amsterdam. Sla in Rotterdam twee keer linksaf en herenhuizen maken plaats voor toko’s en belwinkels. Dat blijft. Zelfs als er nog honderd biertuinen en biobakkers bij komen.
Lange tijd heeft Rotterdam vooral iets niet willen zijn. Niet gezellig. Niet toegankelijk. Maar ook een puber wordt op een gegeven moment gedwongen tot volwassen keuzes. Dus gun die yuppen hun latte. En hup, voor de toeristen een paar gezellige straatverkopers met flesjes water en crêpes met Nutella. Wees een echte stad.
En voor wie in paniek raakt omdat het rauwe Rotterdamse karakter zou verdwijnen? Grow up. We kunnen wel wat hebben.

Dit artikel is ook te vinden in ons boek 'Help, we zijn populair! Rotterdam stad in verandering'. Nog niet in bezit van het allereerste Vers Beton boek? Koop hem dan snel via de link hieronder of in de (Rotterdamse) boekhandel.

Koop het boek hier bij de uitgever Nai010
banner_helpwezijnpopulair

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Voordat je verder leest...

Jij kan dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij de support van onze lezers die zo onafhankelijke journalistiek over Rotterdam mogelijk maken. Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Geert Maarse

Geert Maarse

Geert Maarse (1984) studeerde Bedrijfskunde en Algemene Cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit. Hij woont in Delfshaven en werkt als onafhankelijk journalist en programmamaker. Hij is onder meer verbonden aan Podium voor Stadscultuur De Dépendance en presenteert elke maand talkshow Studio Erasmus.

Profiel-pagina
05_Nina Fernande_integratie

Nina Fernande

Illustrator

Nina Fernande (1987) is een illustrator. Ze woont en werkt in Rotterdam. Als ze niet aan Franstalige chansons werkt, kleurt, faxt en streept ze simpele maar krachtige platen. Ze typeert haar werk als cartoonesk zonder het grafische element te verliezen.

Profiel-pagina
Lees 34 reacties
  1. Profielbeeld van Sjaak
    Sjaak

    Weet je wat rauw was? De jaren 50 en 60,toen ik opgroeide. Geloof me, ondanks alle gejammer op sociale media van mijn generatiegenoten dat het toen veel leuker was, wil niemand terug naar die gribus.
    Dat hele woord rauw komt me trouwens mijn neus uit. Is volgens mij vooral een woord van gepolijste hipsters met een schorem baardje. Maar goed, die horen er ook bij.

  2. Profielbeeld van Kees
    Kees

    Hey Geert, dat hippe koffiebarretje om de hoek is er wel hoor (en al een tijdje); Stroop, op de mathernesseweg!

  3. Profielbeeld van Koos Kok
    Koos Kok

    Goed verhaal. Grentificatie lijkt me echt geen risico in Rotterdam: we hebben een solide en massieve achterstand, meer dan genoeg problematiek. Dus dat dunne laagje hipheid is meer dan welkom, beetje vernis op de ‘echtheid’ kan helemaal geen kwaad. Inderdaad sla twee keer de hoek om (vaak is een keer al genoeg) en je bent weer ‘thuis’. Dat is een stad: dat schuren van allerlij leefwerelden. Het jammeren over verlies van rauwheid lijkt mij nostalgie en snobisme van mensen die het redelijk hebben gehad of te jong zijn om die ‘fantastische’ rauwheid uit de jaren 80 meegemaakt te kunnen hebben.

  4. Profielbeeld van Karin
    Karin

    Je kunt wel lezen dat de auteur bedrijfskunde heeft gestudeerd. Wat een verademing na het wensdenken van sneeuwvlokjes die doorgaans op Vers Beton neerdwarrelen.

  5. Profielbeeld van Piet Hein
    Piet Hein

    ‘Een beetje gentrificatie is zo erg nog niet.’ Wat een veilig gelulhannes. Een beetje… Een beetje groener, een beetje socialer, een beetje dit of dat. Tuurlijk zijn al die beetjes helemaal goed. Een beetje vooruitgang is wenselijk. Makkelijk betoog. En even het zand uit je oogjes wrijvend, peuter: Rotterdam is nou juist zo leuk omdat het al lang al die beetjes in zich heeft. En het gaat allemaal samen en door elkaar. Je moet natuurlijk niet in je luier schijten als je even door een ‘buurtje’ moet fietsen op je driewieler om van Bospolder/Tussendijken naar het Centrum te komen voor een zuigfles vol Latte.
    De terechte vraag aan ons kleine broertje Geert is: Hoeveel is een beetje? Wat nou als het niet bij een beetje blijft? Is het dan te stopppen. Is het omkeerbaar? Stel dat Amsterdam leegloopt. Kunnen de, bijvoorbeeld, verdrevenJordanezen weer in hun buurt terugkeren?

    1. Profielbeeld van Karima
      Karima

      En hier spreekt de ware Rotterdammer! U snapt het. Zoals Jules Deelder al zei: “Rotterdam is veels te echt”. Blijkbaar is dat niet toegestaan. Het moet en zal geregisseerd worden. Deze stad heeft zich altijd gered en zal zich altijd redden. Daar hebben we geen “gentry” voor nodig. Dat iedereen maar achter dat geklets aanloopt, heb ik nooit begrepen. Dat is pas echte armoe.

  6. Profielbeeld van Ed Schelvis
    Ed Schelvis

    Wauwwww. Ruim anderhalf jaar afwezig geweest op dit blog omdat het allemaal van die jammerlijk slechte stukjes waren doorspekt met alternatieve feitjes maar dan ineens: een verblindende lichtflits van iemand die het wel overziet en daardoor begrijpt.

  7. Profielbeeld van rob
    rob

    Goed stuk! Verfrissende blik. Leuk om te lezen. Geeft je (mij) wel een paar handvatten om in Rotterdam te willen (blijven) wonen.
    Mijn hoop is dat Rotterdam vooral een sociale stad blijft! En inderdaad “een beetje gentrificatie” is dan zo erg nog niet.

  8. Profielbeeld van Jasper van Orden
    Jasper van Orden

    Vaak een soortgelijk betoog gehouden tijdens discussies in de kroeg. Maar zo’n verfrissend stuk met de wereld is me nooit gelukt. Mag je groos op zijn Geert!

  9. Profielbeeld van Sanneke van Hassel
    Sanneke van Hassel

    Die koffiebarretjes zijn geen probleem, te weinig betaalbare woningen wel.

    1. Profielbeeld van Karima
      Karima

      Zo is het! In deze stad is naar mijn idee plaats voor iedereen. Dat hele (Amerikaanse) gentrificationgedoe is zo highly overrated! Dat gezeur over wie wel “goed genoeg” is en wie niet. Dat is pas elitair. Alsof iedere hoogopgeleide rijk en veelbelovend is (en dus welkom) en iedere laagopgeleide een loser waar “we er al genoeg van hebben.” Hou toch eens op met dat mensen in malletjes en hokjes duwen en raar opkijken als ze zich niet gedragen zoals voor hen bedacht is.

      Het ergste vind ik wel dat samen met die “gentrification” het wonen in de stad onbetaalbaar moet worden. Hoor je er pas echt bij als je 1000 euro in de maand betaalt voor een bezemkast of als je meer dan de helft van je inkomen kwijt bent aan woonlasten?

      Voor 2011 (de start van de strenge toewijzingsregels) was het ook in deze stad normaal dat je ook met een wat hoger inkomen een gereguleerde huurwoning kon huren. Je koos zelf voor wat bij jouw leefsituatie paste. Daardoor woonde iedereen ook door elkaar heen: rijk, arm of iets er tussen in. Het was gewoon niet zo’n enorm issue als wat er de laatste tijd van gemaakt wordt.

      En wijken waar het niet okay is, maak je niet “vanzelf” beter door een blik dure woningen open te trekken. Die moeten ook op lange termijn betaald kunnen worden door de bewoners ervan. Best gewaagd om te denken dat iedereen die nu een aardig inkomen heeft, dat ook tot in lengte van jaren zal houden. Want goedkoper wonen als het niet meer zo goed gaat: daarvoor zul je straks de stad uit moeten vrees ik. Het is echt naïef om te denken dat een ontwikkeling die je overal ter wereld ziet in de steden, aan Rotterdam voorbij zal gaan. Daar moet je wel iets voor doen. Dus laat het wonen in ieder geval niet te duur worden, om te beginnen: minder (toewijzings)regels en huren tot zo’n 900 euro reguleren, zodat deze woningen ook op de langere termijn betaalbaar blijven voor de bewoners.

      1. Profielbeeld van Rini Biemans
        Rini Biemans

        Het is inderdaad naïef, maar het is de beleving van een flink aantal Rotterdammers. De segregatie is al een tijdje aan de gang en dat trekt de stad naar beneden. Dus ja betaalbare woningen voor alle Rotterdammers en groene wijken waar kinderen gezond opgroeien. Het is fantastisch dat het zo goed gaat…laten we iedereen meenemen een inclusieve groene stad in plaats van exclusieve bubbelstad

        1. Profielbeeld van Karima
          Karima

          Ik bedoelde het inderdaad zo: de ontwikkeling dat de woningen in de steden onbetaalbaar worden, zet gewoon door als beleidsmakers dat niet actief stoppen. In Amsterdam zie je al dat het nauwelijks meer lukt als het gaat om de huurmarkt. Marktpartijen gaan voor het rendement en zullen echt de huurprijzen niet temperen als huurders het niet meer kunnen betalen. En dat woningen in de vrije sector goedkoper worden als er maar genoeg van zijn? Dat horen we nu al erg lang, alleen in de praktijk gebeurt het niet.
          Door de flexibilisering van de arbeidsmarkt en fluctuerende inkomens is er steeds meer behoefte aan betaalbare (huur)woningen met een maximale huurgrens. En wat doet Rotterdam? In plaats van de regels te versoepelen, zodat er vanzelf een mix van bewoners ontstaat in een buurt, worden goedkope woningen gesloopt of gestransformeerd tot dure woningen. Heel vreemd!

  10. Profielbeeld van Stijn
    Stijn

    Geweldig stuk Geert. Spijker op zijn kop. En de gemeente treuzelt met al die bouwprojecten alsof Rotterdam zich kan permitteren om het ijzer niet te smeden nu het heet is. Juist nu de wind eronder is moet Rotterdam doorpakken. Zich officieel nestelen in de topsteden op deze aardkloot. Toppers aantrekken, toppers behouden, cultuur bewaken maar wel openstaan voor nieuwe denkers. Als dat lukt gaan we een hele mooie toekomst tegemoet. Met meer dan alleen een skyline, maar ook een stad die bij de skyline past.

    1. Profielbeeld van rob
      rob

      “zich officieel nestelen in de topsteden op deze aardkloot. Toppers aantrekken, toppers behouden”: dat is meehuilen met de wolven in het bos, peptalk/grootspraak vanaf de Coolsingel. Zorgen voor een diverse, gemixte “rijke” (in alle opzichten) stad, daar gaat het m.i. om. Dus doorpakken, ja, én betaalbare (huur)woningen, geen eenzijdige woningmarkt. En, en. Daar zou Rotterdam zich mee kunnen en moeten onderscheiden.

      1. Profielbeeld van Karima
        Karima

        Ben ik het helemaal mee eens!! Een stad waarin iedereen tot bloei kan komen, ieder met zijn/haar eigen talenten. Het is nu allemaal zo oppervlakkig. Wat zijn dan “toppers”? Mensen die heel veel doen voor hun buren of hun straat, vind ik bijvoorbeeld toppers. Maar dat wordt hier vast niet bedoeld ;-).

  11. Profielbeeld van Duko
    Duko

    Prima stuk, eindelijk iets anders dan dat eeuwige gejammer.

  12. Profielbeeld van Alicia
    Alicia

    “Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat het precies deze nostalgische retoriek is (afkomstig van een behoudzuchtige culturele elite) die het prille succes van de stad in de knop kan breken. Want wat als de New York Times besluit om volgend jaar niet Rotterdam maar Eindhoven op de tiplijst te zetten? En wat als de huizenmarkt stagneert en een huis in Amsterdam ineens wel weer een betaalbare optie wordt?”

    Lijkt me heerlijk. Kun je tenminste weer fietsen zonder asociale toeristen die midden op de weg blowen, en betaalbaar wonen zonder Amsterdammers die overbieden klinkt ook goed. Ik heb er gewoon niks mee en ik vind het niet leuk om in een onbetaalbare stad vol toeristen te wonen, en ik vind het ook niet leuk dat mensen mij menen uit te moeten maken voor dwarse puber omdat ik niet hetzelfde wil als zij.

    Ik voel me niet meer thuis in deze etalage en ik denk dat als het zo blijft, ik ga verhuizen, want ik vind het gewoon Echt. Niet. Leuk.

    En nee, ik hoef geen extra debatcentrum, geen poppodium en geen ander gedoe om me heen. We hebben hier al meer dan zat en ik vind het prima om af en toe door een ongezellige straat te fietsen.

    1. Profielbeeld van Stijn
      Stijn

      Zie hier, de egocentrist ten top. Gefeliciteerd Alicia, voor het louter en alleen aan uzelf denken. Wat je zelf niet wil of hoeft gun dat ook een ander niet. Dat lijkt me geen devies voor een stad als Rotterdam, havenstad, bevolkt door mensen van over de hele wereld.

      Wellicht dat Delfzijl iets voor je is.

  13. Profielbeeld van kevin verberkmoes
    kevin verberkmoes

    Mokkende puber…Leuk gevonden… Goed stuk.. Mooi dat Vers Beton ook een ander geluid laat horen.

  14. Profielbeeld van Koert Sauer
    Koert Sauer

    Goed betoog! ‘Die stad komt nooit af’, nog een citaat van Jules Deelder. Een stad die af is, is saai. Geldt niet alleen voor de gebouwen, maar ook voor de bewoners.

  15. Profielbeeld van Jasper Meeuwissen
    Jasper Meeuwissen

    Ik reed gisteren door Hillegersberg en zag een bekakte man zoals je hem zelden ziet: haar glad naar achteren, blauw blazertje, grijsgeruite broek, zwarte loafers. In Wassenaar o.i.d. had hij niet misstaan. Ik dacht eerst: ‘Jezus, dit is Rotterdam, ga dan ergens anders wonen.’ Mijn tweede gedachte was: ‘Wacht, Rotterdam is een grote stad dus daar moet werkelijk iedereen zijn plaats hebben.’ De yup hoort ook, wat mij betreft. Helemaal eens dus!

  16. Profielbeeld van Ard Buijsen
    Ard Buijsen

    Mensen die zich zorgen maken over het feit dat anderen het raar vinden dat je in Rotterdam woont. Pffff……

    1. Profielbeeld van Karima
      Karima

      Ik woon nu zo’n 40 jaar in Rotterdam (ja, vanaf mijn studietijd). Als ik alles hier zo lees, vraag ik mij af hoe ik het heb overleefd! Vooral die vre-se-lij-ke jaren tachtig/negentig, met al die “enge verslaafden”. Best raar eigenlijk, dat de grootschalige overlast daarvan (niet alleen in Rotterdam, maar ook in alle anders steden) allang weg was voordat ook maar iemand het had over “gentrification” en “bakfietswijken”.

  17. Profielbeeld van Vivian
    Vivian

    Dit stuk weergeeft precies hoe ik me voel! Het moment dat ik hoorde “oh tof!” In plaats van “waarom in vredesnaam?” na gezegd te hebben in Rotterdam te wonen, was heel fijn. Rotterdam heeft die gentrificatie nodig. Want de plekken voor de subcultuur die jij beschrijft, die waren er gewoon niet. Nu wel. Maar het Rotterdamse blijft. Ik ben trots op de eclectische sfeer die er hangt. Hoe diverser, hoe beter.

  18. Profielbeeld van Tom
    Tom

    Mooi!
    Vers Beton die eindelijk ook eens dit tegengeluid een podium geeft.
    Heel verfrissend.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.