Stedelijke ontwikkeling & architectuur3 mei 2017

Waarom Rotterdam niet zo moet zeiken over gentrificatie

Opinie

Het zijn net mokkende pubers, al die Rotterdammers die zeuren over de gentrificatie van de stad. Een beetje gentrificatie is zo erg nog niet, meent Geert Maarse. Bovendien valt het in Rotterdam allemaal wel mee. “Gun die yuppen hun latte. Wees een echte stad.”

Beeld: Nina Fernande

Er is iets raars aan de hand met Rotterdam. Al jaren probeert de stad aantrekkelijker te worden voor hoogopgeleiden, en net nu we daar eindelijk in lijken te slagen, schreeuwt men ineens moord en brand en willen we terug naar vroeger.

Bakfietsen, flat white drinkende hipsters en op elke straathoek een biologische supermarkt. Wie het publieke debat over dit onderwerp volgt, kent de clichés. Rotterdam, zo klinkt het steeds vaker, gaat Amsterdam achterna. Het is een niet meer te stoppen ontwikkeling die leidt tot een kolonisatie van de binnenstad, waarbij de echte Rotterdammers worden verjaagd, het rauwe karakter verdwijnt, het vastgoed in handen komt van buitenlandse investeerders en de huizenprijzen dusdanig de pan uit rijzen dat zelfs iemand met een degelijk ambtenarensalaris aan het eind van de dag de metro moet pakken naar Slinge om nog een beetje betaalbaar te wonen. En, aldus bijvoorbeeld Joep Klabbers, daarbij eindigen we onvermijdelijk als ‘een oersaaie enclave van Starbucks drinkende middenklassers’. Ik zie dat niet zo. En ik zal proberen dat uit te leggen.

Gewoon kut

Lees ookStedelijke ontwikkeling & architectuurDe Witte KaapGentrificatie op Katendrecht

Wanneer ik precies Rotterdammer geworden ben, weet ik niet. Ik ben in ieder geval nooit van plan geweest te blijven. Even studeren, dat was het idee. Oké, ik ging op kamers aan de Van Oldenbarneveltstraat, wat best leuk was. Oké, ik kreeg een bijbaan in een kroeg in de Witte de With, waar ik het nachtleven ontdekte. En oké, ik ging na mijn studietijd samenwonen en aan het werk. Maar ooit, zo wist ik al toen ik als zeventienjarige bedrijfskundestudent het grauwe Stationsplein opstapte om lijn 7 naar de universiteit te pakken, ooit zou ik hem peren.

Dat ik gebleven ben, heeft met veel dingen te maken. Met praktische bezwaren. Met de liefde, natuurlijk. Met de skyline. Met het feit dat het de enige stad in Nederland is waar je je best voor moet doen, die zich niet voor eender welke bezoeker gewillig neervlijt en laat aflebberen als een hoer. Maar dat is het niet alleen. De stad is ook echt leuker geworden.

"Hier bonkt het nieuwe hart van Rotterdam, my ass"

De eerste jaren in Rotterdam vond ik drie keer niks. Dat rauwe, dat hoorde erbij, begreep ik al snel. Dat er geen centrum was, en dat je voor elk glas bier op de fiets een paar desolate, winderige straten moest doortrappen, nam ik voor lief en begon ik al snel aan vrienden die op bezoek waren uit te leggen met een soort trots. Rotterdam was anders, je moest er wat voor doen. En de stad was nog in ontwikkeling, dat bombardement, je weet toch.

Maar hoe vaker ik dit verhaal meedreunde, hoe lastiger het werd om de contouren van de gedroomde metropool voor me te zien. Dat toen achtereenvolgens Now&Wow, Las Palmas en Nighttown dichtgingen hielp niet. Hier bonkt het nieuwe hart van Rotterdam, my ass. Misschien vergisten we ons wel, dacht ik, met dat Manhattan aan de Maas; of in ieder geval met de vage belofte dat het ooit wel wat werd met die stad. Misschien was dit het gewoon. Een stad waar het altijd waait, waar je op maandagavond na negen uur ’s avonds geen normaal bord vreten meer kunt krijgen, en waar je beroofd wordt als je naar huis fietst. Gewoon kut.

Virus

Inmiddels gaat het beter. We kregen een paar nieuwe grote gebouwen, er werden een paar straten opgeknapt, een paar nieuwe restaurants geopend en er waren een paar buitenlandse journalisten zo gek om ons in een jaarlijstje te gooien. Leuk. Prima. Er schijnen afgelopen jaar een paar Amsterdammers naar Rotterdam verhuisd te zijn en af en toe kom je aan de voet van de Erasmusbrug een Spanjaard tegen (niet eens op zoek naar een coffeeshop, maar naar een of ander architectonisch hoogstandje). Als ik aan iemand vertel dat ik uit Rotterdam kom, hoef ik geen verantwoording meer af te leggen. Heerlijk, vind ik dat. Maar zijn we werkelijk in vrije val geraakt richting stadsreservaat voor de lattedrinkende bakfietsyup?

"Als een virus zouden wij – hoogopgeleiden, creatievelingen, yuppen – ons over de stad verspreiden, een spoor van vernieling achterlatend"

Ik heb nog steeds geen koffiebar op de hoek van mijn straat (in Tussendijken) waar ik met mijn MacBook tussen de andere zzp’ers een flat white kan gaan zitten drinken. En dat wil ik eigenlijk best. Net als dat ik heel graag nog een bioscoop wil. Nog een poppodium. Nog een debatcentrum. Een museum met internationale allure. Dat is de behoefte van een bepaalde subcultuur, daarvan ben ik me bewust. Maar het is een subcultuur die nog lang niet voldoende bediend wordt. In mijn wijk zat één leuk biologisch restaurant: Kuiter. Maar dat is weg. En daar staat nu eethuis Kervansaray.

Gentrificatie, dat is het toverwoord. Als een virus zouden wij – hoogopgeleiden, creatievelingen, yuppen – ons over de stad verspreiden, een spoor van vernieling achterlatend. En allen zijn wij schuldig. Tja.

Mokkende puber

Rotterdammers vinden het lastig, populair zijn. Eeva Liukku, die in 2013 verzuchtte: laat ons maar lekker moeilijk blijven. Jules Deelder, die midden jaren zeventig in de beroemde film van Bob Visser op een verlaten plein een ode brengt aan de leegte: “Dat gelul over die gezelligheid moet nou maar eens afgelopen zijn.”

Het is een beetje de houding van een mokkende puber, die er een zeker genoegen in schept om zichzelf onbegrepen te voelen. Je schminkt je ogen zwart, trekt een shirt aan van een metalband, en gaat boos in een hoekje zitten. Lekker makkelijk: kun je nooit ergens op aangesproken worden. Ik heb daar niks mee.

Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat het precies deze nostalgische retoriek is (afkomstig van een behoudzuchtige culturele elite) die het prille succes van de stad in de knop kan breken. Want wat als de New York Times besluit om volgend jaar niet Rotterdam maar Eindhoven op de tiplijst te zetten? En wat als de huizenmarkt stagneert en een huis in Amsterdam ineens wel weer een betaalbare optie wordt?

Groeipijn

Als je hoogopgeleiden en die toeristen structureel aan je wil verbinden, moet je ze wat bieden. Ik vind het leuk dat de Hofbogen in gebruik zijn genomen. Dat Katendrecht meer is geworden dan alleen een belofte. Dat er achter het Marconiplein niet alleen hoeren en drugsdealers te vinden zijn, maar ook af en toe een festival georganiseerd wordt. Dat is niet je ziel aan de duivel verkopen. Dat is je verantwoordelijkheid nemen.

"Sla in Rotterdam twee keer linksaf en herenhuizen maken plaats voor toko’s en belwinkels"

De vraag is natuurlijk welke mix leidt tot een rechtvaardige, leefbare stad. Dan zeg ik: een beetje gentrificatie is voor niemand slecht. De Meent is mijn straat niet, maar als ik er eens op het terras zit, kijk ik met plezier hoe de nouveaux riches in grommende bolides stapvoets voorbijrijdt. Oer-Rotterdams. Net als de Schiedamseweg overigens. Het Afrikaanderplein. Of de Fenix Food Factory. Soort zoekt soort, maar de schaal waarop de gettovorming (rijk én arm) zich hier voltrekt, is van een totaal andere orde dan in New York, Londen of Amsterdam. Sla in Rotterdam twee keer linksaf en herenhuizen maken plaats voor toko’s en belwinkels. Dat blijft. Zelfs als er nog honderd biertuinen en biobakkers bij komen.

Lange tijd heeft Rotterdam vooral iets niet willen zijn. Niet gezellig. Niet toegankelijk. Maar ook een puber wordt op een gegeven moment gedwongen tot volwassen keuzes. Dus gun die yuppen hun latte. En hup, voor de toeristen een paar gezellige straatverkopers met flesjes water en crêpes met Nutella. Wees een echte stad.

En voor wie in paniek raakt omdat het rauwe Rotterdamse karakter zou verdwijnen? Grow up. We kunnen wel wat hebben.

Dit artikel is ook te vinden in ons boek 'Help, we zijn populair! Rotterdam stad in verandering'. Nog niet in bezit van het allereerste Vers Beton boek? Koop hem dan snel via de link hieronder of in de (Rotterdamse) boekhandel.Koop het boek hier bij de uitgever Nai010
Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Gentrificatie en Gentrification

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *