Kunst & Cultuur13 juni 2017

Het narcisme van de Rotterdamse essayist

Dubbelinterview

Miriam Rasch en Jan Postma debuteren allebei met hun eerste essaybundel. Een dubbelinterview over Knausgård, Kierkegaard, persoonlijkheid, denken, kortom: essayistiek.

Miriam Rasch en Jan Postma Beeld: Salih Kilic

Kennen jullie elkaar eigenlijk?

Jan: “We zitten al zo’n zes jaar samen in een boekenclubje. We leerden elkaar kennen via website 8WEEKLY, waarvoor ik boekrecensies schreef en waar Miriam redacteur was.”

Miriam: “Ja, ik was jouw eindredacteur.”

Jan: “Ze scheurde mijn stukken kapot.”

Miriam: “Nauwelijks!”

Jan: “Dat heeft twee jaar geduurd, voordat we er een keer via Twitter achter kwamen dat we van plan waren hetzelfde boek te lezen, HhhH van Laurent Binet, samen met iemand anders die ook voor 8WEEKLY schreef. Toen zeiden we: “oh, laten we dat dan met bier doen.” Sindsdien hebben we een leesclub.”

Miriam: “Bier met boeken.”

Jan: “De leesclub bestaat nog steeds.”

Miriam: “We zijn wel steeds slechter geworden in de boeken ook daadwerkelijk lezen en bespreken. Het is natuurlijk het leukste als je een discussie kunt hebben waarin je het niet met elkaar eens bent. Maar…”

Jan: “We zijn het meestal wel een beetje eens.”

Jullie wonen allebei in Rotterdam, naar verluidt meer een stad van doeners dan denkers. Het genre van het essay staat juist voor een denkoefening en heeft ook de reputatie elitair te zijn. Willem Frederik Hermans sprak neerbuigend van het “esseej”. Nu vinden wij jullie essaybundels verre van hoogdravend, maar wringt dat niet, essayist zijn in Rotterdam?

Jan: “Nou… Ik weet niet in hoeverre ik een boek schrijven ook niet een kwestie van doen vind, eigenlijk.”

Miriam: “Enorm een kwestie van doen! Het is hard werken.”

Jan: “Zo voelt het wel.”

Miriam: “Het denken volgt ook op het doen van het schrijven. Dat is voor mij misschien wel bijna de definitie van essayistiek: denken door te schrijven.”

Jan: “Denken door te doen, eigenlijk. Dus is er iets Rotterdamser dan het essay? Feyenoord misschien.”

Miriam: “Ik heb het essay nooit suf of hoogdravend gevonden.”

Jan: “Nee, ik ook niet, maar het heeft wel iets stoffigs in Nederland. Vaak is het essay hier voor mijn gevoel wel iets dat in de eerste plaats een beschouwing moet zijn voordat het ook iets literairs is.”

Miriam: “In mijn propedeuse kreeg ik de essays van Montaigne voorgeschoteld. Daar was ik meteen weg van. En toen las ik Willem Frederik Hermans, en uitgerekend die heeft me met zijn eigen essays de ogen geopend voor het genre.”

Jan: “Het essay heeft iets stoffigs”

Wat is dat voor jullie, een essay?

Miriam: “Denken door te schrijven, dus. Wat voor mij cruciaal is aan het essay, is dat je alles van buitenaf naar binnen trekt en onderdeel maakt van je eigen tekst.”

Jan: “Ik kan me hier wel bij aansluiten. Niet ieder essay hoeft overigens filosofisch te zijn. Dat denken op de pagina, dat gebeurt bij de gratie van de stem van mijn personage, die dat doet op de een of andere manier. Ik onderzoek het denken, maar dat kan aan de hand van allerlei onderwerpen. Het kan bloedserieus zijn, of juist heel speels. Wel houd ik me aan de realiteit, ik laat het niet in fictie vervallen.”

Miriam: “Het mooiste is dat je begint met het voor het voetlicht brengen van een idee en eindigt bij een totaal ander idee, of de negatie van het idee, of gewoon: paniek!”

Jan: “Ik schrijf over wat zich opdringt. Dingen die zich na een jaar nog steeds voortdurend aandienen, die door blijven etteren. Maar ik denk dat wij ons werk ook met heel verschillende ideeën hebben ingestoken. Jij was op zoek naar een verzameling verhalen die zich allemaal rond één thema cirkelden.”

Miriam: “De digitale cultuur. Internet. Dat is ook mijn vakgebied aan de hogeschool waar ik werk.”

Jan: “Terwijl ik het zo breed mogelijk wil maken en houden, in de hoop dat het wel een gevoel van eenheid zou hebben, maar ik niet hoefde te zeggen: het gaat precies hier over. Het gaat juist over al die verschillende dingen. Ik ben ook veel intuïtiever ingesteld. Ik laat me leiden door dingen, terwijl ik niet helemaal weet waarom. Een heel ander soort essay is dat mensen helder denken op papier, zoals Miriam doet. Dat is een wezenlijk verschil tussen ons.”

Miriam: “Maar mijn boek komt ook op de afdeling filosofie te liggen in de boekwinkel. Het is wel geschreven met het idee dat het een filosofisch werk moet zijn.”

Jan: “Bij mij ligt het misschien bij fotografie, letterkunde, taalwetenschap, of bij poëzie en diversen en literatuur.”

Jan Postma Beeld: Salih Kilic

Het thema dat jullie boeken delen, is de hedendaagse aandacht voor de persoonlijkheid, om niet te zeggen narcisme, die niet los te denken valt van communicatietechnologieën zoals Google en Facebook. We vragen ons af: is het essay niet ook een vorm van narcisme? Jullie geven behoorlijk persoonlijke details prijs.

Jan: “Ik heb heel persoonlijke dingen geschreven, maar ik wil nooit iets schrijven waarover mensen zeggen: “oh, die durft!” Ik kan heel slecht tegen bekentenissen. Je wil niet dat je iets aan het schrijven bent wat zegt: “kijk mij eens raar zijn.” En dat als je het terugleest het eigenlijk zegt: “kijk mij dit eens durven vertellen, toch wel dapper van mij!” Ik merk bij mezelf dat ik altijd een soort spanning probeer te creëren in de manier waarop ik ergens over wil schrijven. Ik heb een stuk over mijn ‘eerste keer’ geschreven. Dan is het de vraag of je dat kunt doen zonder er iets puur sentimenteels van te maken.”

Miriam: “In goede literatuur staat er altijd iets op het spel. En ook iets heel persoonlijks. Ik, als lezer, ben het meest aangetrokken tot boeken waarin ik zie dat de schrijver ook zichzelf op het spel durft te zetten. Bij dat essay over de smartphone en seks en liefde en verlangen, daar heb ik dat echt als uitgangspunt genomen: ik ga hierover schrijven en ik ga gewoon mezelf de borstkas openscheuren en ze mogen allemaal naar binnen kijken. Mij gaat het erom alle mooie woorden, de schijn van het dagelijkse leven, weg te trekken. Dat kun je doen, als ik het even filosofisch benader, door te kijken: wat zit er achter en waarom is het zo? Maar je kunt het ook doen met jezelf. Dan is het essayistiek.”

Jan: “Zo lang je jezelf gebruikt om met de wereld bezig te zijn in plaats van de wereld te gebruiken om met jezelf bezig te zijn, is het narcisme van de essayist te verdedigen.”

Miriam: “Ik ga hierover schrijven, ik ga mezelf de borstkas openscheuren en ze mogen allemaal naar binnen kijken”

Wie zijn jullie voorbeelden?

Miriam: “Eh… [lacht]. Wie ik zou noemen… Proust en Kierkegaard zijn de twee schrijvers die mij heel erg hebben beïnvloed. En van de laatste tijd is dat toch Knausgård, waar ik ook over schrijf. Omdat hij iets laat zien wat heel erg van onze tijd is, de digitale revolutie, terwijl hij dat helemaal niet wil, dat vind ik super fascinerend.”

Jan: “Het zijn vooral twintigste-eeuwse essayisten die ik om één essayboekje heel erg kan waarderen. Bijvoorbeeld Natalia Ginzburg, een Italiaanse schrijfster. Zij fascineert me overigens meer op literair dan op intellectueel gebied. Het gaat me vaak niet om ideeën, maar meer om hoe mensen schrijven en denken.”

Mislukt het ook wel eens? Dat je je gedachten op papier probeert te zetten en dat er geen essay van komt?

Jan: “Ja, heel vaak. Er zitten ook dingen in het boek die ik op een bepaalde manier wel als mislukt beschouw. Of dat ik zie op welke manier het tekortschiet ten opzichte van wat ik had gehoopt… Dat wil niet zeggen dat ik ze dan niet interessant vind. Misschien wel juist interessanter! Een verhaal dat ik wilde schrijven gaat over het geboortedorp van mijn vader. Dat is eigenlijk een soort voortdurende mislukking. Ik krijg geen grip op die plek voor mijn gevoel. En dat is zeker niet het verhaal geworden dat ik in mijn hoofd had voordat ik begon. En dan is het ook nog de vraag in hoeverre dat stuk op een andere manier toch geslaagd is. Dat weet ik niet.”

Miriam: “Ik denk al wel in een vroeger stadium: dit wordt niets, hop, weg ermee!”

Jan: “Ik laat dingen lang door etteren. En soms wordt het dan wat, soms niet.”

Miriam: “Ik heb één stuk dat er uiteindelijk niet in is gekomen. Maar verder is alles wat ik had bedacht wel werkelijkheid geworden en ook in het boek terechtgekomen.”

En dat essay dat het niet heeft gered, waar lag dat aan?

Miriam: “Dat bleek helemaal niet over internet te gaan.”

Jan, heb jij er bewust voor gekozen om politieke onderwerpen weg te laten? Je hebt politicologie en internationale betrekkingen gestudeerd, maar je lijkt duidelijk te kiezen voor het persoonlijke boven het politieke.

Miriam: “Heb je zijn Twitter gelezen? [lacht]”

Jan: “Ik denk niet dat persoonlijkheid en politiek tegenover elkaar staan als je bedenkt dat macht zowel speelt in het politieke als persoonlijke domein. Maar nee, het innemen van een standpunt of een positie, dat vind ik gewoon niet zo interessant. Dat neemt niet weg dat de waarden die ik aanhang erdoorheen mogen sluimeren en doorklinken in de essays. De manier waarop je naar de wereld kijkt, hangt voor een groot deel samen met wat je belangrijk vindt.”

Miriam Rasch Beeld: Salih Kilic

Iets waar jullie elkaar in kunnen vinden is het thema van de permanente onrust, die zoveel Millennials plaagt.

Miriam: “Ik was bij een avond waar Jan en Marja Pruis samen optraden en ik een inleidend praatje gaf. Toen kwam ik er achter dat in het stuk waarin ik het heb over de grote onrust, ik precies op het punt uitkwam dat Jan in zijn inleiding maakt over de toestand van het afgeleid zijn. Die afleiding wordt vaak voorgesteld als iets verschrikkelijks, maar voor de essayist is het ook iets moois Je kunt afleiding ook…”

Jan: “Omarmen.”

Miriam: “Ja, doelbewust inefficiënt zijn.”

Jan: “Maar niet op zo’n manier dat je het gaat instrumentaliseren. Het moet niet weer een instrument worden om juist dat tegenovergestelde te doen.”

Miriam: “Nee, inderdaad. Daar gaat dat hele essay van mij over. Niet alle afleiding is goed. Je wordt constant afgeleid, door je smartphone, door het internet. Ik haal dan Guus Kuijer aan. Die kennen we als een hele goede Twitteraar, maar hij heeft ook een boek geschreven waarin hij het heeft over afleiding. Wat je er tegenover moet stellen is wat hij noemt ‘inwezigheid’. Dus de afleiding die niet een verstrooiing is waardoor je afwezig bent, maar waardoor je juist ‘inwezig’ raakt, de wereld van buiten naar binnen neemt en daar daadwerkelijk stappen in verder kunt zetten. Dat vind ik een heel mooi concept. Dat is een manier om los te komen uit die hele mechaniek van advertentie-inkomsten en pushberichten.”

Jan: “Wanneer jouw afleiding andermans inkomsten zijn, is het pas kwalijke afleiding.”

Miriam: “Het internet valt dan ook te genieten als een soort speeltuin met hele leuke, grappige dingen. Voor mij is Rotterdam ook zo’n soort plek waar je rond kan lopen of in de tram kan zitten en dat er allemaal hele bijzondere dingen verschijnen die je niet meteen herkent. Of er staat opeens een heel groot gebouw en je denkt: waar komt dat ineens vandaan? Heel anders dan bijvoorbeeld in Utrecht. Maar goed, ik kan het dan toch niet helpen dat ik dan denk: waarom moet alles kapot?”

Jan: “In Rotterdam?”

Miriam: “Nee, op het internet!”

De essaybundels

Miriam Rasch, Zwemmen in de oceaan. Berichten uit een postdigitale wereld. Amsterdam, De Bezige Bij, 2017. (verschijnt 22 juni aanstaande)

Jan Postma, Vroege werken. Amsterdam, Das Mag, 2017.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:essay, essayistiek, interview, Jan Postma en miriam rasch

Sectie: Kunst & Cultuur

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *