The Next Economy29 juni 2017

Hoe elke Rotterdamse wijk kan profiteren van z’n eigen Facebook-variant

 

The Prototyping Program probeert het brede en vage begrip ‘Next Economy’ tastbaar te maken voor ondernemers en stadsbewoners. Met regelmaat tippen zij een heikel punt aan Vers Beton om de tanden in te zetten.

Zoals Airbnb, Uber en andere digitale platformen: ze spelen een steeds grotere rol in de economie. Vers Beton zocht uit hoe we deel- en klussenwebsites zo kunnen ontwikkelen en inzetten zodat de stad er beter van wordt.

Beeld: Athena Gronti

Een steeds groter deel van de economie verloopt digitaal: via sociale media, platformen voor het delen van bezit en marktplaatsen voor spullen of klussen. Het gebruik van deelplatformen is de afgelopen drie jaar bijvoorbeeld verdrievoudigd, publiceerde het Rathenau Instituut eind mei in een rapport . Een kwart van de Nederlanders is inmiddels afnemer of aanbieder van diensten of goederen op een platform. De populariteit van delen is vooral hoog onder jongeren (tot 35 jaar). Van hen doet 29 aan het lenen of delen van bezit, tegenover een vijfde van de ouderen. In de meeste gevallen is degene waar je ‘zaken’ mee doet een volslagen onbekende.

En er worden ook volop klusjes uitgevoerd. De delers en klussers verdienen met Airbnb door hun woonruimte te verhuren, vervoeren passagiers via Uber, verhuren hun auto via Snappcar en gebruiken Werkspot en Helpling om zich als aannemer of schoonmaker aan te bieden. Zo ontstaat een economisch klimaat dat kansen biedt voor een hoger rendement van bezit en voor verzelfstandiging.

Bij Airbnb vinden mensen van over de hele wereld elkaar, maar vaak is de platformeconomie ook heel lokaal. Op wijkniveau bestaan er sinds een tijdje diverse platformen die vraag en aanbod bij elkaar brengen. Zoals Nextdoor, dat als missie heeft om buren bij elkaar te brengen. Elke wijk kan zo zijn ‘eigen’ Nextdoor hebben. Op de editie van Blijdorp Noord is zes procent van de in totaal 2658 huishoudens aangesloten. In totaal zijn dat 181 leden die binnen het digitale wijkje advies aan elkaar vragen, kinderfietsjes verkopen of een lezingenreeks over filosofie aankondigen.

Nieuwe lokale ondernemers

Het lokale karakter van veel platformen is gewoon economische wetmatigheid. Versimpeling van de transacties, meer efficiëntie en korte lijnen. Mensen hebben een nieuw middel voorhanden om in de buurt naar producten en diensten te zoeken. En dat levert in potentie een hele nieuwe klasse van lokale ondernemers, met hun eigen wijk als achterland.

Als je je als schoonmaker aanbiedt bij Helpling, dan hoop je op een afnemer die in de buurt woont. Dat scheelt reistijd. Huis-tuin-en-keukenspullen op Marktplaats haal je bij voorkeur in een straal van tien kilometer, even tussendoor. Een snappcar staat in de ideale wereld pal voor je deur.

“Kun je wel verdienen als je eigenlijk geen bezit hebt om te delen?”

Voor Rotterdam is de lokale platformeconomie een reële toekomst, want de concentratie van vraag en aanbod is hoog in een grote stad. In die toekomst worden er allerlei klusjes bijeengeschraapt om zo je brood mee te verdienen. Als je het een beetje slim aanpakt, zit je nooit zonder werk. Maar: wat als het aan de inkomstenkant een tijdje tegenzit? Kun je wel verdienen als je eigenlijk geen bezit hebt om te delen? En van wie zijn de data in de platformen eigenlijk?

Platformeconomie in Rotterdam

Ook voor de gemeente Rotterdam is de platformeconomie een aandachtspunt. Hans Scheepmaker werkt namens de gemeente aan de Roadmap Next Economy, een plan voor de overgang naar een regionale economie dat goed gebruikt maakt van technologische ontwikkeling. “En daarvoor moeten projecten uit de grond worden gestampt”, aldus Scheepmaker. “Zoals de solution labs, waarin we professionals uit verschillende bedrijfstakken bekend maken met deelplatformen.” De Roadmap Next Economy zet volop in op digitalisering, om de lokale economie op gang te brengen. Dit vereist volgens Scheepmaker een investering in mensen.

Daaraan dragen onderwijsinstellingen bij, zoals Anne Nigten met The Patching Zone. Ze geeft leiding aan dit transdisciplinair innovatielab. The Patching Zone helpt de Hogeschool Rotterdam studenten klaar te stomen met “verschillende projecten waar technologie voor en met stadsbewoners ontwikkeld wordt, zoals een jaarlijkse hackathon.” Ervaringen uit haar verschillende projecten verwerkt Nigten tot lesmateriaal voor de onderwijsinstellingen.

Wisselend succes

Voor bestaande ondernemers in de wijk heeft de platformeconomie wisselend succes. Platformen werken voor de ZZP’er die digitale diensten aanbiedt, of voor de gelegenheidskok die via een platform zijn eerste ondernemersstappen zet, maar minder voor het zaakje om de hoek. Hoogwaardige kennisdiensten renderen beter in de platformeconomie dan dagelijkse benodigdheden.

Vooral de wat meer exclusieve en minder zichtbare diensten die een bepaalde mate van technologische knowhow vereisen, zijn makkelijker te vinden op platformen. Denk hierbij aan het bouwen van websites, boekhouden of grafisch ontwerpen.

“Voor een brood bij de bakker ga je niet shoppen op een platform”

Voor een brood bij de bakker aan het eind van de straat ga je niet shoppen op een platform. Nee, daar loop je gewoon even naartoe. Maar een goedkope website-programmeur kan makkelijk vanaf de andere kant van de wereld zijn werk aanbieden.

Voor de ene bedrijfstak werkt het dus beter dan voor de andere. Loodgieters en schoonmakers profiteren van lokale klanten. Maar als je bereid bent honderden of misschien zelfs duizenden euro’s uit te geven aan renovatie van je huis, is een aannemer bereid om van ver te komen. De fysieke afstand tussen ondernemer en klant is op een platform zoals Werkspot niet altijd van belang. Voor grotere klussen gaat de efficiëntie van verminderde transactiekosten steeds minder op; kwaliteit en specialisme mogen best van ver komen.

Jan Belon van Afdeling Buitengewone Zaken – een ontwerpbureau voor bedrijven en overheden – houdt zich onder andere met deze vragen bezig. “Bij een platform zoals Helpling zou het succes gebaseerd kunnen zijn op het feit dat de aanbieder in de meeste gevallen in de buurt van de afnemer woont. Als aanbieder weet je in zo’n geval dat er vraag is naar je diensten in je naaste omgeving. Als afnemer weet je dat het aanbod van schoonmaken wijdverbreid is.” Volgens Belon leidt dit tot een systeem waarin waarde de wijk niet uitvloeit, zoals dat nu vaak wel het geval is. “Wanneer platformen worden ingezet om juist op lokaal niveau geld, diensten en spullen uit te wisselen, ontstaat een échte circulaire, lokale economie.”

Digitale kloof

Iedereen kan deelnemen aan de platformeconomie. Toch? Volgens Nigten moet hier nog een belangrijke stap gemaakt worden. “Want als we niet uitkijken dan vallen diegenen die minder technologie-georiënteerd zijn, buiten de boot.”

Ook Belon bespeurt een kloof in de samenleving op het gebied van de digitale deel- en platformeconomie. Hij heeft onderzoek gedaan, onder meer door willekeurige Rotterdammers te vragen of zij een extraatje willen bijverdienen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van platforms voor auto’s en huizen delen. “Veel mensen kennen deze werkwijze niet en vertrouwen het niet”, merkte Belon. “Mensen vragen zich af: wat doet die technologie voor mij? Op straat, als ik met hen spreek, heerst er nog veel onwetendheid.”

Of ze hebben überhaupt het geld en kapitaal aan huizen of auto’s niet om mee te doen. Uit onderzoek van ING van twee jaar geleden blijkt dat de voordelen van de deeleconomie zeer ongelijk verdeeld zijn. Tachtig procent van de uitgaven op deelplatformen komt terecht bij slechts tien procent van de aanbieders. De scheve verhouding komt voor een groot deel door woningverhuur: de happy few die een huis bezitten, zijn spekkoper.

Belon ziet vooral de witte hoogopgeleide burger die profiteert van technologie in de wijk. “Het is een nieuwe manier om geld te verdienen, maar ook meer uit bestaand bezit te halen.” Ofwel: als je veel hebt, durf je ook eerder deel te nemen aan de deeleconomie; het risico is te overzien als het misgaat.

Voor mensen die weinig hebben, vormt bijvoorbeeld SnappCar een risico. Ze vrezen dat hun bestaan direct wordt ondermijnd als hun heilige koe door iemand anders in de prak wordt gereden.”  Maar: “Tegelijkertijd zijn ze wel heel actief op zoek naar koopjes. Vanuit die optiek zijn platforms wel interessant, mits er een oplossingen voor vertrouwen is.”

Succesfactoren

Gebrek aan vertrouwen in technologie vormt dus een drempel voor deelname, en daarvoor ziet Jelle van der Molen een oplossing. Hij maakt met zijn bedrijf Rithm platforms voor bedrijven, en denkt na over hoe dit ook in wijken kan ontstaan.

“We zien dat succesvolle platforms stuk voor stuk slechts één dienst aanbieden en dat heel goed doen”, vertelt van der Molen. Ook Facebook is begonnen als een smoelenboek voor een campus, en kreeg steeds meer functionaliteiten al naar gelang de vraag. “Het begint in mijn ogen met een open source basisvoorziening die door de overheid wordt aangeboden wordt. Een nutsplatform, met vrij toegankelijke software waarop de wijk zelf kan ontwikkelen waar vraag naar is. In de ene wijk is dat een referendum-tool, in een andere wijk met veel kleine ondernemers is dat weer een simpel boekhoudprogramma.”

“Wanneer je als wijkcoöperatie de gelegenheid biedt dat mensen maaltijden voor elkaar koken, is het belangrijk ook te regelen dat er een simpel platform is om de inkomsten bij te houden”, legt van der Molen uit. “Dat kun je samen maken, bijvoorbeeld met jongeren of andere buurtgenoten die interesse hebben in programmeren.”

Ook gemak en veel medegebruikers zijn succesfactoren voor een platform. Veel platforms mislukken omdat er simpelweg geen gebruik van gemaakt. Zoals Buurboek, dat in Delfshaven zeer weinig deelnemers kent. Niet zo’n succes, vindt van der Molen dus. “Het wordt alleen een succes als buurtbewoners eigenaar zijn van het platform, het zelf ontwikkelen”, stelt hij.

Data verkopen

De belangrijkste reden om zelf te ontwikkelen, zegt Van der Molen, is de vraag van wie de data zijn. Omdat platformen de neiging hebben steeds groter te worden, wordt dit probleem steeds reëler, denk aan een bedrijf als Facebook of Google. Van der Molen: “Facebook en Amazon voldoen met hun dienstverlening fantastisch. Daardoor zijn we eigenlijk heel verwend. Ze voldoen alleen niet aan de waarden van transparantie en privacy die je eigenlijk wilt”. Door zelf te ontwikkelen kun je dat doen volgens de waarden die je als wijk hebt.

En inderdaad, privacy is wel een dingetje. In de aanloop naar dit stuk keken wij naar de kaart Blijdorp op Nextdoor, dan zie je precies wie in welk huis woont, en wat diegene aanbiedt of vraagt. ”Als we terugkijken over twintig jaar, vinden we het waarschijnlijk bizar hoe we met data omgingen. Veel mensen hebben geen idee wat ze weggeven”, ziet van der Molen.

Zelf eigenaar zijn van de data binnen een lokaal deelplatform kan meer voordelen hebben, vertelt Robbert de Vrieze. “Je kunt juist als bewoner collectief besluiten je data te verkopen, bijvoorbeeld aan het RIVM.” De Vrieze werkt voor Transformers, een bureau dat zich bezighoudt met ontwerp, maatschappij en economie. Hij startte binnen een aantal anderen het Stadslab Luchtkwaliteit, een initiatief om burgers door interactie met technologie deelgenoot te maken van de discussie over luchtkwaliteit. “We willen de macht in handen van burgers geven. Die beschikken binnen ons initiatief over sensoren om zelf de lucht te meten, bijvoorbeeld bij de ‘s-Gravendijkwal en de Maasboulevard. Op deze manier kunnen ze aandacht vragen voor een bepaalde zaak.”

“Informatiepositie van burgers enorm verbeterd”

Technologie voor open data is voor De Vrieze een belangrijke troef in het smeden van burgerkracht. Samenwerking van burgers leidt ertoe dat zij een serieuze gesprekspartner worden voor overheden. “Door technologie voor open data wordt de informatiepositie – en dus ook onderhandelingspositie – van burgers enorm verbeterd.”

Dit thema komt goed naar voren in het platform Wij Delfshaven, bedoeld voor collectieve actie en democratische vernieuwing. De Vrieze wijst geeft als voorbeeld het zelfbeheer van parken, waarvoor burgers elkaar binnen het platform gevonden en georganiseerd hebben, in samenwerking met de TU Delft. “Ook voor complexere vraagstukken, zoals bijvoorbeeld investeren in waterberging, kunnen via een platform verschillende datastromen en expertises bij elkaar komen.”

Flexibele overheidslasten

Belon ziet dat de scheidslijn tussen burgers en ondernemers vervaagt, vooral door toedoen van de deeleconomie. Dit biedt kansen voor mensen om hun inkomsten op te krikken, maar de medaille heeft ook een andere kant.

“Inkomsten gaan met pieken en dalen, maar aan de andere kant is dat niet het geval. Uitgavenposten zoals de afvalstoffenheffing of het rioolrecht komen hard binnen als het eventjes minder gaat.” Hier ziet hij een rol weggelegd voor de overheid. “We willen als samenleving dat mensen meedoen in de nieuwe economie, met de technologie die het mogelijk maakt. Maar dan moeten alle lagen van de samenleving kunnen meedoen. Dus, overheid: verzin interventies om de drempel te verlagen.”

We kunnen er niet omheen: de digitale deel- en klusseneconomie is een interessante manier om geld te verdienen, en meer uit bestaand bezit te halen. Maar er schuilt het gevaar van een kloof tussen mensen die veel, en mensen die weinig hebben.

Om te zorgen dat iedereen meedoet is vertrouwen cruciaal. Want juist het bijverdienen, de korte lijntjes, sociale functies en lagere kosten kunnen heel interessant zijn voor minder vermogende buurtgenoten. Het is dus belangrijk om als wijk zelf platforms te ontwikkelen, bijvoorbeeld op een open source basis die de overheid beschikbaar stelt. Dat kan het vertrouwen vergroten en maakt dat het platform precies bij lokale behoeftes kan aansluiten.

Maar de belangrijkste reden om je eigen Facebook – of welk platform dan ook – te vormen, blijft privacy en zeggenschap over je data: alleen zo voldoet het precies aan de waarden die je als wijk hebt.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met The Prototyping Program, dat probeert de next economy tastbaar te maken, samen met designers, makers en ondernemers in de stad. Prototypes variëren van nieuwe apparaatjes tot nieuwe opleidingen, en alles daartussen. In één keer snappen waar de next economy over gaat? Lees deze.

Logo Prototyping Program

(Wat betekent samenwerken met Vers Beton?)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:airbnb, Buurboek, lokaal, Nextdoor, the next economy en uber

Sectie: The Next Economy

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *