voor de harddenkende Rotterdammer

De serie over cultuureducatie in Rotterdam bestaat uit drie artikelen. In dit tweede deel zet Rineke Kraaij uiteen waarom cultuuronderwijs in relatie tot identiteitsontwikkeling zou moeten gaan over nieuwe verbindingen.

1. Cultuuronderwijs-Cees-Boot-(1600 900px)
Beeld door: beeld: Cees Boot

Afgelopen week vroeg ik mijn dochter (5) – die opeens overal het logo van Feyenoord ziet – wie er in haar klas voor Feyenoord is. Zonder twijfel en alsof ik een hele domme vraag stelde, riep ze: “Wij allemaal!” Feyenoord bleek (tijdelijk) onderdeel te zijn geworden van mijn dochters identiteit. Verder zag ik, meer in collectieve zin, hoe het feest zo veel verschillende Rotterdammers samenbracht. Het winnen van Feyenoord heeft voor de gemiddelde Rotterdammer veel meer betekenis qua vergroting van Rotterdamse eigenwaarde dan een notering in de top tien van de Rough Guide of the Lonely Planet.
Wat doet het winnen van Feyenoord met je identiteit, wat doet Rotterdammer-zijn met je identiteit? Het zijn twee van de vele bouwstenen die maken wie je bent. Lang geleden leerde ik van Henk Oosterling, filosoof en bedenker van Rotterdam Vakmanstad, dat identiteit een crisisbegrip is dat pas opduikt als er een probleem is. Het voortdurend praten over identiteit in onze samenleving was volgens hem het gevolg van een angstcultuur en het problematiseren van jonge mensen. Eigenlijk zou je veel meer tijd en moeite moeten investeren in interesse, wat letterlijk ertussen zijn betekent. Volgens Oosterling is het veel belangrijker wat er ‘tussen’ mensen onderling gebeurt dan wat er ‘in’ mensen gebeurt.

De wereld verandert, globaliseert, oude instituten werken niet meer. We moeten onszelf heruitvinden, maar we weten niet hoe. De samenleving zit in een identiteitscrisis. Dit heeft als gevolg dat er ook een grotere focus is op identiteit op individueel niveau. Omdat we niet meer zo goed snappen hoe de samenleving in elkaar zit en deze ook niet altijd goed functioneert, is er een extra verwachting naar de individuen. Mensen zouden zich op een bepaalde manier moeten gedragen om onderdeel te zijn van de samenleving, om uiteenvallen te voorkomen. Er is echter geen echte interesse in elkaar. Er lijkt eerder sprake van het voortdurend definiëren van elkaar, zonder elkaar echt te kennen. Je bent een allochtoon, een homo, een vmbo-er, een witte man, een zwarte vrouw, een hipster, enzovoorts. Maar het fijnste is toch dat de ander niet bepaalt wie je bent, maar dat je dat zelf mag doen?

Identiteit en de wijk

Tijdens de Maand voor Cultuuronderwijs bogen we ons in een expertmeeting van WIRED Rotterdam (een initiatief van KCR) met mensen uit het onderwijs en de cultuursector over de vraag hoe de school meer in de wijk zou kunnen zijn. Ninny Duarte Lopes van Wij Delfshaven vertelde dat de school eigenlijk al heel erg in de wijk was in de vorm van haar leerlingen, die vrolijk en jeugdig de openbare ruimte innemen. Ik sprak met haar af en sprak met haar dochters en hun vriendinnen. Ik vroeg of ze wisten wat identiteit was en of het een woord was wat ze weleens gebruikten. Noraly (9) kende het woord niet. Fabienne (14) kwam samen met haar vriendin Chantely (13) met moeite tot een gezamenlijke invulling: “Iets wat iemand over die persoon vertelt, informatie over die persoon.” Maar ook zij gaven duidelijk aan dat dit niet een woord was waar ze dagelijks mee te maken hebben. Ook Ninny zei dat ze het woord niet veel gebruikte. Haar definitie van identiteit was datgene waar je vandaan kwam, wie je bent, waar je voor staat en wat je wilt worden.
Ik vroeg de vriendinnen wie ze waren, waar ze voor stonden en wat ze wilden worden. Ze kwamen allemaal tot mooie, precieze beschrijvingen van hun karaktereigenschappen en ze wisten ook wat ze later wilden worden. Fabienne staat voor iedereen klaar en wil zangeres worden. Noraly vindt zichzelf lief en als er ruzie is tussen twee mensen probeert zij het goed te maken, Chantely is verlegen, maar mensen vinden dat ze soms een rare attitude heeft. Ze wil later maatschappelijk werkster worden. Ninny merkt op, dat als zij deze vraag als tiener had gekregen, ze zeker verteld zou hebben dat zij Cabo, Spangenaar en Rotterdammer was. Daarop reageren de meiden dat ze natuurlijk ook Cabo zijn en Surinamer en Turk. Als ik vraag of ze ook Nederlander zijn, zeggen ze “nee”.

Samen in een superdiverse stad

Ik leg dit verhaal voor aan Tina Rahimy, filosoof en lector ‘Sociaal werk in de superdiverse stad’ aan de Hogeschool Rotterdam. Zij geeft aan dat dit een mechanisme is wat ze veel ziet. Kinderen en jongeren kunnen heel goed zeggen wie ze zijn en wat ze willen worden, maar hoe ouder ze worden, hoe meer ze zullen gaan antwoorden wat anderen voor hen bedenken. Als het echter gaat om de vraag waar ze vandaan komen, geven ze al heel vroeg het antwoord zoals dit momenteel maatschappelijk gangbaar is. Ze voelen zich Turks, Surinaams of Kaapverdiaans, terwijl dit bij hen niet echt persoonlijk is en eigenlijk contextloos. Haar neefje (12) zei laatst tegen haar: “Ik ben Perzisch.” Toen Tina vroeg waarom hij dat zei, gaf hij als antwoord: “Mijn achternaam is toch Rahimy?” Er is nog steeds geen ruimte in de samenleving voor het idee dat Rahimy een Nederlandse naam is. Rotterdammers voelen we ons echter wel allemaal. Jongeren kunnen zich dus wat dat betreft veel makkelijker identificeren met hun stad, of nog kleinschaliger, de wijk.
Volgens Tina gaat het er bij onderwijs in een superdiverse samenleving om dat kinderen niet een identiteit opgelegd krijgen. En dat je in een klas kinderen kunt laten ontdekken dat er heel andere relaties zijn die mensen en identiteiten met elkaar verbinden dan sekse, seksualiteit en etniciteit. Dat het bijvoorbeeld kan gaan om een gedeeld verdriet. Juist in het cultuuronderwijs is er tijd en ruimte om deze andere verbindingen op te zoeken. Zoals Fabienne zei: “Tijdens de kunstlessen leer je dingen te verzinnen die nog niet bestaan, die zich buiten de wereld bevinden.” Juist kunst kan ons leren op een andere manier te kijken en te denken. Bij goed cultuuronderwijs kan een open sfeer ontstaan waarin je onverwachts je verbonden voelt met een klasgenoot die je daarvoor nooit echt had gezien.

Nu we door Feyenoord in de winning mood zijn, moeten we proberen om als Rotterdammers (weer) de eerste te zijn en de maatschappelijke identiteitscrisis te boven komen. Vooral en als eerste door nieuwe relaties tussen elkaar te leggen en te geloven in een altijd veranderend Rotterdam. Laten we kinderen en onszelf oefenen om zowel jezelf te leren kennen als de ander. En laten we realiseren dat dit altijd fluïde is: identiteit is nooit statisch, altijd aan verandering onderhevig. En laat Rotterdam nou net een stad zijn waar ook nooit iets blijft zoals het is.

Rineke Kraaij ontwikkelt op het Eiland van Brienenoord een speelplaats voor alle leeftijden: Buitenplaats Brienenoord. Het nadenken, praten, vormgeven en verbeelden van de toekomst staat op het eiland centraal. Het idee is dat zodra je het bruggetje over bent en het eiland op gaat, het er even wat minder toe doet wie je in het dagelijks leven bent. Directeur, leraar, kind, arm, rijk, jong of oud: onbelangrijk. Op het eiland ontstaan nieuwe verbindingen tussen elkaar door te denken en te doen.

Serie: cultuureducatie in Rotterdam
Deze serie is tot stand gekomen in samenwerking met Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR). Het KCR is een onafhankelijk expertisecentrum dat zich in Rotterdam inzet voor goed cultuuronderwijs en het verankeren daarvan in het schoolcurriculum. (Wat betekent dit?)

Rotterdam is in 2017 ‘Onderwijsstad van Nederland’. Het KCR riep maart 2017 daarom uit tot de Maand van Cultuuronderwijs. Daarbij werden debatten, lezingen, festivals en workshops georganiseerd door scholen, theaters, musea en culturele instellingen. Het KCR nodigde correspondenten uit om op onderzoek te gaan: hoe vormt cultuuronderwijs Rotterdam? Maakt het de stad creatiever? Inclusiever? Draagt het bij aan talentontwikkeling? En wat doet cultuuronderwijs met de identiteit van jongeren?

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Rineke Kraaij

Rineke Kraaij

Rineke Kraaij is onderzoeker, conceptontwikkelaar, gespreksleider en programmamaker. Ze is graag out of office en gaat dan op zoek in stad of land naar het mooie en het echte. Ondertussen is ze op haar kantoor verwikkeld in processen rond grote scheurkalenders, intervisie voor vrouwen, sociaal ondernemerschap en makerschap in het algemeen.

Profiel-pagina
Cees Boot

Cees Boot

Cees Boot (Rotterdam, 1987) is afgestudeerd als grafisch ontwerper en heeft een grote voorliefde voor illustratieve vormgeving. Zijn werk is uitgesproken, herkenbaar en als het even kan met een rauw randje.

Profiel-pagina
Nog geen reacties