Stedelijke ontwikkeling & architectuur8 juni 2017

Stedelijk escapisme: buitenzijn als begeerlijke luxe

Hoewel we veel binnen leven en werken, is buiten essentieel voor onze gemoedstoestand. Met name in de stad is dit paradoxaal: we willen in de stad wonen, maar met regelmaat aan diezelfde stad ontsnappen. Fay stelt ons stedelijk escapisme aan de kaak.

De mensheid heeft zijn voortbestaan voor een belangrijk deel te danken aan het concept ‘binnen zijn’. Beschutting tegen de elementen, de kou, de hitte, roofdieren, de modder en het stof. Een plek om je eigendommen te bewaren en rustig te slapen. Binnen is veiliger en beter. Beroepen die binnen uitgeoefend worden, hebben over het algemeen meer aanzien dan die zich buiten afspelen. De manager, de advocaat, de chirurg en de hoogleraar hebben een dak boven hun hoofd als ze aan het werk zijn. De wegwerker, de vuilnisman en de postbode hebben met een beetje geluk een regenpak.

Toch is de sportieve buitenmens wél een algemeen begeerde mens. Kijk naar de laatste campagne van buitensportwinkel Bever. ‘Niemand is een binnenmens’ staat er overtuigend op foto’s van gezond ogende mannen en vrouwen met rode konen en natte haren. Soms een spatje modder op de wang. En een recente rondgang op datingapp Tinder leerde mij dat heteroseksuele mannen zichzelf tegenwoordig het liefst presenteren met foto’s waarop ze surfen/fietsen/rennen/aan een vlieger en/of berg hangen.

Waar komt die verheerlijking van het buitenzijn vandaan? Het onderscheid zit natuurlijk in de intentie waarmee men zich buiten begeeft. Als dat is om er je dagelijks brood mee te verdienen, hoef je er niet mee te koop te lopen. Maar het zelfverkozen buitenzijn als vrijetijdsbesteding is een begeerlijk luxeproduct, zeker voor de stadsbewoner.

Beeld: Mat Zwart

Groen als noodzaak

De grote hoeveelheid mensen die op een beperkte oppervlakte wonen maakt buitenruimte schaars voor de stedeling. Wie het zich kan veroorloven heeft een huis met een tuin of dakterras. De krappere beurs heeft misschien een balkonnetje. Voor hen die het zonder privé- buiten moeten doen biedt de stad openbaar groen. En dat doet de stad al lang.

In het midden van de negentiende eeuw bestond de binnenstad van Rotterdam uit “smerige krottenbuurten (…), waar besmettelijke ziekten welig tierden”, zo is te lezen in de ‘Historische Atlas van Rotterdam’ (2004, Paul van de Laar en Mies van Jaarsveld). Na een ferme cholera-epidemie in 1854 werd besloten het probleem aan te pakken. Ingenieur Willem Nicolaas Rose ontwierp het Singelplan, dat nog steeds in de stad terug te zien is (de Wester-en Mauritssingel, de Spoorsingel, de Noordsingel en het Noordplein, de Crooswijksesingel en de Boezemsingel). Het plan bevorderde de algemene hygiëne doordat de sloten en vaarten, tevens open riolen, met de getijden doorgespoeld werden. Maar buiten die functionaliteit was ook de esthetische waarde van de brede en door groen omzoomde singels bevorderlijk voor de “zedelijke en maatschappelijke toestand” van de stad en haar bewoners, beschrijven Van de Laar en Van Jaarsveld.

Uit dezelfde tijd stamt Het Park (nu ook wel het Euromastpark genoemd), dat werd aangelegd tussen 1852 en 1857 als ‘publieke wandeling’. Er blijkt een ideologie uit waarin buiten zijn, in een groene omgeving, belangrijk is voor het welzijn van ook, of misschien wel juist, de arme stadsbewoner.

“Voor hen die het zonder privé-buiten moeten doen biedt de stad openbaar groen”

De naoorlogse wederopbouw en stadsuitbreiding van Rotterdam laat zien dat die idealen niet aan kracht verloren. Op Zuid met de tuinsteden Pendrecht, Zuidwijk en Lombardijen (eerder al met het vooroorlogse Vreewijk) en de aanleg van het Zuiderpark. In het Noorden van de stad met de wijken Ommoord en Zevenkamp, waar woonflats omringd werden door parkachtig terrein. Zelfs midden in het winkelcentrum van de binnenstad hebben de Lijnbaanflats hun eigen parkjes; de Joost Banckertplaats en de Jan Evertsenplaats.

Nieuwe generatie groenzoekers

Een andere traditie van stedelijk buitenzijn is de volkstuin. Opgekomen in het begin van de twintigste eeuw waren het eerst vooral moestuinen, later ook sier- en recreatietuinen. In het stuk dat Joep Klabbers en Yvonne Rijpers eerder voor Vers Beton schreven over volkstuinen komen de tuinders aan het woord. Stuk voor stuk benoemen zij dat ze vanuit hun kleine huizen midden in de stad een sterke behoefte voelen aan een eigen stukje groen.

Als ik kijk naar bestaande en nieuwe ‘groene’ initiatieven in de stad, lijkt het alsof die behoefte groeiende is. Groen Goed en Creatief Beheer zetten zich in om tuinieren in de stadswijken te brengen, met tuinen op braakliggende terreinen en andersoortige overgebleven stukken land. Uit Je Eigen Stad en Op Het Dak combineren stadslandbouw met horeca op respectievelijk een oud haventerrein en het dak van het Schieblock. En op de volkstuincomplexen van de stad komt het soms al tot strubbelingen tussen de oudgedienden en een nieuwe generatie volkstuinierders doordat de tuinen zo populair zijn bij die laatsten.

In de nieuwbouw van het Erasmus MC wordt het idee van de ‘healing environment’ toegepast, dat er van uitgaat dat je omgeving een dermate grote invloed heeft op je welzijn dat het van invloed is op genezingsprocessen. Dat kan in kleine dingen zitten, zoals zelf je licht aan en uit kunnen zetten, of wat privacy om met je familie te praten. Maar vooral belangrijk zijn daglicht én groen, die zowel binnenin het ziekenhuis een plek krijgen door glazen overkappingen en ‘groene oases’ als in de vorm van twee grote daktuinen. (Op het plaatje op de site van het ziekenhuis lijkt het trouwens wel alsof de patiënt in Eftelings Droomvlucht aan het infuus ligt, maar dat terzijde.)

Verstedelijking is een wereldwijde trend, en ook voor Nederland voorspelt het CBS dat de bevolking van de steden zal blijven groeien en die van de kleinere gemeenten zal krimpen. Het is paradoxaal: we willen massaal in de stad wonen, maar eenmaal daar moeten we er op gezette tijd aan ontsnappen om een overdosering te voorkomen. Komend weekend kunnen we ons stedelijk escapisme vieren tijdens de Rotterdamse Dakendagen en Verborgen Tuinen. Hoog in de lucht met de stad aan je voeten of juist knus in het groen. De stedenbouwers van de negentiende eeuw hadden het zo gek nog niet bedacht, naar buiten zal je!

Ook ontsnappen?
Ontsnap in het weekend van 9 tot en met 11 juni aan de drukte van de stad: beklim een dak of duik in het groen. Van 9 tot en met 11 juni bezoek je de daken van Rotterdam die normaal niet toegankelijk zijn, tijdens de Rotterdamse Dakendagen. Op 10 en 11 juni ben je welkom in maar liefst 100 Rotterdamse tuinen, tijdens evenement Verborgen Tuinen. Dat is slechts een greep uit de evenementen die tijdens de Rotterdam Architectuur Maand georganiseerd worden.  Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Rotterdam Festivals. (Wat betekent dit?)

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:RAM17, Rotterdam Architectuur Maand, rotterdamse dakendagen en Verborgen tuinen

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *