voor de harddenkende Rotterdammer

De serie over cultuureducatie in Rotterdam bestaat uit drie artikelen. In dit derde en laatste deel leggen Jeroen Rozendaal en Mirjam van Tilburg uit hoe voor iedereen toegankelijk onderwijs en cultuur samenhangen.

1._Inclusiviteit_Cees_Boot_(1600x1800px)
Beeld door: beeld: Cees Boot

“Al die mooie dingen zijn alleen weggelegd voor de blanke elite.Deze droevig stemmende opmerking van een leerling uit Rotterdam Zuid staat niet op zichzelf. De Onderwijsinspectie heeft vorig jaar aangetoond dat de kansenongelijkheid in het onderwijs oploopt, de emancipatiemachine hapert. Rotterdam staat in alle indicatoren van dit onderzoek uiterst ongunstig. De kloof tussen de haves en have-nots groeit. Dezelfde kansen voor iedereen is een utopie, maar als we ons voortdurend richten op inclusiviteit komt dit ideaal wel dichterbij.
Inclusief onderwijs: het betekent dat onderwijs voor iedereen toegankelijk is, maar ook dat het betekenisvol en relevant is voor allen. Yoeri Meessen (Associate Director Witte de With, Center for Contemporary Art) stelt: “Dat kinderen en jongeren in de grote stad geen gelijke kansen krijgen, komt door cultuur.” Cultuur is zo veel meer dan de optelsom van de kunsten: het is hoe we betekenis geven aan feiten, hoe we kijken naar onze samenleving. Cultuur is hoe we ervoor kiezen om ‘samen leven’ vorm te geven en er zijn geen natuurwetten die sociale ongelijkheid voorschrijven.
Cultuur, niet natuur, bepaalt welke kansen je krijgt in onze samenleving. Daarom is het juist cultuur waar we in het onderwijs aan moeten werken. Bijvoorbeeld wiskunde onderwijzen als cultuur, omdat de regels van de logica onlosmakelijk onderdeel zijn van hoe wij onze wereld zien. Zo wordt onderwijs behalve toegankelijk ook betekenisvol.

Onderwijs relevant?

Het Rotterdamse onderwijs is toegankelijk voor de meeste kinderen en jongeren, maar niet voor alle leerlingen voelt het als relevant. De deur open zetten van een school en les geven is één, maar alle leerlingen verleiden tot actieve deelname en bevragen van die les is een tweede. Waarop baseert een leerling of een vak zinvol is?
Allereerst of ze het kunnen. Leerlingen denken al snel ‘dat kan ik niet’ en dat is nadrukkelijk gekoppeld aan vakken: ‘ik heb een talendeuk’. Maar die leerling met een talendeuk, kan juist die leerling zijn die fantastisch danst. Het aanbieden van leerstof op verschillende manieren – van klassiek stampen tot samen een toneelstuk maken – verhoogt inclusiviteit, omdat het kansen biedt aan leerlingen met verschillende voorkeuren om zich te engageren.
Rolmodellen die leerlingen helpen voorbij hun eigen beperkingen te denken, zijn belangrijk. Zoals Paolo Nunes, danser bij Urban meets Modern van het Scapino Ballet. Zijn intense levensverhaal, maar ook hoe hij succesvol danser kon worden met benen van ongelijke lengte, inspireert leerlingen om voorbij de eigen beperkingen te denken.

Leerlingen denken mee

Een vak is ook relevant als een leerling er zelf iets in te zeggen heeft. Laat leerlingen meedenken als medevormgevers van hun eigen onderwijs, zo leg je ook éxclusieve aspecten en onbewuste aannames bloot. Of zoals de Rotterdamse maatschappijleraar en blogger Halil Karaaslan schrijft: ‘We dienen jongeren niet in te kleuren, we horen ze kleurpotloden te geven, zodat zij de kleurplaat die wij hen voorschotelen, zelf kunnen inkleuren.’
Daarnaast spelen de vragen of ouders en vrienden het belangrijk vinden en of leerlingen het kunnen. Wat vinden ouders ervan dat hun zoon of dochter meespeelt in een toneelstuk? Als leraar is het belangrijk dat je goed begrijpt wat ouders en vrienden van leerlingen vinden. Dat is moeilijker als die belevingswereld ver van je afstaat.

Hoeveel leraren in Rotterdam wonen in de wijk waar ze les geven? Het gros pendelt op en neer tussen een wijk vol koopwoningen naar het andere eind van de stad. Leraren moeten op de hoogte zijn wat er speelt in de omgeving van de leerlingen. Dit is makkelijker als ze elkaars buren zijn.
Denk bijvoorbeeld aan politieke spanningen als bijvoorbeeld de mislukte Turkse staatsgreep, maar ook de populariteit van lachgascapsules. Wist je trouwens dat sommige basisschoolleerlingen de afschrikwekkende foto’s op pakjes sigaretten sparen en ruilen?

Cultuur als bindmiddel

Tot slot, leerlingen vinden school ook boeiender als ze het samen doen. Dat geeft een gevoel van verbondenheid en motiveert. Met digitalisering van het onderwijs worden de mogelijkheden van verdere individualisering bejubeld.
Flexibilisering van het onderwijs, zoals met leerlingvolgsystemen en afstemmen op individuele behoeftes, biedt zeker kansen voor de onderwijskwaliteit. Maar met het toenemend gemak waarmee we ons terugtrekken in ons eigen wereldje, wordt het contact in de echte wereld tussen mensen steeds belangrijker.
Bij het ontwikkelen van verbondenheid tussen leerlingen zijn culturele activiteiten kansrijk. Samenwerken aan een toneelstuk, een expositie, of uitvoering versterkt onderlinge fysieke verbondenheid. Op school leren we omgaan met diversiteit die ons niet altijd even lief is, maar die wel de Rotterdamse werkelijkheid is.
Rotterdams onderwijs is niet inclusief genoeg, dit komt door cultuur. Cultuur is hoe we ervoor kiezen om ‘samen leven’ vorm geven. Cultuuronderwijs reflecteert op diezelfde cultuur en biedt een kans om te werken aan inclusiviteit. School is niet alleen een plek waar leerlingen – met verschillende achterstanden – zich aanpassen aan de maatschappij, maar ook een plek waar een leerling leert vragen te stellen over diezelfde maatschappij en zich ontwikkelt.
Als we erin slagen om de school om te vormen tot een leergemeenschap waarin leerlingen, leraren, schoolleiders en anderen buiten school vanuit hun eigen expertise gericht samen leren en werken aan de brede ontwikkeling van allen, voorzien we een hoopvolle toekomst. Er zijn kansen. Grijp ze aan. Doe dat vooral samen.
 

Serie: cultuureducatie in Rotterdam
Deze serie is tot stand gekomen in samenwerking met Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR). Het KCR is een onafhankelijk expertisecentrum dat zich in Rotterdam inzet voor goed cultuuronderwijs en het verankeren daarvan in het schoolcurriculum.

Rotterdam is in 2017 ‘Onderwijsstad van Nederland’. Het KCR riep maart 2017 daarom uit tot de Maand van Cultuuronderwijs. Daarbij werden debatten, lezingen, festivals en workshops georganiseerd door scholen, theaters, musea en culturele instellingen. Het KCR nodigde correspondenten uit om op onderzoek te gaan: hoe vormt cultuuronderwijs Rotterdam? Maakt het de stad creatiever? Inclusiever? Draagt het bij aan talentontwikkeling? En wat doet cultuuronderwijs met de identiteit van jongeren?

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Mirjam van Tilburg

Mirjam van Tilburg

Mirjam van Tilburg is programmaleider voortgezet onderwijs bij Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam. Ze is opgeleid als docent beeldende kunst en vormgeving en beeldend kunstenaar. Bouwt graag bruggen tussen onderwijs en kunst. Doet dit door kritisch te observeren, te bevragen, inspireren, innoveren en ‘lange lijnen’ uit te zetten.

Profiel-pagina
JeroenRozendaal

Jeroen Rozendaal

Jeroen S. Rozendaal is werkzaam als onderwijskundige bij de Hogeschool Rotterdam als lerarenopleider. Daarnaast levert hij vanuit zijn eigen bedrijf StudioRev een bijdrage aan tal van muziek-, theater- en filmproducties, met het accent op literatuur. Meer informatie over zijn projecten is te vinden op www.jeroenrozendaal.nl

Profiel-pagina
Cees Boot

Cees Boot

Cees Boot (Rotterdam, 1987) is afgestudeerd als grafisch ontwerper en heeft een grote voorliefde voor illustratieve vormgeving. Zijn werk is uitgesproken, herkenbaar en als het even kan met een rauw randje.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties