voor de harddenkende Rotterdammer

Vers Beton schrijft iedere maand een column voor de Uitagenda Rotterdam. In deze editie blikt Ferrie terug op het Rotterdam van zijn jeugd, toen wildkamperen op de Maasvlakte de enige manier leek om te ontsnappen aan vulkanische zomerdagen in de stad.

concurrentie
Beeld door: beeld: ikRotterdam - Marc Kolle

Vroeger was alles beter. Behalve het water van de Maas. Dat was klinkklaar vergif. De rivier wemelde van de pcb’s, carcinogene koolwaterstoffen en zware metalen. Iedereen wist: zwemmen in de Maas, dat doe je niet. Dan ga je dood.
Deze zomer beleeft Rotterdam een heus Water Weekend, met onder meer een waterfestival aan de Rotte en een zwemtocht rondom het Wijnhaveneiland. Zoiets was vroeger ondenkbaar. Zelfs op de meest vulkanische zomerdagen stak je nog geen teen in de Maas. Stadsgenoten die het wel waagden, kwamen jammerlijk aan hun einde. Ze doken verkeerd en braken hun nek. Werden omlaag gezogen door mysterieuze stromingen. Bleven steken in een autowrak op de bodem. Kregen giftig water binnen. Een voortijdig en uiterst pijnlijk levenseinde was hun lot.

Rotterdam was in de jaren tachtig en negentig een stuk heter, dus de aantrekkingskracht van het water was groter. Er waren namelijk nog geen truttige pocketparkjes of sappige grasveldjes – daar gingen toch alleen maar junks in liggen. In juli en augustus transformeerde de stad in een oven. De hitte sloeg van de gebouwen, de lucht trilde boven de gloeiende straatstenen en het asfalt veranderde in een plakkerige zwarte soep.

De familie Weeda ging in dit soort gevallen een weekendje wildkamperen op de Maasvlakte. Dat klinkt net zo idyllisch als het was. Op een paar sprietjes gras bij de ingang van de Nieuwe Waterweg stonden ettelijke Rotterdamse caravans, campers, vouwwagens en omgebouwde volkswagenbusjes, tussen de olieopslagtanks, met uitzicht op enorme zeeschepen. Superspannend, want illegaal. Bovendien was het drinkwater op rantsoen (drie jerrycans voor het hele weekend), evenals het bier van mijn vader (vier sixpacks). ’s Nachts waadde de anarchistische volkscamping in het licht van vuurtorens en petrochemische industrie.

 

Vorig jaar heb ik voor het eerst in mijn leven in de Maas gezwommen. Op het strandje bij De Esch. Een openbaring. Het water is schoon tegenwoordig, er zwemt zelfs weer zalm in. Ik werd erg gelukkig van al die Rotterdammers, semi-illegaal op de kade en in de Maas. Gevaar dreigt echter voor de strandjes, in de vorm van dijkverzwaring en natuurlijke oeverbeplanting. Gelukkig verdedigen bewoners van De Esch hun laatste strandje te vuur en te zwaard. Lang leve de anarchistische recreatie!

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Ferrie

Ferrie Weeda

Ferrie Weeda (1977) studeerde geschiedenis en Nederlands. Zijn wieg stond aan de Coolhaven – nog steeds zijn domein. Ferrie houdt van publiek en van de stad. Hij is voorzitter van BuurtBestuurt Coolhaveneiland. Als stadsgids en schrijver deelt hij zijn betrokken en bevlogen verhalen over geschiedenis, samenleving en cultuur. Gerrit, Ferries jack-russell uit Tiel, is vernoemd naar Erasmus.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties