Fictieweek11 augustus 2017

Rotterdam beleef je vanuit je eigen bubbel

De stadse drukte geeft een mens teveel prikkels. Er is sprake van een zogenaamde stimulis overload, waardoor je hersenen onbewust gaan filteren op wat je wel en niet ziet. Samira Himmit nam de proef op de som met zichzelf en verschillende Rotterdammers. Wat valt ze op, en wat niet?

Het is woensdag en ik ben op weg naar de Markthal om boodschappen te doen bij de notenbar, die ene vlakbij de roltrappen. Vanaf het Grotekerkplein loop ik langs de Laurenskerk en vervolg ik doelgericht mijn pad. Onderweg kom ik obstakels tegen, lees: mensen en objecten die mijn doel in de weg staan. De oh zo glorieuze iconen vallen me niet op. Mijn ogen glijden over Erasmus’ woorden op de bibliotheek: ‘Heel de aarde is je vaderland.’ Mijn gedachten dwalen af. “Jammer dat de zon niet schijnt zo middenin de zomer”, mok ik.

Snel sla ik rechtsaf, glip de Markthal in, keur het kunstige plafond geen blik waardig, wring me zo soepel mogelijk langs alle mensen richting ‘mijn’ kraam. Ik bestel, rond de transactie af en haast me weer naar buiten. Opgelucht dat ik weer bevrijd ben van deze toeristische trekpleister. Ik neem me voor de volgende keer toch weer naar de markt op dinsdag te gaan. Is nog een stuk goedkoper ook.

Ouderwetse stadsmap

Wat een contrast met de beleving van de Italiaanse toeristen Emma Baldizzone (20) en Elisa Rinaldi (23). Zij zien Rotterdam voor het eerst met hun camera om de nek en een ouderwetse stadsmap in de hand. Ze kuieren van de Laurenskerk door het kleine steegje richting de Binnenrotte. Ze steken het plein in het midden over en lopen richting station Blaak. Onderweg nemen ze de tijd om te stoppen als ze dat willen, verwonderlijk om zich heen te kijken, hun map te raadplegen, een foto te maken. Ze kijken vaak omhoog en zijn enthousiast over wat ze daar zien.

Beeld: Guido Scholte

Elisa legt uit: “Bij elke stap die je zet zie je een nieuw gebouw opdoemen.” Rotterdamse gebouwen vinden ze modern en hoog, in tegenstelling tot de architectuur in Den Haag. “Kijk.” Emma wijst naar station Blaak. “Dat lijkt wel een ruimteschip.” Zonder haast wandelen ze verder, laten zich telkens weer verbazen door dat wat ze zien. Eensgezind stellen ze vast: “Het is hier zo lekker rustig en vredig. Er zijn geen heftig claxonnerende auto’s, niemand lijkt haast te hebben.” Bij de Markthal staan ze weer stil, pakken hun kaart erbij en beginnen in het Italiaans de uitleg te lezen. Ze lopen naar binnen. Emma: “Wow, dat is cool. Kijk dat plafond, zo mooi! Kom, laten we rondstruinen. Ik ben gek op markten.”

Eigen illusie

De toerist met een frisse blik versus de Rotterdammer (die vaak baalt van diezelfde trage toerist). Mensen die precies dezelfde route lopen, exact dezelfde objecten tegenkomen, maar hun korte tocht toch zo anders ervaren. Wat maakt de ervaring zo anders? Hoe lijkt de stad zich te onderwerpen aan dat wat we willen zien? Een proces dat zich lijkt te voltrekken, zonder dat we het door hebben.

"Het brein is in staat slechts een bepaalde hoeveelheid informatie te verwerken – de stadse omgeving overschrijdt die hoeveelheid ruimschoots"

We lijken te leven in een bubbel zonder te weten dat we die in zijn gestapt. Een neiging die versterkt wordt naarmate we stadser leven. In een stad waar altijd wel iets aan de hand is, altijd iets gebeurt, is het gemakkelijk om overprikkeld te raken. Wat doen we als stadsmens om dat te voorkomen? We trekken ons terug in onze eigen wereld, die we kennen en aankunnen, en creëren daarmee onze eigen illusie.

Stimulus overload

Je kan simpelweg niet anders. Het menselijk brein is in staat slechts een bepaalde hoeveelheid informatie te verwerken – de stadse omgeving overschrijdt die hoeveelheid ruimschoots. In de psychologie heet dit een stimulus overload. Als reactie daarop gaat je brein selecteren en word je minder gevoelig voor de dingen die om je heen gebeuren. Zo kan het zijn dat iemand op straat hulp nodig heeft, maar je dat niet registreert. Omdat je selectief bent in dat wat je ziet. En zo trap je met open ogen in de illusie die je voor jezelf creëert. Met de stad als zelfgemaakt decor.

Cognitief psycholoog en wetenschapper Reshmi Marhe (33) legt dit verschil in waarneming uit. “Om je doel te bereiken heb je deze selectieve aandacht nodig. Al het andere dat je onderweg tegenkomt, staat je doel in de weg. Toeristen willen juist zoveel mogelijk in zich opnemen, zijn er op gepind om cultuur te proeven. Dat is hun doel, dus dat trekt de aandacht. Ieder ander vervolgt meestal gewoon zijn doel, zoals jij, boodschappen doen.”

Beeld: Guido Scholte

Schaapachtige wolken

Generatiegenoot Anna Strijbis (30) woont ook al zo’n tien jaar in Rotterdam en is theaterdocent. Ik vraag haar dezelfde wandeling te maken. Voor de Laurenskerk kiest ze expres het rustige steegje en niet mijn gekozen Hoogstraat. Ze verklaart: “Hier is meer ruimte en rust, dat vind ik prettig. En ik vind het leuk dat ik langs bloemetjes en groen loop.” Anna kijkt het meeste naar de mensen die ze tegenkomt en de leus van Erasmus die mij opviel, merkt ze niet op.

“Ik kijk naar hun interactie, observeer de gesprekken die ze voeren. Soms fantaseer ik daar een verhaal bij, dan verzin ik bijvoorbeeld dat ze ruzie hebben. Ik denk graag in dialogen.” De zon begint te schijnen. Het weer valt haar ook op, met de schaapachtige wolken die voorbijdrijven. Dat is eigenlijk het enige moment buiten dat ze met haar blik de hoogte opzoekt. Iets wat zij ook doet in de Markthal. De hoogte en kleuren vindt ze prettig. “Dat zorgt ervoor dat ik de mensenmassa binnen beter aankan.”

Herinneringen aan vroeger

De geboren en getogen Rotterdammer (tegenwoordig Delfgauwenaar) Rik van der Loos (57) wandelt samen met zijn vrouw over de Binnenrotte. Op de vraag wat hij ziet, vertelt hij direct over herinneringen aan vroeger. “Ik zie het plein zoals het ooit was”, vertelt hij. De lijnen in de tegels vindt hij leuk, omdat die hem herinneren aan het treinspoor van vroeger. Verder noemt hij niet veel. Hij lijkt eerder te zien wat hij niet meer ziet.

De zon die schijnt. Dat is het eerste wat de Rotterdammer Kin Yuen (35) noemt op de vraag wat hij ziet. “Als ik hier loop let ik op mensen, niet op gebouwen, die zie ik niet eens meer. En in tegenstelling tot vroeger vind ik het hier tegenwoordig best druk. Toen vond ik de afstand tussen station Blaak en de Meent ook enorm. Het plein was destijds bedekt met een grijze tegelmassa. Nu de Binnenrotte is opgedeeld in verschillende kleurvlakken doorbreekt dat de grote oppervlakte.”

Reageer of deel op Social Media

Tags:Blaak, bubbel, cognitieve psychologie, Hoogstraat, markthal, stimulus overload en toerist

Sectie: Fictieweek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *