Advertentie

Logo_giraffe_03_zwart_1456x180
Voor de harddenkende Rotterdammer

We sluiten de fictieweek af met een verhaal. Elise de Ruiter beschrijft hoe haar nieuwe Rotterdamse leven zich tegen haar keerde, toen haar man toch niet werd toegelaten tot de maatschap van het ziekenhuis. Non-fictie, die best fictie had kunnen zijn.

Het moment in de zomer dat ik bij het krieken van de dag in onze volgeladen afgeragde C8 stapte en we wegreden bij ons huurhuis in Rotterdam. Ik heb een opvallend sterke herinnering aan die aftocht. We reden weg uit de stad die na maanden bewonen nog niet als mijn thuis voelde, waar ik nog altijd verdwaalde. De stad die me in het voorjaar op zonnige dagen een zoete belofte had gedaan. Het zou mijn stek worden, ik zou er mijn plek vinden, mijn kinderen zouden er opgroeien als fijne mensen met het hart op de tong en de handen uit de mouwen. Mijn geliefde en ik zouden in onze vrije tijd experimentele voorstellingen bezoeken, godenspijzen eten in pop-uprestaurants en in de zomer met onze vrienden bbq’en in het Vroesenpark. Deze stad zou, zo nam ik me voor toen we in het uitnodigende roze ochtendlicht de Franse grens overstaken, bij onze terugkeer na maanden eindelijk voelen als thuis. Het liep anders.

In december 2015 waagden we de sprong van Leiden naar de voor ons ongekende ruigstedelijke uitgestrektheid van 010. Mijn man had zich, na daar twee jaar in loondienst te zijn geweest, ingekocht bij de maatschap van de intensive care in een ziekenhuis met als voorwaarde dat hij in de regio kwam wonen. Een mooi moment om opnieuw te beginnen, vonden we. En dus laden we ons eclectische interieur, poes, baartagamen (twee keer) en meisjes in en vertrokken. Na de kerstvakantie verdwaalde ik met de kinderen voor het eerst naar hun nieuwe basisschool. Door de regen. Het regende die hele maand januari. Nu waren we RotterdammerTs. Met een natte T. En nat waren we. Doorweekt. Of zoals mijn jongste klagend zei: het is niet handig om in het regenseizoen te verhuizen.

Gelukkig kwamen al snel de eerste overwinningen. De fijne buren met een Jip-en-Janneke-gat-in-de-heg, een oude kennis die een waardevolle vriendin werd, een nieuw favoriet koffietentje, een werkopdracht met perspectief. Genoeg om optimistisch naar onze bestemming in Zuid Frankrijk te rijden. Een huis is pas een thuis als je na weken afwezigheid terugkeert, filosofeerde ik, met m’n benen op het dasboard. Met drie zalige weken van niksdoen voor ons, kon ik al genieten van het moment dat ik mijn eigen voordeur weer zou openen, mijn tas in de gang zou zetten en op de bank zou ploffen. Thuis in Rotterdam.

In de tweede week van de vakantie krijgt mijn man een telefoontje. Een collega. Die zegt dat het hem speet, maar ze kunnen toch niet doorgaan met hem. Het boterde niet. Heel vervelend allemaal, maar ja zo gaat het. En een fijne vakantie nog. We kunnen het niet geloven. Over drie dagen zal zijn proeftijd voor de maatschap aflopen, een maand tevoren heeft hij z’n goodwill overgemaakt. Er is nooit kritiek geweest op zijn functioneren, contact met collega’s is prettig. Bovendien werkt hij er dan inmiddels bijna drie jaar. Dit kan toch niet waar zijn?

Echt rustig zitten we niet meer op dat wonderschone plekje aan de rivier. We maken nog een kanotochtje, doen een bbq, terwijl mijn man (ik vind dit gek om telkens zo te zeggen, maar ik noem zijn naam niet) blijft bellen om te achterhalen wat er aan de hand is. Een telefoontje van een lid van de Raad van Bestuur van het MSB (de overkoepelende Maatschap waarin alle specialisten zijn opgenomen) met het verzoek om een persoonlijk gesprek op korte termijn, doet alle alarmbellen rinkelen. Ik rijd ons naar het noorden met op de achterbank vier protesterende kinderen. Man zit naast me en belt. Met collega’s die blijven beweren dat ze van niks weten, met een arbeidsrechtadvocaat die ons is aanbevolen en die zelf ook op de terugweg is van haar vakantie, met vrienden die goede raad geven en een hart onder de riem.

Thuis blijkt alles waar. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op. Na een ontslagbrief, volgt een sussend bedoeld gesprek. We moeten ons erbij neerleggen, zeggen ze. Wanneer onze advocaat achterhaalt dat het ontslag niet rechtsgeldig is, volgen er meer gesprekken. Nu dreigend van toon. Mijn man wordt de toegang tot het ziekenhuis ontzegt. Zijn loon wordt direct ingehouden. “Dit moet je niet willen” wordt er gezegd. Maar we willen het. En enkele weken later winnen we het kort geding. Het ziekenhuis is juridisch en feitelijk gezien kansloos.

Hier zou het verhaal moeten eindigen, vind je niet? Een mooie anekdote om op een avond in een typisch Rotterdamse kroeg vol theater te vertellen. Een mooi relaas over recht dat zegevierde en dat Rotterdam dus nog steeds mijn stadje is. Een verhaal om je aan op te trekken. Ik hou van verhalen vertellen, in mijn werk doe ik niets anders. In mijn leven eigenlijk ook.

Toch schrijf ik dit stuk uitkijkend over het Vrijthof. We wonen nu al tien dagen in Maastricht. Het is een ander verhaal geworden.

In november tekent mijn man een exit-overeenkomst met het ziekenhuis. Met stille trom dus. Hoewel ik een schreeuwende behoefte heb om elk bizar, weerzinwekkend detail het internet op te slingeren (kijk naar wat ons is aangedaan!) doe ik het niet. Wat zou ik graag de levensverbeterende voorvechtster zijn geweest die wantoestanden aan het licht bracht. In plaats daarvan kozen we voor een schikkingsovereenkomst. Zekerheid, inkomsten, comfort en voor mijn meiden. Het voelt net zo logisch (ik herhaal, vier meiden) als laf.

In december vindt hij een nieuwe baan in Heerlen. We gaan ervoor, besluiten niet meteen te verhuizen, besluiten te nemen. Het leven in Rotterdam hervat zich met zwemles, rapportgesprekken en uitslapen op zondag. We eten veel vlaai. Dat is het voordeel van een papa die in het zuiden werkt, juichen we. Mijn man leeft uit een koffer, bivakkeert daar en komt als zijn diensten het toelaten naar Rotterdam. Ik werk overdag en vouw elke avond in mijn eentje stapels was, vul ’s ochtend de broodtrommels. Tijdens het avondeten face-timen we. We verblijven de voorjaarsvakantie in een huisje in Vaals, vlakbij Heerlen.

Om ons heen zoemt het inmiddels van de verhalen. Het Rotterdamse ziekenhuis is een aantal keer negatief in het nieuws geweest. Mijn man krijgt er vragen over en moet vertellen dat hij nu in het zuiden werkt. Een moeder van school vraagt schamper of we Rotterdam alweer zat zijn. Een juf van school komt bezorgd naar me toe. “Alba vertelde dat ze misschien weer gaat verhuizen. Naar Limburg? Klopt dat? Een facebookkennis krijgt er lucht van en bericht me: “Wat! Ga je weg uit Rotterdam? Je woont er net.” Ik zou willen schreeuwen, maar zeg niet teveel.

We dachten dat we de afstand aankonden. Maar terwijl het voorjaar verstrijkt, verbleekt onze moed. We zijn altijd al een hecht gezin geweest. Deze aanhoudende fletse sleur die ons leven geworden is, ligt zover af van het ideaalbeeld dat we hadden van onszelf als gezin. Het verhaal dat we onszelf vertelden over wie we waren en wat we wilden zijn. Ik heb moeite met de saaie avonden, de eentonige gesprekken (over Pokémon en Drakenrace Naar De Rand) aan tafel, de leegte in bed.

Rotterdam trekt zijn belofte stukje bij beetje terug. Het huis voelt niet als thuis. De gesprekken met de mensen die we hier kennen gaan niet over onze toekomst in deze stad, maar over of en wanneer we haar zullen verlaten. Kennissen van school en uit de straat vragen nieuwsgierig naar het waarom, verwachten een smeuïg verhaal en nemen afstand als we ze niets vertellen. Het lijkt alsof we iets te verbergen hebben. Mijn man heeft een vlekje, een deukje, dat afstraalt op ons allen.

Het besef sijpelt door dat het geluk dat Rotterdam beloofde, nooit gaat komen. Dat we een ander verhaal moeten gaan vertellen. Een verhaal met een zachte g. En dus komt het moment dat we de kinderen bijeenroepen, een dik jaar nadat we ze losgerukt hebben uit hun bestaantje in Leiden, en ze vertellen dat we gaan verhuizen naar Maastricht. We serveren er vlaai bij. De oudste is zo boos dat ze weigert om een hap ervan te nemen.

Verhuizen naar Maastricht voelt in eerste instantie als een aftocht. We zijn met veel bombarie naar Rotterdam vertrokken om daar ons nieuwe leven te gaan starten en nu verlaten we de stad weer. Staart tussen de benen. Ik voel ineens veel verwantschap met de gezinnen die meededen aan “ik vertrek”, waarover ik altijd een beetje lacherig heb gedaan, omdat het ‘toch niet zo leuk bleek als ze dachten’. Ik schaam me voor het verhaal dat ik niet kan vertellen, voor de weerstand die ik voel ten opzichte van het Limburgse leven. Maar bovenal schaam ik me ten opzichte van mijn meiden, die ik de noodzaak van twee keer opnieuw beginnen in anderhalf jaar tijd niet duidelijk kan maken.

31 juli zijn we verhuisd. Precies een jaar nadat alle ellende tijdens onze vakantie begon. Twee weken voor vertrek sta ik nog huilend dozen in te pakken. En ergens tussen doos 19 en doos 56 bedenk ik dat ik genoeg heb van het verdriet, de frustratie en de weerstand. Als we opnieuw beginnen, dan wel goed. Tijd om een nieuw verhaal te bedenken. De eerste week in Maastricht regent het veel, ik verdwaal ook hier en ik ben mijn lievelingsschoenen kwijt. En toch doet ook deze stad me een belofte. Als we joelend een heuvel affietsen bijvoorbeeld. Of als de buren vlaai komen brengen op onze eerste dag in het huis. Of als we ‘s avonds met z’n allen in de tuin eten. Dan weet ik, dit wordt mijn thuis. Nog even oefenen.

RTV Rijnmond deed verslag van de onrust binnen het Maasstad Ziekenhuis. Eerst over het onderzoek dat het ziekenhuis instelde naar aanleiding onenigheid en in december over de getroffen schikking. Het onderzoek leidde in januari tot het besluit één arts terug te trekken uit zijn leidinggevende positie. Twee andere intensivisten werden op non-actief gezet. Op 13 maart verscheen het bericht dat er opnieuw een arts vertrok van de intensive care.

Voordat je verder leest...

Wij kunnen alleen bestaan dankzij support van lezers. Help jij ons om onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk te blijven maken? Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Elise de ruiter, schrijver

Elise de Ruiter

Elise de Ruiter ontwikkelt culturele projecten die verbinden, vernieuwen en raken. Ze houdt niet van verhuizen, maar deed dat de laatste tijd best vaak. Al haar kamerplanten sterven een tamelijk nare dood. Toch is nieuwe grond ontginnen een van haar talenten. In een ver verleden studeerde ze Nederlands en ook iets met theater.

Profiel-pagina
Screenshot-20170723-161008

Esther Lankhaar

Illustrator

Esther Lankhaar heeft een achtergrond in de jeugdhulpverlening en het maatschappelijk werk en werkt nu als illustrator.

Profiel-pagina
Lees 8 reacties
  1. Profielbeeld van Marianne
    Marianne

    Prachtig geschreven! Moge Maastricht een thuis worden en Rotterdam een plek om nog eens te bezoeken zonder pijn :-)

  2. Profielbeeld van Jan
    Jan

    Bovenstaand artikel gaat over de perikelen omtrent het Maasstad ziekenhuis en heeft niks te maken met het verliezen aan geluk in Rotterdam. Dat negatieve ervaringen voor jezelf op een stad afstralen, daar kan ik mij in vinden. Ben ooit uit Rotterdam vertrokken richting Amsterdam en nu weer terug. Negatieve ervaringen in Amsterdam hebben mij doen besluiten terug te keren. Ik kijk ook negatiever naar deze stad, ook al zijn de gebeurtenissen van persoonlijke aard. Maar ik zal de wrok niet puur op de stad richten, net als de artikelschrijfster.

    Daarnaast nog reagerend op de reactie van Monica. Rotterdam is niet voor de hipsters? Rotterdam is voor iedereen en dat maakt het mooi. Rotterdam is een stad waar multicureel, hipster en volksmentaliteit samengaan. Een stad waar je op de ene hoek van de kruising een surinaamse broodjeszaak hebt en op de andere hoek een hip koffiehuis. Dat maakt Rotterdam een smeltkroes waar ik mij thuis voel. En dat je als Rotterdammer niet op je bakfiets naar school mag of je ecobroodje mag eten, slaat nergens op. Hipsters zitten overal en ze zijn nu eenmaal een subcultuur, die ook welkom zijn in Rotterdam.

  3. Profielbeeld van Florian
    Florian

    Vreemd verhaal. Waarom zou je persoonlijke pech afwentelen op de stad? ‘Rotterdam’ belooft helemaal niets, behalve de verwachtingen die je er zelf op projecteert. Teleurstelling is direct gerelateerd aan aan je eigen verwachtingen.

  4. Profielbeeld van ronald
    ronald

    “wil je in Rotterdam komen wonen dan kom je in Rotterdam met ALLE bewoners en de hele multicultu
    “de stad is zó multicultureel dat je deze toch aparte leefstijl elders moet kunnen vinden”
    “een vreemde leefstijl die niet bij Rotterdam hoort.”

    Merkwaardig: ben ik de enige die de discrepantie ziet? Alle culturen op die van hippe mensen met bakfietsen na.

    Nog iets. Het slechte weer van deze zomer komt natuurlijk ook door die leefbaar raadsleden.
    Aantrekken van vooral hippe mensen met bakfietsen is toch echt een D66 puntje! Is hun electoraat; zie 020!

  5. Profielbeeld van Monica
    Monica

    Precies!

    Door veel onterechte beloften en mooie praatjes van de gemeente Rotterdam hebben veel gezinnen en ook alleenstaanden zich laten verleiden/vals lokken om in Rotterdam te komen wonen.
    Rotterdam is een stad die multicultureel is en waarbij de geboren en getogen Rotterdammers ook de allochtone die hier geboren of al 60 jaar wonen en werken,geen binding met die door de Gemeente opgelegde ‘nieuwe stijl’.

    Deze door de gemeenteraad opgelegde nieuwe stijl wordt niet gewaardeerd en beleefd door de geboren en getogen Rotterdammer.
    Met veel bizarre beloften en woorden over het nieuwe Rotterdam leek het wel of het totaal níet over Rotterdam en haar burgers had maar over een vreemde leefstijl die niet bij Rotterdam hoort.
    Een stad laat zich echt niet veranderen qua mentaliteit en sfeer door een met beloften en valse lokkertjes hierheen gehaalde bus nieuwe bewoners.

    Dat hippe en bakfiets/ pop-up zaken dat is níet Rotterdams,dat is verzonnen door de leefbaar raadsleden om Rotterdam over de rug van de stad en haar bewoners te veranderen in een ‘hip en bakfietsstad.
    Dat is waar bovenstaand stuk nu over gaat,misleiding en bedrog want wil je in Rotterdam komen wonen dan kom je in Rotterdam met ALLE bewoners en de hele multiculturele burgerij erbij.
    En ook met sociale huurwoningen,allochtone winkels,allochtone buren,buurten en volkswijken waar Rotterdammers al generaties wonen,en de Rotterdamse mentaliteit natuurlijk,sorry voor de illusie die leefbaar als een wortel voor jullie neus heeft gehangen..maar Rotterdam en bakfietsen/hippe café’s gaan nou eenmaal niet samen.
    Oké een paar straatjes die hip zouden zijn en enkele kleine buurtjes die bewoners hebben met wat bakfietsen dat kan..maar onze gehele stad willen omvormen tot totale bakfietsstad? Nee dat gaat niet,dat is een zeer grote illusie waar in ieder geval de geboren en getogen Rotterdammer echt niet op zit te wachten.

    Gelukkig dat bovenstaand artikel er nu hier is want ik meen toch dat er wel een heleboel nieuwe hierheen gelokte hippe burgers uit andere steden met dit probleem op de maag liggen.

    Er zijn zoveel steden,dorpen en wijken die echt juist al generaties lang hip en bedoeld zijn voor de hippe mens die op bakfiets rijd,naar theaters gaat en op een hip terrasje een glas rosé drinkt met een hip modern broodje erbij de bakfiets geparkeerd ernaast praat met een andere hippe burger die een artistiek tasje draagt en graag met je meegaat naar de ‘parade’of pop-up restaurant.

    Maar dat is níet Rotterdams dat werkt niet in Rotterdam de stad is zó multicultureel dat je deze toch aparte leefstijl elders moet kunnen vinden,er zijn tal van wijken en steden die deze leefstijl wél hebben en waar deze mensen hun geluk kunnen vinden.
    De gemeente Rotterdam heeft met gedwongen verhuizingen,afbraak van sociale huurwoningen,dichtmaken van gewone winkels,sluiten van allochtone horeca,sluiten van gezellige kroegen,represailles in horecastraten,rechts populistisch gepraat in de gemeente,het doen voorkomen dat Rotterdam een luxe oord zou zijn,dat Rotterdam door deze dwang maatregels de Echte Rotterdammer er wel zou uitwerken en plaats maken voor bovenstaand gezin…..tja dat is realisme he?
    De serie ” Toen was geluk heel gewoon” een echte Rotterdamse mentaliteit! komt geen bakfiets of pop-up restaurant aan te pas.
    Zo vandaag gewerkt als doodgewone verkoopster in een winkel,heb een gewoon huurhuis in de stad,ga straks een pan hutspot maken en daarna een flinke pot koffie zetten met een gevulde koek erbij,lekker tv kijken en de was ophangen.
    Morgenochten uitslapen en ga ik alles dweilen en de was strijken,daarna naar de stad om te winkelen en kijken voor leuke sale in de winkels.
    koop ik onderweg nog een turkse pizza en daarna een bak koffie drinken bij de hema met een stuk gebak voor 1,50

    In het weekend ga ik lekker uit in een gewone kroeg en daarna naar coconuts op het stadhuis plein,gewoon lekker Rotterdams.
    Ik ben een echte Rotterdamse en je ziet ik heb geen binding met bakfiets mentaliteit,en zij niet met mij!
    Daarom denk na voor je Rotterdam in ga!
    Doe gewoon dan doe je al gek genoeg.

    1. Profielbeeld van Anneke Kortleve
      Anneke Kortleve

      “Gelukkig dat bovenstaand artikel er nu hier is want ik meen toch dat er wel een heleboel nieuwe hierheen gelokte hippe burgers uit andere steden met dit probleem op de maag liggen.” Het spijt me, maar ik snap je reactie totaal niet. Haar man is ontslagen uit de maatschap en moest noodgedwongen aan de slag in een ander ziekenhuis, ver weg. Dat is het probleem geweest. Bakfiets of niet.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500