Fictieweek11 augustus 2017

Rotterdam, toch niet mijn stad

Kort verhaal

We sluiten de fictieweek af met een verhaal. Elise de Ruiter beschrijft hoe haar nieuwe Rotterdamse leven zich tegen haar keerde, toen haar man toch niet werd toegelaten tot de maatschap van het ziekenhuis. Non-fictie, die best fictie had kunnen zijn.

Het moment in de zomer dat ik bij het krieken van de dag in onze volgeladen afgeragde C8 stapte en we wegreden bij ons huurhuis in Rotterdam. Ik heb een opvallend sterke herinnering aan die aftocht. We reden weg uit de stad die na maanden bewonen nog niet als mijn thuis voelde, waar ik nog altijd verdwaalde. De stad die me in het voorjaar op zonnige dagen een zoete belofte had gedaan. Het zou mijn stek worden, ik zou er mijn plek vinden, mijn kinderen zouden er opgroeien als fijne mensen met het hart op de tong en de handen uit de mouwen. Mijn geliefde en ik zouden in onze vrije tijd experimentele voorstellingen bezoeken, godenspijzen eten in pop-uprestaurants en in de zomer met onze vrienden bbq’en in het Vroesenpark. Deze stad zou, zo nam ik me voor toen we in het uitnodigende roze ochtendlicht de Franse grens overstaken, bij onze terugkeer na maanden eindelijk voelen als thuis. Het liep anders.

In december 2015 waagden we de sprong van Leiden naar de voor ons ongekende ruigstedelijke uitgestrektheid van 010. Mijn man had zich, na daar twee jaar in loondienst te zijn geweest, ingekocht bij de maatschap van de intensive care in een ziekenhuis met als voorwaarde dat hij in de regio kwam wonen. Een mooi moment om opnieuw te beginnen, vonden we. En dus laden we ons eclectische interieur, poes, baartagamen (twee keer) en meisjes in en vertrokken. Na de kerstvakantie verdwaalde ik met de kinderen voor het eerst naar hun nieuwe basisschool. Door de regen. Het regende die hele maand januari. Nu waren we RotterdammerTs. Met een natte T. En nat waren we. Doorweekt. Of zoals mijn jongste klagend zei: het is niet handig om in het regenseizoen te verhuizen.

Gelukkig kwamen al snel de eerste overwinningen. De fijne buren met een Jip-en-Janneke-gat-in-de-heg, een oude kennis die een waardevolle vriendin werd, een nieuw favoriet koffietentje, een werkopdracht met perspectief. Genoeg om optimistisch naar onze bestemming in Zuid Frankrijk te rijden. Een huis is pas een thuis als je na weken afwezigheid terugkeert, filosofeerde ik, met m’n benen op het dasboard. Met drie zalige weken van niksdoen voor ons, kon ik al genieten van het moment dat ik mijn eigen voordeur weer zou openen, mijn tas in de gang zou zetten en op de bank zou ploffen. Thuis in Rotterdam.

In de tweede week van de vakantie krijgt mijn man een telefoontje. Een collega. Die zegt dat het hem speet, maar ze kunnen toch niet doorgaan met hem. Het boterde niet. Heel vervelend allemaal, maar ja zo gaat het. En een fijne vakantie nog. We kunnen het niet geloven. Over drie dagen zal zijn proeftijd voor de maatschap aflopen, een maand tevoren heeft hij z’n goodwill overgemaakt. Er is nooit kritiek geweest op zijn functioneren, contact met collega’s is prettig. Bovendien werkt hij er dan inmiddels bijna drie jaar. Dit kan toch niet waar zijn?

Echt rustig zitten we niet meer op dat wonderschone plekje aan de rivier. We maken nog een kanotochtje, doen een bbq, terwijl mijn man (ik vind dit gek om telkens zo te zeggen, maar ik noem zijn naam niet) blijft bellen om te achterhalen wat er aan de hand is. Een telefoontje van een lid van de Raad van Bestuur van het MSB (de overkoepelende Maatschap waarin alle specialisten zijn opgenomen) met het verzoek om een persoonlijk gesprek op korte termijn, doet alle alarmbellen rinkelen. Ik rijd ons naar het noorden met op de achterbank vier protesterende kinderen. Man zit naast me en belt. Met collega’s die blijven beweren dat ze van niks weten, met een arbeidsrechtadvocaat die ons is aanbevolen en die zelf ook op de terugweg is van haar vakantie, met vrienden die goede raad geven en een hart onder de riem.

Zoals mijn jongste klagend zei: het is niet handig om in het regenseizoen te verhuizen.

Thuis blijkt alles waar. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op. Na een ontslagbrief, volgt een sussend bedoeld gesprek. We moeten ons erbij neerleggen, zeggen ze. Wanneer onze advocaat achterhaalt dat het ontslag niet rechtsgeldig is, volgen er meer gesprekken. Nu dreigend van toon. Mijn man wordt de toegang tot het ziekenhuis ontzegt. Zijn loon wordt direct ingehouden. “Dit moet je niet willen” wordt er gezegd. Maar we willen het. En enkele weken later winnen we het kort geding. Het ziekenhuis is juridisch en feitelijk gezien kansloos.

Hier zou het verhaal moeten eindigen, vind je niet? Een mooie anekdote om op een avond in een typisch Rotterdamse kroeg vol theater te vertellen. Een mooi relaas over recht dat zegevierde en dat Rotterdam dus nog steeds mijn stadje is. Een verhaal om je aan op te trekken. Ik hou van verhalen vertellen, in mijn werk doe ik niets anders. In mijn leven eigenlijk ook.

Toch schrijf ik dit stuk uitkijkend over het Vrijthof. We wonen nu al tien dagen in Maastricht. Het is een ander verhaal geworden.

In november tekent mijn man een exit-overeenkomst met het ziekenhuis. Met stille trom dus. Hoewel ik een schreeuwende behoefte heb om elk bizar, weerzinwekkend detail het internet op te slingeren (kijk naar wat ons is aangedaan!) doe ik het niet. Wat zou ik graag de levensverbeterende voorvechtster zijn geweest die wantoestanden aan het licht bracht. In plaats daarvan kozen we voor een schikkingsovereenkomst. Zekerheid, inkomsten, comfort en voor mijn meiden. Het voelt net zo logisch (ik herhaal, vier meiden) als laf.

In december vindt hij een nieuwe baan in Heerlen. We gaan ervoor, besluiten niet meteen te verhuizen, besluiten te nemen. Het leven in Rotterdam hervat zich met zwemles, rapportgesprekken en uitslapen op zondag. We eten veel vlaai. Dat is het voordeel van een papa die in het zuiden werkt, juichen we. Mijn man leeft uit een koffer, bivakkeert daar en komt als zijn diensten het toelaten naar Rotterdam. Ik werk overdag en vouw elke avond in mijn eentje stapels was, vul ’s ochtend de broodtrommels. Tijdens het avondeten face-timen we. We verblijven de voorjaarsvakantie in een huisje in Vaals, vlakbij Heerlen.

Om ons heen zoemt het inmiddels van de verhalen. Het Rotterdamse ziekenhuis is een aantal keer negatief in het nieuws geweest. Mijn man krijgt er vragen over en moet vertellen dat hij nu in het zuiden werkt. Een moeder van school vraagt schamper of we Rotterdam alweer zat zijn. Een juf van school komt bezorgd naar me toe. “Alba vertelde dat ze misschien weer gaat verhuizen. Naar Limburg? Klopt dat? Een facebookkennis krijgt er lucht van en bericht me: “Wat! Ga je weg uit Rotterdam? Je woont er net.” Ik zou willen schreeuwen, maar zeg niet teveel.

Toch schrijf ik dit stuk uitkijkend over het Vrijthof, in Maastricht. Het is een ander verhaal geworden.

We dachten dat we de afstand aankonden. Maar terwijl het voorjaar verstrijkt, verbleekt onze moed. We zijn altijd al een hecht gezin geweest. Deze aanhoudende fletse sleur die ons leven geworden is, ligt zover af van het ideaalbeeld dat we hadden van onszelf als gezin. Het verhaal dat we onszelf vertelden over wie we waren en wat we wilden zijn. Ik heb moeite met de saaie avonden, de eentonige gesprekken (over Pokémon en Drakenrace Naar De Rand) aan tafel, de leegte in bed.

Rotterdam trekt zijn belofte stukje bij beetje terug. Het huis voelt niet als thuis. De gesprekken met de mensen die we hier kennen gaan niet over onze toekomst in deze stad, maar over of en wanneer we haar zullen verlaten. Kennissen van school en uit de straat vragen nieuwsgierig naar het waarom, verwachten een smeuïg verhaal en nemen afstand als we ze niets vertellen. Het lijkt alsof we iets te verbergen hebben. Mijn man heeft een vlekje, een deukje, dat afstraalt op ons allen.

Het besef sijpelt door dat het geluk dat Rotterdam beloofde, nooit gaat komen. Dat we een ander verhaal moeten gaan vertellen. Een verhaal met een zachte g. En dus komt het moment dat we de kinderen bijeenroepen, een dik jaar nadat we ze losgerukt hebben uit hun bestaantje in Leiden, en ze vertellen dat we gaan verhuizen naar Maastricht. We serveren er vlaai bij. De oudste is zo boos dat ze weigert om een hap ervan te nemen.

Verhuizen naar Maastricht voelt in eerste instantie als een aftocht. We zijn met veel bombarie naar Rotterdam vertrokken om daar ons nieuwe leven te gaan starten en nu verlaten we de stad weer. Staart tussen de benen. Ik voel ineens veel verwantschap met de gezinnen die meededen aan “ik vertrek”, waarover ik altijd een beetje lacherig heb gedaan, omdat het ‘toch niet zo leuk bleek als ze dachten’. Ik schaam me voor het verhaal dat ik niet kan vertellen, voor de weerstand die ik voel ten opzichte van het Limburgse leven. Maar bovenal schaam ik me ten opzichte van mijn meiden, die ik de noodzaak van twee keer opnieuw beginnen in anderhalf jaar tijd niet duidelijk kan maken.

31 juli zijn we verhuisd. Precies een jaar nadat alle ellende tijdens onze vakantie begon. Twee weken voor vertrek sta ik nog huilend dozen in te pakken. En ergens tussen doos 19 en doos 56 bedenk ik dat ik genoeg heb van het verdriet, de frustratie en de weerstand. Als we opnieuw beginnen, dan wel goed. Tijd om een nieuw verhaal te bedenken. De eerste week in Maastricht regent het veel, ik verdwaal ook hier en ik ben mijn lievelingsschoenen kwijt. En toch doet ook deze stad me een belofte. Als we joelend een heuvel affietsen bijvoorbeeld. Of als de buren vlaai komen brengen op onze eerste dag in het huis. Of als we ‘s avonds met z’n allen in de tuin eten. Dan weet ik, dit wordt mijn thuis. Nog even oefenen.

RTV Rijnmond deed verslag van de onrust binnen het Maasstad Ziekenhuis. Eerst over het onderzoek dat het ziekenhuis instelde naar aanleiding onenigheid en in december over de getroffen schikking. Het onderzoek leidde in januari tot het besluit één arts terug te trekken uit zijn leidinggevende positie. Twee andere intensivisten werden op non-actief gezet. Op 13 maart verscheen het bericht dat er opnieuw een arts vertrok van de intensive care.

Reageer of deel op Social Media

Tags:Maasstad ziekenhuis, maatschap, non-fictie en Rotterdam

Sectie: Fictieweek

kaart: Maasstad Ziekenhuis, Maasstadweg, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *