Kunst & Cultuur31 oktober 2017

Henry Timisela en Dean Bowen: “Als culturele instellingen écht diversiteit nastreven, dan moeten ze ons macht en zeggenschap geven”

Je bent een jonge, biculturele maker met een flinke achterban, en toch blijven de deuren van schouwburgen, musea en andere culturele instellingen voor je gesloten. Probeer je je naar binnen te wurmen of kies je voor onafhankelijkheid? In gesprek met dichter Dean Bowen en theatermaker Henry Timisela over a seat at the table in de Rotterdamse cultuursector.

“Er is momenteel een échte wave gaande”, begint Dean Bowen het gesprek. Henry Timisela knikt bevestigend: “In de theatersector zie ik steeds meer grassroots makers.” Beide makers antwoorden dan ook volmondig ‘ja’ op de vraag of er nu eindelijk een omslag in de cultuursector plaatsvindt wanneer het gaat om vernieuwing en diversiteit.

Beeld: Salih Kilic

Henry Timisela maakt samen met zijn broer theatervoorstellingen. Inspiratie halen zij uit hun Molukse achtergrond. Door vele afwijzingen bij distribiteurs en fondsen, kozen The Brothers Timisela uiteindelijk voor onafhankelijkheid: “Wij doen alles zelf en maken geen gebruik van fondsen en subsidies.” De broers financierden hun eerste project door middel van crowdfunding. Hun eerste voorstelling trok vorig theaterseizoen landelijk volle zalen.

Dean Bowen is coördinator bij de literaire stichting Perdu en dichter. Binnenkort publiceert hij zijn eerste boek. Hij beschouwt zichzelf als een grassroots maker, die steeds meer opgenomen wordt in de bestaande ecosystemen van de cultuursector. “Ik kan niet zeggen dat ik enkel van onderaf bezig ben. Het is vooral de manier waarop ik me tot de instituten verhoud.”

Tweederangs makerschap

Lees ookKunst & CultuurWaarom de Rotterdamse cultuursector nog steeds niet divers genoeg is

Huidige vernieuwing in de Rotterdamse cultuursector hebben we volgens Dean en Henry vooral te danken aan jonge (biculturele) makers, minder aan de gevestigde orde. Die is nog steeds slecht toegankelijk voor makers met andere perspectieven. Als er al ruimte wordt gemaakt voor nieuwe makers en kunstvormen, dan blijft erkenning vaak uit. Dean noemt als voorbeeld Spoken Arts, een spoken word-evenement dat vorig jaar plaatsvond in de Rotterdamse Schouwburg. “Het evenement trok ontzettend veel bezoekers, maar stond niet vermeld in programmaboekjes*. Dit is vaak de wijze waarop makers, die niet noodzakelijk passen binnen het ecosysteem van de schouwburg, benaderd worden. Dan krijg je een soort tweederangs makerschap waarbij je goed genoeg bent om de zaal te vullen, maar niet om op een waardige manier genoemd te worden in de pr-uitingen.”

En dat is precies waar Henry klaar mee is. Enkele jaren geleden streefde hij nog naar een plaats in de schouwburg om ‘erbij te horen’. Dat hoeft van hem niet per se meer.

"Onze doelgroep maakt het niet uit of we in de schouwburg staan of ergens anders"

Henry: “Wij bedienen een bepaalde doelgroep, en haar maakt het niet uit of we in de schouwburg staan of ergens anders. Deze maand speelden we in Stadsschouwburg Amsterdam. Zij zijn dan tevreden vanwege het diverse publiek. Maar wij kiezen niet meer voor hen vanwege de prestige, maar vanwege de capaciteit. Ik kan mij natuurlijk wel af blijven vragen in hoeverre wij een excuus zijn om een nieuwe doelgroep naar de zalen te trekken.”

Dean: “Dat weet je nooit zeker. De kritische blik moet daarom altijd blijven. Het is anders heel makkelijk om te denken: ‘Ik heb een positie verworven, zie je nou wel’. Maar als je dan nog steeds de illustratie bent waar iemand anders zijn diversiteitsvlag op kan prikken, schiet het niets op.”

Beeld: Salih Kilic

Henry bewijst dat een onafhankelijke aanpak kan leiden tot succes. Toch lijkt dit niet de route die veel makers willen nemen. Waar komt de drang bij cultuurmakers vandaan om binnen de instituten te willen opereren?

Dean: “Heel ordinair: de fondsen, mogelijkheden en fysieke ruimte. Met alle liefde steken we arbeid in het creëren van eigen faciliteiten, maar ondertussen ontvangen instellingen wel miljoenen om ons te negeren. Ik weiger dat te accepteren!”

Dean heeft veel waardering voor de keuze van Henry om onafhankelijk te opereren: “Ontwikkelingen van buitenaf zijn hard nodig om de systemen in de cultuursector te veranderen. Maar dat moet gepaard gaan met veranderingen binnen de instellingen.”

In zijn rol als coördinator van de literaire stichting Perdu in Amsterdam, probeert Dean invloed uit te oefenen op de sector. “Mensen uit Rotterdam die ik ongelofelijk goed vind, maar die geen toegang vinden in de literaire academische wereld, probeer ik een plek te geven. De grotere instituten wil ik accountable houden, ze laten zien dat ze niet meer om grassroots makers heen kunnen. Tegelijkertijd werk ik samen met de klassieke literaire wereld, want interactie en uitwisseling met de buitenwereld is belangrijk.”

In hoeverre zitten die instituten op je te wachten?

Dean: “Ze zitten niet op me te wachten. Maar met het huidige maatschappelijke en politieke debat over de betekenis van diversiteit, moeten culturele instellingen wel kleur bekennen. Zij bestaan bij de gratie van hun reputatie, er is no way out.”

Henry, is dat een strategie die jou ook aanspreekt?

Henry: “Nu geeft onafhankelijkheid ons alle artistieke vrijheid. Maar ik ben het wel met Dean eens: beide strategieën zijn nodig.”

Dean: “Onafhankelijkheid gaat over zelfbeschikking. Zelf kunnen bepalen wat je wilt zeggen, hoe je het wilt zeggen én welke middelen je gebruikt.”

Beeld: Salih Kilic

Henry: “We worden vaak geadviseerd om gebruik te maken van de beschikbare financiële middelen. Maar we zijn daar onderhand vies van geworden. Dit is ónze stem, met een verhaal dat wíj willen vertellen. Mensen die het willen horen, kopen gewoon een kaartje. Kortom, we hebben een prima verdienmodel.”

Dean: “Dit is het bewijs dat er behoefte is aan andere verhalen en nieuwe perspectieven. Men kan niet meer aankomen met excuusjes als ‘die doelgroepen zijn er niet’ of ‘die mensen houden niet van theater’.”

De discussie over vernieuwing en diversiteit in de cultuursector is al jaren gaande. Hoe weten we zeker dat er nu sprake is van een duurzame verandering en niet van een hype?

Dean: “In de generatie van mijn ouders waren er al kritische stemmen, maar meer gefragmenteerd. Door het internet zijn we nu in staat om snellere en sterkere verbindingen aan te gaan. Er is daardoor niet alleen een ontwikkeling in Amsterdam of Utrecht. We hebben overal connecties, waardoor de ontwikkeling collectief in werking is gezet en waarbij we gezamenlijk kritische vragen stellen.”

“Wat ook anders is dan vroeger, is dat er nu een sterkere academische basis is. Dit is belangrijk omdat het dus niet ‘zomaar’ makers zijn die ageren tegen de gevestigde orde. Er zijn theoretische modellen en onderzoeken waarmee we in de cultuursector duidelijk kunnen maken wat de mechanieken zijn waar mensen tegenaan lopen.”

"We moeten instituten blijven masseren totdat zij makers met andere verhalen en perspectieven wél een kans geven"

Henry is sterk voorstander van het creëren van eigen infrastructuren. Als voormalig radiomaker heeft hij gezien hoe de populaire jongerenzender FunX zijn diversiteitsidentiteit verloor toen het overgenomen werd door het ‘witte instituut Hilversum’. “Daar moet voor gewaakt worden.”

Dean: “We moeten los van de instituten infrastructuren bouwen, maar niet vergeten dat er al heel veel geld en infrastructuren liggen die we in principe gewoon kunnen toe-eigenen. En dat betekent dat we die instituten moeten blijven masseren totdat zij wél makers met andere verhalen en perspectieven een kans geven.”

Oogkleppen en blinde vlekken

Henry: “Minister Plasterk kwam naar een voorstelling en vroeg: ‘Gaan jullie nu ook proberen de Nederlandse doelgroep te bereiken?’ Dat vind ik een belediging: wat zijn onze bezoekers dan? Het impliceert dat pas als er witte mensen in de zaal zitten, iets écht theater is.”

Dean: “Aan Theo Maassen wordt vast niet gevraagd hoe hij ervoor zorgt dat er meer Surinamers of Antillianen naar zijn voorstellingen komen. Maar wij moeten opeens een witter publiek aantrekken om mensen comfortabeler te laten voelen? Dat is onzin, iedere ass in the seat is net zo waardevol.”

Beeld: Salih Kilic

Volgens Henry en Dean past de opmerking van Plasterk precies in de lijn van de instituten die zich maar blijven focussen op hoogopgeleid, wit publiek. Ze hebben nog onvoldoende oog voor andere publieksgroepen en makers in de stad. Ondanks dat de Rotterdamse cultuursector zich als vooruitstrevend profileert, zijn er volgens hen nog te veel instellingen met blinde vlekken en oogkleppen op.

Dean: “Culturen met verhalende tradities, zoals de Surinaamse en Marokkaanse, zijn inmiddels ingebed in de Nederlandse cultuur zonder dat mensen het weten. Dat komt omdat we steeds dezelfde verhalen voorgeschoteld krijgen.”

Henry: “Het draait nog steeds om gevestigde instituten zoals Toneelgroep Amsterdam en het Scapino Ballet. De schouwburg weet dat wij succesvol zijn, maar we worden toch niet gebeld, want we passen niet in ‘hun lijn’.”

Dean: “Dan moeten ze hun lijn aanpassen! Het kan toch niet zo zijn dat in Rotterdam, waar 50 procent van de burgers een migratieachtergrond heeft, we in het grootste theater van de stad op geen enkele manier vertegenwoordiging zien? Als er voorstellingen zijn die drie keer Theater Zuidplein plat kunnen spelen, dan kunnen ze ook de schouwburg vol krijgen. Ze hebben geen idee van wat de kracht is van de ondersteuning van lokale makers.”

Wat is in de rol van fondsen en subsidiegevers wanneer het gaat om vernieuwing en doorstroming binnen de cultuursector?

Dean: “Het gaat om toegankelijkheid. Niet iedereen weet waar hij of zij terecht kan voor subsidies. Daarnaast moet je de juiste taal bezigen om fondsen aan te schrijven. Veel jonge makers kennen die taal onvoldoende, waardoor hun aanvragen überhaupt niet serieus worden genomen. Bij de fondsen ontbreekt het aan mensen die de potentie van hun plannen kunnen herkennen.”

Henry: “Ontzettend herkenbaar. Het aanschrijven van fondsen vonden wij te veel geld én tijd kosten.”

Maar het gaat volgens Henry niet alleen om het bezigen van de juiste taal. Hij denkt dat veel verhalen worden afgewezen omdat het niet past binnen een bepaalde frame: “Gaat een voorstelling vanuit Moluks perspectief niet over de treinkaping of motorbendes? Oh, dan is het niet interessant.”

Beeld: Salih Kilic

Ondanks dat we aan het begin staan van een culturele omslag, zijn we er volgens jullie dus nog lang niet. Onder welke voorwaarden kan het beste worden toegewerkt naar een duurzame, inclusieve mentaliteit in de cultuursector?

Henry: “De bovenlaag in de instellingen zal dan absoluut diverser moeten. Maar het begint wel met de stemmen van onderop. Die moeten zo sterk worden dat de beweging niet meer tegen te houden is. Dat begin is er nu.”

Dean: We zijn nu op het punt beland dat we tegen culturele instituten kunnen zeggen: ‘Als je diversiteit écht wil nastreven, dan willen wij macht en zeggenschap.’ De roep om verandering komt veelal van de makers. Maar we moeten niet de curatoren en de bestuurlijke functies vergeten. Als je de juiste stemmen op die posities zet, dan creëer je een situatie waarin biculturele makers niet alleen meer als toevoeging worden gezien, maar waar zij zich kunnen embedden in de sector en onderdeel uit gaan maken van de mechaniek.”

"Met onze onafhankelijke aanpak hopen we een voorbeeld te zijn voor de jongere generatie"

Dus: willen jullie wel of geen ‘seat at the table’ bij de gevestigde instituten?

Dean: “Wel, onder gelijkwaardige voorwaarden. Ik vraag om een eerlijke constructie waar iedereen toegang en ruimte heeft tot platformen om de verhalen te vertellen die ze willen vertellen. Daarnaast wil ik institutionele verandering zien, en daaraan bijdragen voor de generatie na mij.”

Henry: “Ik heb dezelfde insteek, maar wij proberen het op een onafhankelijke manier. Daarmee hopen we een voorbeeld te zijn voor de jongere generatie.”

Dean: “Absoluut! Jonge makers die buiten de instituten vallen hebben zulke voorbeelden hard nodig. Maar aangezien de Rotterdamse Schouwburg miljoenen krijgt, wil ik gewoon mijn punt van de taart. Ik claim het!”

Henry: “Misschien wil ik te veel op eigen kracht doen. Je hebt gelijk, er liggen gewoon gelden waar makers zoals wij gebruik van kunnen maken. Daar waar het geld verdeeld wordt, moeten we aan de tafel zitten.”

* We vroegen Dave Schwab (performance- en dansprogrammeur Rotterdamse Schouwburg) te reageren op de uitspraken die Dean en Henry in dit interview over de Rotterdamse Schouwburg doen. “Ons programmaboekje wordt eenmaal per jaar gedrukt. Dit kan de reden zijn dat Spoken Arts niet in het boekje opgenomen werd.” Dave geeft daarnaast aan dat de schouwburg niet betrokken was bij het organiseren van het evenement, en alleen verhuurder was. “Dan zijn we kritischer over wie in het programmaboekje komt. Er wordt dan gekeken naar bereik, doelgroep en kwaliteit. Over wat die kwaliteitsnorm is, kan inderdaad gediscussieerd worden. Daar staat de schouwburg absoluut open voor.”

Dossier: De inclusiviteit van de Rotterdamse culturele sector

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC). (Wat betekent dit?)

De RRKC werkt de komende jaren aan een advies, voor het college van burgemeester en wethouders, ten bate van een meer inclusief cultuurbeleid. Hoe cultureel divers is de culturele sector in de stad: de organisaties, het bestuur, de makers en het publiek? En hoe zorgen we ervoor dat de culturele sector ook daadwerkelijk van, voor en door álle Rotterdammers is? In een artikelreeks besteedt Vers Beton de komende maanden aandacht aan deze vragen.

Reageer of deel op Social Media

Tags:Dean Bowen, diversiteit, Henry Timisela, RRKC en The Brothers Timisela

Sectie: Kunst & Cultuur

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *