voor de harddenkende Rotterdammer

Weer of geen weer, vroeger stapten we ‘s ochtends braaf op de fiets. Maar tegenwoordig fietsen Rotterdamse kinderen steeds minder. Hoe kan dat nou?

Om acht uur ’s ochtends ligt het schoolplein van de imposante Theresiaschool in Rotterdam Zuid er verlaten bij. Over de Strevelsweg die aan het schoolplein grenst, razen de auto’s met 50 kilometer per uur voorbij. Tegen de splinternieuwe fietsenrekken staat een aantal felgekleurde kinderfietsen; leenfietsen die nog geen nieuwe eigenaar hebben.
Om iets over acht druppelen de eerste kinderen het  betegelde plein op. De meeste komen lopend, zoals Serena Blom en haar zoon Justin. “Mijn fiets is kapot, hij moet gemaakt worden”, verontschuldigt Blom zich. Justin, groep 4, heeft wel een fiets maar die is nog te groot voor hem. “Hij moet nog even groeien.”
Om kwart over acht stuurt klasgenoot Marisol geroutineerd haar witte fiets met roze mandje het schoolplein op. Ze is een van de weinige leerlingen die op de fiets naar school komt. Als om half negen de lessen beginnen staan er 20 kinderfietsen op het plein.

Kapotte barrels

Kinderen fietsen steeds minder. In fietsland Nederland heeft één op de acht kinderen geen fiets. Toen de Theresiaschool vorig schooljaar startte met fietslessen voor groep 7 en 8, kwamen ze er tot hun schrik achter dat een flink aantal leerlingen helemaal niet kon fietsen.
Van veel leerlingen bleek de fiets kapot te zijn. “Het was dramatisch gevaarlijk”, vertelt schoolklusjesman Geert Landlust in de koffiekamer van de school op steenworp afstand van Zuidplein. De geboren en getogen Tarwewijker zag de nodige barrels voorbij komen. Fietsen waarvan het stuur los zat, kinderen die op lekke banden naar de fietsles kwamen, een voorwiel dat los in de voorvork zat. “Levensgevaarlijk als je een wheelie maakt.”
Prompt nam Landlust de taak van schoolfietsenmaker op zich. Tijdens zijn vorige baan bij de technische dienst van de SKVR repareerde hij regelmatig fietsen van cursisten. Voor niets. “Vaak voor alleenstaande moeders met kinderen. Bij een fietsenmaker waren ze een weekend hun fiets kwijt en honderdvijftig euro armer. Ik deed dat na werktijd in tien minuten.”

Vers Beton-Theresiaschool2
Beeld door: beeld: Debbie Kleijn

Kinderfietsplan

Voor de kinderen zonder fiets zamelde de school via het ANWB-kinderfietsplan leenfietsen in, dat is opgezet voor gezinnen die geen geld hebben om een kinderfiets te kopen. Het onderhoud moest de school zelf verzorgen. “Dat is geen probleem”, opperde Landlust direct. Van ondergelopen kelders tot wc-papier dat op is, meester Geert lost het op.
De fietslessen op de Theresiaschool waren onderdeel van het programma Fietsen op Zuid. Het doel: meer Rotterdammers op de fiets krijgen. Van alle grote steden wordt in Rotterdam het minst gefietst. 160.000 Rotterdammers fietsen nooit. Bepalende factoren zijn inkomen en achtergrond, blijkt uit onderzoek van de gemeente. Bijna de helft van de mensen met een minimuminkomen heeft geen fiets. Hetzelfde geldt voor mensen met een niet-Westerse achtergrond. Veel van deze Rotterdammers woont op Zuid.
Hoe komt het dat nota bene in fietsland Nederland steeds minder kinderen op de fiets naar school gaan? Fietsexperts verschillen daarover van mening. Volgens sommigen ligt het aan de hardware, de fysieke infrastructuur. Mensen hebben geen fiets en het verkeer is te druk. Maar ook de software, het imago van de fiets, is een probleem. De auto is een statussymbool en kinderen krijgen het fietsen niet van huis uit mee. Vraag je het aan de niet-fietsers, dan krijgt steevast het weer de schuld.

Lees meer

Minicollege 10 oktober: Hoe krijgen we Rotterdam-Zuid op de fiets?

Nederland is een fietsland bij uitstek. Nergens ter wereld wordt zoveel gebruik gemaakt…

Ouders geven het voorbeeld

Volgens ouders is het verkeer de boosdoener. Derya Akat, de moeder van Ibrahim uit groep 4 van de Theresiaschool, moet er niet aan denken om haar zoon alleen in het verkeer los te laten. “Hij kan wel fietsen, maar dan op een pleintje of in het park. Of in het weekend met zijn vader.” Ze lopen altijd naar school. Zelf fietst ze niet. Ze vindt het te gevaarlijk en pakt de metro als ze naar de stad wil.
“Als ouders niet fietsen, dan leren de kinderen het ook niet”, zegt Hugo van der Steenhoven, fietsexpert en een van de initiatiefnemers van Fietsen op Zuid. “Dat gebeurt tegenwoordig ook steeds meer in Nederlandse gezinnen.” Van der Steenhoven schat in dat op Zuid ongeveer de helft van de kinderen niet kan fietsen. Hij erkent dat de verkeersveiligheid beter kan, maar denkt niet dat dat het échte probleem is. “In Rotterdam is de auto dominant, zeker op Zuid. Maar ouders denken vaak dat het onveilig is omdat ze het zelf niet kunnen fietsen.”
“Als je een kind van kleins af aan mee de weg op neemt, dan kan je het leren hoe om te gaan met het drukke verkeer”, denkt ook Belinda Warbie, directeur van de Theresiaschool. Ze wil dit jaar de fietslessen ook aan de ouders gaan aanbieden. “Je kan hier niets zonder ouders. Kinderen moeten in het weekend een fietstocht kunnen maken.”

Vers Beton-Theresiaschool3
Beeld door: beeld: Debbie Kleijn

Imago opkrikken

Het drukke verkeer hoeft dus geen belemmering te zijn om te gaan fietsen. En met de leenfietsen en een fanatieke schoolfietsenmaker zijn voor de kinderen op de Theresiaschool ook de praktische problemen opgelost. Toch is het aantal fietsen of het schoolplein met 20 op 200 leerlingen nog beperkt. Al ziet Warbie al meer kinderen op de fiets komen dan vorig jaar. “Het project heeft duidelijk verschil gemaakt.”

Ook Van der Steenhoven is tevreden met het tussentijdse resultaat. Het project wordt daarom dit jaar uitgebreid van twee naar vijf basisscholen op Zuid. Met Fietsen op Zuid poogt hij ook het imago van de fiets te veranderen. “Het ontbreekt ons in Nederland aan fietscultuur. Fietsen is voor losers, denken veel mensen. Het doel blijft een auto.” Door samen te werken met de BMX-fietsschool van Dansh Urban Gym, die ook de lessen op de Theresiaschool verzorgde, moet het imago van fietsen worden opgekrikt.
De BMX-fietsschool gebruikt felgekleurde crossfietsjes en motorhelmen om de fietslessen leuk te maken. Van de jonge energieke instructeurs leren de kinderen BMX-trucjes, gewoon in de gymzaal of op het schoolplein. Maar er is ook aandacht voor bandenplakken en netjes je hand uitsteken. De crossbaan aan de voet van De Hef is het clubhuis van de BMX-fietsclub waar kinderen na schooltijd terecht kunnen.

Vers Beton-Theresiaschool4
Beeld door: beeld: Debbie Kleijn

Mi wil fitsen

Maarten Jan van ’t Oever, docent aan de Willem de Kooning Academie en deelnemer aan de Cycle Hack Rotterdam, denkt dat hippe fietsen en crossbanen helemaal niet nodig zijn om fietsen weer cool te maken. “Alle kinderen houden van fietsen”, is zijn stellige overtuiging. Een fietsclub met gewone kinderfietsen en de straten en pleinen als parcours zouden genoeg moeten zijn.
Samen met een team andere fietsfanaten bedacht Van ’t Oever het winnende plan van de Cycle Hack, een fietshackathon die begin september in Rotterdam plaats vond. Vier teams zich stortten zich een weekend lang op de vraag: hoe krijgen we meer Rotterdammers op de fiets? Het team bedacht Fitsclub Afri, een kinderfietsclub op de grens van de Afrikaanderwijk en Katendrecht. Van de gemeente kregen ze ruim 2000 euro startkapitaal voor een eerste pilot.
De Fitsclub – ‘Mi wil fitsen’ – moet een ecosysteem worden van kinderfietsen, kinderen en een clubhuis in de buurt. “Kinderen groeien snel uit hun fiets”, merkte Van ’t Oever toen zijn dochter begon te fietsen. “Onder vrienden worden dan fietsen uitgewisseld en dat is altijd een hoop gedoe. Wij willen die bubble uitbreiden naar buurtniveau.”

Vers Beton-Theresiaschool5
Beeld door: beeld: Debbie Kleijn

Utopia voor de kinderfiets

Kinderen die lid zijn van de club krijgen een fiets te leen die ze op de club kunnen inwisselen als hij te klein is geworden. Ook kunnen ze daar terecht voor reparaties, fietslessen en activiteiten. Door een arme en een rijkere buurt – de Afrikaanderwijk en Katendrecht – met elkaar te verbinden in één club, wordt het overaanbod aan te klein geworden kinderfietsen eerlijker verdeeld. En door in clubverband te leren fietsen beleven kinderen er meer plezier aan. “Vergelijk het met een voetbalclub.”
Van der Steenhoven denkt dat de fietsclub een succes kan worden. Maar hij waarschuwt voor een versnippering van de initiatieven. “Al dit soort project kosten tijd en energie. Met vereende kracht heb je meer kans dat het slaagt.”
Ook Geert Landlust ziet zo’n fietsclub wel zitten. Hij droomt hardop over een fietsenmakersutopia waarbij de gemeente gestandaardiseerde kinderfietsen levert die in centrale werkplaatsen gerepareerd kunnen worden. “Dat zou in één keer het hele probleem oplossen. Alle kinderen vinden fietsen leuk, maar heb je een barrel, dan is er niks aan.”
Wegens ziekte kon Vers Beton helaas niet spreken met gymlerares van de Theresiaschool Dominique Keupers, de grote drijvende kracht achter het fietsproject.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
iketeuling (1)

Ike Teuling

Ike Teuling is freelance journaliste, Rotterdammer en een van de initiatiefneemsters van het Rotterdams Klimaat Initiatief. Ze werkte eerder bij Greenpeace en is nu campaigner bij Milieudefensie.

Profiel-pagina
IMG-8523

Debbie Kleijn

Debbie Kleijn (1974) studeerde journalistiek in Tilburg. Ze maakt documentaires, is researcher en fotografeert. De mens in relatie tot de omgeving, dat is haar focus. Tijd doorbrengen met de personen die ze belicht, of langere tijd omgaan met mensen in een gemeenschap of op locatie, dat vindt ze belangrijk in haar benadering. Goed kijken en luisteren, dan dienen zich verassende, aandoenlijke en bijzondere momenten aan.

Profiel-pagina
Lees 4 reacties

Advertentie

Wildlife-film-festival-rotterdam-2018-Adv-Versbeton