Stedelijke ontwikkeling & architectuur12 oktober 2017

Hoe moet badkuip Rotterdam veranderen in een spons?

Rotterdam gaat prat op haar vooruitstrevende aanpak op het gebied van klimaatadaptatie. Hoe kan het dan dat de stad toch bij iedere fikse regenbui volloopt als een badkuip? Waar de gemeente in meeslepende visies denkt, willen actieve inwoners vooral iets doen aan de natte straten en kelders.

Beeld: Rémon Mulder

Het is zaterdagavond en ik kijk vanaf mijn bed hoe mijn laminaat meedeint met de golven die onder de bank vandaan komen. Alles wat op de vloer lag of stond is nat. De volgende dag ligt de stoep vol met slangen vanuit kelderraampjes naar rioolputten en weerklinkt het ritmische geluid van tien dompelpompen tot laat in de middag tussen de huizen.

In september maakte de rijksoverheid bekend dat het Global Centre of Excellence on Climate Adaptation (GCECA) in Rotterdam en Groningen gevestigd wordt. Hoewel Rotterdam blijkbaar een reputatie heeft op het gebied van klimaatadaptatie, is het ondergelopen straatbeeld geen ongewoon scenario. Hoe kan dat toch?

Singelplan naar Waterplan

Het meest voor de hand liggende antwoord op die vraag is even deprimerend als simpel: Rotterdam is een badkuip. Gebouwd zes meter onder NAP and counting; de bodem zakt ieder jaar twee centimeter dieper in de klei. We hebben de stad door de jaren heen aan alle kanten gedicht, gestut en leeggepompt. Daarom zoekt de gemeente nu naar nieuwe manieren om te dweilen met een kraan die steeds vaker open zal staan – Rotterdam heeft immers meer te vrezen van water uit de lucht dan vanuit zee. De regen die we nu als ‘extreem’ beschouwen zullen we volgens het KNMI in 2050 als normaal beschouwen.

"Het is dweilen met een kraan die steeds vaker open zal staan – Rotterdam heeft immers meer te vrezen van water uit de lucht dan vanuit zee"

Het sleutelen aan de waterhuishouding van de stad begon in 1854, toen stadsarchitect W.N. Rose met zijn Singelplan de stad saneerde en opfleurde. Het Singelplan was een succes, maar loste het probleem niet definitief op. Het duurde anderhalve eeuw voordat waterveiligheid op stedelijk niveau weer op de agenda verscheen, met het eerste waterplan in 2000 voor het vernieuwen van de riolering.

Het tweede Waterplan, in 2007, moet de stad voorbereiden op extreme(re) hevige regenbuien en de verregaande gevolgen van stijgende waterstanden. Daar is de gemeente al goed mee op weg, meent John Jacobs, wateradviseur van de gemeente Rotterdam en geestelijk vader van de beweging Water Sensitive Rotterdam, maar we zijn er nog lang niet. “Ons watersysteem is goed, maar er zitten grenzen aan”, legt hij uit.

Beeld: Rémon Mulder

“Wat het systeem van singels en rioleringen niet aankan moet boven de grond opgevangen worden.” Dat hoeft maar voor even: de riolen hebben niet voldoende capaciteit om al het water van een extreme, langdurige hoosbui in een keer te verwerken, maar verspreid over 24 uur is er geen probleem. Mogelijke oplossingen: waterpleinen, groene daken, en verzachting van een betonnen stad. Allemaal manieren die ervoor zorgen dat het regenwater geleidelijk wegstroomt.

Water dat je niet meer onder de grond kwijt kan, tijdelijk bovengronds vasthouden. Het klinkt eerder logisch dan revolutionair. Het verweven van ruimtelijke kwaliteit en waterproblemen en andere kwesties is op zich ook niet nieuw, W.N. Rose deed het ruim anderhalve eeuw geleden al.

Maar het Waterplan 2 vraagt nu om opschaling en interdisciplinair samenwerken. Iedere toekomstige aanpassing aan het straatbeeld moet verschillende problemen in één keer aanpakken, om zo de opvang van hemelwater geleidelijk worden in te passen in de openbare ruimte – de ruimte waar alles en iedereen samenkomt, waar verschillende belangen spelen, en waar iedereen iets van vindt.

Holle retoriek

Vooralsnog loopt het proces erg traag. Reden een: zestig tot zeventig procent van het stedelijk oppervlak is in handen van private partijen. En ook de betrokken gemeente-afdelingen en waterschappen zijn het niet altijd met elkaar eens. “Het gemeentelijk apparaat is niet ingesteld op zo veel inbreng van alle kanten”, aldus Jacobs. Wat voor de ene partij gunstig is, is voor de andere een probleem. Het democratisch polderprincipe lijkt, ironisch genoeg, belemmerend te werken.

Het in september gelanceerde nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 moet helpen, met concrete tussendoelen voor het vormen van klimaatbestendige steden. “Komend jaar zullen gemeente, burgers en de politiek samen moeten bepalen hoe snel we van wateroverlast af willen”, zegt Robert de Kort, waterbouwkundig adviseur bij Arcadis. “En natuurlijk hoeveel (belasting)geld we daarvoor over hebben.” Als de risico’s bekend en verantwoordelijkheden verdeeld zijn geeft dat een basis voor maatregelen in de wijken.

Visie en gesprekken zijn mooi, maar daarvan wordt je natte kelder niet waterdicht of droog, merkt John Jacobs op. Het geeft het Rotterdams waterbewuste imago voor sommigen een nogal holle bijklank. Want wat heb je aan een mooie internationale positie als je stad bij iedere regenbui blank staat?

Aan de slag

Het Burgerpanel Rotterdam, een vrijwilligersorganisatie die als waakhond van het gemeentelijk apparaat dient, schetst twee oorzaken voor problemen op stedelijk niveau. Er is allereerst te weinig kennis over wateroverlast bij burgers en de gemeente handelt daarnaast inconsistent en geeft tegenstrijdige signalen: “De bevlogen vrijwilligersorganisatie Natuurlijk Spangen deelt regentonnen uit in de buurt. De gemeente moedigt hen aan en presenteert het als voorbeeldproject,” vertelt Tatjana van Rijswijk, projectleider van het Burgerpanel, “maar diezelfde vrijwilligers staan machteloos als ze erop wijzen dat groene achtertuinen worden volgebouwd en betegeld waardoor er weer meer regentonnen nodig zijn om de buurt droog te houden.”

John Jacobs realiseerde zich dat het aanpassen van waterproblematiek in de wijken te langzaam gaat, en besloot daarom Water Sensitive Rotterdam op te zetten. Niet als het zoveelste goedbedoelde programma, maar als een beweging, ‘ook al klinkt dat een beetje hippie’. Water Sensitive Rotterdam brengt lopende, bottom-up initiatieven in de stad in beeld en legt uit wat klimaatverandering betekent voor Rotterdammers en hun huis. Dat is nodig ook, want klimaatadaptatie mag als werkveld dan trendy zijn, maar “wateroverlast is nu eenmaal stom,” merkt John Jacobs droog op. Bovendien is hij het eens met het Burgerpanel: men weet er nog te weinig van – of wil men er liever niet van weten.

Beeld: Rémon Mulder

Wat is de ambitie van Rotterdam om in 2025 climateproof te zijn dan waard? “Dat Rotterdam binnen acht jaar geen last meer heeft van water, is niet mogelijk”, menen zowel Florian Boer – medeoprichter van stedenbouwkundig ontwerpbureau De Urbanisten – als John Jacobs. “Het is ooit bedacht door een marketingteam en is blijven hangen omdat het zo lekker bekt”, verklaart John. De stad moet er in 2025 anders uitzien dan 2017, maar over acht jaar zal niet opeens iedere straat bezaaid zijn met geveltuintjes en waterpleinen. Noch zal 2025 de boeken in gaan als het jaar waarin volledig betegelde straten zijn verbannen.

De stad als spons

Jacobs verbindt de ambitie Climate Proof 2025 vooral aan een mentaliteitsverandering, zowel van bestuurders als bewoners. Om water na een hoosbui tijdelijk op te vangen – één dagje is al voldoende – moeten tegels en beton worden vervangen door groen(e daken). Een sporadisch geveltuintje is echt niet meer genoeg, hele straten en wijken moeten op de schop. “Hoewel geveltuintjes een goede manier zijn om burger bekend te maken met het probleem en de oplossing, zet een groene gevel geen zoden aan de dijk”, legt Florian Boer uit. De ‘dijk’ gaat er hooguit leuker uitzien.

"Een belangrijke trend in klimaatadaptatie: niet meer pompen, maar het omvormen van de stad tot spons"

Groter denken, op lokaal niveau en daarmee aansluiten op wat er al is: dat moet de standaardpraktijk worden. Het Singelplan van W.N. Rose vormt nog steeds de buffer van het Rotterdamse watersysteem als het hard regent. “Idealiter wordt dat hele systeem onderdeel van een nieuw 21-eeuws systeem”, legt Boer uit. “Wat de relatief beperkte capaciteit van de singels niet aankan, moet worden opgevangen in openbaar groen en kleinschalige waterpleinen.” Dat illustreert een belangrijke trend in klimaatadaptatie: “We zijn afgestapt van pompen, we richten ons nu meer op het omvormen van de stad tot spons.”

Veel Rotterdamse kelders blijven voorlopig nog een potentieel zwembad. Florian Boer: “Climate Proof Rotterdam is een stad waarin verwachtingen zijn bijgesteld want een klimaatbestendig Rotterdam is soms ook nat. We zitten nou eenmaal in een moeras. Pompen werkt deels, maar we weten ook dat de stand van het grondwater fluctueert.” Dus, besluit Boer, moet je misschien gewoon maar niet in een kelder willen wonen.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:adaptatie, klimaat, vergroening en wateroverlast

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *