StadmakenStedelijke ontwikkeling & architectuur23 oktober 2017

AIR over het Stadmakerscongres: “Iedereen kan in verschillende rollen aan de stad werken”

Deel 1 in de serie over stadmaken

‘Stadmaken’ is niet voorbehouden aan instituties, vinden Patrick van der Klooster en Bas van der Pol van Architectuurcentrum AIR. Maatschappelijke opgaven als de inclusieve stad krijgen centre stage op het vierde Stadmakerscongres.

Naast Rotterdamse gebieden zijn het grote opgaven als energie, gezondheid en inclusiviteit die het programma van het Stadmakerscongres bepalen. Deze koppeling tussen Rotterdamse buurten en opgaven ligt ook ten grondslag aan de stadlabs waar AIR aan bijdraagt en tevens in de ontwerpstudio’s van AIR-partner Veldacademie. Want hier broeit en borrelt de kennis, kunde én ambitie van AIR. Nieuw in de aanpak voor de programmering van het congres is de grote rol voor Studio Narrative, opgericht door schrijver en kunstenaar Malique Mohamud. AIR vroeg hem om een vrije invulling te geven aan de zoektocht naar een inclusievere stadmakerspraktijk.

Beeld: Willem de Kam

Vanwaar de focus op inclusiviteit dit jaar?

Van der Pol: “Als je in een veelkleurige stad als Rotterdam uitspreekt dat iedereen aan de stad kan werken, dan moet je ook op die manier aan zo’n congres werken. Dat gaat niet vanzelf, dus boren we nieuwe netwerken, deelnemers en doelgroepen aan. Studio Narrative onderzoekt hoe het stadmaken inclusiever kan worden, daarom zijn juist zij een goede programmapartner. Ze maken een dagvullend programma met excursies en workshops op locatie en een debatprogramma in de grote zaal van de Schouwburg. Daarnaast nodigen we onze Guest Urban Critic uit om vanuit haar expertise en internationale ervaring te spreken over deze opgave.”

Waarom is het Stadmakerscongres belangrijk voor Rotterdam?

Van der Klooster: “AIR wil bijdragen aan een gebalanceerde stad. Deze stad is als een gezamenlijk project waarin iedereen zijn plek vindt, een fundamentele waarde die we moeten vasthouden. Daar wil AIR aan bijdragen. Wij vinden het belangrijk dat niemand wordt uitgesloten in het gesprek over de stad. Iedereen moet kunnen bijdragen en daar zijn de stadlabs en Het Stadmakerscongres prachtige voorbeelden van. We geloven dat we daarin dat idee, dat iedereen kan meebouwen aan de stad, verder kunnen brengen.”

"Wij vinden het belangrijk dat niemand wordt uitgesloten in het gesprek over de stad"

Van der Pol: “Iedereen kan op zijn eigen manier bijdragen aan de ontwikkelingen van de stad. Dus niet alleen professionals, maar zij horen daar natuurlijk wel bij. Het is geen bottom-up-feest. We werken met zijn allen aan de stad en leren hoe we het samen verder kunnen brengen, dat is de essentie.”

Wat kunnen we dit jaar van het programma verwachten?

Van der Pol: “Tijdens de vierde editie kijken we hoe we het stadmaken naar een hoger niveau kunnen tillen. De diversiteit en energie van vorig jaar willen we vasthouden, terwijl we dit jaar weer nieuwe inzichten opdoen én verder brengen. Dat bereiken we door vragen te koppelen aan de systemen die de ontwikkeling van de stad sturen. Daarom speelt de Omgevingsvisie dit jaar een belangrijke rol in het programma. Want stadmaken heeft te maken met de verschillende spelers in de stad en de interactie ertussen.”

Hoe krijgt stadmaken een plek binnen de Omgevingsvisie en grote transformaties als Feyenoord City?

Het bespreken van vraagstukken is belangrijk, maar moet niet het plafond zijn, vertelt Van der Pol. De Omgevingsvisie voor Rotterdam is dus tijdens het congres een belangrijk onderwerp, maar óók de vraag hoe stadmaken daarin een plek krijgt. Er zijn daarom twee doorlopende debatten gedurende de dag. Het ochtendprogramma – geleid door Van der Klooster – zoomt in op gebiedsontwikkeling en de grote transformaties en bewegingen in de stad (zoals Feyenoord City, de Hofbogen en Binnenstad).

Van der Pol: “Hoe kan het stadmaken daarin ook een plek krijgen of behouden nu er weer volop geïnvesteerd wordt? En hoe verhouden deze gebieden zich tot de grote mobiliteitsopgave voor de stad? Dat zijn vragen die worden gesteld.” Het middagdebat ontleedt het instrumentarium van de stadmaker, vertelt Van der Pol. “Het gaat daarbij over de Rotterdamse stadlabs, de learnings en concrete methoden. Daarbij is, naast de stadlabs, ook de Right to Challenge een belangrijk onderwerp.”

Waarom zijn die stadlabs zo belangrijk?

Van der Klooster: “Die labs wortelen, net als het congres, in ons geloof dat het stadmaken niet is voorbehouden aan ‘de deskundigen’.”

Van der Pol: “En met de stadlabs kijken we hoe we rond diverse plekken in de stad iets abstracts concreet kunnen maken. In samenwerking met het Stimuleringsfonds zoomen we tijdens het congres bijvoorbeeld in op het vormgeven van de stadlabs, de methodiek en ontwerpend onderzoek. Dat wordt heel concreet. Zo wordt er gekeken naar hoe je kunt ontwerpen aan waterveiligheid van woonbuurten of aan de vitaliteit van stad- en winkelstraten.”

Beeld: Willem de Kam

Ervaringsdeskundigen in het op ontwerpend onderzoek zijn de studenten van de Veldacademie, sinds dit jaar samenwerkingspartner van AIR. Ook zij zijn vertegenwoordigd op de dag zelf.

Wat behelst jullie samenwerking met de Veldacademie?

Van der Pol: “Door onze samenwerking met de Veldacademie hebben we direct contact met jong talent. Vanuit abstracte langetermijnthema’s destilleren we samen concrete opgaven die we door middel van onderzoek weer terugbrengen naar het publieke domein.”

Van der Klooster: “De belangrijkste drijfveer voor AIR was om met de Veldacademie een nieuwe positie te verwerven op basis van kennisontwikkeling. We vullen elkaar qua specialisaties aan. Wij hebben een netwerk- en debatfunctie, zij een kennisfunctie. Zij bevinden zich in het sociaal-ruimtelijk domein, wij in het ruimtelijk-fysieke domein. De opgaven van de stad bevinden zich op exact het snijvlak hiervan. Dat zie je op het congres terug in debatten over betaalbaar wonen en het programma ‘Brooklyn aan de Maas.'”

“Guest Urban Critic Toni Griffin reflecteert vanuit haar ervaring op onze inclusiviteitsvraag”

Een Guest Urban Critic die daar dit jaar perfect bij aansluit is Toni Griffin, Professor in Practice of Urban Planning aan de Harvard University Graduate School of Design. Ze is oprichter van Urban Planning and Design for the American City (New York) en was de drijvende kracht achter het revitalisatieplan van Detroit met Detroit Future City (2013), een framework voor stedelijke transformatie. Op 9 en 10 november laat ze haar licht schijnen op de stedelijke vraagstukken van Rotterdam.

Waarom vroegen jullie Toni Griffin dit jaar als Guest Urban Critic?

Van der Pol: “We zochten iemand die kan reflecteren op de inclusiviteitsvraag. Griffin heeft ruime ervaring met de praktijk van stadsontwikkeling in de VS. Haar aanstelling aan de Harvard Graduate School of Design gaat over Design for the Just City (de rechtvaardige stad waarin vrijheid, gelijkheid en kansen van belang zijn, red.) Ze geeft leiding aan het ‘Just City Lab’, waarbij wordt gekeken hoe je communities bouwt waartoe iedereen toegang heeft én daar ook gebruik van maakt. Als Guest Urban Critic kan ze ons meer leren over hoe we het stadmaken verder kunnen brengen in een hyperdiverse stad.”

Tijdens het Stadmakerscongres geeft Griffin een lezing. De dag ervoor participeert ze in workshops met Rotterdamse stadmakers.

Beeld: Willem de Kam

Waar in Rotterdam heeft het stadmaken zijn vruchten afgeworpen?

Van der Pol: “In het Hoogkwartier is hard gewerkt om een nieuwe vibe in het gebied te brengen. Door verschillende partijen en op verschillende manieren, door de programmering, door storytelling, met interventies en door de ontwikkeling van Het Industriegebouw. Er hangt nu een sfeer van ontwikkeling en dynamiek. Het is mooi om te zien hoe een pand als Het Industriegebouw daardoor ineens meer betekenis krijgt. Ondernemers, bewoners en de gemeente werken mee. Zo wordt het een samenspel van verschillende partijen om zo’n stukje stad op een hoger niveau te krijgen. Dat zien we ook ontstaan rond de Groene Connectie in Delfshaven, in Cool-Zuid en rond de Maassilo. Het stadmakerscongres maakt dit op 10 november zichtbaar als vitale beweging.”

Wie maakt er in Rotterdam nu eigenlijk stad en waarom? Wat zijn de ervaringen uit de verschillende stadslabs en op het Stadmakerscongres, dat AIR sinds 2014 jaarlijks organiseert? Vers Beton werpt in deze artikelenserie een kritische blik op de praktijk van het stadmaken. Het Stadmakerscongres vindt plaats op 10 november in Theater Rotterdam. Deelname is gratis.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:AIR, Architectuurcentrum, Detroit, Feyenoord City, Guest Urban Critic, inclusiviteit, omgevingsvisie, Rotterdamse Schouwburg, Schouwburg, stadlabs, stadmakerscongres, Studio Narrative, toni griffin en veldacademie

Secties: Stadmaken en Stedelijke ontwikkeling & architectuur

kaart: Theater Rotterdam Schouwburg, Schouwburgplein, Rotterdam, Nederland

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *