Wetenschap en onderwijs4 oktober 2017

Laten we het over institutioneel seksisme op de universiteit hebben

Ook aan progressieve bolwerken zoals universiteiten is het aandeel mannen steevast hoog. Dat komt door structureel seksisme, schrijft Willem Schinkel, zoals hoogleraren die mannelijke kroonprinsen benoemen en lege normen zoals excellentie die voorkomen dat er echt op kwaliteit wordt geselecteerd. Hoe komen we ervanaf?

Beeld: Michael van Kekem

Voor wat betreft haar hoogleraren is de Erasmus Universiteit een extreem mannelijk, wit bolwerk, zo schrijft Marianne Klerk terecht in haar stuk ‘Waarom de Erasmus Universiteit een mannenbolwerk is’. In haar artikel komen verschillende mensen aan het woord over mannelijke dominantie aan de universiteit, maar een heel specifiek antwoord geeft ze niet. Het zou gaan om een ‘cultuur’, om ‘normen en waarden’. Daar zit natuurlijk iets in, maar een iets meer specifieke manier om een dergelijke reproductie van ongelijkheid te benoemen, is te zeggen dat er sprake is van institutioneel seksisme. Nu niet schrikken van die woorden – of, weet je wat: schrik er vooral wel van als je dat bij jezelf signaleert.

Maar om de termen te verduidelijken: institutioneel of structureel seksisme wil niet zeggen dat mannen laatdunkend denken over vrouwen. Er zijn er zeker die dat doen, en wie op de Erasmus Universiteit werkt en de ogen open houdt, kent ook dat soort van seksisme. Institutioneel seksisme is echter nog iets anders. Het is een vorm van ongelijkheid, en dus dominantie, die ingebed zit in bestaande structuren, in geijkte manieren van doen, denken en voelen, en die daardoor gereproduceerd wordt.

Lees ookWetenschap en onderwijsWaarom de Erasmus Universiteit een mannenbolwerk is

Institutioneel seksisme kan dus bestaan en voortbestaan relatief onafhankelijk van de oordelen en vooroordelen die mensen hebben die er niettemin in participeren.

Om te begrijpen waarom een universiteit, ondanks het actief en met de beste bedoelingen belijden van het belang van ‘diversiteit’, toch zo mannelijk en wit blijft, is het van belang te benoemen dat er sprake is van institutioneel seksisme en racisme. Dat is niet mijn idee; het is iets dat op een lange traditie van kennisvorming gebaseerd is in onder meer de verschillende vormen van feminisme, waarin bijvoorbeeld auteurs als Judith Butler, Kimberlé Williams Crenshaw en Sara Ahmed centrale denkers zijn.

Het zou goed zijn als mannen op dominante posities binnen de universiteit zichzelf zouden onderwijzen door uit die traditie te putten. Het is een altijd problematische positie te claimen de waarheid te spreken over de structuren van dominantie waar je onderdeel van bent. Maar juist omdat die dominantie bestaat, kan ook een zelfuitsluiting van bepaalde perspectieven plaatsvinden, bijvoorbeeld uit risico-overwegingen: het is bekend dat het voor vrouwen niet altijd makkelijk is het achterste van hun tong te laten zien over seksisme, omdat ze als ‘boze vrouw’ of als ‘verliezer’ weggezet kunnen worden. Mijn doel met dit stuk is niet om vrouwen te vertellen hoe ze hun strijd moeten voeren. Mijn doel is mannen handvatten geven waarmee ze hun eigen situatie op een andere manier kunnen observeren en ervaren, en waarmee ze kunnen handelen op manieren die minder dominantie belichamen. Ik beperk me hier, als in het stuk van Klerk, tot een bespreking van institutioneel seksisme.

"Het is bekend dat het voor vrouwen niet altijd makkelijk is het achterste van hun tong te laten zien over seksisme, omdat ze als ‘boze vrouw’ of als ‘verliezer’ weggezet kunnen worden"

Kroonprinsen

Waarom is het dan zo belangrijk institutioneel seksisme te benoemen? Omdat er maar twee alternatieve verklaringen zijn voor het gebrek aan vrouwen op dominante posities. Nummer een: expliciet seksisme, als in: de mannen op de universiteit zijn misogyn (vrouwenhater) en sluiten vrouwen bewust uit omdat ze hen ongeschikt vinden. Als gezegd, dat bestaat, maar het lijkt me een te exclusief ideologische verklaring voor de zo ernstige stand van zaken. Nummer twee: vrouwen zijn van nature ongeschikt. Het is evident dat nummer twee een geval van nummer een is. Als er dus een grote ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is, dan zijn daar structurele of institutionele redenen voor.

Iemand die van Mars komt (gesteld dat seksisme daar niet zou bestaan), zou zich verbazen over de absurde en arbitraire scheefheid van de hoogleraarsverdeling op mijn eigen afdeling. Institutioneel seksisme is niet slechts een toestand; het is een machtsvorm of een systeem van dominantie. Het is de manier waarop reproductie van arbitraire ongelijkheid en privileges plaatsvindt, zonder exclusief op expliciete misogynie te hoeven vertrouwen, dus via subtiele mechanismen van selectie en imitatie. Een voorbeeld is het patriarchale benoemen van ‘kroonprinsen’. Dat is een vorm van academische homofilie waarbij mannelijke hoogleraren systematisch hun academische zonen tot prof promoveren (ze wisten *snik* altijd al dat ze briljant waren).

Kroonprinsen benoemen is een vorm van academische homofilie waarbij mannelijke hoogleraren systematisch hun academische zonen tot prof promoveren

Een belangrijke reden om iets te doen aan institutioneel seksisme, zodra het zich voordoet, is dat het aanleiding kan geven tot een naturalisering van verschillen en dus tot meer directe vormen van seksisme. Bijvoorbeeld: wie op de universiteit komt en constateert dat er nauwelijks vrouwelijke hoogleraren zijn – een effect van institutioneel seksisme – kan zich op den duur moeilijk aan de indruk onttrekken dat vrouwen voor die functie toch wel minder geschikt zullen zijn. Zo kan een situatie van institutioneel seksisme – specifieke mechanismen die vrouwen uitsluiten van hogere functies op de universiteit – makkelijk aanleiding geven tot seksisme in de vorm van expliciete misogynie.

Beeld: Michael van Kekem

Wat te doen?

Wat is aan institutioneel seksisme te doen? Allereerst dus: machtswerking als zodanig benoemen en niet verbloemen met een vorm van goede-bedoelingen-diversiteit. Dat betekent dat evident absurde en op biologische metaforen berustende noties als ‘Diversity and Inclusion is in our DNA’ (het EUR motto aangaande diversiteit) niet helpen.

‘Diversiteit’, zo laat Sara Ahmed zien in On Being Included: Racism and Diversity in Institutional Life, helpt ook niet als het gezien wordt als iets dat exclusief met anderen te maken heeft, met het binnenhalen van lichamen die er anders uitzien dan de huidige bezetters van posities. Het probleem zit immers in de institutie zoals die nu is. Het is niet slechts een kwestie van PR, van het plaatje, van het ‘beeld’, en ook niet van ‘bewustwording’. Het probleem ligt in de eerste plaats bij diegenen die de huidige posities bezitten en bezet houden. Het actief tegengaan van die bezetting is nodig. Dat kan bijvoorbeeld door patriarchale kroonprinsenpraktijken te voorkomen. Zulke academische homofilie wordt voorkomen door betere benoemingsprocedures en door keiharde quota voor de benoeming van vrouwen. Dat zulke quota zouden leiden tot benoemingen met minder legitimiteit is een drogreden die verbloemt dat de in de seksistische structuur benoemde mannen misschien zelf een gebrek aan legitimiteit hebben. Minstens wordt die laatste vraag te weinig gesteld door pas over legitimiteit te gaan praten wanneer quota onderwerp van gesprek zijn.

Excellentie

Ook de criteria op basis waarvan benoemingen plaatsvinden, moeten worden herzien. Die criteria vormen op het moment een jargon van ‘excellentie’, dat inhoudelijk volstrekt leeg is, omdat ‘excellentie’ het tautologisch antwoord is op wat ‘goed’ is. Niemand weet dat, en daarom wordt een nietszeggende term gebruikt – een tautologie is altijd waar, maar voegt natuurlijk niets toe.

De leegheid van ‘excellentie’ maakt het mogelijk de term op van alles en nog wat van toepassing te laten zijn – ook de IT-dienst en de parkeerdienst kunnen ‘excellent’ zijn (overigens niet de schoonmaakservice, die wordt middels een andere vorm van structureel seksisme privaat uitbesteed, en daar heet ‘excellentie’ gewoon ‘efficiency’). Belangrijker: die leegheid maakt het mogelijk om ‘excellentie’ op te vullen met exclusief kwantitatieve criteria. Alsof degene met 25 artikelen (vrouw of man) werkelijk de betere docent en onderzoeker is dan degene met 20 artikelen.

Het verheven jargon van ‘excellentie’ vormt een tenenkrommend contrast met de banaliteit van de afrekencriteria. En die afrekencriteria – het kopen van posities met hoeveelheden artikelen of, letterlijk, met onderzoeksgeld – zijn zelf een expressie van de banale werkelijkheid dat werken aan een universiteit tegenwoordig in de eerste plaats een bureaucratisch-entrepreneurial activiteit lijkt te zijn.

Wat heeft dit met institutioneel seksisme te maken? Niet dat vrouwen niet ‘excellent’ zouden kunnen zijn – wat dat ook precies zou betekenen. Twee dingen zijn hier van belang.

Ten eerste: wie ‘excellentie’ serieus zou nemen als term voor ‘kwaliteit’ (zeg voor het gemak even: ‘talent’), zou willen dat de top 10 of 20 procent van de mensen op de hoogleraarsposities komt. Dat zou betekenen dat die posities gelijkelijk verdeeld zouden worden tussen mannen en vrouwen. Nu de praktijk is dat vooral mannen die posities bezetten, moeten we concluderen dat de universiteit niet de beste mensen op de topposities heeft, en dat excellentie zoals dat nu wordt ingevuld een niet-neutrale en suboptimale standaard is. Als talent gelijkelijk verdeeld is – en dat niet aannemen is seksisme – wordt talent verspild als posities niet gelijkelijk verdeeld worden. Als niet uit de beste vrouwen gerekruteerd wordt, betekent dat dat posities met minder getalenteerde mannen opgevuld worden, mannen uit het gebied tussen de beste 20 en 50 procent bijvoorbeeld. We doen het dus simpelweg niet met de beste mensen wanneer we vooral mannen selecteren.

Beeld: Michael van Kekem

Wie enige ervaring heeft op de universiteit, weet ook wel dat een groot deel van de hoogleraren geen voorbeeld van blakende intellectuele brille is (vaak weten ze dat zelf ook wel, en soms vertalen ze hun onzekerheid daarover in vertoon van dominantie op manieren die mannelijkheid reproduceren, door prat te gaan op hiërarchie, of door zich lichamelijk en vocaal breed te maken). Naast de systematische ontmoediging van intellectuele ontwikkeling in de ‘ondernemende universiteit’ is één reden daarvoor dat ze waarschijnlijk ook niet zo briljant zijn, maar posities van betere vrouwen bezet houden.

Wie enige ervaring heeft op de universiteit, weet ook wel dat een groot deel van de hoogleraren geen voorbeeld van blakende intellectuele brille is

Ten tweede: de huidige notie van ‘excellentie’ behelst de vergelijking tussen man en vrouw in een situatie waar mannen dominant zijn. Vrouwen worden, met andere woorden, beoordeeld in de mate van gelijkheid of verschil die ze vertonen ten opzichte van mannen, binnen een door mannen gefabriceerd en gedomineerd systeem van evaluatie (‘excellentie’). Evident is dus dat het systeem van ‘excellentie’ opengebroken moet worden om de subtiele mechanismen van ongelijkheidsreproductie zichtbaar te maken. Wanneer ‘excellentie’ de naam is voor het systeem van universitaire beloning, is excellentie het probleem wanneer dat systeem zo scheef uitpakt dat het feitelijk als systeem van dominantie opereert. Uiteindelijk zal het voor iedereen goed zijn om verlost te zijn van de illusie dat de snelste stukjesschrijver de slimste onderzoeker is.

Daaraan verbonden is de vraag is of het tegengaan van institutioneel seksisme gebaat is bij het participeren in een anderszins onveranderde academische machtsstructuur. Moet het niet gaan om het tegengaan van alle vormen van arbitrair privilege? Dat is zeker een doel dat in zicht komt bij het herzien van het jargon van ‘excellentie’, en van de benoemingspraktijken die ermee gelegitimeerd worden. Diversiteit is een zaak van alle uitgeslotenen, maar het is niet exclusief de taak van de uitgeslotenen. Dus ook de heren hoogleraren zijn aan zet – maar what else is new?

Reageer of deel op Social Media

Tags:Erasmus Universiteit, excellentie, ongelijkheid en seksisme

Sectie: Wetenschap en onderwijs

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *