Kunst & Cultuur3 oktober 2017

Waarom de Rotterdamse cultuursector nog steeds niet divers genoeg is

De roep om meer jong, divers en bicultureel publiek in de cultuursector klinkt al drie decennia. Waarom verloopt die culturele omslag zo moeilijk? Vers Beton legde vijf problemen bloot waar de instellingen nog altijd mee worstelen. Deel 1 in een serie over inclusiviteit in de Rotterdamse cultuursector.

Hoe kan de kunst- en cultuursector een betere afspiegeling van de samenleving worden? Over die vraag breken beleidsmakers, politici, directeuren en makers al meer dan dertig jaar hun hoofd. De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) noemt culturele diversiteit en het aantrekken van nieuwe doelgroepen wederom belangrijke pijlers in het Cultuurplanadvies 2017-2020. Toch bedient maar een fractie van de instellingen die in het huidige Cultuurplan opgenomen zijn een jong en/of bicultureel publiek.

Beeld: Nina Fernande

Binnenkort presenteert de RRKC de resultaten van een enquête onder instellingen binnen het Cultuurplan. Dit onderzoek moet meer inzicht bieden in het diversiteitsgehalte van de Rotterdamse cultuursector op het gebied van personeel, publiek en programmering. Tot nu toe ontbraken concrete cijfers hierover. Maar wie het publieke debat volgt, hoort al jaren een consistente roep om verandering. “Diversiteit begint bij jezelf, niet bij je publiek”, zei directeur van het HipHopHuis Aruna Vermeulen vorig jaar op Vers Beton. Cultureel ondernemer Rasheida Adrianus pleitte eerder voor het doorbreken van de witte norm om ruimte te maken voor andere perspectieven.

Waarom verloopt die culturele omslag na drie decennia dan toch zo moeilijk? En waar worstelen culturele instellingen nog mee? We zetten de vijf belangrijkste knelpunten op een rij.

1. Nog altijd ziet niet iedereen (de complexiteit van) het probleem

Het gebrek aan diversiteit in de cultuursector wordt weliswaar al jaren aangekaart, maar er zijn nog altijd kunst- en cultuurinstellingen die geen urgentie voelen om in actie te komen. In een artikel over cultuurpolitiek en culturele diversiteit sinds 1982 concludeert Carmelita Serkei dat er een tweesporenbeleid nodig is, “waarbij sommige instellingen nog overtuigd worden van het waarom, terwijl andere zich concentreren op het hoe.”

Dat beeld herkent Anna Visser, programmeur bij debatcentrum Arminius. “Aan de ene kant voelen veel organisaties een groeiende urgentie om het cultuuraanbod te verbreden en nieuwe doelgroepen aan te boren. TENT en Showroom MAMA gaven afgelopen zomer bijvoorbeeld hun sleutels aan jonge, biculturele kunstenaars en curatoren, die er vrij spel kregen bij het organiseren van exposities en debatten. Aan de andere kant zijn er nog instellingen die een diversiteitsbeleid niet als prioriteit zien, of directeuren die in de verdediging schieten zodra je erover begint.”

"In een ideale wereld zou de Doro Siepel Prijs niet nodig zijn"

Vanaf dit jaar wordt in Rotterdam de Doro Siepel Prijs uitgereikt, een onderscheiding voor culturele organisaties die zich hard maken voor het bereiken van nieuwe doelgroepen. Het nieuwe spoken word festival 010 Says It All mocht de prijs in september als eerste in ontvangst nemen. “Natuurlijk is dat een beetje dubbel”, lacht Garryl Tjon, medeorganisator van het festival en medeoprichter van het spoken word evenement Spraakuhloos. “We zijn heel blij met de erkenning, maar in een ideale wereld zou deze prijs niet nodig zijn. Voor nu hoop ik dat het ook andere partijen stimuleert om zich in te zetten voor het samenbrengen van verschillende doelgroepen.”

2. De gevestigde orde wil niet open en eerlijk zijn

En het gedeelte van de sector dat het probleem wel begrijpt, maar nog geen omslag heeft gemaakt? Voor hen blijkt het moeilijk om open kaart te spelen. “In het publieke debat wordt de cultuursector veel verweten. Als je iets verkeerds zegt, kun je daar al heel snel publiekelijk op afgerekend worden”, zegt Ariëtte Kasbergen, directeur van SKVR. “En als je in je subsidieaanvraag het doel hebt gesteld om een breder publiek te bereiken, maar dat blijkt niet te lukken, vergt het moed om naar de gemeenteraad te stappen en dat toe te geven.” Dat een aantal instellingen uit het Cultuurplan liever niet aan het woord kwam in dit artikel, of geen gehoor gaf aan herhaaldelijke interviewverzoeken, illustreert dit probleem.

Het gevolg is dat er mooi weer gespeeld wordt, ziet Renee Trijselaar (interim directeur van het HipHopHuis en zzp’er). “Er zijn organisaties die een foto van twee donkere jongens op de cover van hun jaarverslag plaatsen, terwijl iedereen dondersgoed weet dat ze het grootste gedeelte van het jaar vooral een wit, oud publiek trekken.”

3. Achter de schermen is nog te weinig gelijkwaardige samenwerking

Om nieuwe doelgroepen aan te trekken, moet je hen ook weten te bereiken. Bijvoorbeeld door partnerschappen aan te gaan met organisaties en makers die deze kennis al in huis hebben. Juist daar gaat de gevestigde orde regelmatig de mist in. Ariëtte Kasbergen: “Laatst vertelde een directeur van een grote culturele instelling mij over een rapper waar hij enthousiast over was. ‘Misschien kan ik wel wat voor hem betekenen’, zei hij erbij. Het was blijkbaar niet eens bij hem opgekomen dat die rapper juist iets voor hém kon betekenen.” Om te beklijven, moet zo’n samenwerking wel gelijkwaardig zijn, wil Ariëtte maar zeggen. “Daarom moet er ruimte zijn voor wederkerigheid.”

"Het was niet bij die directeur opgekomen dat de rapper juist iets voor hém kon betekenen"

Dat vindt ook Anna Visser van Arminius, die regelmatig samenwerking zoekt met jonge organisaties als Studio Narrative en The Hang-Out 010. Dat het soms schuurt, vindt ze alleen maar interessant. “Als gevestigde orde moet je bepaalde eigen werkwijzen en structuren durven loslaten. Dat uit zich in kleine dingen: dat het communiceren van een programma bijvoorbeeld op een andere manier of via andere kanalen gaat dan wij bij Arminius gewend zijn. Natuurlijk zou ik niet alles hetzelfde doen als de partijen met wie ik samenwerk, maar ik doe ook heel veel nieuwe ideeën op. We hebben elkaar een hoop te bieden.”

SKVR profiteert vooral van haar contacten met het Rotterdamse onderwijs. Ariëtte Kasbergen: “Veel van onze medewerkers zijn actief op scholen, die zíjn vaak al divers qua samenstelling.” Vanuit het veld pikt SKVR zo nieuwe behoeften op. “Vroeger ging je bijvoorbeeld op muziekles en bleef je jarenlang bij hetzelfde instrument. Nu zijn jongeren vaak geïnteresseerd in meerdere kunstdisciplines en willen ze liever creëren dan reproduceren. Daarop moeten we ons aanbod aanpassen, bijvoorbeeld door de lengte van een lessentraject in te korten, een ander repertoire aan te bieden of de manier van lesgeven te veranderen.”

Beeld: Nina Fernande

4. Instellingen maken te weinig ruimte voor diverser personeel

Culturele instellingen krijgen vaak het verwijt dat ze geen ruimte willen maken voor jong, bicultureel personeel. “Soms wordt de discussie heel persoonlijk gemaakt en krijg ik direct de vraag: zou jij bereid zijn je functie op te geven om ruimte te maken voor nieuw talent?”, vertelt Ariëtte. “Nee, dat ben ik niet, want ik moet ook mijn rekeningen betalen. Maar ik ben wel bereid eerlijker te delen.” De manier waarop traditionele kunstinstellingen ingericht zijn bemoeilijkt dat, zegt ze. “Een cao geeft werknemers en werkgevers bepaalde garanties, wat belangrijk is, maar ook vertragend werkt als je de samenstelling van het personeel wilt veranderen.”

Het zou al helpen als de gevestigde orde bij elk nieuw project freelancers aantrekt die een aanvulling zijn op het vaste team, zegt Renee Trijselaar. “Het IFFR schakelt in aanloop naar het festival bijvoorbeeld elk jaar tientallen zzp’ers in voor allerlei klussen: van productie tot presentatie. Zij grijpen die kans nu aan om een betere afspiegeling van Rotterdam te worden.”

5. Het cultuurbeleid sluit niet aan op de behoefte aan concrete veranderingen

Buiten het Cultuurplan om, zijn er in Rotterdam juist zat culturele organisaties die geen problemen hebben met het aantrekken van een ‘onderbediend publiek’. De spoken word-scene is daar een recent voorbeeld van: binnen een paar jaar wisten verschillende kleine organisaties zalen vol jong, bicultureel publiek te trekken. Ariëtte: “Toen 010 Says It All de Doro Siepel Prijs in ontvangst nam, zeiden de organisatoren: ‘We maken ons niet druk om diversiteit, we zíjn diversiteit’. Voor deze mannen is dat vanzelfsprekend.”

Volgens medeorganisator Garryl Tjon zit er een duidelijke keerzijde aan het runnen van een ongesubsidieerde organisatie. “We werken ons nu te pletter en verdienen er nauwelijks wat mee. Ik denk dat gesubsidieerde organisaties zich dat vaak niet realiseren. Ook wij willen in het Cultuurplan opgenomen worden, op kantoor werken, ons team professionaliseren. Zonder subsidie bereik je op een gegeven moment een plafond.”

"We mogen niet achterover leunen en afwachten tot de politiek dit voor ons oplost"

Renee Trijselaar: “Nieuwkomers zijn vaak te klein voor het Cultuurplan. Grote, gevestigde instellingen zijn bovendien heel bekwaam in het schrijven van fondsaanvragen, maar grassroots organisaties hebben hiervoor niet altijd de middelen en kennis in huis.” Ze ziet meer mogelijkheden om het subsidiegeld beter te benutten. “Het zou goed zijn als er een projectsubsidie beschikbaar was voor een omslag binnen het personeelsbestand van grote organisaties. Met die missie kunnen cultuurinstellingen nu niet aankloppen bij de gemeente, terwijl het een enorme investering vergt.”

Wat Renee betreft hoeft echt niet elke instelling een jong of bicultureel publiek te trekken. “Het gaat mij om een balans in de sector. Als je alle subsidiebedragen uit het Cultuurplan bij elkaar optelt, zie je dat er hooguit 5 procent uitgegeven wordt aan instellingen die een bicultureel publiek bedienen. In een jonge, multiculturele stad als Rotterdam kun je dan toch niet ontkennen dat het beleid aangepakt moet worden?”

Maar diversiteit is meer dan zwart of wit, en jong of oud, benadrukt Anna Visser. “Het gaat bijvoorbeeld ook over opleidingsniveau, sociale klasse en gender- en seksuele diversiteit. Laten we geen enkele culturele instelling een reden geven om te denken dat deze discussie niet op hen van toepassing is. Dan krijg je excuusjes als: ‘opera trekt nou eenmaal een heel specifiek publiek.’”

De nadruk leggen op tekortkomingen in het cultuurbeleid kan hetzelfde effect hebben, zegt ze. “We mogen niet achterover leunen en afwachten tot de politiek het voor ons oplost. Het is tijd dat alle culturele instellingen de verantwoording nemen om dit probleem op te lossen. En dat kan alleen als iedereen de noodzaak voelt om de sector inclusiever te maken.”

Dossier: De inclusiviteit van de Rotterdamse culturele sector

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC). (Wat betekent dit?)

De RRKC werkt de komende jaren aan een advies, voor het college van burgemeester en wethouders, ten bate van een meer inclusief cultuurbeleid. Hoe cultureel divers is de culturele sector in de stad: de organisaties, het bestuur, de makers en het publiek? En hoe zorgen we ervoor dat de culturele sector ook daadwerkelijk van, voor en door álle Rotterdammers is? In een artikelreeks besteedt Vers Beton de komende maanden aandacht aan deze vragen.

Reageer of deel op Social Media

Tags:010 says it all, Arminius, cultuurbeleid, cultuursector, diversiteit, Doro Siepel Prijs, Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, RRKC en skvr

Sectie: Kunst & Cultuur

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *