StadmakenStedelijke ontwikkeling & architectuur8 november 2017

Het gevaar van stadmaken als businessmodel

Deel 2 in de serie over stadmaken

Het Stadmakerscongres is een beetje als Lowlands: een volgepakt blokkenschema met discussies, workshops en een internationale guest critic als headliner. Maar wat speelt er backstage allemaal in de hoofden van stadmakers en planners?

Beeld: Krzysztof Soroka

Richard Florida zat er helemaal naast in het boek The rise of the creative class (2002). Hierin stelde hij dat de ontwikkeling van succesvolle steden afhankelijk is van de ruimte die de creatieve klasse krijgt om zich te tonen en te ontwikkelen. Hij was zich er destijds niet van bewust dat met deze ontwikkeling delen van steden onbetaalbaar worden. In wereldsteden als Londen, San Francisco en New York zijn de huizen nu voor de middenklasse al onbetaalbaar terwijl er nog nog volop met vastgoedontwikkeling wordt gespeculeerd. In deze ‘succesvolle’ steden lopen alleen nog toeristen en zakenlui rond.

Ontkiemende segregatie

Hoewel Florida zijn theorieën vooral op Amerikaanse steden baseert, zijn er toch parallellen met Rotterdam te trekken. Het verschil in gemiddelde woningprijs tussen populaire wijken als het centrum, Kralingen en Hillegersberg en minder populaire wijken neemt sluipenderwijs toe. Het Architectuur Film Festival Rotterdam koos dit jaar niet voor niets het thema ‘City for Sale’: op plekken waar in de jaren negentig nog sociale huurwoningen verrezen, worden nu snel de laatste kavels bebouwd door projectontwikkelaars.

Architectuurhistoricus Michelle Provoost stelt het nog wat scherper in het essay dat ze ter gelegenheid van de Rotterdamse Architectuurprijs 2016 schreef: “Het lijkt wel alsof met de intensivering van de goede kanten van het centrum en haar stijgende populariteit, de treurige en schijnbaar onverbeterbare kanten van de arme wijken ook zijn geïntensiveerd. Rotterdam is een Dr. Jeckyll/Mr Hyde geworden.”

Ontwikkelen de Rotterdamse stadmakers haalbare alternatieven voordat de uitverkoop van de stad een feit is?

Rondom hotspots als de Markthal, het Centraal Station en de Erasmusbrug is het prijsopdrijvend effect haast voelbaar. Hier staat dan ook niet geheel toevallig grootschalige nieuwbouw gepland. Moeten voor deze nieuwbouw straks kwalitatief slechte maar wel betaalbare huurwoningen aan de kant, zoals de Woonvisie 2030 voorstaat? Het stadsbestuur heeft het antwoord nog niet klaar, maar de politieke discussie of het Schieblock gesloopt moet worden zet wel alvast de toon van het debat. Ontwikkelen de Rotterdamse stadmakers haalbare alternatieven voordat de uitverkoop van de stad een feit is?

Het Stadmakerscongres op 10 november speelt zich af op dit kantelpunt in de stedelijke ontwikkeling van Rotterdam. Het is na drie goedbezochte edities verleidelijk om het event als het Lowlands van het stadmaken te zien. Je komt bekenden tegen, er is een divers programma met stadstours, interactieve workshops en een guest urban critic als imposante headliner. Maar wat speelt er backstage allemaal in de hoofden van stadmakers en planners?

Lees ookStadmakenStedelijke ontwikkeling & architectuurAIR over het Stadmakerscongres: “Iedereen kan in verschillende rollen aan de stad werken”Lees hier deel 1 van de serie stadmaken

Omgevingsvisie

Eén project waarin het stadmaken een plek in moet krijgen is de nieuwe Omgevingsvisie van Rotterdam. Deze visie bouwt op naar de nieuwe Omgevingswet die in 2021 klaar moet zijn. Het ‘hogere doel’ van de overheid is dat een Omgevingsvisie de samenleving in staat stelt betrokken te zijn bij veranderingen in de leefomgeving.

Maar als je brutale burgers hebt zoals in Rotterdam, dan keren ze het proces om en noemen ze het stadmaken. Soms komen die stadmakers er onderling niet uit en mag je verwachten dat de gemeente op basis van publieke belangen een knoop doorhakt. De overkoepelende Omgevingsvisie dient daarom ook als houvast.

In Rotterdam keren ze het proces van betrokkenheid om en noemen ze het stadmaken.

Voor de Rotterdamse Omgevingsvisie schreef de gemeente in juni een tender uit. De winnaar, POSAD Spatial Strategies, geeft op het Stadmakerscongres een toelichting op de vijf thema’s die zij als insteek kozen: de compacte, circulaire, productieve, gezonde en inclusieve stad. Aan hen de schone taak om alle input uit recente volksraadplegingen zoals het ‘Verhaal van de stad’ te koppelen aan de gemeentelijke ambities. Ga er maar aan staan.

Een gevaar van die nadruk op een participerende overheid is dat je maar een select deel van de stad bereikt. Architectuurcentrum AIR, organisator van het Stadmakerscongres, volgt daarom het hele jaar de verschillende stadslabs in Rotterdam, van Hart van Zuid tot de Hofbogen. Zo is er het stadslab dat de luchtkwaliteit aan de ’s Gravendijkwal wil verbeteren door de uitlaatgassen van het verkeer in te perken. Een begrijpelijke opgave waar je ook aan mee kunt ‘ontwerpen’ zonder dat je ervoor gestudeerd hebt.  Want ondanks dat iedereen in theorie mee moet kunnen doen, verschilt de samenstelling en de drive van de stadslabs flink.

Het business model stadmaken

Wie zijn er eigenlijk actief in al die stadslabs? De trekkers hebben vaak een ontwerpopleiding aan een hogeschool of universiteit genoten, maar het trekt lang niet elke ontwerper aan. Het werken in een stadslab vergt een zeer flexibele opstelling en er komt nauwelijks traditioneel ontwerpwerk bij kijken, daarom spreekt het de ontwerpers aan die graag de tanden zetten in complexe processen.

Onder hen hebben sommigen het stadmaken tot bedrijfsmodel gemaakt. Ze kennen de weg in bestuurlijke kringen en weten de ‘potjes’ bij fondsen en gemeenten te vinden. De tijd en energie die nodig is om subsidieaanvragen te schrijven, gemeentelijke nota’s te bestuderen en workshops te organiseren is immers niet iedereen gegeven. Hiernaast is stadmaken een kwestie van taal en connecties. De taal die je als stadmaker moet beheersen en de netwerken waar je in moet zitten, zijn niet voor iedereen binnen handbereik. Betekent de professionalisering dat amateur-stadmakers naar de achtergrond verdwijnen of zelfs afhaken?

Inclusief of exclusief

Terug naar Richard Florida. In zijn nieuwe boek maakt hij onderscheid tussen de creatieve klasse en de klasse die hen bedient. Als dat onderscheid zich vertaalt in een segregeerde stad met exclusieve wijken voor de haves en wijken voor de have nots, dan kan je onmogelijk over een inclusieve stad spreken. Juist deze term valt echter steeds vaker als belangrijke ambitie van het stadmaken.

Ik vraag me af hoe vaak tijdens het Stadmakerscongres de term ‘inclusieve stad’ zal vallen. Dan denk ik aan het Jekkyl & Hyde-Rotterdam van Michelle Provoost en aan de wijken waar nog een lange weg te gaan is voordat de belofte dat iedereen ‘meedoet’ aan de samenleving wordt ingelost.

Hoe vaak zal tijdens het congres de term ‘inclusieve stad’ vallen?

Mede daarom verheug ik me op de lezing van Harvard-professor Toni Griffin. Griffin is de eerste zwarte vrouw die als guest critic op het Rotterdamse Stadmakerscongres optreedt. Ze is een voorvechtster van de ‘Just city’, wat je vrij vertaald als ‘inclusieve stad’ kunt beschouwen.

Griffin deed waardevolle inzichten op als planner in de eerste en meest gesegregeerde stad van de VS: Detroit. De stad krabbelt door de inzet van proactieve bewoners en lokale ondernemers langzaam op uit een diep dal. Hoewel Griffin in haar TED-talk over Detroit niet denkt dat ze als planner de wereld kan veranderen, hoop ik toch van haar concrete handvatten te krijgen om dichterbij een werkelijk inclusieve stad te komen. Want als ergens op de wereld naast succesvolle manieren van stadmaken óók ervaring is met uitsluiting, dan is het wel in de VS.

Wie maakt er in Rotterdam nu eigenlijk stad en waarom? Wat zijn de ervaringen uit de verschillende stadslabs en op het Stadmakerscongres, dat AIR sinds 2014 jaarlijks organiseert? Vers Beton werpt in deze artikelenserie een kritische blik op de praktijk van het stadmaken. Het Stadmakerscongres vindt plaats op 10 november in Theater Rotterdam. Deelname is gratis, maar de inschrijving is inmiddels gesloten: het congres zit vol.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:AIR, Architectuurcentrum Rotterdam, Detroit, het verhaal van de stad, Michelle Provoost, omgevingsvisie, omgevingswet, POSAD, POSAD Spatial Strategies, Richard Florida, Schieblock, stadmaken, stadmakerscongres, toni griffin en woonvisie

Secties: Stadmaken en Stedelijke ontwikkeling & architectuur

kaart: Theater Rotterdam Schouwburg, Schouwburgplein, Rotterdam, Netherlands

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *