Stedelijke ontwikkeling & architectuur15 november 2017

Vijf Rotterdamse gebouwen die intens gelukkig stemmen

Vijf architectuurliefhebbers laten elk ongegeneerd de loftrompet schallen over een gebouw dat kans maakt op de Rotterdam Architectuurprijs. Ondanks de bescheiden omvang van de projecten is de liefde voor architectuur springlevend.

Blue City 010: ‘De phoenix aan de Maasboulevard’

Lofzang: Bart Witteman

Herbestemmen doe je met monumenten, vroegmoderne fabrieken of wederopbouwbeton met karakter. Materiaal in verval maar met onmiskenbare kwaliteit krijgt met aandacht en liefde een tweede of derde kans.

Recyclen is wat je doet met je oude meuk, de spullen die nog net te veel waarde hebben om in de vuilnisbak te doen. Een laatste poging om iets te maken van materiaal dat eigenlijk al reddeloos verloren is.

Retro is het herontdekken van wat vroeger mooi was. Het opnieuw begrijpen van de gedachte achter kleuren of stijlen waar jarenlang besmuikt om is gelachen.

Blue City 010 is dat alle drie. Een voormalig zwembad op een prachtige plek wordt herbestemd met behoud van bijna het hele gebouw, inclusief de zwembaden en subtropische perkjes. Ze zijn nog niet klaar maar geleidelijk aan, als een oerwoud en ruïne, overwoekert het nieuwe programma geleidelijk het oude Tropicana. Kansloos materiaal uit het oude recreatiepaleis, van beslagen krom plexiglas tot de spierwitte zwembadtegels, wordt gerecycled en in het verbouwde complex samengevoegd met waardevolle houten kozijnen afkomstig uit de directe omgeving. Die tragische illusie van een overdekte Costa aan de Maas uit de jaren tachtig nu toch zeker niet alle honderd fout is. De flagstones op de vloer, het gekleurde glas bij de bar en dat perfecte gezichtspunt op de Maas tussen de palmbomen door zijn toch veel meer dan alleen een guilty pleasure uit de jaren tachtig.

 

"BlueCity 010 laat zien dat geen enkel gebouw waardeloos is"

Respect daarom voor Blue City 010 en de mannen en vrouwen van Superuse Studios, die hun nek uitstaken en de tijd namen voor de herbestemming van een gebouw waar niemand een cent meer voor gaf. Tegen de logica van euro’s en erfgoed in herrijst Tropicana uit haar as. Een onbegrijpelijk spiegelpaleis is behouden in een stad die toch niet bekend staat om haar mededogen met gebouwen die uit de mode zijn geraakt.

Voordat Rotterdam én de bouwsector zo circulair is als dit gebouw, zal er nog wel wat Maaswater langs het gebouw moeten stromen. Des te mooier wanneer dat juist op deze plek en in deze huls lukt. Daarom verdient dit initiatief de Rotterdam Architectuurprijs: het laat zien dat geen enkel gebouw waardeloos is en dat alles goed kan komen wanneer je tijd neemt voor behoud en hergebruik.

Beeld: Frank Hanswijk

CPO Hooidrift: ‘Stedelijk tricot’

Lofzang: Robert-Jan de Kort

Een braakliggend terrein in de Hooidrift vormde jarenlang een gapend gat in de karakteristieke vooroorlogse stadswijk het Nieuwe Westen. Recent hebben veertien woningen het straatprofiel in ere hersteld. In eerste instantie lijkt het het zoveelste quasi historiserende woningbouwrijtje dat ontworpen is om vooral niet teveel op te vallen tussen de bestaande bebouwing. De rij is een eenheid: er zijn maar twee verschillende soorten baksteen gebruikt, de ramen liggen iets terug in de gevel en de ruimte tussen twee ramen is bij elk huis gelijk. Bij nadere beschouwing ontwaart zich echter de ene na de andere bijzonderheid. Er zijn brede en smalle huizen, met en zonder ceramische plint en hier en daar nodigt een natuurstenen bankje uit om te gaan zitten. De panden lijken op voetballers die in de houding staan voor een wedstrijd. Ieder met zijn eigen grimas, kapsel, kleurrijke schoenen en tatoeages, maar allen gehuld in hetzelfde tricot.

"De panden lijken op voetballers die in de houding staan voor een wedstrijd"

Het ‘tricot’ in de Hooidrift komt voort uit een set regels ontworpen door architectenbureau SUBoffice. Het bureau stelde deze samen uit de vele samenhangende gevelwanden uit de omgeving. De kunst zit in het feit dat deze regels zo gesteld waren dat het duidelijk was waarin de eenheid gevonden diende te worden, terwijl binnen deze eenheid een enorme verscheidenheid aan wensen omtrent de woning mogelijk was. Hiermee konden de nieuwe bewoners met hun eigen architecten aan de slag. Dit leverde de gerealiseerde variatie in breedte, hoogte en gevelindeling op, alles uiteraard in nauwe relatie met de ruimtelijke configuratie van de woningen. Door de architectonische regie van SUBoffice is in de Hooidrift zowel het individuele als het collectieve belang gediend. De bewoners hebben hun woningen alle eigenaardigheden gegeven die ze wensten, terwijl er tegelijkertijd een samenhangend nieuw stukje Nieuwe Westen is gerealiseerd.

Beeld: Frank Hanswijk

Matroyshka House: “dit is een laboratorium”

Lofzang: Bart Bekooy

In het oude huis zijn twee appartementen ingebracht, als een nieuwe generatie in een Russisch poppetje. Het ontwerp is even radicaal als aandachtig. Dankzij de aandacht voor de afmetingen en de materialen, is het geen ‘hard’ huis geworden, maar is het licht, ruimtelijk en levendig. De eenvoudige materialen zijn heel precies gekozen en aangebracht. Het is een klein project, ook voor Shift Architecture, en nog onzichtbaar ook – voor de buitenwereld tenminste. De straatgevel is ongewijzigd: een discreet huis. Wat heeft Rotterdam hier aan?

 

"Dit jaar lijkt op een adempauze voor de Rotterdamse architectuur"

Dit jaar lijkt op een adempauze voor de Rotterdamse architectuur: de grote openbare iconen, zoals het Centraal Station en de Markthal, zijn inmiddels vertrouwd, en de volgende lichting is nog in aanbouw. Inzendingen van grote renovaties leunen dit jaar sterk op de kwaliteiten van de oorspronkelijke gebouwen. Dat is natuurlijk goed, maar dit is ook het moment om je te bezinnen op wat de stad verder nog nodig heeft. Rotterdam kent duizenden anonieme woningen die rond 1900 gebouwd zijn, en alle komen aan de beurt om een nieuw leven ingeblazen te krijgen. Slopen moeten we ontmoedigen. We moeten dus zoeken naar wat mogelijk is.

Is dit architectuur met een grote A, die we straks terugvinden in de overzichten van de 21e eeuw? Nee, maar we gaan anders kijken. De prijs wordt hier verdiend in die onderdelen, die nodig zijn voor een fijne stad: de durf van de opdrachtgever, de heldere en stevige keuzes van de architecten, het slim en vrolijk gebruiken van de bestaande structuur, en het vermijden van voor de hand liggende oplossingen. Dit huis gaat niet over zichtbaarheid, of over het ego van de ontwerpers, maar over een mentaliteit: dit is een laboratorium.

Beeld: Frank Hanswijk

Jonker Lofts: ‘wonen op de begane grond in het centrum’

Lofzang: Paul Groenendijk

Sinds ongeveer een jaar heb ik een bovenmatige interesse in expeditiehoven. Voor Monumentenzorg deed ik een historisch onderzoek naar dit typisch Rotterdamse fenomeen en met het Platform Wederopbouw organiseren we wandelingen door deze voor de gemiddelde Rotterdammer verborgen wereld. Een parallel verkeerscircuit achter Meent, Mariniersweg en vooral in het Hoogkwartier.

Veel mensen denken dat de expeditiestraten zijn ontwikkeld door stedebouwkundige Cornelis Van Traa in het Basisplan en voor het eerst toegepast bij de Lijnbaan. Daar zijn ze inderdaad het meest functioneel uitgewerkt, maar het principe is – ere wie ere toekomt – van de ontwerper van het eerste wederopbouwplan: W.G. Witteveen. In feite is de Herman Robbersstraat achter de Goudsesingel, al in de oorlog gebouwd, de eerste expeditiestraat.

"Bij herbestemming ligt een deel van de kwaliteit in de vondst van een bijzonder object"

Wat te doen met al die kostbare ruimte in hartje centrum, die parkeerplaatsen, opslagruimtes, bedrijfsruimtes, die voor een groot deel nauwelijks meer gebruikt worden? De Jonker Lofts, een ontwerp van Broos de Bruijn architecten, bieden een interessante optie. Verscholen achter de Jonker Fransstraat is een drukkerij verbouwd tot een viertal unieke stadswoningen. Wonen op de begane grond in het centrum, met een patio of een dakterras, waar vind je dat?

Meer en meer wordt een geslaagd architectonisch ontwerp bepaald door andere factoren dan alleen de architectonische kwaliteit. Vooral bij herbestemming ligt een deel van de kwaliteit in de vondst van een bijzonder object en de manier waarop oud en nieuw worden gecombineerd. Dat is hier zeker het geval. Het aardige is dat de functionele uitstraling van het gebouw is gebruikt als basis voor de nieuwe architectonische expressie. De gesloten gevel is geopend met grote, industrieel aandoende raampartijen en in het interieur is de betonconstructie prominent in het zicht gelaten en zijn de daklichten vernieuwd. Dit typisch Rotterdamse project verdient de Rotterdam Architectuurprijs 2017.

Beeld: Frank Hanswijk

Het Industriegebouw: ‘zwaar en beweeglijk tegelijk’

Lofzang: Ties Wols

De wederopbouw heeft Rotterdam vele prachtige bouwwerken opgeleverd met het Groothandelsgebouw waarschijnlijk als bekendste voorbeeld. Dat gebouw was destijds de aanjager van een nieuwe stedelijke economie en staat tot op heden symbool voor de Rotterdamse dadendrang.

Het industriegebouw was tot voor kort minder bekend maar is net zo mooi. Dit pareltje gelegen aan de Goudsesingel is net als het Groothandelsgebouw ontworpen door Hugh Maaskant. Ook de functie komt overeen: het Industriegebouw is ook gebouwd als stuwende kracht voor de economie. De tijd was echter minder genadig voor het Industriegebouw. De bedrijvigheid trok weg en het gebouw raakte in verval. Het gebouw dat eens een symbool stond voor de vooruitgang ademde op den duur slechts vergankelijkheid.

"Het Industriegebouw zoals het bedoeld is: katalysator voor de industrie"

Tot een investeerder het in 2015 kocht en het in originele staat herstelde. Het regelmatige ritme van de ruimten op de begane grond, die door vorige huurders waren opgedeeld, zijn weer opengebroken. De open ruimten zorgen er nu voor dat het gebouw in z’n geheel lichter aanvoelt. Die lichtheid komt de elegantie van het gebouw nadrukkelijk ten goede. De ronde bakstenen hoeken vallen ineens op als een zachte touch. De ranke pijlers laten het gebouw in de lucht zweven. Het gebouw oogt zwaar en beweeglijk tegelijk.

Een verscheidenheid aan bedrijven vestigde zich in het gebouw, met in de plint aantrekkelijk vormgegeven horeca. Nu de bedrijvigheid is teruggekeerd fungeert het Industriegebouw eindelijk weer zoals het bedoeld is: als katalysator voor de industrie. Een plek van eenheid en verscheidenheid – de eendrachtige tweedracht die voor een bloeiende economie zo kenmerkend is. Zo staat het gebouw wederom en misschien wel meer dan ooit symbool voor een nieuwe stedelijke economie.

Beeld: Frank Hanswijk

De shortlist voor de Rotterdam Architectuurprijs bestaat uit tien gebouwen die allen kans maken door de onafhankelijke jury tot winnaar te worden uitgeroepen. De prijs is een initiatief van de gemeente Rotterdam, de organisatie is in handen van AIR, Architectuur Instituut Rotterdam. Stem op de publieksprijs via www.rotterdamarchitectuurprijs.nl (tot 6 december)

Reageer of deel op Social Media

Tags:BlueCity 010, CPO Hooidrift, herbestemming, Industriegebouw, Jonker Lofts, Matroyshka House, Rotterdam Architectuurprijs, verdichting en woningbouw

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *