StadmakenStedelijke ontwikkeling & architectuur14 december 2017

Idee vs. praktijk: wat is de tussenstand van Rotterdam als ‘inclusieve stad’?

Deel 4 in de serie Stadmaken

Het Stadmakerscongres agendeerde de inclusieve stad. Terecht. Maar de gemeente verzuimde het om de 1.000 aanwezige stadmakers onderdeel van de eigen zoektocht te maken, en deed daarmee diens inspanningen tekort. Hoe kwam dat?

Een voetballer die in zijn hoofd alleen maar bezig is met winnen, vergeet zijn taak in het elftal. Natuurlijk, geloof in eigen kunnen is essentieel om te kunnen slagen. Maar een teamprestatie lever je door urenlange training, ingestudeerde routines en gezamenlijk opgebouwd doorzettingsvermogen. Daarvoor is de trainer en technische staf in de eerste plaats verantwoordelijk. De spelers doen – als het goed is – de rest.

Maar uiteindelijk telt in het voetbal alleen de winst. Rotterdam heeft in 2014 bij donderslag een winnaarsimago aangemeten gekregen. De New York Times nam Rotterdam op in de top10 van de Places to go voor dat jaar. De boodschap: Rotterdam doet er internationaal toe. Wethouder Maarten Struijvenberg was er als de kippen bij om voor de NOS-camera’s de felbegeerde status van toeristische hotspot uit te leggen als ideale vestigingsvoorwaarde voor bedrijven.

Lieven Poutsma Beeld: Fred Ernst

#kendoementaliteit

Inmiddels kentert het beeld dat buitenstaanders van de stad hebben. Wat merkt Rotterdam daarvan? Ten eerste: de vierkante meterprijzen op de woning- en kantorenmarkt stijgen gestaag. Maar niet in alle wijken, realiseert ook het stadsbestuur zich. Er is daarom behoefte aan een integrale visie op stedelijke thema’s als bereikbaarheid, woningbouw, luchtkwaliteit en groen om de ongelijkheid tussen verschillende stadsdelen in evenwicht te brengen.

Aan het hoofd van Rotterdam staan burgemeester en wethouders, alias de technische staf van de stad. Zij kunnen maar tot op zekere hoogte kaders aanreiken en lijnen uitzetten, de inwoners zorgen er uiteindelijk voor dat de stad wel of niet in evenwicht is. Het Stadmakerscongres van 10 november bood de gemeente de gelegenheid contact te leggen met een selecte maar niet onbelangrijke groep spelers: een slordige 1.000 stadmakers.

De gemeente Rotterdam presenteerde de contouren van Omgevingsvisie, die de juiste balans moet zien te vinden tussen lange termijn stadsontwikkeling en de Rotterdamse #kendoe-(lees: adhoc)mentaliteit van het zittende college. Eén van de vijf thema’s die de gemeente als fundament voor deze visie opperde, was de inclusieve stad.

"Is het ‘stadmaken’ niet juíst uitgevonden om de brug tussen de praktijk en een visie voor de toekomst te slaan?"

Terecht wordt aandacht gevraagd voor de verscheidenheid aan groepen in Rotterdam, waaronder kinderen, ouderen, mindervaliden, kleine ondernemers en bewoners van sociale huurwoningen. De stad is pas inclusief als die is ingericht met voldoende voorzieningen, publieke ruimte, groen en toegankelijk openbaar vervoer dat bovengenoemde groepen de gelegenheid biedt zich te verplaatsen, veilig te voelen en te ontplooien.

Dat is een mooie grondhouding, maar in de praktijk staat stadsontwikkeling soms ook ver van bewoners af. Zo stelde een kritische bezoeker van een excursie naar de Afrikaanderbuurt: “Beslissers en planners maken veel te vaak een stad voor mensen die er (nog) niet zijn.” Is het ‘stadmaken’ niet juist uitgevonden om de brug tussen de praktijk en een visie voor de toekomst te slaan?

In mijn definitie is het doel van ‘stadmaken’ dat bewoners, ondernemers en andere betrokkenen invloed uitoefenen op beslissingen over hun leefomgeving. Om zich in de dagelijkse praktijk van de bewoners in te leven kan de gemeente de stadmakers om hulp vragen. Zij zijn als het ware de selectie van ‘spelers’ die dag in dag uit de Rotterdamse straten, pleinen en kades leuk(er) kunnen maken en zijn in staat dromen en wensen om te zetten in plannen en realisatie.

Metadiscussie over microgeluk

Hoewel velen vanuit een professionele rol betrokken zijn bij stadsontwikkeling, is het aardige van het congres dat iedereen zich één dag in het jaar stadmaker mag noemen. En dus ook vanuit emotie of ambitie naar plannen en ideeën kijkt. Zo reageerde Jeroen Zuidgeest (MVRDV) op de presentatie van de Omgevingsvisie dat hij behoefte had aan een ‘metadiscussie over microgeluk.’

Een gelukkige stadsbevolking als doel voor een gemeentelijke visie is prachtig. Maar kan je als speler in het veld, ofwel ‘stadmaker’, daadwerkelijk invloed uitoefenen op het geluk van andere stedelingen? Daar komt de medewerking van de ‘technische staf’, alias de gemeente, goed bij van pas. Vanuit de helikopterview kan een gemeentelijke visie stadmakers namelijk in staat stellen hun steentje bij te dragen aan een evenwichtige en inclusieve stad.

Signaleren, verbinden, afwegen

Lees ookStadmakenStedelijke ontwikkeling & architectuurHet gevaar van stadmaken als businessmodelDeel 2 in de serie over stadmaken

De gemeente moet zich als begeleider van de vele initiatieven actief inzetten voor het bereiken van een gebalanceerd resultaat. Beitske Boonstra, die aan de Universiteit Gent promoveerde op zelforganisatie in de ruimtelijke ordening, waarschuwt voor het fenomeen dat ik eerder ‘het gevaar van het stadmaken als businessmodel’ noemde. Je mag van ‘stadmakers’ namelijk niet verwachten dat ze zich inleven in de wensen en behoeften van de diverse stadsbevolking: “er sluipt in ieder initiatief het gevaar dat men – onbewust – alleen op eigen karakter en voorkeuren vaart, daardoor minder effectief is, of zelfs ongewenste ruimtelijke uitkomsten als segregatie, sociaalruimtelijke bubbels en exclusie genereert.”

Boonstra stelt dat je dit de stadmaker niet kwalijk kan nemen. Die handelt in de eerste plaats vanuit overtuigingen van het eigen (buurt)initiatief en representeert daarmee vaak al een heterogene groep, wat lastig genoeg is. Het is de rol van het bestuur om initiatieven te signaleren, te verbinden en af te wegen aan de hand van bredere algemene belangen. Een speler zonder aanwijzingen van zijn coach vaart immers vooral op eigen intuïtie en spelinzicht. En alleen op intuïtie win je doorgaans weinig wedstrijden.

Frank van den Beuken Beeld: Fred Ernst

“De inclusieve stad is geen vage beleidsterm maar gaat over essentiële grondrechten”

Ik ben van mening dat de gemeente op 10 november een kans liet liggen om een interculturele dialoog tot stand te brengen. De lezing van de Amerikaanse planoloog Toni Griffin vond namelijk tegelijk plaats met de door de gemeente georganiseerde uitreiking van de Jonge Maaskant-Prijs aan de architect Arna Mačkić. Terwijl beiden een betoog voor de inclusieve stad hielden waarmee ze elkaar hadden kunnen versterken.

Griffin sprak onder meer over het vermogen van stadsplanning stedelingen het gevoel te geven dat ze meedoen en er allemaal bij horen. Zo toont Grant Park in Chicago hoe goed ontworpen openbare ruimte en kunst mensen ongeacht afkomst en maatschappelijke positie bijeen brengt. Mačkić zet haar aandacht voor verdeeld verleden en afkomst om in ontwerpen op betwiste stedelijke plekken. Zij stelt daarmee meervoudige opvattingen over de betekenis ervan aan de orde.

Een debat met de inzichten van Griffin uit de VS met die van de in Nederland werkende Mačkić had de opgave voor een inclusieve stad een internationale dimensie kunnen geven. Daar hadden de aanwezige stadmakers écht wat aan gehad. Want de inclusieve stad is geen vage beleidsterm maar gaat over essentiële grondrechten van elke stedeling als een degelijke woning, goed openbaar vervoer en schone lucht. Onderwerpen die in elke stad ter wereld spelen. En waar Rotterdam, gevoed vanuit de diverse stadslabs, nog een wereld in te winnen heeft.

Toni Griffin Beeld: Fred Ernst

Goede vragen vergeten te stellen

Wat doet de gemeente nu wel om de ambitie van een inclusieve stad in een ruimtelijke visie te vertalen? Op het congres verscheen onder andere de essaybundel Ruimte voor een stad in balans, in opdracht van de gemeente en Platform31. Geograaf Mark Minkjan zet daarin het gegentrificeerde Amsterdam neer als een soort schrikbeeld. Rotterdam is al gemengd, hou dat zo veel mogelijk in stand door met gedoseerde toevoegingen vooral bestaande wijken te verdichten. Door de deelname van de gemeente aan diverse stadslabs, kunnen hiervoor ‘in het werk’ de criteria worden geformuleerd.

Het stadbestuur zegt ook dat het burgers en (semi-)professionele stadmakers onderdeel wil maken van deze stedelijke vraagstukken. Het lukte tijdens de kick-off van de Omgevingsvisie helaas niet om écht contact te maken met de aanwezige stadmakers. Ook twee studies die architectenbureaus in samenwerking met internationale studenten voor de stad presenteerden aan wethouder Simons (Leefbaar Rotterdam) van Stedelijke Ontwikkeling en Integratie, werden door hem niet bepaald in dank aanvaard.

Het Stadmakerscongres heeft de potentie om hét ideale trapveldje te zijn waar technische staf en team elkaar aanspreken, keuzes maken en samen doorgroeien. Maar door het winnaars-imago dat het stadsbestuur sinds enkele jaren lijkt te verblinden, vergat de gemeente en aan de vele aanwezigen de goede vragen te stellen. Terwijl diezelfde gemeente hard bezig is de ingrediënten te verzamelen die nodig zijn om een echte teamprestatie te leveren.

Lees meer:

Wie maakt er in Rotterdam nu eigenlijk stad en waarom? Wat zijn de ervaringen uit de verschillende stadslabs en op het Stadmakerscongres, dat AIR sinds 2014 jaarlijks organiseert? Vers Beton werpt in deze artikelenserie een kritische blik op de praktijk van het stadmaken. Het Stadmakerscongres vond plaats op 10 november in Theater Rotterdam. Deelname is gratis.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Reageer of deel op Social Media

Tags:airbnb, inclusiviteit, omgevingsvisie, stadmaken en stadsmakerscongres

Secties: Stadmaken en Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *