voor de harddenkende Rotterdammer

In haar vaste column voor DRAAD, dé politieke talkshow van Rotterdam, neemt Tara Lewis de Rotterdamse politiek onder de loep. In deze editie vraagt zij zich af hoe het komt het dat het stadhuis niet divers is. En of dat eigenlijk wel belangrijk is.

versbeton-illustratie1600x900px-lobke-van-aar
Beeld door: beeld: Lobke van Aar

Zien alle Rotterdammers zichzelf terug in het stadhuis? Dat is de vraag die vandaag centraal staat. Toch wordt deze gesteld als retorische vraag. Zeker daar hij geïllustreerd wordt door een foto van het college, dat louter uit witte mannen bestaat. Het vertrekpunt van deze middag is dan ook dat Rotterdammers onvoldoende gerepresenteerd zijn in het stadhuis. Te oud, te wit en te veel mannen. Dezelfde witte mannen die, zo horen we stelselmatig, de meest bevoorrechte mensen van onze samenleving zijn.

Mij is vandaag expliciet gevraagd om er niet met gestrekt been in te gaan. Omdat ik soms de neiging heb om het op te nemen voor diezelfde bevoorrechte mannen. Als jonge vrouw met ook nog een kleurtje mag ik namelijk alles zeggen, en ik heb de neiging om daar gretig gebruik van te maken. Vooral om te ageren tegen de uit Amerika overgewaaide identity politics. De sneue retoriek van minderheden die gebruikt wordt om ervoor te zorgen dat -met name- witte mannen van middelbare leeftijd eigenlijk nergens meer een mening over durven hebben.

Het is natuurlijk ook de schuld van diezelfde witte mannen dat de gemeenteraad zo weinig divers is. En ondertussen is men verbaasd over het feit dat de haatpraatjes van Wilders een steeds vruchtbaarder wordende voedingsbodem vinden in deze stad. Want is het verwonderlijk dat bepaalde groepen die stelselmatig gedemoniseerd worden uiteindelijk radicaliseren?

Maar we zijn het hier vandaag niet om het over boze witte mannen te hebben, maar over het gebrek aan diversiteit in de gemeenteraad. Om eens te polsen hoe mijn collega’s hierover denken vroeg ik aan hen hoe zij dachten dat dit komt en of ze een idee hebben wie verantwoordelijk is voor de oplossing. De eerste reactie: vraag je nu aan witte mensen waarom er te veel witte mensen in een witte organisatie zijn en wat witte mensen daaraan kunnen doen? 

Nu was dat laatste helemaal niet mijn vraag, maar de boodschap lijkt me duidelijk. Ook hier werd identiteitspolitiek bedreven om een inhoudelijke discussie uit de weg te gaan. Maar hierna werd het pas echt leuk. Ik citeerde Aboutaleb, die tijdens een debat waarbij ik onlangs aanwezig was het publiek trakteerde op een lesje migratiegeschiedenis en sociologie.

De Nederlandse overheid ronselde in de jaren zeventig specifiek ongeschoolde arbeiders in Marokko en Turkije. Gemiddeld duurt het volgens het CBS drie generaties voordat men zich vanuit een arbeidersmilieu tot de intellectuele klasse schopt. Het is dus niet zo gek dat vanuit deze groepen nog geen massa’s politici zijn opgestaan, was mijn conclusie.

Maar daar werd ik wederom met de doodvermoeiende identiteitsretoriek om de oren geslagen. Het feit dat ik juist Aboutaleb citeerde maakte het punt minder geloofwaardig. Kortom, het maakt eigenlijk niet uit wat er wordt gezegd, maar WIE het zegt. En laat dat nu precies zijn wat me stoort aan de premisse van deze middag. Dat het uitmaakt WIE er in de raad zit.

We zijn -als het goed- is allemaal Rotterdammers, of je hier geboren bent of niet. Het lijkt mij onontbeerlijk dat je als raadslid een brede kennis en achterban hebt en weet wat er speelt in deze stad. Het zou daarin niet uit moeten maken wie je ouders zijn, welk geslacht je hebt of hoe oud je bent.

Dat de raad een op zichzelf gerichte en ontoegankelijke kliek is, daar hebben alle Rotterdammers last van. Dat de belofte van Eerdmans op een stad zonder verkeershufters en straatvuil niet is nagekomen, is geen probleem van minderheden, maar van iedereen. Net zoals het iedereen vrij staat om lid te worden van een partij of er een op te richten, of zich op een andere manier politiek te engageren. Dat noemen we een democratie.

Natuurlijk is het goed om als raad een betere afspiegeling van de samenleving te zijn. Maar laten we ervoor waken dat we niet doorschieten naar een situatie waarin het belangrijker is wie iemand is, dan wat hij doet. Ik ben misschien een ‘jonge, biculturele, vrouw’, en je mag mij wegzetten als ‘woordvoerder van boze witte mannen’, maar ik spreek hier als Rotterdamse met een onbegrensde liefde voor een stad die ze weigert uit handen te geven aan polariserende Amerikaanse retoriek.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Tara

Tara Lewis

Tara Lewis (1986) werkt als freelancer voor diverse media. Ze koestert haar innerlijke tokkie en kan soms een beetje cynisch zijn. Ze vindt dat het discussieplatform bedoeld is voor lezers, en voelt zich daarom niet altijd geroepen te reageren. Ze studeerde Geschiedenis aan de EUR en Communicatie aan de HES.

Profiel-pagina
Lobke van Aar

Lobke van Aar

Het werk van Lobke van Aar (1982) is een speelse mengeling van illustratie, kleur en typografie. Zij gebruikt een scala aan technieken en toch blijft haar handschrift herkenbaar. Lobke heeft een fascinatie voor vervlogen tijden, een passie voor het maken van letters en zoekt in haar thema’s altijd naar het menselijke. In het dagelijks leven zijn het de kleine dingen die eruit springen en haar inspireren.

Profiel-pagina
Lees 7 reacties