voor de harddenkende Rotterdammer

Door het stadmaken over te laten aan de betrokken burger wordt de stad niet alleen door maar ook voor een beperkt clubje gemaakt. Voor een brede toekomstvisie is nu dringend behoefte aan een gemeente met karakter en visie.

Het Stadmakerscongres 2017 stond in het teken van de toekomst van Rotterdam en hoe deze samen met stadmakers vorm te geven. Ondanks dat de term stadmaken doet denken aan een verlopen maakbaarheidsideaal, geeft de gemeente haar rol juist uit handen. Het beleid van het (deels) uit handen geven van middelen en het maken van plannen door de betrokken burger of stadmaker lijkt een mooi ideaal, maar er dreigt sociale tweedeling. Moet de gemeente niet haar verantwoordelijkheid terugnemen voordat het stadmaken uit de hand loopt?

Omgevingsvisie

Wat karakteriseert Rotterdam, hoe zou dat zich de komende decennia kunnen ontwikkelen en welke stappen moet je daarvoor zetten? Op welke accenten wil je als stad inzetten? Wat is het profiel van Rotterdam en hoe verhoudt zich dit tot de andere (grote) steden? Op deze vragen zal Rotterdamse Omgevingsvisie een antwoord gaan geven. Het opstellen van zo’n ‘strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving’ is een verplichting voor zowel Rijk, provincies als gemeenten.
Deze visie gaat niet alleen over welke stad Rotterdam in de toekomst wil zijn, maar ook over hoe deze eruit ziet en hoe alle cruciale elementen met elkaar samenhangen. De visie moet onder andere ingaan op ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. Een helse klus voor professionals, laat staan voor burgers, belanghebbenden en semiprofessionals die hierbij betrokken worden.
Op de kick-off van de Omgevingsvisie op het Stadmakerscongres zijn vijf thema’s voor Rotterdam benoemd door ontwerpbureau POSAD Spatial Strategies: circulaire stad; compacte stad; productieve stad; inclusieve stad; gezonde stad. Generieker kan haast niet: ze zijn vergelijkbaar met de thema’s waar de Nationale Omgevingsvisie na jarenlang beraad op uit is gekomen. Ik kan me niet voorstellen dat er een stad in Nederland te vinden is die zich niet in deze termen kan vinden.

171110-FE1561-FredErnst-30cm
Stadmakerscongres 2017 Beeld door: beeld: Fred Ernst

Is dit nu de visie voor de stad die al een aantal keer uit haar as is herrezen? Waar is de Rotterdamse identiteit? In het debat over de Omgevingsvisie later op de dag, horen we dat er ruim 9.000(!) gesprekken zijn gevoerd met burgers. Deze zijn vertaald in ‘het Verhaal van de Stad’: de eerste input voor de Omgevingsvisie. Ik vraag me af of het nodig is een beleidsvisie, die als basis voor de komende decennia dient, inhoudelijk te laten voeden door burgers en daarover consensus te willen bereiken.
De perspectieven die er nu liggen worden volgend jaar aan de burger uitgelegd. Herkennen burgers hier hun eigen verhalen en wensen in? Wordt hiermee betrokkenheid geborgd, of creëer je als stad irreële verwachtingen die zich later tegen je keren?

Wie maakt de stad?

De burger wordt niet alleen gevraagd mee te denken met de Omgevingsvisie. Ook het letterlijk vorm en functie geven aan de fysieke omgeving gebeurt al steeds meer buiten de professionele gemeentelijke organisatie. Deze lijn is een aantal jaar geleden ingezet met het Stadsinitiatief en is doorgezet in de verschillende Stadslabs. Hiernaast bestaan ook veel wijkgerichte acties.
Een deel van het gemeentelijk budget, de verdeling en de bestemming hiervan, hangt af van een groep betrokken burgers die zich daarvoor inzet. Dit vraagt om specifieke vaardigheden als een goed stuk schrijven, koppelingen leggen met de bredere stedelijke ontwikkeling, een begroting maken, netwerk organiseren en van plan naar uitvoering komen. Vaardigheden die lang niet elke burger beheerst, maar die wél tot die van de stadmakers behoren. Zij weten wat er speelt in beleidsland, hebben vaak goede connecties, kennen de ontwerppraktijk en hebben een ingang bij de gemeente. Het vormgeven van het Rotterdam van de toekomst door de burger wordt feitelijk neergelegd bij een groeiende groep stadmakers.

De stadmakers op het congres zijn grofweg tussen de 35 en de 50 jaar oud, blank en merendeels man. Dit is geen directe representatie van de Rotterdamse bevolking. Als je als stad pretendeert de burger meer zeggenschap te geven over zijn leefomgeving en een belangrijke stem te willen geven in de toekomstige inrichting van de stad, ben je mijns inziens verplicht te zorgen dat de bevolking in al zijn diversiteit en facetten gerepresenteerd wordt. Als deze ‘burger’ (lees: stadmaker) geen representatieve afspiegeling van de bevolking vormt, is de vraag gerechtvaardigd: voor en door wie wordt de stad gemaakt?

Gesprekken versus plannen

De serie gesprekken in het kader van de Stadsvisie is gevoerd met een brede afspiegeling van de bevolking. Maar tegelijkertijd wordt de stad van de toekomst vormgegeven door het beleid van het (deels) uit handen geven van middelen en het maken van plannen om de stad mooier, aantrekkelijker, leuker, beter te maken. In die trajecten worden de stadmakers wel bereikt, maar is die brede groep burgers representeren veel lastiger.
In mijn eigen wijk maakt het ‘Mooi, Mooier, Middelland’ initiatief het mogelijk gezamenlijk geld in de wijk te investeren via vouchers. Ik betwijfel of de resultaten bijdragen aan een ‘mooier Middelland’. Het geld lijkt namelijk vooral naar de mooiste straten in deze wijk te gaan. In mijn straat–voornamelijk koopwoningen, brede stoepen, gezamenlijk onderhouden groen in de straat en maar liefst twee speeltuintjes op een paar honderd meter–wordt gelobbyd, getekend en ingezameld voor een extra speelplek.

Vanuit mijn straatgenoten logisch, maar waarom zouden de twee straten achter mij–met meer bewoners, kleinere woningen en sociale huur, smallere stoepen en kwalitatief minder buitenruimte–geen speelplekje in de straat verdienen? Vanuit solidariteitsbesef zou het beter zijn de vouchers voor deze straten in te zetten en de bewoners te helpen met plannen en tekenen. Hier botst gezond eigenbelang met bredere gemeenschapszin: precies waarom eerder dit soort keuzes door een lokale overheid werd gemaakt.

171110-FE0248-FredErnst-30cm

Lees meer

Idee vs. praktijk: wat is de tussenstand van Rotterdam als ‘inclusieve stad’?

Deel 4 in de serie Stadmaken Het Stadmakerscongres agendeerde de inclusieve stad.…

Als dit de weg is die we inslaan met het stadmaken wordt de stad niet alleen door maar ook voor een beperkt geprivilegieerd clubje gemaakt. Ik maak me ernstige zorgen om de sociale tweedeling die daaruit voortkomt. Dan gebeurt er op stedelijk niveau wat er nu op het niveau van mijn straat gebeurt: een mooier centrum, wat mooiere wijken daarbuiten en stilstand of achteruitgang op de plekken waar de stadmakers zelf niet wonen of werken.

Identiteit raakt zoek

Vanuit Vereniging Deltametropool ben ik al enige jaren betrokken bij het maakproces rondom de Nationale Omgevingsvisie. Hier zie ik veel gepolder met allerhande ‘landmakers’ die uit eigen belang spreken en vrij weinig visie en strategie van het Rijk zelf. Dit heeft geresulteerd in jarenlang uitstel van de deze visie.

171110-FE0844-FredErnst-30cm
Stadmakerscongres 2017 Beeld door: beeld: Fred Ernst

Diezelfde besluitloosheid en angst bespeur ik nu bij de gemeente Rotterdam. Waarom moet iedereen betrokken worden bij iets ingewikkelds als een Omgevingsvisie? Hebben we daar geen kundige en verstandige ambtenaren voor, die beter toegerust zijn deze uitdaging aan te gaan en alle facetten hiervan beter in het vizier hebben? Ik ben niet tegen het betrekken van de burger, maar ik verwacht van een professionele lokale overheid een visie en strategie die het gezonde eigenbelang van de burger of stadmaker overstijgt. Om zo een plan te krijgen dat de Rotterdamse identiteit borgt en toekomstbestendig is.
Deze Rotterdamse identiteit lijkt zoek te zijn in de grote plannen. Gelukkig is deze wel duidelijk herkenbaar in kleine projecten. Op het Stadmakerscongres zag ik ook dat er met passie aan concrete opgaven gewerkt wordt. Bijvoorbeeld door betrokken vastgoedeigenaren en ondernemers met lef en visie, door particuliere dakenbezitters. Maar er is dringend behoefte aan een satéprikker door deze losse projecten heen die in een breder kader verbinding en betekenis geeft. Dat is niet iets om aan de burger of stadmaker over te laten, maar aan een gemeente met visie en karakter.

Wie maakt er in Rotterdam nu eigenlijk stad en waarom? Wat zijn de ervaringen uit de verschillende stadslabs en op het Stadmakerscongres, dat AIR sinds 2014 jaarlijks organiseert? Vers Beton werpt in deze artikelenserie een kritische blik op de praktijk van het stadmaken.
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. Vers Beton en AIR werken sinds 2015 structureel samen aan het debat over stedelijke ontwikkeling.

Yvonne Rijpers

Yvonne Rijpers

Yvonne Rijpers (1980), Eindhovense Rotterdamse, sociologe en metropolitaan onderzoekster. Vindt Rotterdam-West veruit het best. Is werkzaam in en schrijft over stedelijke ontwikkeling. Probeert daarnaast ook nog te promoveren op iets met beleid, Berlijn en creatieve steden en werkt als coördinator voor Vereniging Deltametropool.

Profiel-pagina
Lees 8 reacties

Advertentie

Wildlife-film-festival-rotterdam-2018-Adv-Versbeton