Stedelijke ontwikkeling & architectuur31 januari 2018

Het Rotterdamse dak: feiten, cijfers, dromen en zorgen

Op het dak is ruimte voor verduurzaming en verdichting van de binnenstad. Geen wonder dat er in Rotterdam veel belangstelling is voor alternatieve dakbedekking. Inmiddels ligt er in de stad al meer dan 250.000 m² groen dak en zo’n 75.000 m² aan zonnepanelen. Maar een opvolger van de DakAkker of het Dakpark laat op zich wachten. Hoe zit dat?

Het is een koude vrijdagmiddag, regen- en hagelbuien wisselen elkaar in rap tempo af. Twee dappere toeristen in gele regenponcho’s trotseren de windvlagen over het platte dak van het Schieblock. Met de camera in de aanslag bekijken ze de moestuin die het dakoppervlak grotendeels in beslag neemt. De lap grond oogt buiten het seizoen grijs en eentonig. Toch charmeert deze plek. Hoog boven het maaiveld, kun je hier genieten van het buitenleven. Voor wie de kou niet deert, zelfs op een winterse dag als deze.

Beeld: Ossip van Duivenbode

Zo’n acht jaar geleden is het Schieblock nog synoniem voor onaantrekkelijke wederopbouwarchitectuur. Gelegen in een lelijke straat, omringd door anonieme hoogbouw en met een dak waarop geen mens voet durft te zetten. In 2009 overtuigt het architectenbureau ZUS (Zones Urbaines Sensibles) de eigenaar van het pand en de gemeente om het gebouw te transformeren tot een creatief verzamelgebouw. In 2010 vestigt het Rotterdams Milieucentrum zich in het pand. Medewerkers van deze stichting zien potentie in het platte dak: het is de perfecte plek om serieus te boeren in de stad. Met het prijzengeld van het eerste Stadsiniftatief dat ZUS wint voor de luchtsingel wordt de DakAkker gerealiseerd. De rest is geschiedenis.

“De DakAkker is een win-win-situatie”, zegt Paul van Roosmalen, werkzaam als programmamanager Multifunctionele Daken bij de gemeente Rotterdam. “Het is een trekpleister voor zowel toeristen als bewoners, en vormt tegelijkertijd een buffer bij de afvoer van regen en CO₂.” Hij zit in de bistro in het dakpaviljoen met uitkijk op de moestuin en de omringende hoogbouw aan de Weena. Het dak boven zijn hoofd wordt binnenkort uitgerust met slimme retentiekratten. Deze vangen regenwater op en houden het vast voor hergebruik. Bijvoorbeeld om de DakAkker te besproeien of de toiletten door te spoelen. “Via een app worden de kratten gekoppeld aan de hypermoderne buienradar op het dak van de Delftse Poort. Zo ‘weten’ ze wanneer er een plensbui in aantocht is. Als de voorspelde hoeveelheid regen meer is dan het dak kan opvangen, legen de kratten zich automatisch op de DakAkker”, legt Van Roosmalen uit. “Of ze het lozen het water ná de hoosbui in het riool, waardoor de kans op wateroverlast op straat en in kelders vermindert.”

Voorloper in dakontwikkeling

De DakAkker is een van de paradepaardjes van de gemeente Rotterdam. Het project heeft de stad internationaal op de kaart gezet als voorloper in dakontwikkeling. Stadmakers van over de hele wereld komen langs om inspiratie op te doen. Ook The Suicide Club op het dak van het Groot Handelsgebouw en het bijna één kilometer lange, openbare park op het dak van een winkelboulevard in de wijk Bospolder/Tussendijken (Dakpark) zijn populair. Sinds kort heeft Rotterdam nóg iets om mee te schermen: Het Rotterdamse Dakenboek, een publicatie onlangs verschenen bij nai010. Het boek verzamelt Rotterdamse daken met een extra functiepakket. De meerderheid is overigens niet toegankelijk voor publiek, zoals speeldaken, daken waar energie wordt opgewekt door middel van zonnepanelen, daken voorzien van extra woonruimte, dakterrassen en daken speciaal voor evenementen.

Met de maar liefst 14,5 miljoen m² aan plat dak valt er in Rotterdam nog een wereld te winnen

Schrijver Esther Wienese sprak met beleidsmakers, architecten, ontwikkelaars, bedrijven en particulieren die iets hebben toegevoegd aan het dakenlandschap van de stad. Aan bod komen zowel recente als wat oudere projecten; van een nog te lanceren lifestylehotel op het dak van een gerenoveerd pakhuis aan de Wilhelminakade tot de door MVRDV ontworpen ‘Didden Village’ op een monumentaal pand in Middelland. De functie van de daken worden ingedeeld in gekleurde categorieën. Rood is voor wonen, werken en recreëren, blauwe daken vangen regenwater op, groene daken zijn met vegetatie bedekt, en gele daken wekken energie op. In totaal worden 37 daken op deze manier gepresenteerd in een koffietafelboek-waardige layout, waarin korte interviews met pakkende quotes en glossy foto’s elkaar afwisselen. Het resultaat is een vrolijk stemmende catalogus die vooral als doel lijkt te hebben meer mensen te enthousiasmeren om hun dak te upgraden. Mogelijkheden genoeg, laat Wienese zien. En met de maar liefst 14,5 miljoen aan plat dak valt er in Rotterdam nog een wereld te winnen.

Dat vindt ook de gemeente, die in de publicatie onder meer worden vertegenwoordigd door wethouder Pex Langenberg en Arnoud Molenaar, die als Chief Resilience Officer verantwoordelijk is voor het klimaatprogramma van de stad. In het voorwoord schrijft Langenberg: “Daken benutten is een van de manieren om onze stad klimaatbestendig en veerkrachtig te maken. […] Dankzij de samenwerking met inwoners, bedrijven, zorginstellingen en faculteiten zal Rotterdam de kansen die het daklandschap te bieden heeft benutten om de stad aantrekkelijk en leefbaar te houden.” Ook Molenaar ruikt ‘enorme kansen’. In het interview door Wienese zegt hij: “Door de daken nu grootschalig integraal te ontwikkelen, evolueren we door.”

Beeld: Ossip van Duivenbode

Kosten versus baten

Langenberg en Molenaar gebruiken grote woorden om hun ambities te beschrijven. En inderdaad: op papier hebben multifunctionele daken allerlei voordelen voor een stad als Rotterdam. Verbetering van de luchtkwaliteit, regenwateropvang, opwekking van hernieuwbare energie, isolatie, verlaging van de hitte-stress. Maar in de praktijk komt de ontwikkeling en samenwerking lang niet altijd van de grond. Zeker niet zonder subsidie. Tot op heden zijn de succesformules van de DakAkker, het Dakpark of The Suicide Club niet veelvuldig gekopieerd. Projecten die wel lukken, hebben vaak een lange geschiedenis met beoordelingscommissies, bestuurders, tegenstanders en intensieve participatietrajecten. In Het Rotterdamse Dakenboek wordt dit vluchtig aangestipt, vaak met een positieve draai. Veelzeggend is het interview met Ghislaine van de Kamp, opdrachtgever en bewoner van Didden Village. In de allerlaatste zinnen zegt zij: “‘Het was onze eigen naïviteit dat we geloofden dat het met drie maanden klaar zou zijn. […] Maar dat is het aardige van het leven, dat je dingen doet waarvan je achteraf denkt: tering, hoe heb ik het voor elkaar gekregen.”

Dat de ontwikkeling van bestaande platte daken soms hapert, heeft volgens Paul van Roosmalen diverse redenen. “Vernieuwende ideeën vragen altijd aanpassing van de ruimtelijke inrichting, van welstandscommissies, in sommige gevallen ook van de rijksoverheid of monumentenzorg, en dan zijn er nog de fysieke beperkingen. Omdat daken lange tijd alleen zijn beschouwd als een constructie om regen en wind buiten te houden, zijn ze in het algemeen heel licht uitgevoerd. Vanwege die beperkte constructieve belastbaarheid is een investering nodig om een dak geschikt te maken voor regenopvang, vegetatie, energieopwekking, wonen, werken en/of recreëren.” En daar zit volgens Van Roosmalen het tweede probleem: “De waarde die deze investering oplevert, is niet altijd in geld uit te drukken.”

Bij de aanschaf van een nieuwe keuken of auto reken je de baten van de investering ook niet tot op de komma uit

Voor Rotterdamse dakeigenaren die hun dak willen vergroenen stelt de gemeente een subsidie beschikbaar. Maar ook mét deze financiële steun (€ 20,- subsidie per m² gerealiseerd groen dak in 2018) blijft een groen dak duurder dan een simpel ‘zwart’ dak. Wie alleen de financiële afweging maakt, komt daarom al snel uit op traditioneel bitumen. Van Roosmalen: “Vaak wordt alleen gekeken naar de extra kosten, en nauwelijks naar wat het oplevert. Terwijl je bij de aanschaf van een nieuwe keuken of auto de baten van de investering ook niet tot op de komma uitrekent. Een nieuwe auto is na een jaar de helft minder waard; dat is de allerslechtste investering die je kunt doen. Hetzelfde geldt voor een nieuwe keuken: de restwaarde is nul. Maar we doen het toch, omdat we er andere waarden aan toekennen, zoals status en dagelijks plezier.”

Zelfs bij daken met zonnepanelen is de financiële constructie niet altijd klip-en-klaar. In Het Rotterdamse Dakenboek is een heldere uitleg opgetekend door Sigrid Schenk, financieel econoom en werkzaam bij het Rotterdamse adviesbureau Rebel. “Particuliere woningeigenaren verdienen een investering in zonnepanelen binnen tien jaar terug, in de vorm van een besparing op de energierekening. Maar niet alle Rotterdammers hebben een eigen dak. Zij kunnen alleen via hun vereniging van eigenaren of woningcorporatie in zonnepanelen investeren.” Bovendien voelen de meeste netbeheerders zich prima bij de huidige situatie van centrale en overzichtelijke macht en uitvoering en hebben weinig ambitie om mee te werken aan veranderingen. Schenk: “Voor grootverbruikers van elektriciteit is de kosten-baten analyse (nog) niet gunstig, want in Nederland betaal je minder voor je stroom als je meer verbruikt. Door die lage stroomprijs besparen grootgebruikers relatief minder op hun energierekening dan particulieren. Daardoor blijven nog veel daken van bedrijven, kantoren, fabrieken, scholen en winkels leeg.”

Wie betaalt de rekening?

In de binnenstad met hoge dichtheden en grote mensenmassa’s bewijst een groene oase als de DakAkker zijn waarde. Tegelijkertijd toont juist dit project aan dat geld onmisbaar is om een multifunctioneel dak tot volle wasdom te brengen. Waar geld is, is immers ruimte voor mooie ideeën en ontstaat de wil om samen te werken. In dit geval heeft subsidie geholpen om het project van de grond te krijgen. Door de dakontwikkeling te combineren met een opknapbeurt van het Schieblock en Station Hofplein, was er meer mogelijk dan men aanvankelijk voor ogen had. Daarbij lag de nadruk op de baten voor de stad. De financiële besparingen voor de eigenaar van het pand kwamen op de tweede plaats. Dat bood ruimte om te bouwen aan een verdienmodel: het dakpaviljoen wordt verhuurd voor evenementen, de oogst van de DakAkker gaat naar de koks van de bistro of wordt verkocht aan lokale horeca en het ‘slimdak’ doet dienst als demonstratiedak.

Beeld: Ossip van Duivenbode

De komende vijf jaar krijgt Rotterdam een aantal vergelijkbaar pilot-projecten erbij. Deze keer mede mogelijk gemaakt door Europese subsidie vanuit het LIFE-programma. Samen met een aantal gebouweigenaren worden drie voorbeeldprojecten gerealiseerd: de Peperklip, een aantal daken in de Robert Fruinstraat en het dak van gebouw De Heuvel. Die laatste is een  gemeentelijk wederopbouw-monument aan het Grotekerkplein en krijgt naar een ontwerp van LG architecten een daktuin met waterberging, zonnepanelen en een rooftopbar toegankelijk voor publiek. Het LIFE-project moet beter inzicht geven in de waarden die multifunctionele daken vertegenwoordigen, vertelt Van Roosmalen. “Het doel is om een gesprek op gang te brengen tussen gebouweigenaren en andere partijen die kunnen meeprofiteren van een multifunctioneel dak. Door gezamenlijk antwoorden te formuleren op de vraag ‘wat is het dak je waard?’ willen we de dakontwikkeling in Rotterdam helpen te versnellen. Een transitie gaat immers nooit vanzelf.” Maar, benadrukt Van Roosmalen, Rotterdam zit al op de goede weg. “De resultaten liegen er niet om. Zeker 250.000 m² groen en bij benadering 75.000 m² zonnepanelen. Dat is niet niks. En bij vrijwel elk nieuwbouwproject, wordt het dak multifunctioneel mee-ontworpen. Architecten, ontwerpers en wetenschappers leven zich uit op de mogelijkheden die platte dak bieden. Ik ben ervan overtuigd dat de komende jaren in Rotterdam nog eens duizenden vierkante meters worden aangepakt.”

Aan indrukwekkende, verleidelijke ontwerpen is inderdaad geen gebrek, maar het is wel de vraag wie de rekening wil betalen. Voor pilotprojecten zijn speciale subsidiepotjes beschikbaar, maar die volstaan niet als je naar een klimaatbestendige en veerkrachtige stad verlangt. Ook raakt de pot met geld voor groene daken een keer leeg. Dan heb je particulieren en bedrijven nodig die een groen, blauw, geel of rood dak de extra kosten waard vinden. Van Roosmalen heeft er vertrouwen in dat alle belangstelling investeerders uiteindelijk over de streep gaat trekken. De grootste slagingskans hebben ideeën die verschillende functies combineren en deze vervolgens koppelen aan een verdienmodel, zegt hij. “Dan kom je los van de discussie of een ontwikkeling voldoende geld in het laatje brengt en kun je je buigen over de ruimtelijke kwaliteit. Dat levert mooie dingen op, waar iedereen in de stad iets aan heeft.”

Reageer of deel op Social Media

Tags:dakbedekking, duurzaamheid, groene architectuur, groene daken en waterafvoer

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *