PolitiekStedelijke ontwikkeling & architectuur2 februari 2018

De Beste Stuurlui: Bouwen in het groen? Niet doen!

Opinie

De Beste Stuurlui serveren elke week prikkelende gespreksstof voor bij de vrijdagmiddagborrel. Deze week zegt Ferrie Weeda ‘nee!’ tegen de stad die uitdijt richting groen. Laten we de natuur koesteren, al is het maar om een rustige wandeling.

Beeld: Mark van Wijk

Wat een slecht idee! Minister Kajsa Ollongren (Wonen, D66) wil ‘bouwen in het groen’ stimuleren. De minister vindt dat de gemeentes en provincies ‘te weinig lef tonen’ door vooral binnen de stadsgrenzen te bouwen, zo vertelt ze in een interview met De Telegraaf: “Het moet allebei. En binnenstedelijk én in het groen.”

Projectontwikkelaars staan al handenwrijvend klaar. Niets is makkelijker dan de polders volbouwen: snel cashen en geen gezeik. Ook voor veel huizenzoekers klinkt het aantrekkelijk: de woningmarkt is overspannen; meer bouwen betekent lagere prijzen, toch? Ook veel gemeentes (politiek en ambtenaren) hebben oren naar bouwen in het groen. Wethouders van Alphen aan den Rijn (middenin het Groene Hart) hebben al aangegeven graag een polder te willen opofferen.

Polonaise in de duinen

Bouwen in het groen is goedkoop en snel, maar deze makkelijke weg heeft grote milieutechnische én sociale gevolgen. De milieugerelateerde gevolgen liggen voor de hand: flora en fauna worden de nek omgedraaid, de ‘ademruimte’ voor de stad verdwijnt en het mobiliteitsprobleem wordt vergroot. Voor mij persoonlijk is het verdwijnen van de ‘leegte’ het ergst. Ik vind het afgrijselijk dat de laatste stukjes groen in de Randstad worden opgeofferd voor een huizenbrei: onafzienbare rijen troosteloze rijtjeswoningen met miniscule tuintjes.

De stad wordt op deze manier steeds verder uitgesmeerd. Dit betekent dat stadsbewoners die even ‘naar buiten’ willen, hun heil steeds verder weg moeten zoeken. Natuurgebieden in Nederland zijn schaars, klein en druk. Binnen een straal van 60 kilometer rondom Rotterdam zijn er nauwelijks plekken waar je ‘ruimte en rust’ kunt ervaren. Maar zelfs op 100 kilometer afstand loop je in de duinen, het bos en op de hei vaak in polonaise. Een verstikkend idee voor mensen, maar ook voor de natuur.

"Een compacte stad bouwen kost veel meer geld, tijd en energie dan bouwen in het groen – maar het levert iets heel belangrijks op"

En nog iets belangrijkers: De minister bedreigt óók de stad. Door de deur open te zetten naar grote nieuwbouwprojecten aan de stadsranden, dreigt een leegloop uit de oude wijken. Kapitaalkrachtige bewoners, gezinnen voorop, verruilen de stadswijken voor een relatief goedkope grote woning in nieuwbouwwijken. Zij laten kwetsbare wijken nóg kwestbaarder achter. Juist dit fenomeen is rond 1980 (!) aanleiding geweest om het stedenbouwkundig beleid radicaal om te gooien. Tot de jaren ’70 werden stedelingen namelijk gestimuleerd te verhuizen naar groeikernen in de polder, zoals Spijkenisse, Zoetermeer en Almere. Toen bleek dat milieu én de oude steden zwaar leden onder dit beleid, werd de ‘compacte stad’ het nieuwe ideaal: Woningbouw moet worden geconcentreerd en groene buffers moeten worden beschermd.

Trouwens: een D66-minister die bouwen in het groen bepleit dat is hoogst opmerkelijk. D66 is namelijk al 40 jaar pleitbezorger van het concept van de ‘compacte stad’. Deze stedenbouwkundige visie werd rond 1980 door alle progressieve partijen omarmd. Heeft D66 dit standpunt ineens verlaten? Niet dus. In het D66-verkiezingsprogramma staat namelijk te lezen: “Verdichting van de steden is […] van belang om natuur en landschap te ontzien en gelijktijdig de kracht en vitaliteit van steden te vergroten.”

Echter, de paragraaf getiteld natuur en ruimte beschermen en herstellen biedt een sterk staaltje D66-opportunisme: “Voor aantasting van de natuur of de biodiversiteit […] moeten maatschappelijke kosten en baten worden afgewogen.”  

De meeste gemeentes maken gelukkig steeds serieuzer werk van de ‘compacte stad’. Rotterdam loopt voorop: oude havens worden herontwikkeld, bedrijventerreinen getransformeerd, oude woonblokken ‘ingebreid’ en ‘opgetopt’. De Schiepolder bleef groen en het centrum werd weer woongebied. Onze stad heeft gelukkig veel goede architecten en stedenbouwers in huis, die zich specialiseren zich in inventief, geconcentreerd bouwen. Het kost veel meer geld, tijd en energie dan bouwen in het groen maar het levert iets heel belangrijks op: een vitale stad en behoud van de natuur en open ruimte.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:architectuur, compacte stad, De Telegraaf, het groene hart en Kajsa Ollongren

Secties: Politiek en Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *