voor de harddenkende Rotterdammer

De Beste Stuurlui serveren elke week prikkelende gespreksstof voor bij de vrijdagmiddagborrel. Deze week zegt Ferrie Weeda ‘nee!’ tegen de stad die uitdijt richting groen. Laten we de natuur koesteren, al is het maar om een rustige wandeling.

MarkvanWijk-De-Beste-Stuurlui
Beeld door: beeld: Mark van Wijk

Wat een slecht idee! Minister Kajsa Ollongren (Wonen, D66) wil ‘bouwen in het groen’ stimuleren. De minister vindt dat de gemeentes en provincies ‘te weinig lef tonen’ door vooral binnen de stadsgrenzen te bouwen, zo vertelt ze in een interview met De Telegraaf: “Het moet allebei. En binnenstedelijk én in het groen.”
Projectontwikkelaars staan al handenwrijvend klaar. Niets is makkelijker dan de polders volbouwen: snel cashen en geen gezeik. Ook voor veel huizenzoekers klinkt het aantrekkelijk: de woningmarkt is overspannen; meer bouwen betekent lagere prijzen, toch? Ook veel gemeentes (politiek en ambtenaren) hebben oren naar bouwen in het groen. Wethouders van Alphen aan den Rijn (middenin het Groene Hart) hebben al aangegeven graag een polder te willen opofferen.

Polonaise in de duinen

Bouwen in het groen is goedkoop en snel, maar deze makkelijke weg heeft grote milieutechnische én sociale gevolgen. De milieugerelateerde gevolgen liggen voor de hand: flora en fauna worden de nek omgedraaid, de ‘ademruimte’ voor de stad verdwijnt en het mobiliteitsprobleem wordt vergroot. Voor mij persoonlijk is het verdwijnen van de ‘leegte’ het ergst. Ik vind het afgrijselijk dat de laatste stukjes groen in de Randstad worden opgeofferd voor een huizenbrei: onafzienbare rijen troosteloze rijtjeswoningen met miniscule tuintjes.
De stad wordt op deze manier steeds verder uitgesmeerd. Dit betekent dat stadsbewoners die even ‘naar buiten’ willen, hun heil steeds verder weg moeten zoeken. Natuurgebieden in Nederland zijn schaars, klein en druk. Binnen een straal van 60 kilometer rondom Rotterdam zijn er nauwelijks plekken waar je ‘ruimte en rust’ kunt ervaren. Maar zelfs op 100 kilometer afstand loop je in de duinen, het bos en op de hei vaak in polonaise. Een verstikkend idee voor mensen, maar ook voor de natuur.

En nog iets belangrijkers: De minister bedreigt óók de stad. Door de deur open te zetten naar grote nieuwbouwprojecten aan de stadsranden, dreigt een leegloop uit de oude wijken. Kapitaalkrachtige bewoners, gezinnen voorop, verruilen de stadswijken voor een relatief goedkope grote woning in nieuwbouwwijken. Zij laten kwetsbare wijken nóg kwestbaarder achter. Juist dit fenomeen is rond 1980 (!) aanleiding geweest om het stedenbouwkundig beleid radicaal om te gooien. Tot de jaren ’70 werden stedelingen namelijk gestimuleerd te verhuizen naar groeikernen in de polder, zoals Spijkenisse, Zoetermeer en Almere. Toen bleek dat milieu én de oude steden zwaar leden onder dit beleid, werd de ‘compacte stad’ het nieuwe ideaal: Woningbouw moet worden geconcentreerd en groene buffers moeten worden beschermd.
Trouwens: een D66-minister die bouwen in het groen bepleit dat is hoogst opmerkelijk. D66 is namelijk al 40 jaar pleitbezorger van het concept van de ‘compacte stad’. Deze stedenbouwkundige visie werd rond 1980 door alle progressieve partijen omarmd. Heeft D66 dit standpunt ineens verlaten? Niet dus. In het D66-verkiezingsprogramma staat namelijk te lezen: “Verdichting van de steden is […] van belang om natuur en landschap te ontzien en gelijktijdig de kracht en vitaliteit van steden te vergroten.”
Echter, de paragraaf getiteld natuur en ruimte beschermen en herstellen biedt een sterk staaltje D66-opportunisme: “Voor aantasting van de natuur of de biodiversiteit […] moeten maatschappelijke kosten en baten worden afgewogen.”  
De meeste gemeentes maken gelukkig steeds serieuzer werk van de ‘compacte stad’. Rotterdam loopt voorop: oude havens worden herontwikkeld, bedrijventerreinen getransformeerd, oude woonblokken ‘ingebreid’ en ‘opgetopt’. De Schiepolder bleef groen en het centrum werd weer woongebied. Onze stad heeft gelukkig veel goede architecten en stedenbouwers in huis, die zich specialiseren zich in inventief, geconcentreerd bouwen. Het kost veel meer geld, tijd en energie dan bouwen in het groen maar het levert iets heel belangrijks op: een vitale stad en behoud van de natuur en open ruimte.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Ferrie

Ferrie Weeda

Ferrie Weeda (1977) studeerde geschiedenis en Nederlands. Zijn wieg stond aan de Coolhaven – nog steeds zijn domein. Ferrie houdt van publiek en van de stad. Hij is voorzitter van BuurtBestuurt Coolhaveneiland. Als stadsgids en schrijver deelt hij zijn betrokken en bevlogen verhalen over geschiedenis, samenleving en cultuur. Gerrit, Ferries jack-russell uit Tiel, is vernoemd naar Erasmus.

Profiel-pagina
avatar-mark-van-wijk

Mark van Wijk

Illustrator

Met een achtergrond als grafisch ontwerper en een grote interesse in illustratief werk maakt Mark van Wijk dingen graag mooier dan ze zijn. Daarbij is er, wat Mark betreft, altijd wel ergens een grap uit te halen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties