Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer

Rotterdam heeft de uitgelezen mogelijkheid zich te onderscheiden als diverse, gemengde stad. Daarbij kan innovatieve inclusieve architectuur een cruciale rol vervullen en de stad nieuwe iconen van betekenis geven.

In de afgelopen jaren heeft Rotterdam zich in de kijker gespeeld. De Maasstad worstelt nog met belangrijke sociaaleconomische thema’s, maar laat op verschillende vlakken groei zien. De uitdaging én de kans in dit proces is om de diversiteit van de stad te waarborgen en te bevorderen. Daarbij staat een beleid van gemengde wijken voorop en kan Rotterdam zich als architectuurstad blijven profileren met innovatief ontwerp dat diversiteit viert.

Groei en gentrificatie

In Europese steden die het economisch beter zijn gaan doen in de afgelopen decennia, is ook sociaaleconomische ongelijkheid toegenomen. Als gevolg van vermagerde verzorgingsstaten, geliberaliseerd woonbeleid en marktgestuurde stedelijke ontwikkeling, neemt ook de ruimtelijke ongelijkheid toe. Gewilde plekken laten geleidelijk een rijkere bevolkingsconcentratie zien en minder bevoorrechte stedelingen moeten uitwijken naar minder geliefde plekken. Dit proces van gentrificatie is binnen Nederland het sterkst zichtbaar in Amsterdam. De schaduwzijde van het Amsterdamse succes is een suburbanisatie van armoede en een homogenisering van de wijken. Een weg terug lijkt voorlopig niet voorhanden.
Rotterdam kan zich in dit opzicht gelukkig prijzen. Het bevindt zich in een uitstekende positie om het omslagpunt van gentrificatie en daarmee ruimtelijke uitsortering voor te zijn. Binnen Nederland laat Rotterdam een positieve binnenlandse migratie zien: meer Nederlanders verhuizen naar de stad. Rotterdam zal de komende jaren verder groeien en dus zal de vraag naar uiteenlopende stedelijke woningen toenemen. Dit is een uitgelezen kans om in de ontwikkeling van wijken diversiteit te waarborgen, zodat er plaats is en voorzieningen zijn voor mensen uit zoveel mogelijk inkomensgroepen, met uiteenlopende leefstijlen en van verschillende etniciteit.

Filterbubbel

Diversiteit is het feest van de stad. Gemengde wijken zorgen voor een belevingsweelde die steden hun stedelijkheid geven. Paradoxaal genoeg leidt verstedelijking echter vaak niet tot meer stedelijkheid: de recentelijke opwaardering van wijken in veel steden kenmerkt zich door toenemende homogeniteit, voorspelbaarheid en steriliteit.

Niet alleen verdwijnen hiermee vaak voorzieningen waar lagere inkomensgroepen van afhankelijk zijn, het is ook een culturele verarming die saai en potentieel gevaarlijk is. Diverse wijken bieden namelijk op persoonlijk niveau een rijkere stedelijke ervaring. Ze bieden je de mogelijkheid in aanraking te komen met mensen, inzichten, gewoontes, producten en diensten die anders zijn dan het voor jou bekende. Ze kunnen je wereldbeeld en je inlevingsvermogen verruimen, je onverwacht verrassen en nieuwe ervaringen bieden. Deze perspectiefverruiming is ook cruciaal voor de stedelijke samenleving als geheel. Contact met medestedelingen uit andere groepen dan de jouwe – of het nu gaat om intensieve gesprekken en samenwerkingen of simpelweg de aanwezigheid van die ander in het straatbeeld – kan de empathie tussen andersdenkenden en andersdoenden vergroten. Daarmee wordt het bestaan van gescheiden belevingswerelden en onderlinge vervreemding tegengegaan, die in het ergste geval gevoelens van angst of haat tussen bevolkingsgroepen tot gevolg kunnen hebben. Helaas is dit meer dan een vergezocht doemscenario, gegeven de huidige politieke gestemdheid en de binnen Rotterdam sterk afgetekende politieke verschillen bij de recente Tweede Kamerverkiezingen.

Ontwerpen aan de diverse stad

Als stedelijke diversiteit wordt gezeefd, dreigen filterbubbels ook ruimtelijke fenomenen te worden. Diversiteit en verschil moeten daarom worden gevierd en gefaciliteerd. Architectuur kan hierbij een belangrijke rol spelen. De afgelopen jaren ging de aandacht voor Rotterdamse architectuur vooral uit naar iconische gebouwen. Om de uitdaging voor de komende tijd het hoofd te bieden is een bredere opvatting van architectuur nodig: het ruimtelijk ontwerp van de stedelijke samenleving. Nederland heeft hierin een rijke traditie, die gaandeweg ondergesneeuwd is geraakt, maar waarvan de innovatieve inclusieve kracht absoluut nog aanwezig is. Met gevestigde (Rotterdamse) architecten, getalenteerde jonge, maatschappelijk betrokken ontwerpers en andere grensverleggende stadmakers moet in deze diversiteitsopgave worden samengewerkt.
 

VB_01022018
Beeld door: beeld: Alice Saey

Een gemengde stad met diverse wijken begint bij ruimtelijk beleid dat voor verschillende bevolkingsgroepen een plek in de wijk waarborgt. Ook de lokale economie en het publieke domein moeten ruimte bieden voor diversiteit.
Voor dit alles zijn de bekende, kant-en-klare vastgoedoplossingen niet meer toereikend. Nog te vaak wordt voorrang gegeven aan vastgoedontwikkeling die wordt geleid door projectontwikkelaars (die minimaal belang hebben bij een gezonde gebiedsontplooiing) en als investeringsvehikel fungeert voor nog minder betrokken (buitenlandse) investeerders. In plaats daarvan moet de stad worden gemaakt door partijen die zo dicht mogelijk bij die stad staan; van lokale ontwikkelaars die bovengemiddeld maatschappelijke waarde creëren en financiers die bereid zijn verder te kijken dan alleen het hoogste rendement, tot eindgebruikers die meedenken over optimale gebruikswaarde en collectieven die samen ontwikkelen en eigenaar zijn.

Woningbouw als nieuwe iconen van betekenis

Architectuur geeft uitdrukking aan ruimtelijk beleid en kan tegelijkertijd als icoon fungeren voor de gemengde stad. Daag daarom beroemde bureaus als OMA, MVRDV en West 8 uit om aan inclusieve projecten te werken waarin diversiteit en lokale waarde centraal staan. Niet alleen zullen zij hun ruimtelijke kennis en kunde ook graag maatschappelijk laten gelden (en meer aan de stad willen toevoegen dan skylineversiering); hun betrokkenheid zal ook meteen zorgen voor blijvende internationale aandacht voor Rotterdamse architectuur. Daarmee kan de gemengde stad zich nog sterker profileren.
Experimenten met collectieve ontwikkeling of zelfbouw op bijvoorbeeld Katendrecht zijn een begin, maar nog te beperkt en voornamelijk weggelegd voor vermogende Rotterdammers met de juiste connecties. Woongebouwen met appartementen van verschillende groottes en gedeelde voorzieningen (zoals was- en leesruimtes, gereedschap en een dakterras) bieden een uitgelezen kans om verschillende inkomensgroepen samen te brengen. Waarom bestaan er nog nauwelijks zulk soort collectieve woonoplossingen? Behalve het studentenhuis zijn er maar weinig mogelijkheden om met een groep samen te wonen.

Voorbij business as usual

Ondertussen zijn er in Rotterdam al veel kleinere en grotere gebiedsontwikkelingen gaande die een organische, inclusieve strategie en een veel bredere opvatting van architectuur hanteren: het Schiekadegebied dat onder intensieve regie van architectenbureau ZUS een waardevolle stedelijke locatie is geworden, Stichting Freehouse die in de Afrikaanderwijk de lokale economie en sociale cohesie versterkt door mogelijkheden voor huidige bewoners en (aspirant-)ondernemers te creëren en ‘Stad in de Maak’, dat via zelforganisatie en collectief eigendom leegstaand vastgoed activeert met invullingen die de lokale (circulaire) economie versterken.
Dit zijn slechts drie voorbeelden van vitale projecten waar veel Rotterdammers baat bij hebben en trots op zijn. Dergelijke onmisbare initiatieven moeten serieus worden genomen en vooral meer zijn dan een tijdelijke invulling totdat de business as usual weer kan worden hervat.

Publieke domein als ontmoetingsruimte

De genoemde initiatieven dragen bij aan een sterk en divers publiek domein: gebouwen, straten en pleinen worden plekken waar de samenleving vorm krijgt. Een nieuwe generatie ontwerpers lijkt ook bijzonder geïnteresseerd in diversiteit in de publieke ruimte. Het Rotterdamse Waterplein, ontworpen door De Urbanisten, is zowel waterreservoir als recreatieplek voor verschillende groepen. Arna Mačkić kreeg de Jonge Maaskantprijs (voor jonge architecten) uitgereikt. Haar bureau Studio L A wil door middel van architectuur mensen verbinden in het publieke domein en bijdragen aan een inclusieve samenleving.

Winkelstraten kunnen ook belangrijk publiek domein zijn. Het recente beleid voor de West-Kruiskade is een goed voorbeeld van stedelijke vormgeving. Het ziet niet alleen toe op de drie-eenheid ‘schoon, heel en veilig’, maar weet ook een divers winkelaanbod te bevorderen en promoten. Hierdoor is de straat een bestemming voor buurtbewoners, Rotterdammers en bezoekers met uiteenlopende inkomens en culturele achtergronden. Bovendien zorgt het rijkgeschakeerde aanbod van de West-Kruiskade voor een duidelijke signatuur ten opzichte van veel andere winkelstraten. De straat is daarnaast voor een belangrijk deel een afspiegeling van de behoeften van bewoners van de omliggende wijken. In straten als deze zijn winkeliers ook vaker winkeleigenaar, waardoor opbrengsten lokaal terechtkomen en niet bij aandeelhouders van ketens. Betrokken ondernemers hebben bovendien een groter belang bij een gezond winkelgebied en maken de bezoekersbeleving daarvan persoonlijker.

Uitbreiden en verdichten

Zoals architectuurhistoricus Michelle Provoost aangaf in haar rede Rotterdam Internationale Architectuurstad op de uitreiking van de Rotterdamse Architectuurprijs 2016, verdienen ook plekken buiten het centrum en reeds opkomende buurten iconische architectuur, zeker omdat die wijken economisch een zetje kunnen gebruiken en omdat het kan bijdragen aan lokale identiteit en trots. Architectuur die bouwt aan de gemengde stad zou op deze plekken uitermate geschikt zijn. Provoost haalt ook onderzoek aan van architecten Adriaan Geuze en Rients Dijkstra dat concludeert dat er binnen de ring nog meer dan 20.000 huizen kunnen worden gebouwd en er dus een alternatief is voor de sloop-nieuwbouwplannen uit de voorgestelde Woonvisie 2030. Daarmee kunnen duurdere woningen worden toegevoegd aan wijken, waardoor menging bevordert die niet direct ten koste gaat van huidige bewoners.
De vraag is niet óf Rotterdam een gemengde stad moet zijn. De vraag is hóe. Gelukkig is de stad niet alleen rijk aan een diverse bevolking en daaraan verwante stedelijkheid, maar heeft Rotterdam ook een scala aan praktijkvoorbeelden, stadmakers en ideeën in huis die gemengde wijken kunnen verwezenlijken en op de kaart zetten. Laat deze enorme potentie zich manifesteren, zodat Rotterdam zich kan laten zien als hét voorbeeld voor inclusieve stadsontwikkeling in een wereld waarin stedelijke polarisatie de norm lijkt te worden.

Dit artikel is een ingekorte versie van het essay ‘Rotterdam en de architectuur van de diverse stad’. Het essay is onderdeel van de bundel ‘Ruimte voor de stad in balans’, een initiatief van de gemeente Rotterdam en Platform31. Download de gehele essaybundel bij Platform31

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Mark Minkjan

Mark Minkjan

Mark Minkjan is stadsgeograaf en architectuurcriticus. Hij is hoofdredacteur van Failed Architecture.

Profiel-pagina
photolinkedin3

Alice Saey

Illustrator

Alice Saey is een Franse illustrator en animatie filmmaker; na haar afstuderen in Straatsburg met een Master in Grafisch Ontwerp in 2014, begon ze haar studio in Rotterdam.

Profiel-pagina
Lees 7 reacties
  1. Profielbeeld van Paul
    Paul

    ZOHO als voorbeeld geven, hoe niet-diversiteit wil je het hebben. Hip/blank/sociaal-cultureel volk. Dat er mensen met andere afkomst daar wonen, ja, maar heel de herontwikkeling daar is die groep niet in geinteresseerd of zal daar een drankie of dergelijke doen.
    65 jaar is kort als je één grote samensmelting van culturen/volkeren/mensen homogeen wilt na streven. Kijk nu maar, iedereen leeft in zijn/haar eigen groep/culturele omgeving, mengt minimaal.

  2. Profielbeeld van raymond van den broek
    raymond van den broek

    “Voor dit alles zijn de bekende, kant-en-klare vastgoedoplossingen niet meer toereikend. Nog te vaak wordt voorrang gegeven…”

    Nog een hoopvol geluid uit ZOHO. De ZOHOcitizens hebben daar Havensteder en de gemeente overtuigd dat het ook anders kan. Vooralsnog spreken zij zich uit voor een coöperatieve gebiedsontwikkeling inclusief de ZOHOprincipes.
    http://zohorotterdam.nl/zoho-2040/
    De tijd zal leren wat van de intenties overeind blijft, maar er lijkt vooruitgang te zitten in het denken over gebiedsontwikkelingen.

    En 65 jaar is kort? Zie hoe snel Amsterdam verandert… Dat kan geen smoes zijn om niet in te zetten op diversiteit.

    1. Profielbeeld van Robert
      Robert

      Is er binnen ZOHO ook maar één ‘citizen’ zonder hip gefrabriekt beeldmerk en tongue-in-cheek benaming? Echt zó superdivers joh…!

      Diversiteit houdt in dat er naast de GroenLinks/D66/PvdA stemmer, werkzaam in de creatieve sector of zakelijke dienstverlening, ook een verband wordt gesmeed met de stemmers op Leefbaar, NIDA of PVV, zonder hen te willen bewegen zich uit te spreken voor het diversiteitsideaal. Je zult mensen in hun wijk de confrontatie moeten laten aangaan met de ‘ander’, dat geldt voor zowel ‘links’ als ‘rechts’.

  3. Profielbeeld van Jolita Meuldijk
    Jolita Meuldijk

    Met gedifferentieerde woningbouw alleen wordt de ontmoeting in de stad niet bevorderd. Functiemenging op buurtniveau (wonen/werken/onderwijs/vrije tijdsbesteding) bevordert het onderling contact: als je behalve woont, ook leert, werkt, sport en speelt met elkaar.
    Stop de functiescheiding!

  4. Profielbeeld van Adam
    Adam

    We vergeten dat de ‘we’ pas een goede 65 jaar multi-cultureel samen leven. Er zin culteren bijgekomen die totaal verschillen van de NL cultuur.

    Dát betekent nu juist diversiteit!
    Niet iedereen wil op jou lijken,of jou na doen,of jouw leventje lijden.
    Daarom in het belang van individuele keuzes in uiterlijk,hobby,smaak en stijl is diversiteit nu juist zo belangrijk.
    En wat is de Nederlandse cultuur?
    Koningin Maxima zei dit al…
    Boerenkool op je bord met een sloot vet,de wasch doen op maandag,met een mattenklopper de traploper uitkloppen op balkon in je ochtendjas met krulspelden in?
    De Hollandse cultuur is gevormd juíst door de vele veranderingen in de samenleving en gewoontes die men leerde kennen.
    Welk meisje gaat nog naar de huishoudschool om te leren koken en waschen?
    Welke vrouw staat nog met krulspelden voor de deur de stoep te boenen?
    En wat kaas,stroopwafeltjes en patat met mayo eten dat gebeurt nog steeds!
    Ook door de verschillende culturen die naar Nederland kwamen hoor echt waar.
    En vergeet niet dat het homo huwelijk er ook niet decennia lang is,ook dat vrouwen hun dochtertjes leerden om te strijken of de wasch te doen was dertig jaar geleden nog normaal,nu is dat vrouwen mishandeling geloof ik,maar daarom cultuur ontwikkelt zich in een modern land,en diversiteit hoort daarbij.
    stel je voor alle mannen lijken op Paul,en alle vrouwen op Barbie uit duindorp..
    Met dezelfde wensen.
    Denk aan de FABELTJESKRANT, deze jeugd serie nu bekijken zal je ogen open doen.alle rethoriek van nu was in de jaren zeventig al hot.
    Zou weer uitgezonden moeten worden.
    Denk aan de racistische karakter pop Woefdram die alle buiten bos dieren weg wilde hebben,zoveel politiek in een poppenserie voor kinderen, die volwassenen van nu in de gemeenteraad bezigen.
    Ongelooflijk!

    1. Profielbeeld van Paul
      Paul

      En daar heb je hem weer. Zat je er op te wachten knul?
      Maxima, een vrouw uit een dictatoriaal land met een, nog steeds, nazi sympathie, slecht voorbeeld!

      De zin was niet compleet. 65 jaar stelt niets voor. Volledige diversiteit incl sociaal economische gelijkheid, dat duurt langer dan 65 jaar! Je hebt nou eenmaal met verschillende mensen en culturen te maken en je kan niet iedereen herprogrammeren naar het ideaal wat men voor ogen heeft, dat moet groeien. Dat we dat na 65 jaar willen/verwachten cq eissen, is onrealistisch en utopisch. Het artikel suggereert, we gooien wat gebouwen neer die mooi staan in de Lonely Planet en dan is alles koek en ei.

      Neem als voorbeeld, wat jij al zegt homosexualiteit. In de jaren 40/50 werd men voor levenslang het gevang in gegooid. Anno 2016 zijn we amper een stap verder, men mag trouwen, maar men wordt ook op straat in elkaar geslagen. Dit gaat over van wie je houdt, dat wordt al niet geaccepteerd door allerlei mensen en door allerlei culturen in NL, maar homogeen samenleven wel?

      Je valt in herhaling en ben blind van je eigen gelijkheid. We hebben nog een lange weg te gaan, verandering van de een op de andere dag is niet realistisch, dat moet groeien, dat gebeurt meestal door de eeuwen heen. Cultuur ontstaat niet, cultuur groeit!

  5. Profielbeeld van Paul
    Paul

    ‘Daarbij staat een beleid van gemengde wijken voorop en kan Rotterdam…’
    Klopt, echter zijn er wijken waar het gemengde negatieve effecten heeft. Kijk bijvoorbeeld in de wijk Feyenoord rond de Putsebocht en andere straten.

    ‘…zich als architectuurstad blijven profileren met innovatief ontwerp dat diversiteit viert.’
    En hoe heeft een gebouw als De Rotterdam een effect op diversiteit en het opkrikken van de sociaal maatschappelijk achterstand?

    Decennia lang wijken laten verpauperen, ga je niet even 1-2-3 oplossen door architectuur. Kijk naar de Witte de Withstraat, een plan van 15 jaar, voordat het positief werd, en dan geldt dat alleen voor die straat, want de wijk erachter blijft sociaal economisch achter lopen. Hele wijken en hele groepen mensen meekrijgen en de stad sociaal economisch opkrikken, dat gaat tientallen jaren, zo niet minimaal een eeuw. Je kan een persoon wel ‘uit de ghetto halen’, maar niet altijd ‘de ghetto’ uit de persoon. De bereidheid van de burger is hierbij van groot belang en het gezeur en gezeik over ‘white washing’ moet stoppen en ook het maar altijd ‘maar jij’ oftewel wijzen naar anderen ipv hand in eigen boezem steken.

    We vergeten dat de ‘we’ pas een goede 65 jaar multi-cultureel samen leven. Er zin culteren bijgekomen die totaal verschillen van de NL cultuur. NL heeft de fout gemaakt door het allemaal op haar beloop te laten gaan.

    Architectbureau ZUS, 4 miljoen voor een houtenbrug, terwijl men al crowdfunding had gedaan dmv planken verkopen met namen. Hout vergaat, wat over 10 jaar als er houtrot intreed, denk dat het een bouwval wordt op den duur. Plannen zijn leuk, maar men vergeet vaak dat het ook onderhouden moet worden!

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.