Stedelijke ontwikkeling & architectuur13 februari 2018

De diverse stad: het medicijn voor je filterbubbel

Rotterdam heeft de uitgelezen mogelijkheid zich te onderscheiden als diverse, gemengde stad. Daarbij kan innovatieve inclusieve architectuur een cruciale rol vervullen en de stad nieuwe iconen van betekenis geven.

In de afgelopen jaren heeft Rotterdam zich in de kijker gespeeld. De Maasstad worstelt nog met belangrijke sociaaleconomische thema’s, maar laat op verschillende vlakken groei zien. De uitdaging én de kans in dit proces is om de diversiteit van de stad te waarborgen en te bevorderen. Daarbij staat een beleid van gemengde wijken voorop en kan Rotterdam zich als architectuurstad blijven profileren met innovatief ontwerp dat diversiteit viert.

Groei en gentrificatie

In Europese steden die het economisch beter zijn gaan doen in de afgelopen decennia, is ook sociaaleconomische ongelijkheid toegenomen. Als gevolg van vermagerde verzorgingsstaten, geliberaliseerd woonbeleid en marktgestuurde stedelijke ontwikkeling, neemt ook de ruimtelijke ongelijkheid toe. Gewilde plekken laten geleidelijk een rijkere bevolkingsconcentratie zien en minder bevoorrechte stedelingen moeten uitwijken naar minder geliefde plekken. Dit proces van gentrificatie is binnen Nederland het sterkst zichtbaar in Amsterdam. De schaduwzijde van het Amsterdamse succes is een suburbanisatie van armoede en een homogenisering van de wijken. Een weg terug lijkt voorlopig niet voorhanden.

Rotterdam kan zich in dit opzicht gelukkig prijzen. Het bevindt zich in een uitstekende positie om het omslagpunt van gentrificatie en daarmee ruimtelijke uitsortering voor te zijn. Binnen Nederland laat Rotterdam een positieve binnenlandse migratie zien: meer Nederlanders verhuizen naar de stad. Rotterdam zal de komende jaren verder groeien en dus zal de vraag naar uiteenlopende stedelijke woningen toenemen. Dit is een uitgelezen kans om in de ontwikkeling van wijken diversiteit te waarborgen, zodat er plaats is en voorzieningen zijn voor mensen uit zoveel mogelijk inkomensgroepen, met uiteenlopende leefstijlen en van verschillende etniciteit.

Filterbubbel

Diversiteit is het feest van de stad. Gemengde wijken zorgen voor een belevingsweelde die steden hun stedelijkheid geven. Paradoxaal genoeg leidt verstedelijking echter vaak niet tot meer stedelijkheid: de recentelijke opwaardering van wijken in veel steden kenmerkt zich door toenemende homogeniteit, voorspelbaarheid en steriliteit.

Paradoxaal genoeg leidt verstedelijking vaak niet tot meer stedelijkheid.

Niet alleen verdwijnen hiermee vaak voorzieningen waar lagere inkomensgroepen van afhankelijk zijn, het is ook een culturele verarming die saai en potentieel gevaarlijk is. Diverse wijken bieden namelijk op persoonlijk niveau een rijkere stedelijke ervaring. Ze bieden je de mogelijkheid in aanraking te komen met mensen, inzichten, gewoontes, producten en diensten die anders zijn dan het voor jou bekende. Ze kunnen je wereldbeeld en je inlevingsvermogen verruimen, je onverwacht verrassen en nieuwe ervaringen bieden. Deze perspectiefverruiming is ook cruciaal voor de stedelijke samenleving als geheel. Contact met medestedelingen uit andere groepen dan de jouwe – of het nu gaat om intensieve gesprekken en samenwerkingen of simpelweg de aanwezigheid van die ander in het straatbeeld – kan de empathie tussen andersdenkenden en andersdoenden vergroten. Daarmee wordt het bestaan van gescheiden belevingswerelden en onderlinge vervreemding tegengegaan, die in het ergste geval gevoelens van angst of haat tussen bevolkingsgroepen tot gevolg kunnen hebben. Helaas is dit meer dan een vergezocht doemscenario, gegeven de huidige politieke gestemdheid en de binnen Rotterdam sterk afgetekende politieke verschillen bij de recente Tweede Kamerverkiezingen.

Ontwerpen aan de diverse stad

Als stedelijke diversiteit wordt gezeefd, dreigen filterbubbels ook ruimtelijke fenomenen te worden. Diversiteit en verschil moeten daarom worden gevierd en gefaciliteerd. Architectuur kan hierbij een belangrijke rol spelen. De afgelopen jaren ging de aandacht voor Rotterdamse architectuur vooral uit naar iconische gebouwen. Om de uitdaging voor de komende tijd het hoofd te bieden is een bredere opvatting van architectuur nodig: het ruimtelijk ontwerp van de stedelijke samenleving. Nederland heeft hierin een rijke traditie, die gaandeweg ondergesneeuwd is geraakt, maar waarvan de innovatieve inclusieve kracht absoluut nog aanwezig is. Met gevestigde (Rotterdamse) architecten, getalenteerde jonge, maatschappelijk betrokken ontwerpers en andere grensverleggende stadmakers moet in deze diversiteitsopgave worden samengewerkt.

 

Beeld: Alice Saey

Een gemengde stad met diverse wijken begint bij ruimtelijk beleid dat voor verschillende bevolkingsgroepen een plek in de wijk waarborgt. Ook de lokale economie en het publieke domein moeten ruimte bieden voor diversiteit.

Voor dit alles zijn de bekende, kant-en-klare vastgoedoplossingen niet meer toereikend. Nog te vaak wordt voorrang gegeven aan vastgoedontwikkeling die wordt geleid door projectontwikkelaars (die minimaal belang hebben bij een gezonde gebiedsontplooiing) en als investeringsvehikel fungeert voor nog minder betrokken (buitenlandse) investeerders. In plaats daarvan moet de stad worden gemaakt door partijen die zo dicht mogelijk bij die stad staan; van lokale ontwikkelaars die bovengemiddeld maatschappelijke waarde creëren en financiers die bereid zijn verder te kijken dan alleen het hoogste rendement, tot eindgebruikers die meedenken over optimale gebruikswaarde en collectieven die samen ontwikkelen en eigenaar zijn.

Woningbouw als nieuwe iconen van betekenis

Architectuur geeft uitdrukking aan ruimtelijk beleid en kan tegelijkertijd als icoon fungeren voor de gemengde stad. Daag daarom beroemde bureaus als OMA, MVRDV en West 8 uit om aan inclusieve projecten te werken waarin diversiteit en lokale waarde centraal staan. Niet alleen zullen zij hun ruimtelijke kennis en kunde ook graag maatschappelijk laten gelden (en meer aan de stad willen toevoegen dan skylineversiering); hun betrokkenheid zal ook meteen zorgen voor blijvende internationale aandacht voor Rotterdamse architectuur. Daarmee kan de gemengde stad zich nog sterker profileren.

Experimenten met collectieve ontwikkeling of zelfbouw op bijvoorbeeld Katendrecht zijn een begin, maar nog te beperkt en voornamelijk weggelegd voor vermogende Rotterdammers met de juiste connecties. Woongebouwen met appartementen van verschillende groottes en gedeelde voorzieningen (zoals was- en leesruimtes, gereedschap en een dakterras) bieden een uitgelezen kans om verschillende inkomensgroepen samen te brengen. Waarom bestaan er nog nauwelijks zulk soort collectieve woonoplossingen? Behalve het studentenhuis zijn er maar weinig mogelijkheden om met een groep samen te wonen.

Voorbij business as usual

Ondertussen zijn er in Rotterdam al veel kleinere en grotere gebiedsontwikkelingen gaande die een organische, inclusieve strategie en een veel bredere opvatting van architectuur hanteren: het Schiekadegebied dat onder intensieve regie van architectenbureau ZUS een waardevolle stedelijke locatie is geworden, Stichting Freehouse die in de Afrikaanderwijk de lokale economie en sociale cohesie versterkt door mogelijkheden voor huidige bewoners en (aspirant-)ondernemers te creëren en ‘Stad in de Maak’, dat via zelforganisatie en collectief eigendom leegstaand vastgoed activeert met invullingen die de lokale (circulaire) economie versterken.

Dit zijn slechts drie voorbeelden van vitale projecten waar veel Rotterdammers baat bij hebben en trots op zijn. Dergelijke onmisbare initiatieven moeten serieus worden genomen en vooral meer zijn dan een tijdelijke invulling totdat de business as usual weer kan worden hervat.

Publieke domein als ontmoetingsruimte

De genoemde initiatieven dragen bij aan een sterk en divers publiek domein: gebouwen, straten en pleinen worden plekken waar de samenleving vorm krijgt. Een nieuwe generatie ontwerpers lijkt ook bijzonder geïnteresseerd in diversiteit in de publieke ruimte. Het Rotterdamse Waterplein, ontworpen door De Urbanisten, is zowel waterreservoir als recreatieplek voor verschillende groepen. Arna Mačkić kreeg de Jonge Maaskantprijs (voor jonge architecten) uitgereikt. Haar bureau Studio L A wil door middel van architectuur mensen verbinden in het publieke domein en bijdragen aan een inclusieve samenleving.

De vraag is niet óf Rotterdam een gemengde stad moet zijn. De vraag is hóe.

Winkelstraten kunnen ook belangrijk publiek domein zijn. Het recente beleid voor de West-Kruiskade is een goed voorbeeld van stedelijke vormgeving. Het ziet niet alleen toe op de drie-eenheid ‘schoon, heel en veilig’, maar weet ook een divers winkelaanbod te bevorderen en promoten. Hierdoor is de straat een bestemming voor buurtbewoners, Rotterdammers en bezoekers met uiteenlopende inkomens en culturele achtergronden. Bovendien zorgt het rijkgeschakeerde aanbod van de West-Kruiskade voor een duidelijke signatuur ten opzichte van veel andere winkelstraten. De straat is daarnaast voor een belangrijk deel een afspiegeling van de behoeften van bewoners van de omliggende wijken. In straten als deze zijn winkeliers ook vaker winkeleigenaar, waardoor opbrengsten lokaal terechtkomen en niet bij aandeelhouders van ketens. Betrokken ondernemers hebben bovendien een groter belang bij een gezond winkelgebied en maken de bezoekersbeleving daarvan persoonlijker.

Uitbreiden en verdichten

Zoals architectuurhistoricus Michelle Provoost aangaf in haar rede Rotterdam Internationale Architectuurstad op de uitreiking van de Rotterdamse Architectuurprijs 2016, verdienen ook plekken buiten het centrum en reeds opkomende buurten iconische architectuur, zeker omdat die wijken economisch een zetje kunnen gebruiken en omdat het kan bijdragen aan lokale identiteit en trots. Architectuur die bouwt aan de gemengde stad zou op deze plekken uitermate geschikt zijn. Provoost haalt ook onderzoek aan van architecten Adriaan Geuze en Rients Dijkstra dat concludeert dat er binnen de ring nog meer dan 20.000 huizen kunnen worden gebouwd en er dus een alternatief is voor de sloop-nieuwbouwplannen uit de voorgestelde Woonvisie 2030. Daarmee kunnen duurdere woningen worden toegevoegd aan wijken, waardoor menging bevordert die niet direct ten koste gaat van huidige bewoners.

De vraag is niet óf Rotterdam een gemengde stad moet zijn. De vraag is hóe. Gelukkig is de stad niet alleen rijk aan een diverse bevolking en daaraan verwante stedelijkheid, maar heeft Rotterdam ook een scala aan praktijkvoorbeelden, stadmakers en ideeën in huis die gemengde wijken kunnen verwezenlijken en op de kaart zetten. Laat deze enorme potentie zich manifesteren, zodat Rotterdam zich kan laten zien als hét voorbeeld voor inclusieve stadsontwikkeling in een wereld waarin stedelijke polarisatie de norm lijkt te worden.

Dit artikel is een ingekorte versie van het essay ‘Rotterdam en de architectuur van de diverse stad’. Het essay is onderdeel van de bundel ‘Ruimte voor de stad in balans’, een initiatief van de gemeente Rotterdam en Platform31. Download de gehele essaybundel bij Platform31

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:diverse stad, filterbubbel, Freehouse, Gentrificatie, iconen, inclusiviteit, Jonge maaskantprijs, stad in de maak, stadmaken en stichting freehouse

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *