voor de harddenkende Rotterdammer

Theater Zuidplein en MAMA zetten zich actief in voor meer diversiteit en inclusiviteit in de culturele sector. We spraken Emmelien Matthijsse (directeur Theater Zuidplein), Rashif El Kaoui (acteur), Nathalie Hartjes (directeur MAMA) en Yahaira Brito Morfe (Mami Bricks) over hun aanpak.

De Rotterdamse cultuursector moet diverser en inclusiever worden. Daar zijn veel culturele instellingen, beleidsmakers, kunstenaars en politici het over eens. Dat dit nog niet wil vlotten, wees een onderzoek van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) en de Erasmus Universiteit recentelijk uit: bijna de helft van de Rotterdamse culturele instellingen in het Cultuurplan 2017-2020 past de Code Culturele Diversiteit (nog) niet toe.
Hoe wordt de culturele sector een betere afspiegeling van de Rotterdamse bevolking, zowel in de zaal als op het podium en achter de schermen? Eerder zetten we op een rij waar deze omslag vaak spaak loopt. Toch zijn er een aantal gesubsidieerde instellingen die het heft in eigen handen nemen en zich actief inzetten voor meer diversiteit en inclusiviteit. In dit artikel spreken we twee van hen over hun aanpak: Theater Zuidplein en MAMA.

Emmelien Matthijsse: "Wat Theater Zuidplein doet, zou je ook van andere culturele organisaties verwachten "

Emmelien Matthijsse is sinds november 2016 algemeen directeur van Theater Zuidplein. Haar voorganger, wijlen Doro Siepel, stond bekend om haar vooruitstrevend beleid op het gebied van cultuur en diversiteit. De Doro Siepel Prijs wordt sinds 2017 uitgereikt aan culturele organisaties die zich inzetten voor het aantrekken van nieuwe doelgroepen.

Emmelien-Matthijsse-Daphne-van-Drenth-WEB-5
Emmelien Matthijsse Beeld door: beeld: Daphne van Drenth

“De discussie over diversiteit gaat nog steeds over het binnenhalen van diverse groepen. Dat stadium is Theater Zuidplein voorbij. Wij constateerden tien jaar geleden al dat Rotterdam heel divers is, op een aantal doelgroepen richten wij ons.”
“Veel culturele instellingen in het gesubsidieerde circuit hebben eerst een programma, en zoeken vervolgens publiek. Wij draaien het om: het aanbod is wat ons publiek wil zien. Dat is een marketinggedachte. Daarnaast programmeren wij lang niet alles zelf: er is veel ruimte voor makers die bij ons willen spelen. Zij kiezen voor Zuidplein, omdat ze weten dat ook het publiek bij ons anders is dan bij andere theaters.”
“Wat triggert mensen om naar je theater te komen? Hiervoor moet je je als organisatie verdiepen in doelgroepen en oog hebben voor nuances. Bij ons blijkt bijvoorbeeld vaak dat het niet alleen gaat om de voorstelling, maar om de totale beleving. Zo vinden bepaalde doelgroepen het belangrijk dat eten een onderdeel is van een avondje uit. Dan bieden wij dat.”
“Theater Zuidplein wil een laagdrempelig huis zijn voor héél veel Rotterdammers. Daarom hanteren wij prijzen die voor verschillende beurzen te betalen zijn. We zijn geen wijktheater, maar willen wél ook een theater voor Zuid zijn. Hier zijn relatief veel huishoudens met een laag inkomen, in ons prijsbeleid houden we daar dus rekening mee.”

“In de discussie over diversiteit in de cultuursector wordt Theater Zuidplein, net als het HipHopHuis, vaak genoemd als een positief voorbeeld. Ik heb daar moeite mee. Andere organisaties voelen hierdoor wellicht minder urgentie om iets te veranderen omdat ‘wij het al doen’. Zuidplein is trouwens absoluut geen ‘allochtonentheater’. Hier worden voorstellingen gemaakt voor alle Rotterdammers. Het is logisch dat je dan aanbod voor mensen met verschillende roots hebt, gezien de bevolkingssamenstelling van de stad. Kortom, wat wij als theater doen, zou je ook van andere culturele organisaties verwachten.”
“Er is een verandering gaande. Er wordt veel over het belang van diversiteit in de cultuursector gesproken. Ik vraag me wel af of er iets mee gedaan wordt. Als organisatie moet je écht in diversiteit willen investeren. Dat heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering en het personeelsbestand. Bij Theater Zuidplein heeft 40 procent van het personeel een migratieachtergrond. Mede daardoor weten we wat er in bepaalde gemeenschappen speelt. Daarnaast herkent het publiek zich in de mensen die hier rondlopen.”
“Wat wel of niet goed wordt gevonden door subsidiecommissies, opleidingen en cultuurrecensenten is nog te veel gebaseerd op eisen die opgesteld zijn vanuit een westers discours. Dit zorgt ervoor dat divers talent moeilijk doorstroomt naar kunst- en vakopleidingen, maar ook dat veel kunst en cultuur gemaakt wordt voor hbo+ publiek. Terwijl mensen die lager geschoold zijn ook kunnen genieten van prachtige dingen. Soms ontstaat iets in de wisselwerking tussen het publiek en wat er op het toneel gebeurt. Dat is waardevol, maar past niet altijd binnen gangbare kwaliteitseisen. Dit vraagstuk speelt bij Theater Zuidplein: we kunnen niet álles programmeren en onderzoeken nu wat andere kwaliteitseisen kunnen zijn.”

Rashif El Kaoui: "Theater Zuidplein probeert niet op te leggen wat er zou moeten leven in de stad"

De Vlaamse acteur Rashif El Kaoui speelde in de productie ‘De Man is Lam’ in Theater Zuidplein. Deze voorstelling kwam (onder andere) tot stand in het productiehuis Stage-Z, dat onderdeel is van theater Zuidplein.

Rashif-El-Kaoui-Daphne-van-Drenth-WEB-1
Rashif El Kaoui Beeld door: beeld: Daphne van Drenth

“Wanneer het gaat om diversiteit in de cultuursector is Nederland voor gekleurde makers, vergeleken met Vlaanderen, een mekka. Natuurlijk moet er in Nederland ook nog veel gebeuren, maar zoiets als Theater Zuidplein bestaat in België niet. Ik ben heel tevreden over de samenwerking met het theater. Door mijn rol in de productie ‘De Man is Lam’ maakte ik niet alleen kennis met het Nederlandse theaterlandschap, maar ook met de manier waarop er om wordt gegaan met diversiteit.”
“Theater Zuidplein vind ik op dat terrein heel aangenaam. Het theater is enorm betrokken bij de stad, en tegelijkertijd laagdrempelig. Daarmee bedoel ik er dat naast klassieke theaterstukken ook voldoende ‘urban’ projecten zijn. Het is interessant om te zien hoe dat in elkaar overvloeit, waardoor er een mix van mensen naar het theater komt. Ik heb ook een aantal keer in de schouwburg gespeeld; daar is het publiek homogener. Mijn voorkeur gaat dan uit naar Zuidplein.”
“Vandaag werd ik door Theater Zuidplein gebeld. Enkele maanden geleden heb ik er een aanvraag neergelegd om iets te mogen maken. De aanvraag is goedgekeurd. Co-creatie is wat het theater typeert. De instelling begrijpt heel goed dat als je een bepaald publiek wilt bereiken, je bruggen moet bouwen tussen verschillende groepen mensen en contacten moet leggen met relevante organisaties. En juist dát is voor mij interessant, want ik maak sociaal artistieke producties.”

“Men vindt dit soort producties van mindere kwaliteit, omdat het vaak draait om het betrekken van bepaalde doelgroepen. Voor mij is dat juist een belangrijk doel van kunst. Theater Zuidplein pretendeert niet kunst te maken met een grote K. Het theater vindt aansluiting bij wat er leeft in de stad, en probeert niet op te leggen wat er zou moeten leven. Het gaat niet altijd om esthetische schoonheid, maar om het bijeen brengen van zoveel mogelijk mensen. Voor het werk dat ik maak is Theater Zuidplein daarom ideaal.”

Nathalie Hartjes: "Ik waak ervoor om Mami Bricks te claimen als een prestatie van MAMA"

Nathalie Hartjes is sinds 2015 directeur van MAMA. In augustus 2017 gaf ze de sleutels van de tentoonstellingsruimte aan Mami Bricks. Twee weken lang mocht dit jonge Rotterdamse kunstcollectief vrije invulling geven aan de ruimte en er evenementen organiseren.

Nathalie-Hartjes-Daphne-van-Drenth-WEB-6
Nathalie Hartjes Beeld door: beeld: Daphne van Drenth

“In april 2017 kwamen we er bij MAMA achter dat er in de zomer een gat in onze programmering zat. We hebben een hoge huur die betaald wordt van publieksgeld, dus het voelde onverantwoord om de boel zomaar een maand lang dicht te gooien. Vooral als je weet hoeveel jonge Rotterdamse makers en organisaties behoefte hebben aan een eigen fysieke ruimte. Vanuit dat idee heb ik Malique (Mohamud, oprichter van Concrete Blossom, red.) en Alexandre (Furtado, freelance art director, red.) benaderd met de vraag: willen jullie gebruik van de ruimte maken? Malique heeft de vraag toen doorgespeeld naar vier jonge kunstenaars, die uiteindelijk het collectief Mami Bricks gingen vormen.”
“Alles wat er in die twee weken is bereikt, is puur de verdienste van Mami Bricks. Vanuit MAMA hebben we niets gedaan, alleen de sleutels en ons vertrouwen gegeven. Ik heb ook niet alle evenementen bezocht – je wilt niet onbedoeld als een zwevende ouder in de kamer staan. De keren dat ik er wel bij was, was ik enorm onder de indruk: er was een goede sfeer, de murals trokken veel volk en er werd echt ingetapt in een community die normaal gesproken niet bereikt wordt door kunstinstellingen in het centrum.”

“Over de financiële kant van deze samenwerking hebben we intern discussie gehad. De jongeren van Mami Bricks hebben alles namelijk helemaal vrijwillig opgezet. Dat wrong wel, want normaal gesproken bieden we naast ruimte juist ook budget aan jonge makers. Door dat nu niet te doen, hoefde Mami Bricks zich echter op geen enkele manier aan ons te verantwoorden. Voor die vrijheid viel ook wat te zeggen. Ik waak ervoor om dit project te claimen als een prestatie van MAMA: we nemen de bezoekersaantallen in die twee weken bijvoorbeeld niet mee in onze jaarcijfers. Zo willen we onder andere aan de gemeente laten zien: kijk, er is behoefte aan dit soort projecten, maar het zijn juist de kleine grassroots organisaties die hierin voorzien.”

Yahaira Brito Morfe: "Showroom MAMA voelde als een veilige plek om fouten te maken"

Yahaira Brito Morfe (18) is een van de vier kernleden van het kunstcollectief Mami Bricks. Ze studeert grafische vormgeving aan het Grafisch Lyceum Rotterdam.

Yahaira-Brito-Morfe-Daphne-van-Drenth-WEB-6
Yahaira Brito Morfe Beeld door: beeld: Daphne van Drenth

“Mami Bricks bestaat officieel uit vier mensen: Abdirahmaan Abdikarim, Jayda Reeberg, Rasheed Vlijter en ik. Maar alles wat we afgelopen zomer in MAMA organiseerden, hebben we in samenwerking met anderen gedaan. Toen we groen licht kregen om in de showroom te programmeren, hebben we een open call uitgestuurd om in contact te komen met andere jonge kunstenaars, collectieven en makers die ook wat wilden bijdragen. Samen met VeldLife organiseerden we bijvoorbeeld een anime night en voor onze open mic werkten we samen met Feminist Open Mic Night. Daarnaast hebben we veel hulp gehad van vrienden en kennissen. Iedereen die kon, kwam langs om te helpen, bijvoorbeeld met de technische kant van de evenementen. De organisatie van MAMA heeft zich juist bewust afzijdig gehouden, zodat we genoeg vrijheid kregen om ons eigen ding te doen.”
“Niemand in ons collectief had ervaring met het organiseren van evenementen of exposities. We werden in het diepe gegooid, maar dat was de uitdaging. Het was geen stage waar je stukje bij beetje nieuwe vaardigheden aanleert, je werd echt gedwongen om verantwoordelijkheid te nemen en alles zelf uit te zoeken. We wilden laten zien wat we konden, maar de showroom veranderde ook in een veilige plek om fouten te maken. Dat maakte het een hele leerzame ervaring.”

“Voor jonge biculturele kunstenaars is de drempel om een culturele instelling te benaderen heel hoog. Ze denken vaak dat het geen nut heeft, dat er geen interesse is. Als je jezelf niet herkent in wie er op een podium staat, wie je op tv ziet of wie er in galeries exposeert, ga je vanzelf geloven dat er geen plek voor je is. Ik was altijd fan van schilders als Van Gogh en Rembrandt. Pas later kwam ik erachter dat er ook geweldige zwarte kunstenaars als Basquiat zijn. Daar werd tijdens kunstgeschiedenislessen nooit aandacht aan besteed.”
“Ons project in Showroom MAMA heeft me geleerd om meer lef te hebben. Om niet af te wachten tot een grote instelling jou benadert, maar om ook ruimte en kansen voor jezelf te creëren. Daarbij valt heel veel te leren van de kleine, jonge crews en collectieven die er in Rotterdam zijn. Ik denk dat we meer oog voor elkaar zouden moeten hebben, in plaats van alleen naar de grote namen te kijken.”
“Ik hoor dat er nog steeds mensen naar Showroom MAMA komen om te vragen waar Mami Bricks is gebleven. Ik hoop dat dit culturele instellingen doet inzien dat er in de stad echt publiek is voor jonge, biculturele makers en kunstenaars. MAMA heeft het in elk geval geïnspireerd om ook zelf aan de slag te gaan en nieuwe doelgroepen aan te boren. “

Dossier: De inclusiviteit van de Rotterdamse culturele sector
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC). (Wat betekent dit?) De RRKC werkt de komende jaren aan een advies, voor het college van burgemeester en wethouders, ten bate van een meer inclusief cultuurbeleid. Hoe cultureel divers is de culturele sector in de stad: de organisaties, het bestuur, de makers en het publiek? En hoe zorgen we ervoor dat de culturele sector ook daadwerkelijk van, voor en door álle Rotterdammers is? In een artikelreeks besteedt Vers Beton aandacht aan deze vragen.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
profielfoto

Jelena Barisic

Auteur

Jelena Barisic (1990) kan het heus wel over iets anders dan hiphop hebben, maar alleen als het moet. Ze groeide op onder de rook van Rotterdam en werkt nu als freelance journalist, (eind)redacteur en programmamaker.

Profiel-pagina
18209064_10154713209543195_6162322301411381250_o

Caterine Baeten

Caterine Baeten studeerde Media & Journalistiek aan de Erasmus Universiteit, met een onderzoeksstage van een half jaar bij het ANP. Haar interesse ligt bij diversiteitsvraagstukken. Werkt nu in de politiek.

Profiel-pagina
Daphne van Drenth profiel

Daphne van Drenth

Daphne van Drenth (1991) studeert grafische ontwerpen aan de Willem de Kooning. Ze fotografeert en ontwerpt vanuit fascinatie voor storytelling, architectuur en het gedrag van de mens vanuit haar eigen perspectief.

Profiel-pagina
Lees 9 reacties