voor de harddenkende Rotterdammer

Update 24/10/2018: De schrijver van dit stuk is inmiddels niet meer werkzaam bij de in deze column genoemde werkgever. De column speelt zich niet af in Rotterdam. 

Het zijn gewoon mensen, maar ongedocumenteerd. Je kunt ze vinden, maar het is de rook waarin ze zich verschuilen, die in je ogen gaat zitten, waardoor je ze moeilijker ziet. Maar wat nu als je ze wel vindt? Wat moet je dan met hen? Wat kun je ze bieden in dit harde, grijze gebied, een achterbuurt van Rotterdam, zonder eigen karakter?
Het maatschappelijke middenveld is hier al twee generaties uitgeschakeld door triviale zorgen om hun eigen kinderen. Ze hebben er geen Bekende Nederlander die knuffelt met een donker jongetje, omdat hij naar zijn land van herkomst wordt uitgezet. Ze zijn overgeleverd aan zichzelf en hebben het daar al moeilijk genoeg mee. Maar wat als we inzoomen achter het rookgordijn?

VB_straatarts_Ewijers
Beeld door: beeld: Eva Wijers

Ik kom aan bij een tweekamerappartement op de negentiende verdieping van een flat. De ramen zijn afgeplakt met vale lakens in verschillende kleuren. Het laminaat is onderbroken. “Spreekt hier iemand Nederlands?”
In een schemerige kamer word ik begroet door een angstige vrouw en een vrolijk jongetje van acht. Hij is de zoon van de patiënte, de angstige vrouw is zijn tante. De angst is er altijd als je ongedocumenteerd bent. Het zoontje spreekt het beste Nederlands, met een Turks accent, want hij leerde spreken op straat. Voertaal in huis is Spaans. Naar school gaat hij niet: hij bestaat immers niet.

“Mama bloedt”

Ik zie geen moeder, weet niet of het levensbedreigend is en haast me naar de achterste kamer. Hoewel de vrouw ontzettend groot is, moet ik naar haar zoeken: de kamer van vier vierkante meter is functioneel ingedeeld, met één bed waar ze met z’n drieën in slapen. Aan de randen van het bed zijn dozen opgestapeld als kastruimte. Ik schuif er een paar aan de kant en kruip naar de vrouw. Met mijn handen voel ik de klamme zachtheid van ongewassen beddengoed. Ik ruik een ongewassen mens en oud, geoxideerd bloed.
“Mama bloedt”
Maar ik zie geen bloed. Wel zie ik een vrouw die te bleek is voor haar afkomst. En hoewel ze tweeënveertig is, kan ze niet zonder hulp overeind komen en moet na drie passen lopen, uitgeput gaan zitten.
“Waar bloedt mama?”
“Mama bloedt onder”.
Het kind lijkt zelf niet te snappen wat hij zegt, maar ik wel. We sturen hem weg en ik voel naar haar baarmoeder. Die is veel te groot. Haar conditie belooft bloedarmoede. Ze moet naar het ziekenhuis.

Daar gaan we dan. Vermoeid realiseer ik me dat ik het komend half uur moet debatteren met gespecialiseerde collega’s, die deze dame geen van allen willen ontvangen. Ze schotelen me argumenten voor, soms vriendelijk, soms onaardig, maar uiteindelijk draait het gewoon om één ding: ongedocumenteerd betekent onverzekerd. Onverzekerd betekent gedoe en daar heeft niemand in een ziekenhuis zin in.
De eerste hulp-arts weigert haar, omdat het geen acuut probleem is, want per slot van rekening weet ik niet eens zeker of zij wel bloedarmoede heeft. De internist weigert haar, omdat de oorzaak van haar probleem waarschijnlijk gynaecologisch is. De gynaecoloog weigert haar, omdat zij het meest last lijkt te hebben van een intern probleem, de bloedarmoede. En dus besluit ik haar met een ambulance naar de eerste hulp te sturen.

Een paar weken later lees ik dat zij zoveel bloed heeft verloren, dat haar hart het uiteindelijk is gaan opgeven. Het werkt nog voor slechts vijfentwintig procent. En dat door zoiets ordinairs als vleesbomen. Iedere vrouw met toegang tot een huisarts zou in een consult van tien minuten hieraan kunnen worden geholpen door iets simpels als de anticonceptiepil of een spiraal.

Telefonisch ontslag

Hier is dus een leven voor vijfenzeventig procent verloren, omdat we haar niet willen zien. Boos richt ik me tot de gemeente. Hoe kunnen zij dit aan zichzelf verkopen? Drie dagen daarna krijg ik telefonisch mijn ontslag. Met mijn kritiek had ik tegen het ego van de wethouder getrapt. Mijn manager, die nooit één stap in mijn werkveld heeft gezet, wist deze diplomatieke rel alleen te sussen door mij te ontslaan.
Het is de rook die niet alleen in hun ogen maar ook in hun hersenen is gaan zitten, die ze in een continue mist nevelt en waar ze ook liever in blijven hangen. Maanden later krijg ik post: het afhaalbewijs van mijn kerstpakket! Ik denk aan de bewoners in de rook van Pernis die zich, met een zeldzame glundering in hun ogen, haasten naar het lokale distributiecentrum. Die de laffe koekjes en thee uitpakken en op de plank schuiven, om te vergeten, met hun onzichtbare bewoners daarbij.
Om de anonimiteit van personen in deze column te waarborgen zijn sommige namen of locaties geanonimiseerd.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
DSC_8880

Michelle-Aimée

Auteur

Michelle-Aimée is huisarts, straatarts, fotografe en schrijfster. Ze woont sinds zes jaar in Rotterdam en komt als arts veel in aanraking met de onderkant van de samenleving. Voor Vers Beton doet ze hier maandelijks verslag over.

Profiel-pagina
Eva-Wijers

Eva Wijers

Profiel-pagina
Lees één reactie