voor de harddenkende Rotterdammer

De schaduwwethouder Bouwen en Stadsontwikkeling blikt terug op zijn termijn: “In een paar jaar veranderde Rotterdam van lelijk eendje naar booming. Maar om de komende jaren echt het verschil te kunnen maken, zijn radicalere maatregelen nodig.”  

Vers Beton vormde in 2014 een schaduwcollege van verstandige vakmensen die Rotterdam ook prima zouden kunnen besturen. Hierin werd Vincent Taapken, bevlogen ontwikkelaar en echte Rotterdammer, wethouder Stedelijke Ontwikkeling. Nu, vier jaar later aan het eind van zijn termijn, ontmoet ik Taapken in zijn kantoor op vier hoog aan de Westewagenstraat. Hij heeft hij zijn rol als schaduwwethouder uiterst serieus genomen: “Ik maak me zorgen als de politiek het alleen maar over aantallen heeft. We moeten van een meetbare stad naar een voelbare stad toe, die bestaat uit plekken waar je graag wilt zijn.”
Taapken doelt mede op de Woonvisie, die de sloop van 20.000 woningen voorschrijft. Zo’n aantal alleen doet er niet toe, beargumenteert hij aan de hand van een bedrijfskundig model: “De strategie van het huidige college op gebied van stedelijke ontwikkeling is geënt op maakbaarheidsideaal dat stamt uit de oude economie. Er wordt ingezet op een push terwijl je juist een pull wil creëren.”

Welk voorbeeld van een positieve stedelijke ontwikkeling in de afgelopen vier jaar komt als eerste bij je op?

“Dan denk ik aan Parqiet, het café-restaurant aan de voet van de Euromast dat in de nazomer van 2015 opende. Het is een mooi voorbeeld van een klein initiatief met een groot effect. Het laat zien hoe je op korte termijn een aantrekkelijke stad maakt: op een plek waar je je eerst niet veilig voelde is nu een ontmoetingsplek ontstaan.”
De ligging in het park benut Parqiet door strandstoelen losjes voor het café neer te zetten, wat precies de pull is waar Taapken op doelt. “Daar hoef je niet altijd een kostbaar Depotgebouw voor te bouwen, al wordt dat ook een welkome impuls voor het Museumpark.”

Versie1

Lees meer

Het gedroomde college van Rotterdam

Over iets minder dan een week wordt een nieuwe wethoudersploeg op de trappen van het…

Taapken ziet graag op veel meer plekken in de stad ontmoetingsplaatsen ontstaan die bijdragen aan een aantrekkelijker stad. “Maar dan wel gedoseerd en op de juiste plekken, zoals op strategische straathoeken. De gemeentelijke visie en ambitie voor een Next Economy gedijt het beste bij meer kwalitatieve ontmoetingsplaatsen als stepping stones in een verbonden stad”. Volgens Taapken moet je de stad zorgvuldig scripten als een film: “Het fysiek en programmatisch aan elkaar smeden van straten en wijken.”
“Het zijn in Rotterdam te vaak de grote projecten die het succes claimen, maar het succes van de laatste jaren zit juist in kleine ingrepen als onderdeel van de City Lounge (het beleid van de gemeente om de binnenstad als verblijfsgebied in te richten, redactie). De vastgoedmarkt is op dit moment oververhit in Rotterdam. Daar schuilt een gevaar in dat er weer enorme volumes worden gebouwd die de kwaliteit van de stedenbouw onderdrukken. Anders dan in het verleden wordt grond steeds meer in tenders verkocht. Daar is op zich niks mis mee, als er maar scherp en helder wordt onderbouwd waarom en met welk doel voor de stad. Geen willekeur.”

Taapken stelt dat de gemeente bij aanbestedingen niet op de hoogste financiële opbrengst moet selecteren, maar juist op het plan dat op lange termijn de beste bijdrage levert aan een betere en verbonden stad op straatniveau. “Om die reden pleit ik voor een grotere en bredere variatie aan type ontwikkelaars, van klein tot groot, die samen differentiatie brengen die Rotterdam nodig heeft. Het gaat daarbij ook om een kleinere verkaveling. Dat levert een meer gelaagde en inclusieve stad op.”

Wat moet Rotterdam nog meer doen om aantrekkelijker te worden?

“Een gezonde en aantrekkelijke stad heeft meer dan ooit een radicale mobiliteitsstrategie nodig. Zo is een besluit voor de aanleg van een nieuwe metrotunnel tussen Kralingse Zoom en Zuidplein nu cruciaal. Met een halte in het nieuwe Feyenoord stadion om de bereikbaarheid van het toekomstige Feyenoord City te garanderen. Maar ook met een nieuwe halte in Bloemhof, waarvoor een metro een sociaaleconomische impuls kan vormen.”
“Daarnaast wordt autonoom vervoer de toekomst. Hierbij moet radicaal anders moet worden nagedacht over het ontwerpen van gebouwen. Geen traditionele parkeergarages meer, maar mobiliteit-hubs.” De verbinding tussen mobiliteit en stedenbouw is één van zijn stokpaardjes. Een jaar geleden nam hij al stelling op Vers Beton dat de wens voor een écht schone en bereikbare stad schuilt in rigoureuzer denken en handelen op het gebied van mobiliteit.

CK2A6683
Beeld door: beeld: Fleur Beerthuis

“Rotterdam is steeds meer een fietsstad, maar de autocultuur blijft dominant. Mijn inzet als schaduwwethouder is een aantrekkelijke binnenstad met minder auto’s. Maar als je het voor iedereen mogelijk maakt om de auto altijd te parkeren, dan verandert dit natuurlijk nooit. Het huidige College heeft met de aanpassing van de parkeernorm rondom OV-knooppunten en het verminderen van straatparkeren al de eerste stappen gezet. Maar ik pleit voor een rigoureuzere aanpak door het direct stoppen van het bouwen van nieuwe parkeergarages in de stad en het sluiten van de bestaande garages bij de Bijenkorf en het WTC. De Park & Walk garages (zoals Schouwburgplein en de Museumparkgarage) en de garages aan de randen van de stad worden dan beter benut. Dat is de enige manier om de trek van auto’s naar de binnenstad te stoppen. Bovendien zijn er genoeg alternatieven om de binnenstad te bereiken. En wanneer er minder parkeerplaatsen zijn, zal autobezit afnemen en de deelcultuur worden gestimuleerd.”
De discussie over parkeren is echter nog maar het begin. Rotterdam zou veel radicaler het voortouw moeten nemen met experimenteren met nieuwe mobiliteit, zoals zelfrijdende auto’s en misschien wel ‘people drones’.

Welke kansen biedt de deeleconomie voor nieuwe vormen van mobiliteit en stedelijke ontwikkeling?

“Alleen bij schaarste van parkeerplaatsen zal het autodelen kunnen slagen. Minder maken en beter benutten is dus het motto. Ken je Parkbee? Met die app kan je een parkeerplek reserveren in bedrijfsgebouwen die vaak ’s avonds en in het weekend leeg staan. Zo benut je de beschikbare parkeerplaatsen in de stad veel beter, waardoor je in feite geen parkeerplaatsen meer toe hoeft te voegen.”
Het simpele concept bewijst net als Über en AirBnb dat ‘lege ruimtes’ in onze steden gekapitaliseerd kunnen worden. Als voorbeeld geldt de parkeergarage van De Rotterdam: doordat alle plekken openbaar zijn en gedeeld worden, is de capaciteit optimaal benut en hoefden er veel minder plekken te worden gebouwd. Dit leverde Taapken argumenten om in het team dat de aanbesteding van The Sax won (de nieuwe toren die op de Wilhelminapier komt, naar ontwerp van architectenbureau MVRDV) parkeerplekken te schrappen. Want, zo betoogt hij: “Op de onderste verdiepingen aan de Rijnhaven kan je toch veel beter wonen dan parkeren?”

Je blikt graag vooruit, maar wat heb je als scheidend schaduwwethouder aan te merken op het beleid van de afgelopen vier jaar?

“Het huidige college heeft goed werk verricht. Bijvoorbeeld de uitvoering van het beleid van ‘alle ballen op de binnenstad’, een navolging is van het ingezette beleid van haar voorgangers. Het gaat nu goed, maar het moet naar excellent: van een 7 naar een 9. Daar is een scherpere lange termijn visie voor nodig bij de Dienst Stadsontwikkeling, zoals in deze er in de jaren tachtig en negentig was.”

Het gaat tegenwoordig vaak over participatie en bottom-up, maar Taapken vindt dat stadsontwikkeling daarnaast ook deels top-down mag werken om lange termijndoelen te dienen. “Er schuilt een gevaar in te ver doorgeslagen democratie in de stedelijke ontwikkeling. Een combinatie van stadsontwikkeling van onderop met top-down doelen is misschien een beter recept om een hoger niveau te bereiken.”
Een gemiste kans vindt Taapken dat het college bij het nieuwe ontwerp van de Coolsingel van Adriaan Geuze de opgave niet tot aan de Erasmusbrug doortrok. “Dat het om financiële redenen nu nog niet kon worden uitgevoerd, begrijp ik. Maar je kunt de Coolsingel toch nu al ontwerpen tot aan de Erasmusbrug en gefaseerd uitvoeren? Straks houdt de Coolsingel visueel en programmatisch op bij de Witte de Withstraat en wordt je niet uitgenodigd om door te lopen naar de brug, zonde.”

Waar moet je opvolger zich op gaan richten?

“We moeten naast de grote architectonische gebaren, zoals Rotterdam Centraal en Markthal, juist de kleinere initiatieven blijven koesteren en uitbouwen. Onder de druk van de vastgoedmarkt lijkt nu alles wat tijdens de crisis vloeibaar werd, weer vast te roesten. Terwijl creatieve en culturele ondernemers juist dé plekken maken waar Rotterdam het meest van profiteert. Geef die ondernemers dan ook volledige vrijheid en durf van het Makers District (in Merwe-Vierhavens, red.) een echte freezone te maken. Door her en der los te laten hoeft de gemeente niet bang te zijn dat ze de regie op een integrale stad verliest.”
Tot slot geeft Taapken de schaduwwethouder die hem opvolgt alvast één advies mee: “De wethouders kunnen nog meer profiteren van de kennis, ervaring en enthousiasme van een schaduwcollege. Er had ons best meer gevraagd mogen worden.”

Vincent Taapken trad in 2014 aan samen met Zihni Özdil, Anke Griffioen, Sandra Phlippen, Derk Loorbach, Erik Zevenbergen en Conny Janssen als schaduwwethouders. Na de komende gemeenteraadsverkiezingen kiest Vers Beton opnieuw een ‘gedroomd’ college van verstandige vakmensen die Rotterdam ook prima zouden kunnen besturen.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Teun van den Ende

Teun van den Ende

Teun van den Ende laat zich niet graag leiden door hypes, maar gaat juist op zoek naar de lange lijnen in de ontwikkeling van Rotterdam – en ook andere steden trouwens. Teun combineert populaire cultuur met historisch onderzoek naar de stad.

Profiel-pagina
me

Fleur Beerthuis

Fleur Beerthuis studeerde aan de Willem de Kooning Academie en werkt nu als fotograaf. Ze vindt Rotterdammers geweldig. Door mensen te portretteren ziet zij een glimp van hun werelden. Ze is nieuwsgierig naar hoe andere mensen leven en denken. Met beelden probeert zij hun verhalen zo goed mogelijk over te brengen.

Profiel-pagina
Lees 3 reacties