Voor de harddenkende Rotterdammer

Het is al weer even geleden dat Kate Raworth voor een uitverkochte zaal in Rotterdam haar economisch manifest Doughnut Economics verkondigde. Onderdeel daarvan: het economie-onderwijs moet op de schop. Wij vroegen ons daarom af hoe het onderwijs op de Erasmus Universiteit is ingericht. Zou het anders en beter kunnen?

Vers-Beton-los-©Roozeboos
Beeld door: beeld: Anne Roos Kleiss

Waar Jan Peter Balkenende als commentator onthulde dat Raworth’s boek op zijn nachtkastje ligt, werd Sandra Phlippen (chef Economie bij het AD) tijdens haar voorbereidend leeswerk ‘misselijk en verdrietig’. ‘Universiteiten doceren al lang de zogenaamde ‘nieuwe economie’’, stelde Phlippen en Raworth’s pleidooi voor de morele taak van economen vond zij al helemaal absurd. ‘Economen moeten de realiteit onderzoeken en visies op een ideale samenleving overlaten aan de overheid’, vindt Phlippen. 
Maar volgens Raworth domineert nog de neoklassieke theorie, op universiteiten. Zij stelt dat die theorie te simplistisch en achterhaald is, en dat daardoor ook het economisch denken van politici, beleidsmakers en managers niet van deze tijd is. Raworth pleit voor het doceren van alternatieve theorieën, zoals speltheorie, sociale/feministische en ecologische economie.
Laten we eerst eens kijken naar Raworth’s kritiek op de neoklassieke economie. Deze richt zich vooral tegen het basismodel van de homo economicus, ofwel de idee dat een mens rationeel keuzes maakt om haar persoonlijke behoeften maximaal te bevredigen. Raworth vindt dit te simplistisch. De mens is namelijk niet alleen rationeel, maar ook sociaal, wederkerig, niet-alleswetend, en heeft wisselende voorkeuren.
Ondanks dat de homo economicus amper empirisch onderbouwd is, wordt dit model gepresenteerd als een wetmatigheid, zo zegt Raworth. Dat heeft geleid tot de onjuiste overtuiging dat individuen en ondernemingen niet alleen streven, maar ook altijd moeten streven naar meer nut- en winstmaximalisering. Daarnaast verwerpt Raworth de focus op het bruto binnenlands product (bbp), maar ook de aanname dat groei uiteindelijk ongelijkheid en klimaatverandering tegengaat, en de idee van de efficiënte markt.

Niet het bbp maar de donut als graadmeter voor welvaart

De mainstreameconomie biedt geen oplossing voor de klimaatproblematiek en toenemende ongelijkheid, noch heeft het crises voorspeld of voorkomen, aldus Raworth. In plaats van het bbp is haar graadmeter voor welvaart de donut: een model gericht op basisvoorzieningen voor iedereen. Op een rechtvaardige manier (distributief) en zonder verdere afbreuk aan het klimaat door hergebruik van producten en materialen (regeneratief).
Haar ideeën zijn echter helemaal niet nieuw, zoals Phlippen benadrukte. Eerdere onderzoeken hebben neoklassieke modellen als de homo economicus al ondermijnd en de ‘nieuwe economie’ is vrij bekend en populair. Zo won Richard H. Thaler vorig jaar de Nobelprijs voor Economie voor zijn onderzoek in de gedragseconomie. Hierin wordt de mens niet langer gezien als rationeel, zelfzuchtig en alleswetend, maar bekeken vanuit nieuwe psychologische inzichten. Bovendien bestaat kritiek op het economieonderwijs al langer, zie bijvoorbeeld de wereldwijde beweging Rethinking Economics.
Deze kritiek is ook doorgedrongen tot de EUR. Aan het Erasmus Magazine vertelde Irene van Staveren, hoogleraar pluralistische ontwikkelingseconomie en vicevoorzitter van Rethinking Economics NL: “Vooralsnog is er in de economie maar weinig ruimte voor pluralisme. Cynici zeggen dat we eerst nog een crisis nodig hebben.” Zij ergert zich al sinds haar studietijd in de jaren tachtig aan de neoklassieke overheersing in het onderwijs. Maar volgens docenten van de economische faculteit is het curriculum juist diverser geworden, getuige de aandacht voor de gedragseconomie.

Vers-Beton-gevuld-©Roozeboos
Beeld door: beeld: Anne Roos Kleiss

Dus, is het Rotterdamse economie-onderwijs divers of niet? Daarom nemen wij de proef op de som door te kijken naar het curriculum van de grootste bacheloropleiding van de economische faculteit, namelijk Economie en Bedrijfseconomie.
De opleiding bestaat uit economische en bedrijfseconomische vakken, aangevuld met vaardigheden-cursussen, te zien in het onderstaande overzicht van de bachelorvakken voor het eerste en tweede jaar. Vakken in de richting ‘algemene economie’ vallen vrijwel allemaal onder de neoklassieke school. De enige uitzonderingen zijn de ‘geschiedenis van het economisch denken’ en de ‘gedragseconomie’.

Tabel

In het derde jaar kiezen studenten een specialisatie (de major), zoals ‘financial economics’ of ‘international economics’. Nieuw-economische benaderingen ontbreken. Daarnaast mogen studenten vakken kiezen (de minor) uit het gehele aanbod van de faculteit. Opmerkelijk is het aandeel vakken met een andere (lees: niet neoklassieke) benadering. Voorbeelden hiervan zijn: behavioral economics, political economics en economics of markets and organisation (speltheorie). We weten alleen niet in hoeverre studenten deze keuzevakken daadwerkelijk volgen.
 

Ten eerste heeft de richting ‘algemene economie’ een beperkt aandeel met slechts 44 van de 120 studiepunten in de eerste twee jaar, de rest is voor bedrijfseconomische en vaardigheden-vakken. Ten tweede overheerst inderdaad de neoklassieke economie in het vakkenpakket van de algemene economie. Dit komt overeen met de rest van het Nederlands economie-onderwijs.
De aanwezigheid van een behoorlijk aantal niet-neoklassieke keuzevakken suggereert dat de economische faculteit openstaat voor andere benaderingen, maar niet bij machte is het verplichte kost te maken. Het is daarbij vreemd dat één vak binnen het curriculum (inleiding in de gedragseconomie) het fundamentele uitgangspunt van de voorgaande vakken onderuithaalt, maar geen vervolg krijgt in het curriculum.
In feite staat de eerste twee jaar economie in het teken van het bestuderen van een achterhaalde benadering, wat niet alleen onwenselijk maar vooral ook onnodig is aangezien economisch onderzoek al verder is ontwikkeld.

Hoe kan het beter aan de EUR

Allereerst moet de bacheloropleiding kiezen tussen algemene economie en bedrijfseconomie. De huidige combinatie van beide disciplines lijkt de economische faculteit te dwingen om studenten slechts de simplistische basis mee te geven wegens ruimtegebrek in het curriculum. Het feit dat bijna alle economische faculteiten in Nederland deze combinatie hebben, geeft aan dat dit probleem zich niet beperkt tot alleen Rotterdam.
Nog belangrijker is om niet helemaal te breken met de homo economicus als mensbeeld zoals Raworth wil. Behoud de mainstreammodellen in het eerste jaar, maar leg in het tweede jaar alternatieve inzichten ernaast. Op die manier leren studenten verschillende benaderingen te waarderen en zodoende kritisch te denken.

Maar willen studenten dit wel? Universitair docent Brigitte Hoogendoorn, stelt: “[Pluralisme] hoort binnen een academische opleiding, maar het is voor studenten ook fijn als iemand ze vertelt hoe het zit.” Nuance zou lastig zijn en de indruk wekken dat de docent de materie niet beheerst.
En hier zit de crux. Terwijl de wetenschap diverser wordt, houdt het onderwijs halsstarrig vast aan mainstream-modellen omwille van het gemak en de toepasbaarheid van deze stof. Dreigt er zo een volgende generatie politici en beleidsmakers te komen die zich blind staart op de efficiënte markt en de rationele consument, en daarbij de economische realiteit uit het oog verliest?

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Profielfoto-Marianne-Klerk

Marianne Klerk

Marianne is historicus, promoveerde aan de Erasmus Universiteit en is nu verbonden aan de Universiteit van Oxford. Al 15 jaar woont zij in Rotterdam, in haar ogen de mooiste stad van Nederland, waar eeuwen geschiedenis van stadsvernieling en -vernieuwing kriskras door elkaar lopen.

Profiel-pagina
Mark_Straver

Mark Straver

Mark Straver is docent-promovendus economische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar hij eerder geschiedenis, finance en financieel recht heeft gestudeerd.

Profiel-pagina
Avatar-Roozeboos

Anne Roos Kleiss

Illustrator

Anne Roos Kleiss is een illustrator die altijd op zoek is naar de poëzie in de wereld om haar heen. Haar werk kenmerkt zich door een lieflijke, verhalende stijl met veel oog voor detail. Inspiratie haalt ze onder andere uit kleine geluksmomenten, oude folklore verhalen en haar eigen jeugdherinneringen.

Profiel-pagina
Lees 4 reacties
  1. Profielbeeld van Eckhart Vlaming
    Eckhart Vlaming

    Het is erg jammer dat in hakken op de ‘mainstream economics’ of neoklassieke economie nauwelijks rekening wordt gehouden met de daadwerkelijk inhoud van de vakken. Als de homo economicus van de tafel wordt gegooid is meteen elk inzicht uit die vakken blijkbaar onzin. Maar als het micro economie boek wordt open gedaan is het meteen duidelijk waarom deze inzichten wel degelijk de basis vormen. Waarschijnlijk schokkend is het aantal experimenten waarmee die inzichten gestaafd worden. Hoewel de mens niet alwetend is, reageert hij op prijs signalen, als je de prijs van goed omlaag, gaat de vraag omhoog. Dat leer je bij micro economie en komt verdacht goed overeen met de werkelijkheid.

    Zijn tegenhanger, macro economie gaat over de economie als geheel. Met het aanhalen van de crisis zijn blijkbaar al die inzichten meteen van tafel gegooid. Het maakt blijkbaar weinig uit dat er over decennia patronen en correlaties te onderscheiden zijn, het missen van de economische crisis maakt dat blijkbaar compleet invalide. Het zijn modellen en vormen dus geen 100% accuraat beeld van de werkelijkheid, geen enkele econoom zou dat ook claimen. Maar als de feministische economie een systematisch betere forecast van het BBP kan geven zullen daar zeer geïnteresseerd in zijn in Frankfurt. Maar ik heb mijn twijfels of die bestaan.

    Economische wetenschap wordt zeden recht gedaan, maar het simplisme waarbij de ‘kritiek’ wordt overgenomen is erg jammer. Economen bouwen modellen, in alle modellen worden aannames gemaakt en alle modellen generen voorspellingen. En als er een ander model gemaakt kan worden die betere voorspellingen maakt over dezelfde variabelen dan wordt die leidend zoals in alle wetenschappen. Vandaar het succes van behavioural economics en zijn implementatie in het curriculum. Als de ecologisch/feministisch/alternatieve economie betere werkeloosheidcijfers gaat geven, zal die hetzelfde succes genieten. Maar val de validiteit van de modellen niet aan omdat je het niet eens bent met met wat er gemeten wordt.

    Daarnaast hou politiek wat politiek is, de oplossing voor het klimaat probleem is volgens economen een CO2 heffing, het is aan de politiek om die in te voeren. Dat die er nog niet is, ligt niet aan hen.

  2. Profielbeeld van Mark Straver & Marianne Klerk
    Mark Straver & Marianne Klerk

    Wij betreuren het signaal dat het artikel blijkbaar afgeeft, want het gaat ons niet om goed of fout, maar om de dominantie van neoklassieke economie in het curriculum. De economische wetenschap is zeker divers én genuanceerd maar het onderwijs is dat veel minder. Ons punt is dat vele niet-neoklassieke vakken niet verplicht worden gemaakt, en wij vragen ons sterk af of dat wenselijk is. Economie kan de samenleving nog meer bieden dan het bbp als forecast.

  3. Profielbeeld van Erik de Haan
    Erik de Haan

    Ik was aanwezig bij de discussie met Kate en Sandra (en Jan Peter die er tussen zat). Het boek van Kate moet ik nog echt lezen, de hoofdlijn van haar betoog heb ik wel tot mij genomen.
    In mijn economiestudie in de jaren ’80 kreeg je als algemeen econoom nog een breed palet aan scholen. Natuurlijk neo-klassiek, maar ook de klassieken (Marx, Ricardo), neo-Keynesianen, etc.

    Daarnaast in het doctoraal een vak als Welvaartstheorie, waarbij uitgebreid aandacht bestond voor marktfalen, externe effecten, etc. Juist het op zich neo-klassiek welvaartstheoretisch kader is goed toe te passen op iets als klimaatverandering, maar dan wel met inhoudelijke verdieping zoals in de Stern-review.

    Wat uit bovenstaand artikel wel blijkt dat de opleiding en de huidige (economische)politiek uit elkaar liggen. Natuurlijk is macro-economie van belang voor klassiek economische beleid zoals dat in Frankfurt of bij Financiën wordt ontwikkeld (rente en begrotingsbeleid).

    Politiek hebben we echter niet voor niets de Sustainable Development Goals als een veel breder kader dan alleen het BBP. Structurele uitdagingen waarvoor de Nederlandse economie staat betreffen zaken als de energietransitie, de overgang naar een meer circulaire economie en behoud van biodiversiteit.

    Belangrijkste nadeel van een studie economie is dat sommigen gaan denken dat de economie los staat van de fysieke werkelijkheid. Dat is ook het nadeel van hoe media omgaan met begrippen als “de economische groei”. Bij berichten over een aantrekkende economie wordt beperkt de koppeling gelegd welke onderliggende componenten in het BBP zijn gegroeid en wat zijn daarvan de gevolgen.

    Sinds de aardbevingen in Groningen hebben we misschien wat meer besef dat een strenge winter met hogere gasproductie niet zo positief is. Vroeger werd dit klakkeloos als positief beschouwd in de zin van een hoger activiteitenniveau betekent een hoger BNP (en hogere inkomsten voor de schatkist).

    Het voorbeeld maakt al duidelijk dat ook in een vak als macro-economie niet alleen de macro-economische relaties moeten worden besproken. Op zijn minst moeten studenten een beeld hebben waar deze relaties en getallen werkelijk voor staan.

  4. Profielbeeld van Duko
    Duko

    Interessant, twee historici die een economie curriculum achterhaald vinden. Juist zij zouden moeten begrijpen dat je als wetenschapper ‘op de schouders van reuzen staat’, en dat achterhaalde methoden uiterst relevant zijn om de huidige economie, en beslissingen van bijv. de ECB te begrijpen.

    Ook interessant dat ze pleiten voor een pluralistischer benadering, maar tegelijkertijd adviseren om te kiezen tussen algemene- of bedrijfseconomie.

    Ik heb zelf de Economie bachelor aan de EUR gedaan, en met vakken als ‘Geschiedenis van het economisch denken’ en ‘Filosofie van de economie’ (in bachelor 3) is de EUR naar mijn mening eerder een voorloper op het gebied van pluralistisch economie onderwijs.

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.