voor de harddenkende Rotterdammer

In deze columnserie deelt Michelle-Aimée maandelijks verhalen vanuit haar werk als straatarts. Deze keer een moeder die nooit de juiste behandeling kreeg en al was opgegeven, voordat ze ziek werd. 

Wat verwachtte ze van het leven in Nederland, toen ze werd uitgehuwelijkt aan haar neef en hier naar toe migreerde? Ik heb het haar altijd willen vragen. Wat liet ze daarvoor achter? In de vrijheid die ze hier zou moeten hebben, werd haar leven een aaneenschakeling van bezoeken: aan de dokter, de rechtbank, een inrichting, jeugdzorg. Nooit aan haar familie.

Wekelijks kwam ze op mijn spreekuur. Soms voor zichzelf maar meestal voor een van haar zes kinderen. De oudste is gezond, maar de andere vijf zijn getekend door zeldzame genetische syndromen. De kwaliteit van de reproductielijn werd steeds slechter.
Waar haar tweede zoon met autistische gedragsproblemen nog enigszins zelfredzaam was, kon haar jongste kind niet praten, zien of lopen. Met haar gezin woonde ze in een flat van nog geen negentig vierkante meter. Haar meisje was rustig, maar de mannelijke nakomelingen maakten elkaar dagelijks het leven zuur. Door het gebrek aan ruimte zaten zij op elkaars lip en de fouten in hun genoom zorgen ervoor dat ze zichzelf onvoldoende konden remmen of aanpassen.

Rust

Op het moment dat haar middelste zoon voor aanranding terecht kwam in de jeugddetentie, gaf dat rust in de tent. Haar echtgenoot zag ik slechts een keer. Hij zat op de bank als een schim van zichzelf: mager, voorover gedoken in de tv, om tussen het constante geschreeuw door nog iets van rust te vinden.
Met veel poeha was hun wijk recentelijk gerenoveerd. Vanuit het slaapkamerraam waren gemeentelijke promotieborden zichtbaar, met daarop vrolijke, knappe, multiculturele gezinnen die allemaal leken te roepen dat je vooral daar moest komen wonen. Maar niet alle problemen los je niet op met een mooie gevel en nieuwe bakstenen. Veel problemen bevinden zich juist áchter de voordeur. Haar huis bleef te klein voor het geweld dat er inwoonde, en voor aanpassingen binnenshuis had de gemeente geen geld.

VB_straatarts_Ewijers
Beeld door: beeld: Eva Wijers

Niet hanteerbaar

Haar jongste zoon zat opgesloten in zijn wereld van agressieve tics. In een poging iets van zijn omgeving te begrijpen, schuurde hij tot bloedens toe zijn handen open aan de witte binnenmuren. De moeder verzorgde zijn wonden. Dat moest wel, want de jongen werd systematisch geweigerd door instellingen die voor hem zijn bedoeld: zijn gedrag was niet hanteerbaar.
De keren dat de moeder hem wegbracht naar gespecialiseerde opvang, kreeg ze hem terug vol blauwe plekken. De pijn werd zichtbaar op haar gezicht, toen ze me vertelde dat zij hiervan door jeugdzorg werd beschuldigd en haar gezin daarom onder verscherpt toezicht kwam te staan. Geen moeder die ik kende vocht harder voor haar kinderen. Maar ze verloor. Van de bureaucratie, van het kastje, van de muur, van onwelwillenden die zich schijnbaar willend opstelden en andersom. Ze verloor het van haar man, want hij gaf als eerste op. Van de gemeente, die het ook niet meer wist. Van dit land, dat niet haar thuisland was. Ik zag haar steeds minder maar belde ook niet om te vragen hoe het ging.

Moe

Toen ze een tijd later weer tegenover me zat, vertelde ze: “Ik ben een beetje moe de laatste tijd. Ik word al moe wakker en sleep me door de dag.” Dat verbaasde me niets, gezien haar situatie. Maar verder deed ik ook niets. En ze bleef moe. Ik liet haar bloed prikken, waar een milde bloedarmoede uit bleek en wat haar vermoeidheid niet verklaarde. IJzertabletten schreef ik voor en stuurde haar weer naar huis. Net als de andere hulpverleners keek ik niet écht naar haar. Haar vermoeidheid wimpelde ik af als een gevolg van een probleem, waarvan ik al lang geleden had besloten dat ik dat niet kon oplossen.
Op een bepaald moment verwees ik haar naar een internist. Niet omdat ik dacht dat daar veel uit zou komen, maar meer om het gevoel te hebben dat je iéts doet. Van de internist hoorde ik niets. Ik vroeg er ook niet naar, omdat ik er niet in geloofde dat iets aan haar situatie kon worden veranderd. Pas na een half jaar zag ik haar opnieuw. Ze vertelde me dat ze inmiddels veel onderzoeken had doorlopen, waar gelukkig niets was uitgekomen. Met het voorgeschreven ijzer voelde ze zich wel iets beter. Dat nam ik voor waar aan en het gesprek kwam zoals alle keren daarvoor weer op de uitzichtloosheid van haar situatie. Wanneer je niets meer voor iemand kan of wil betekenen, stel je als vanzelf geen vragen meer. Aanhoren is niet altijd voldoende en de tien minuten kropen hopeloos voorbij.

Griepje

Ze zag er slecht uit, toen ik haar weer sprak. De controleafspraak bij de internist had ze afgezegd, omdat ze zich niet lekker voelde. Een aanhoudend griepje, zei ze. Ze zou een nieuwe afspraak maken als ze weer beter was. Maar dat moment kwam niet. Ik prikte haar bloed, nu met spoed, waaruit bleek dat haar gehele bloedlijn en nieren al bijna niet meer functioneerden. Ik begreep het niet en belde de internist.
Hij verontschuldigde zich dat ik daarover nog geen brief had gekregen: vergeten door tijdsdruk. De vrouw had een voorstadium van bloedkanker. De internisten dachten dat zij met de vrouw een afwachtend beleid hadden afgesproken. Omdat het een voorstadium betrof, was het beter haar nu niet te behandelen maar onder strikte controle te houden. Regelmatig bloed prikken en als mevrouw zich minder goed voelde, direct komen. Ze veronderstelden dat zij dit had begrepen. Voor iemand waarvan Nederlands niet de moedertaal is, ging de informatie te snel en was de terminologie te ingewikkeld. Zij zag alleen de ijzertabletten en ging er vanuit dat het ging om een gewone bloedarmoede door ijzergebrek. Aannames met waarschijnlijk de beste bedoelingen, onvermogen, een gebrekkige taalbeheersing, met de dood tot gevolg. De kanker bleek te ver gevorderd om haar nog te behandelen.

Geen vragen

Eigenlijk heeft deze moeder nooit de juiste behandeling gehad en was ze al opgegeven voordat ze ziek werd. Zij wist dat. Ze stelde geen vragen meer en stopte met opkomen voor zichzelf. Ze had al te hard voor haar leven gevochten voordat ze stierf. Iedereen liet dat gebeuren.
Haar man is inmiddels terug geëmigreerd. Dat land is nu vijf geretardeerde kinderen rijker, die daar waarschijnlijk nog minder kansen hebben dan hier. Het zesde kind heeft een kans zijn oorspronkelijke omgeving te ontstijgen en woont zonder moeder bij zijn vreemde familie. Er is waarschijnlijk niemand in Nederland die zich daar druk om maakt.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
DSC_8880

Michelle-Aimée

Michelle-Aimée is huisarts, straatarts, fotografe en schrijfster. Ze woont sinds zes jaar in Rotterdam en komt als arts veel in aanraking met de onderkant van de samenleving. Voor Vers Beton doet ze hier maandelijks verslag over.

Profiel-pagina
Eva-Wijers

Eva Wijers

Profiel-pagina
Nog geen reacties