voor de harddenkende Rotterdammer

Hoe werkt macht in onze stad? In een speciale editie van Oude Koeien beschrijven Jacques Börger en Anne Jongstra hoe macht en machtige personen in Rotterdam in het verleden opereerden om grote projecten tot stand te brengen. Deze aflevering gaan we helemaal terug naar de zestiende eeuw. De ambitieuze jonge Johan van Oldenbarnevelt trok economische migranten naar de stad en zette Rotterdam daarmee op de kaart.

RI-20
Rotterdam anno 1626. Vanaf ca. 1570 breidde Rotterdam zich vanaf de Blaak en Nieuwehaven uit in de richting van de Maas. Aan de westkant van de Oudehaven zou het nieuwe stadsdeel uiteindelijk worden begrensd door de Schiedamsevest. In het oosten vormde het huidige Boerengat de grens. Beeld door: beeld: stadsarchief

In de periode 1572 – 1650 groeiden de steden in de Staten van Holland fors dankzij de komst van migranten uit de Zuidelijke Nederlanden en de toename van handel en bedrijvigheid. Rotterdam liep voorop in die groei en ontwikkelde zich in deze eerste fase van de Gouden Eeuw van regionaal havenstadje tot de tweede stad van Nederland. Hoe kwam dat?

Rotterdam kiest voor Willem van Oranje

De snelle groei van Rotterdam had te maken met de aanleg van een nieuw stadsdeel van Rotterdam: de Waterstad. Dit gebied ten zuiden van de Hoogstraat loopt tot aan de rivier en van het Haringvliet aan de oostkant tot de Leuvehaven in het westen.
De fundamenten voor de Waterstad werden letterlijk gelegd in het begin van de Opstand tegen de Spaanse overheersing – voorheen de Tachtigjarige Oorlog genoemd. Rotterdam werd bestuurd door de Vroedschap: een soort gemeenteraad bestaande uit welgestelde stedelingen. Aan het begin van De Opstand (1568) waren was de Vroedschap nog trouw aan de Spaanse koning. Maar de inwoners van de stad waren niet zo Spaansgezind. In 1572 weerden zij de Spanjaarden die een toevluchtsoord zochten na de verloren slag bij Den Briel in Rotterdam. De Spanjaarden straften de inwoners van de stad met een gruwelijke moordpartij.
Toch nog met enige aarzeling vanwege de mogelijke risico’s koos de Vroedschap van Rotterdam op 25 juli 1572 de kant van de opstandige Geuzen onder leiding van Prins Willem van Oranje. De twee grote havensteden Dordrecht en Amsterdam deden die stap later, Amsterdam pas in 1578.
Dankbaar voor dit besluit verkoos Willem van Oranje Rotterdam als uitvalsbasis in de strijd tegen de Spanjaarden. Hij gaf opdracht de militaire verdediging van de stad te versterken op kosten van de Staten. Onverwacht gunstig voor Rotterdam, want dankzij deze militaire verdedigingswerken werd de havenuitbreiding van Rotterdam mogelijk: de smalle grachten die hadden gediend als verdediging kwamen binnen de nieuwe verdedigingslijn te liggen en konden worden uitgegraven tot volwaardige havens.

Johan van Oldenbarnevelt

Rond 1590 waren de Nieuwe Haven, Blaak en het Haringvliet aangelegd, de eerste fase van de Waterstad. De aanleg werd aangevoerd door Johan van Oldenbarnevelt die in 1576 Raadpensionaris van Rotterdam werd, juist op het moment dat de stad aan de opbouw begon.
Van Oldenbarnevelt was een jurist die zijn opleiding deels in het buitenland had genoten. Als man van de wereld koos hij in een vroeg stadium de zijde van Willem van Oranje en raakte met hem bevriend. De nog jonge Van Oldenbarnevelt, hij was toen amper dertig, greep de keuze van de Prins voor Rotterdam aan om dit kleine stadje groter te maken en ook zijn eigen rol in de Staten van Holland te vergroten.
De hoogste ambtenaar van de stad vond dat Rotterdam moest investeren in het nieuwe havengebied en niet te betuttelend moest opereren. De kapitaalkracht van Rotterdam was bescheiden, daarom probeerde de Raadpensionaris rijke migranten uit het zuiden naar zijn stad te lokken. De migranten investeerden in nieuwe bedrijven en legden de basis om de handel naar het buitenland uit te breiden. De belangrijkste investeerder die hij eind 1583 verwelkomde, was een welgesteld koopman uit Mechelen, Johan van der Veeken.
Als grootmeester in onderhandelen en vertrouwenspersoon van Willem van Oranje versterkte Van Oldenbarnevelt de positie van Rotterdam tegenover de andere grote steden in Holland. In 1579 wist hij het gedaan te krijgen dat concurrent Dordrecht tijdelijk zijn recht op stapelmarkt verloor waarmee het als havenstad tot 1588 buiten werking werd gesteld. Genoeg tijd voor Rotterdam om Dordrecht definitief achter zich te laten. Twee jaar later zorgde de Rotterdamse Raadpensionaris dat de stad als zevende deelnemer lid werd van de Grote Zes Steden van de Staten van Holland en mee mocht praten over handels- en financieringsafspraken. Bij zijn vertrek in 1585 had Van Oldenbarnevelt Rotterdam dus aardig op het spoor gezet.
Ook als Landsadvocaat begunstigde hij Rotterdam. In 1594 zette hij zijn handtekening onder het Octrooi. Daarmee gaven de Staten aan Rotterdam toestemming om het Grote Werk van de gebiedsuitbreiding te beginnen. Om kritiek van de andere Hollandse steden te pareren gaf de Raadpensionaris nog steeds als officiële reden dat militaire versterking noodzakelijk was, maar in die periode was het oorlogsgevaar voor Rotterdam feitelijk geweken.

Kluskavels

Met het octrooi van 1594 in de hand kon Rotterdam beginnen aan de tweede fase van Waterstad. Het drassige gebied tussen Blaak en de rivier werd ontgonnen.
Om wildgroei aan verkaveling tegen te gaan, nam de Vroedschap een leidende rol in de opzet van de stadsuitbreiding. De Rotterdamse overheid had echter te weinig geld om naast de aanleg van nieuwe havens te investeren in de bouw van huizen en infrastructuur. Kopers moesten zelf hun grond bouwrijp maken. Volgens het bestemmingsplan kwamen er 838 kavels beschikbaar die in de loop der jaren verkocht zouden worden aan 260 kopers.
Naast de bemiddeling door de Raadpensionaris speelde het Vroedschap een grote rol bij de aanleg van de Waterstad. Het aantal leden werd op aansturen van Van Oldenbarnevelt uitgebreid van 24 naar 38 personen en de juridische ondersteuning voor de Vroedschap verbeterd. Door de verkoop van de kavels te beheren kon de Vroedschap de inrichting van Waterstad uitdrukkelijk naar zich toe trekken om de inrichting ordelijker te laten verlopen als ten noorden van de Hoogstraat.
Hoewel Van Oldenbarnevelt wel gericht was op een grote toekomst voor het kleine Rotterdam, werd de Waterstad zelf aangelegd zonder totaalplan of langetermijnvisie. De aanpak geschiedde wel planmatig, onder invloed van de ideeën van stedelijk architect Simon Stevin. Die vond dat een stad ruim en rechtlijnig verkaveld moest worden en symmetrisch ingericht, waarbij functionaliteit voorop stond en het esthetisch aspect van minder belang was. De voorkeur voor de rechte lijn zit de Rotterdamse bestuurders blijkbaar in het bloed. Toch werd Waterstad een mooi deel van de stad. In het nieuwe economisch centrum werden door particulieren fraaie stenen koopmanshuizen gebouwd.

Spin in het web

Van Oldenbarnevelt heeft onmiskenbaar een grote rol gespeeld in de ontwikkeling van Rotterdam. Hij was van 1576 tot aan zijn onthoofding in 1619 een spin in het web van kooplieden en Vroedschap binnen Rotterdam en legde belangrijke relaties tussen Rotterdam en de Staten van Holland.
Van Oldenbarnevelt bleef na zijn vertrek uit de stad nauw betrokken bij Rotterdam. Zijn broer Elias van Oldenbarnevelt volgde hem in 1586 op in Rotterdam en ook diens opvolger Hugo de Groot in 1613 was een vertrouweling van de inmiddels machtigste man van het land. Het grote standbeeld voor het stadhuis aan de Coolsingel is dan ook een terecht eerbetoon aan Johan van Oldenbarnevelt. Je zou zijn optreden kunnen zien als die van een politiek ondernemer met blijkbaar een warm hart voor Rotterdam. Hij was een strategisch bestuurder van het hoogste kaliber.

Bronvermelding:
Hans Bonke: De kleyne mast van de Hollandse coopsteden. Stadsontwikkeling in Rotterdam 1572-1795. Amsterdam, 1996.
Paul van de Laar/Mies van Jaarsveld: Historische Atlas van Rotterdam. De groei van de stad in beeld. Amsterdam, 2004.
Arie van der Schoor: Stad in aanwas. Geschiedenis van Rotterdam tot 1813. Zwolle, 1999.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
De bouwende macht
Jacques Börger

Jacques Börger

Jacques Börger (1955) is historicus en woont sinds 1998 in Rotterdam. Jacques is verantwoordelijk voor de communicatie en marketing van Museum Rotterdam en schrijft regelmatig stukjes over Rotterdam en haar geschiedenis.

Profiel-pagina
anne2

Anne Jongstra

Anne Jongstra (1964) ziet zaken graag in historisch perspectief. Hij is geboren en getogen in Rotterdam, studeerde in de jaren tachtig geschiedenis in Utrecht en werkt nu voor het Stadsarchief Rotterdam.

Profiel-pagina
Lees één reactie