Voor de harddenkende Rotterdammer

Een van de eerste denkers over publieke ruimte was de filosofe Hannah Arendt. Filosofe als ze is denkt ze daarbij niet aan straten, pleinen en parken, maar aan de ‘ruimte’ die er is om elkaar te ontmoeten. Publieke ruimte is in haar teksten de ruimte voor het politieke gesprek, om mee te doen in de samenleving, te participeren. Haar zorg: die ruimte staat onder druk.

Vorige week was ik op een congres over het werk van Arendt in Californië, in een gemoedelijk universiteitsstadje nabij San Francisco. De filosofen en politicologen waren allemaal uiterst kritisch op de situatie in Amerika. En terecht – want, zo constateerde men: er is geen publieke ruimte meer. Ze bedoelden ermee: er is geen plek waar mensen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten, de ander onder ogen komen. Het belang daarvan is dat men uitgedaagd wordt door het perspectief voor de ander, omdat je er samen uit moet komen. Maar de bastions zijn opgetrokken, en een gesprek lijkt onmogelijk. Men bestookt elkaar met alternatieve feiten en fake news. Kortom: er is geen gedeelde media meer, noch andere betrouwbare autoriteiten die ons een gedeelde basis verschaffen, op basis waarvan we in het publieke domein kunnen participeren.

Maar dat is Amerika. Met z’n gated communities en de kloof tussen conservatief en democratisch. In Nederland lijkt het minder erg. Het is in ieder geval geen zwart-wit tegenstelling, als we alleen al zien hoeveel politieke partijen meedoen met de (gemeenteraads-)verkiezingen. Toch hebben de media het, specifiek in Rotterdam, ook over een slagveld tussen groeperingen in de stad. Slagveld: is dat zoals we de democratie inmiddels omschrijven?

Na de verkiezingen kon je de stemmen per stembureau bekijken. In de meeste gevallen een zekere eenheid op wijkniveau, maar tussen de wijken grote verschillen. Kralingen is anders dan de Tarwewijk. Het is misschien geen gevecht, maar wel een kloof. Of beter gezegd, meerdere kloven. Tussen hoger opgeleiden en lager opgeleiden, tussen de kansrijken en de kansarmen, de kosmopolieten en hen die de stad niet uit kunnen komen. En deze kloof wordt nauwelijks overbrugd. Het is comfortabel ons te omringen met dezelfde mensen, waar we ook gaan. De vraag van de publieke ruimte is dan ook: hoe kom ik in contact met iemand die echt anders is?

Kunnen we een ruimte maken waar we elkaar ontmoeten? De filosofen kwamen er niet uit bij die vraag. Misschien dachten ze niet concreet genoeg. Maar ook de architect heeft hier het antwoord niet. Hij kan mooie ruimtes maken (en die zijn er zeker, in Rotterdam), maar de ontmoeting niet forceren. En dus is de vraag: zijn die ruimtes er nog, waar de kloof overbrugd wordt? Waar een Nida-stemmer een Leefbaar Rotterdammer onder ogen kan komen? Dat is te zwaar aangezet, te idealistisch en onrealistisch. Het gaat hierom allereerst: elkaar te zien. Elkaars gebruiken te leren kennen. Met andere woorden: is er nog een gedeelde ruimte? Een ruimte die door alle Rotterdammers wordt gebruikt? In de (binnen)stad is die kans op betekenisvolle ontmoetingen het grootst. Een fijnmazig netwerk van straten en openbare ruimten, hoge dichtheid aan mensen, functiemening – het draagt er allemaal aan bij.

Die ontmoeting is echter niet af te dwingen, zo laat het fotografisch onderzoek naar de Rotterdamse binnenstad van Loes van Duijvendijk en Salih Kilic zien. Een van hen fotografeert de ruimtes leeg. Ze zijn vol beloften voor het publieke domein, ze tonen sporen van gebruik, maar de ontmoeting zelf tonen ze niet. Een ander laat wel mensen zien. Maar gaan ze ook over de ontmoeting in politieke zin? Toch wel: wie naar buiten gaat kan in ieder geval de ander zien. Dat is een kans op ontmoeting over grenzen heen. Helaas keren we vaak snel in onze bubbel terug, is het niet in onze telefoon, dan zeker in de stad: de hipsters op Katendrecht, en de nieuwe stadsbewoners iets verderop op Zuid.

Deze column is voorgedragen op het Vers Beton-debat op Motel Mozaique 2018: ‘Op welke plekken in Rotterdam ontmoeten we elkaar nog echt?’.

Hans Teerds_sq

Hans Teerds

Hans Teerds is architect en stedenbouwkundige. Hij promoveerde onlangs bij de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft op ‘At Home in the World’, een studie naar de publieke ruimte en publieke aspecten van architectuur.

Profiel-pagina
salih_kilic

Salih Kilic

Fotograaf

Salih Kiliç (1986) is freelance reportage fotograaf. Zijn werk kenmerkt zich door een zoektocht naar microsamenlevingen. Met zijn foto’s wil Salih deze microsamenlevingen en hun verhalen delen. Een blik achter de schermen op bijzondere plekken en bij bijzondere mensen. Kortom; hij legt alles vast waar een verhaal in zit.

Profiel-pagina
Lees 4 reacties
  1. Profielbeeld van Alicia
    Alicia

    Ik maak me al jaren zorgen over het verdwijnen van de openbare ruimte. Ik zie sinds eind jaren ’80, begin jaren ’90 straten en pleinen steeds meer veranderen van een plek om te zijn naar een plek om doorheen te reizen op weg naar je bestemming. Op muurtjes worden dingen aangebracht om te zorgen dat je er niet kunt zitten, overal word je begluurd door camera’s – die mij in ieder geval de lust ontnemen om nog buiten te gaan zitten, ik voel me niet veilig met zo’n boos oog boven mijn hoofd – en als je ergens stilstaat word je weggestuurd i.v.m. een samenscholingsverbod of de buurt is in rep en roer omdat iemand op de WhatsApp groep een inbreker gesignaleerd denkt te hebben. Als je buiten staat kun je tenslotte niets goeds in de zin hebben…

    Ik begrijp alleen nog steeds niet zo goed waar die verandering vandaan gekomen is, maar ik was erg jong toen hij zich voordeed. Toen ik klein was, was het heel normaal dat we niet thuis waren, maar buiten. Na school ging ik vaak niet naar huis, maar naar het plein of het wijkgebouw, waar mijn moeder en de moeders van mijn vriendinnetjes ook waren en waar mijn oma zat te klaverjassen, en in de buurt zaten ook wel mensen op een stoel voor de deur in het zonnetje.

    Nu woon ik tussen meerdere parken en plassen en ik zie nauwelijks iemand buiten, behalve een enkele alcoholist of een keer een groepje jongeren.

  2. Profielbeeld van Paul
    Paul

    Laten we beginnen mensen geen label op te plakken, zoals in deze zin ‘de hipsters op Katendrecht, en de nieuwe stadsbewoners iets verderop op Zuid.’ Waarom iemand een hipster noemen. Wie gaat er voor zijn lol en toekomst voor zijn kinderen in een no-go wijk wonen? Niemand wilt dat voor zijn kinderen, maar als EEN BLANK persoon naar een wijk in bloei gaat dan is het een ‘hipster’. Als die persoon gekleurd is, dan is het allemaal koek en ei. Dus als schrijver ben je er ook verantwoordelijk voor, dat WE als één worden gezien en behandeld en niet iedereen maar een label op te plakken! Je gebruikt ook niet het woord allochtoon voor nieuwe stadsbewoners, dus doe het dan ook niet andersom. Het blank bashen begint echt de spuigaten uit te lopen (ook bij VersBeton).

    En plekken van ontmoeten, op straat praat je niet zomaar met iemand over politiek, dat gebeurt op werk bij de koffieautomaat, op een vereniging, buurthuis, hele specifieke plekken. Vergeet ook niet dat in het westen bepaalde vrijheden zijn en die in andere culturen er niet zijn en die voor frictie zorgen. Die culturele vrijheden hebben bij bepaalde groepen met geloof te maken, en geloof, tja, dan houdt elke discussie op. Niet elke cultuur is open en vrijdenkend.

    1. Profielbeeld van Alicia
      Alicia

      Mensen in Katendrecht zijn geen hipsters omdat ze blank zijn, anders zouden we van de mensen die protesteerden tegen het AZC in IJsselmonde ook wel kunnen zeggen dat het hipsters waren, dat doen we niet. Het gaat om een bepaalde leefstijl: luxe restaurants, biologische tentjes, een plek waar je koffie kan drinken tussen de racefietsen… Dat zegt iets over een wijk. Ik woon tegenwoordig tegen Hillegersberg aan, grotendeels blank en rijk, toch zou niemand dat een hipsterwijk noemen. Kortom, je trekt conclusies op basis van wat je denkt te lezen, terwijl het er helemaal niet staat.

      Je schrijft zelf op dat discussie ophoudt bij geloof, maar volgens mij houdt discussie alleen op bij halsstarrige overtuigingen als de jouwe. Ik ken zat gelovigen – christelijk, joods en islamitisch – waarmee je een prima discussie kunt voeren.

  3. Profielbeeld van Anne
    Anne

    Ook in dit kader is het boek van Sanneke van Hassel, Stille Grond, een aanrader.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.

Advertentie

Logo_giraffe_01_600x500