PolitiekStedelijke ontwikkeling & architectuur25 april 2018

Waar ontmoeten Nida-stemmers en Leefbaar-aanhangers elkaar nog?

Kunnen straten, pleinen en parken als medicijn dienen voor de bubbel waar we online steeds verder ingezogen worden? Stedebouwkundige Hans Teerds houdt in deze column het filosofische concept van de publieke ruimte tegen de Rotterdamse realiteit aan.

Een van de eerste denkers over publieke ruimte was de filosofe Hannah Arendt. Filosofe als ze is denkt ze daarbij niet aan straten, pleinen en parken, maar aan de ‘ruimte’ die er is om elkaar te ontmoeten. Publieke ruimte is in haar teksten de ruimte voor het politieke gesprek, om mee te doen in de samenleving, te participeren. Haar zorg: die ruimte staat onder druk.

Vorige week was ik op een congres over het werk van Arendt in Californië, in een gemoedelijk universiteitsstadje nabij San Francisco. De filosofen en politicologen waren allemaal uiterst kritisch op de situatie in Amerika. En terecht – want, zo constateerde men: er is geen publieke ruimte meer. Ze bedoelden ermee: er is geen plek waar mensen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten, de ander onder ogen komen. Het belang daarvan is dat men uitgedaagd wordt door het perspectief voor de ander, omdat je er samen uit moet komen. Maar de bastions zijn opgetrokken, en een gesprek lijkt onmogelijk. Men bestookt elkaar met alternatieve feiten en fake news. Kortom: er is geen gedeelde media meer, noch andere betrouwbare autoriteiten die ons een gedeelde basis verschaffen, op basis waarvan we in het publieke domein kunnen participeren.

Slagveld: is dat zoals we de democratie inmiddels omschrijven?

Maar dat is Amerika. Met z’n gated communities en de kloof tussen conservatief en democratisch. In Nederland lijkt het minder erg. Het is in ieder geval geen zwart-wit tegenstelling, als we alleen al zien hoeveel politieke partijen meedoen met de (gemeenteraads-)verkiezingen. Toch hebben de media het, specifiek in Rotterdam, ook over een slagveld tussen groeperingen in de stad. Slagveld: is dat zoals we de democratie inmiddels omschrijven?

Na de verkiezingen kon je de stemmen per stembureau bekijken. In de meeste gevallen een zekere eenheid op wijkniveau, maar tussen de wijken grote verschillen. Kralingen is anders dan de Tarwewijk. Het is misschien geen gevecht, maar wel een kloof. Of beter gezegd, meerdere kloven. Tussen hoger opgeleiden en lager opgeleiden, tussen de kansrijken en de kansarmen, de kosmopolieten en hen die de stad niet uit kunnen komen. En deze kloof wordt nauwelijks overbrugd. Het is comfortabel ons te omringen met dezelfde mensen, waar we ook gaan. De vraag van de publieke ruimte is dan ook: hoe kom ik in contact met iemand die echt anders is?

Kunnen we een ruimte maken waar we elkaar ontmoeten? De filosofen kwamen er niet uit bij die vraag. Misschien dachten ze niet concreet genoeg. Maar ook de architect heeft hier het antwoord niet. Hij kan mooie ruimtes maken (en die zijn er zeker, in Rotterdam), maar de ontmoeting niet forceren. En dus is de vraag: zijn die ruimtes er nog, waar de kloof overbrugd wordt? Waar een Nida-stemmer een Leefbaar Rotterdammer onder ogen kan komen? Dat is te zwaar aangezet, te idealistisch en onrealistisch. Het gaat hierom allereerst: elkaar te zien. Elkaars gebruiken te leren kennen. Met andere woorden: is er nog een gedeelde ruimte? Een ruimte die door alle Rotterdammers wordt gebruikt? In de (binnen)stad is die kans op betekenisvolle ontmoetingen het grootst. Een fijnmazig netwerk van straten en openbare ruimten, hoge dichtheid aan mensen, functiemening – het draagt er allemaal aan bij.

Helaas keren we vaak snel in onze bubbel terug, is het niet in onze telefoon, dan zeker in de stad

Die ontmoeting is echter niet af te dwingen, zo laat het fotografisch onderzoek naar de Rotterdamse binnenstad van Loes van Duijvendijk en Salih Kilic zien. Een van hen fotografeert de ruimtes leeg. Ze zijn vol beloften voor het publieke domein, ze tonen sporen van gebruik, maar de ontmoeting zelf tonen ze niet. Een ander laat wel mensen zien. Maar gaan ze ook over de ontmoeting in politieke zin? Toch wel: wie naar buiten gaat kan in ieder geval de ander zien. Dat is een kans op ontmoeting over grenzen heen. Helaas keren we vaak snel in onze bubbel terug, is het niet in onze telefoon, dan zeker in de stad: de hipsters op Katendrecht, en de nieuwe stadsbewoners iets verderop op Zuid.

Deze column is voorgedragen op het Vers Beton-debat op Motel Mozaique 2018: ‘Op welke plekken in Rotterdam ontmoeten we elkaar nog echt?’.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:binnenstad, diversiteit, parken, pleinen, politiek, publieke ruimte en straten

Secties: Politiek en Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *