voor de harddenkende Rotterdammer

Hoe werkt macht in onze stad? In een speciale editie van Oude Koeien beschrijven Anne Jongstra en Jacques Börger hoe macht en machtige personen in Rotterdam in het verleden opereerden om grote projecten tot stand te brengen. In deze aflevering de strijd tussen conservatieven en progressieven om de macht over de woningbouw.

In het najaar van 1917 wordt de 36-jarige Auguste (Guus) Plate benoemd tot directeur van de pas opgerichte Gemeentelijke Woningdienst. Hij moet de vastgelopen huizenmarkt weer enigszins gaan vlottrekken. Door de snelle groei van de bevolking kampt Rotterdam namelijk al geruime tijd met ernstige woningnood. Sinds het uitbreken van de oorlog in 1914 is de situatie nog verder verslechterd. Er wordt nauwelijks meer gebouwd in de Maasstad.

Justus van Effenblok
Galerij van het complex in de Justus van Effenstraat omstreeks 1930. Foto: E.M. van Ojen

Man van de wereld

‘Het woningvraagstuk is een van de moeilijkste problemen van de moderne gemeentelijke politiek’, schrijft de Nieuwe Rotterdamsche Courant enkele maanden voor Plates aantreden. De directeur van de Woningdienst moet volgens de krant niet iemand zijn die voortdurend over tekeningen gebogen zit. ‘Hij moet zoo mogelijk wat in de wereld hebben rondgezien en althans weten wat elders op het gebied van steden- en volkswoningbouw te koop is. In zoover kan de persoon een factor van meer beteekenis zijn dan de deskundige.’
Guus Plate, zoon van een vooraanstaand Rotterdams ondernemer en politicus, voldoet uitstekend aan dat functieprofiel van de NRC. Hij studeert rond de eeuwwisseling civiele techniek in Delft. Daarna werkt hij als ingenieur voor enkele spoorwegmaatschappijen. In de jaren voor zijn terugkeer naar Rotterdam is hij directeur van de dienst Gemeentewerken in Semarang, Nederlands-Indië. In die hoedanigheid is nauw betrokken bij de totstandkoming van een uitbreidingsplan voor die gemeente. Plate is een sociaal voelend man die gelooft dat de juiste toepassing van moderne techniek veel kan bijdragen aan het verbeteren van de sociale omstandigheden. Als links-liberaal vindt hij wel dat marktpartijen daarbij het voortouw moeten nemen. Dat neemt niet weg dat hij daarbij ook een rol ziet voor de overheid, en dan vooral als aanjager.

Brug te ver

Voor sommige Rotterdamse politici en bestuurders is dat echter al een brug te ver. Met name burgemeester Alfred Rudolph Zimmerman (1869-1939) is tegen elke vorm van overheidsbemoeienis. Dat riekt naar socialisme en daar moet de autoritaire en conservatieve Zimmerman helemaal niets van hebben. De antirevolutionaire wethouder Plaatselijke Werken Albertus de Jong (1869-1948) is iets flexibeler, maar ook hij wil woningbouw liefst zoveel mogelijk overlaten aan het particulier initiatief. ‘Hoezeer ook verschillend, en hoe vaak tegenover elkaar staande, waren Zimmerman en De Jong het toch in menig geval eens, als het nieuwe op sociaal terrein moest worden gekeerd’, schijft Plate later in zijn mémoires.

Noviteit

Met de oprichting van de Gemeentelijke Woningdienst hebben Zimmerman en De Jong een belangrijke eerst slag verloren. Maar ze geven zich nog niet gewonnen. Dat blijkt als Plate met plannen komt voor op de bouw van arbeiderswoningen in Spangen. In de zomer van 1918 ontwerpen zes architecten een plan voor dat nieuwe stukje stad. Eén daarvan, van de hand van Michiel Brinkman (1873-1925), springt er wat Plate betreft duidelijk uit. Brinkmans plan omvat twee langgerekte blokken met in totaal 264 woningen. De beide blokken worden van elkaar gescheiden door een binnenterrein met gemeenschappelijke voorzieningen zoals bad- en wasruimtes. De voordeuren van de woningen liggen aan dat binnenterrein en niet, zoals gebruikelijk, aan de omliggende straten. Opmerkelijk zijn ook de platte daken, dan nog iets betrekkelijk nieuws. Grootste noviteit is echter de gaanderij die toegang geeft tot de bovenwoningen en zo breed is dat ook de bakker en de melkboer er met hun karren overheen kunnen.
In een nota aan de wethouder onderstreept Plate de economische voordelen van het plan. ‘Bij het ontwerp heeft de gedachte voorgezeten dat door centralisering van de trapruimten een voordeliger bouwoppervlak met behoud van dezelfde woonruimte mogelijk moet zijn’, aldus Plate. Het toepassen van moderne bouwmethodes en ontwerpprincipes verlaagt de kostprijs en dat is volgens hem de beste garantie dat de volkswoningbouw zich op den duur zelf kan bedruipen. Hoewel Plate heilig in dat argument gelooft, is het ongetwijfeld ook een poging de politici die opzien tegen de financiële risico’s van het project aan zijn kant te krijgen. De principiële tegenstanders trekt hij er echter niet mee over de streep, met als gevolg dat het plan-Brinkman aanvankelijk in een diepe la dreigt te verdwijnen. Hoewel het later toch in behandeling wordt genomen, blijft de weerstand groot.

42%

De gemeenteraadsverkiezing van mei 1919 – de eerste waarbij zowel mannen als vrouwen mogen stemmen – doet de kansen echter definitief keren. De Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) behaalt dan 42% van de stemmen, goed voor 19 zetels. De sociaaldemocraten hameren al jaren op meer bemoeienis van de overheid bij de bouw van goede en betaalbare woningen voor de gewone man. Dat er bij de Woningdienst van Plate een min of meer uitgewerkt ontwerp op de plank ligt, is voor hen een uitgelezen kans om de kiezer te laten zien dat dit geen loze kreten zijn. Na een ontmoeting met architect Brinkman, die bij deze gelegenheid een uitgebreide toelichting op zijn ontwerp geeft, schaart de SDAP zich achter het plan. In partijblad Het Volk wordt Brinkman geprezen als een van de bouwmeesters ‘die met allen ernst zoeken en streven naar een goede oplossing van het woningprobleem en die al hun kunnen richten op een geriefelijke, gezellige woning voor den arbeider.’

Onzedelijke uitspattingen

Hoewel in het najaar een nieuw college aantreedt waarin oud-onderwijzer Arie Heijkoop (1883-1929) namens de SDAP de portefeuille volkshuisvesting voor zijn rekening neemt, is de strijd nog niet helemaal gestreden. Tijdens een roerige gemeenteraadsvergadering in april 1920 doen de tegenstanders een ultieme poging het plan van tafel te krijgen. Een opposant uit het liberale kamp betoogt onder meer dat het complex te experimenteel is voor marktpartijen en dat de gemeente daardoor tot in lengte van jaren met het complex zal worden opgescheept. Bovendien vreest hij dat de platte daken het toneel zullen worden van allerlei onzedelijke uitspattingen. Zeker voor jongvolwassenen zijn dat ideale plekken om zich te onttrekken aan het spiedend oog van ouders en buren.
Critici uit confessionele hoek keren zich tegen de galerij waar opstoppingen en ruzies zullen ontstaan. Ook de gemeenschappelijke was- en droogruimtes zien ze niet zitten. Als daar te veel vrouwen tegelijk naartoe gaan, leidt dat onherroepelijk tot ‘minder verkwikkelijke tooneelen’. Burgemeester Zimmerman kiest in deze discussie openlijk de kant van de tegenstanders. Zijn voornaamste argument is dat de opzet het politietoezicht zal bemoeilijken.

Wethouder Heijkoop is niet onder de indruk van de bezwaren. Hij vindt dat Rotterdam nu echt werk moet gaan maken van het verbeteren van de woonomstandigheden van Rotterdammers met een kleine beurs. Daarbij mogen experimenten niet worden geschuwd. De moraalridders die liederlijke toestanden op de platte daken vrezen, houdt hij voor dat zoiets moeilijk te voorkomen is: ‘De onzedelijkheid was er al voordat er platte daken waren. Voor onzedelijkheid is heus geen plat dak nodig’. Uiteindelijk weet Heijkoop het pleit in zijn voorstel te beslechten. Het voorstel wordt aangenomen met 30 tegen 11 stemmen.
In de zomer van 1921 gaat de bouw van het Justus van Effenblok van start, in oktober 1922 wordt het opgeleverd. Heijkoop is dan al opgestapt als wethouder. Kort daarop vertrekt ook Plate, die slecht kan opschieten met Heijkoops opvolger, als directeur van de Woningdienst. Architect Brinkman overlijdt begin 1925 op 51-jarige leeftijd. Het resultaat van hun opmerkelijke samenwerking is enkele jaren geleden grondig gerestaureerd en geldt nu als een van de iconen van de moderne architectuur.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

De bouwende macht
anne2

Anne Jongstra

Anne Jongstra (1964) ziet zaken graag in historisch perspectief. Hij is geboren en getogen in Rotterdam, studeerde in de jaren tachtig geschiedenis in Utrecht en werkt nu voor het Stadsarchief Rotterdam.

Profiel-pagina
Jacques Börger

Jacques Börger

Jacques Börger (1955) is historicus en woont sinds 1998 in Rotterdam. Jacques is verantwoordelijk voor de communicatie en marketing van Museum Rotterdam en schrijft regelmatig stukjes over Rotterdam en haar geschiedenis.

Profiel-pagina
Nog geen reacties