voor de harddenkende Rotterdammer

Hoe werkt macht in onze stad? In een speciale editie van Oude Koeien beschrijven Anne Jongstra en Jacques Börger hoe macht en machtige personen in Rotterdam in het verleden opereerden om grote projecten tot stand te brengen. In deze aflevering wil de gemeente de Rotte dempen ten behoeve van een zesbaanssnelweg. Maar burgers steken daar een stokje voor.

2280-2-41
Protesten tegen Rottetracé in 1970. Foto gemaakt door Ary Groeneveld

Op 2 april 1970 vond er bij de gemeenteraadsvergadering een kleine revolutie plaats. Op tafel lag de Saneringsnota uit 1969 waarin de ruimtelijke plannen voor de stad voor de komende jaren werden beschreven. Een nieuw element in die nota was dat bewoners meer inspraak zouden krijgen bij de plannen voor de huisvesting in hun wijken. Bij inspraaksessies in verschillende oude wijken klaagden bewoners dat de gemeente de slechte omstandigheden in de wijken volkomen negeerde. De bewoners vreesden voor de gevolgen van het saneringsbeleid (lees: sloopbeleid) voor hun buurt. Ook nieuw voor de politiek was dat de radio en tv landelijk nadrukkelijk verslag gingen doen van het opkomend protest, want dat trok kijkers en luisteraars. Dat wakkerde de protesten verder aan.
Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 2 april zat de publieke tribune dan ook stampvol en dat zal de raadsleden het gevoel gegeven hebben dat hun woorden er echt toe deden.

Zesbaanssnelweg

De Saneringsnota van 1969 markeert een nieuwe fase in het naoorlogse opbouwbeleid, er kwam nu eindelijk aandacht voor de oude wijken. Maar die aandacht bestond vooral uit plannen voor ‘kaalslag’ om nieuwbouw uit te voeren. Nieuwbouw die voorzien was in het Basisplan voor de Wederopbouw uit 1946.
Het Basisplan voorzag ook in een brede nieuwe snelweg als verbinding tussen Zuid en Noord met een groot verkeersknooppunt op de noordoever. De Zuid-Noordlijn zou na het knooppunt doorlopen naar het noorden over de grens tussen Crooswijk en het Oude Noorden en werd dan ook het Rottetracé genoemd, want voor deze weg zou een gedeelte van de Rotte gedempt moeten worden. Ook dit plan was uitgesteld omdat het herstel en verdere uitbouw van de haven en daarna het aanleggen van de nieuwe woonwijken als Pendrecht en Ommoord prioriteit hadden gekregen en een flink deel van de financiën opslokten.
In augustus 1969 kwam dan toch het besluit om de snelweg en het Rottetracé aan te leggen. De inkt van het besluit was nog niet droog of de eerste vierhonderd woningen tussen Noordplein en Rechter Rottekade waren al gesloopt. Rotterdam leek verloren tijd te willen inhalen.

luchtbrug Rotterdam

Lees meer

Historische besluiten: luidruchtig luchtspoor dwars door de stad

Hoe werkt macht in onze stad? In een speciale editie van Oude Koeien beschrijven Jacques…

Groeiend protest

Maar nu kwamen de bewoners van het Oude Noorden en Crooswijk in actie. Zij gebruikten de inspraakmogelijkheid om te eisen dat het verkeersplan aangepast zou worden. Het Noordplein moest in ieder geval behouden blijven en het Oude Noorden mocht zijn woonfunctie niet kwijtraken. Gaandeweg het protest werden de bewoners van het Oude Noorden en Crooswijk het eens dat ze in elk geval geen snelweg wilden, maar een groene Rotte en verbeterde woonvoorzieningen.
Het protest van Rotterdammers over hun stad begon eind jaren zestig. In het onderzoek van Wentholt over de beleving van de binnenstad uit 1968 bleken inwoners en stedenbouwkundige elite het eens: Rotterdam had een binnenstad van niks: ongezellig, weinig voorzieningen, geen stedelijke levendigheid. Een stad zonder hart, waar elk stukje historie was geruimd. Daar moest verandering in komen, de ideeën uit het Basisplan van 1946 voldeden wat hen betreft niet meer.

In januari 1970 protesteerden moeders in het Oude Westen tegen de verloedering van hun buurt, dat protest leidde tot de oprichting van de Aktiegroep Het Oude Westen op 24 februari. En het aantal actiegroepen in de oude wijken groeide snel. Ook in het Oude Noorden lieten bewonersgroepen horen dat hun situatie verbetering behoefde.
De Gemeente reageerde op de protesten door wijkorganen mogelijk te maken en met ambtelijke deskundigheid te ondersteunen. De bewoners zochten ook hulp bij studenten van de TH Delft die alternatieven opstelden voor de plannen van de gemeente. Die alternatieven kwamen erop neer dat verbeteren van het bestaande goedkoper en beter voor de leefbaarheid van de stad was dan slopen en nieuwbouw met een verwachte hogere huur.
De bijdrage van de studenten werd financieel mogelijk gemaakt door wethouder van Onderwijs Jan van der Ploeg. Deze ervaren gemeentebestuurder had in 1952 al geopperd dat de bewoners meer betrokken moesten worden bij de wederopbouw van hun stad. Jan van der Ploeg zou in 1974 wethouder worden van Stadsvernieuwing.

Het stadhuis is stuk

Lees meer

De bouwende macht vindt: het stadhuis is stuk (2/2)

Bouwen, bouwen, bouwen. Dit Rotterdamse mantra was tijdens de verkiezingsstrijd uit alle…

Slakkenhuis

In de loop van 1970 werd ondanks de groeiende kritiek het plan voor de verkeerscirculatie door de stad nader uitgewerkt. Het zou een zesbaanssnelweg worden en dit vereiste een grootse rotonde op de noordoever waarvoor naast de Oudehaven ook het Haringvliet opgeofferd moest worden. Het kolossale knooppunt kreeg de voor snelverkeer vreemde naam Slakkenhuis. En zou vandaaruit onder meer richting Oude Noorden verder gaan.

Rot Weg

Binnen het wijkorgaan van het Oude Noorden boog een speciale werkgroep zich over de plannen voor het Rottetracé. Met inhoudelijke en communicatieve ondersteuning van de studenten bracht de werkgroep in juli 1970 een rapport uit. Onder de titel ‘Rot Weg’ gaf de werkgroep aan dat met het aanleggen van deze autobaan niet alleen de Rotte uit de stad zou verdwijnen maar dat er ook een unieke kans voor een groene en bewonersvriendelijke wijk verloren zou gaan. ‘De Rotte moet bewaard blijven, hij is een compensatie voor alle stedelijke dingen in Rotterdam’, vonden de jeugdige leden van Rot Weg. ‘Wanneer de Rotte verdwijnt kun je de hele reconstructie van de wijk wel weggooien. Een verkeersweg snijdt dan de wijk in tweeën.’ Bovendien zou die zesbaansverkeersweg door geluidsoverlast, luchtvervuiling en ruimtebeslag de twee aangrenzende wijken uitermate onaantrekkelijk maken. Stadsvernieuwing en verkeersweg konden niet samen gaan.
Het protest werd luider en harder, op de voet gevolgd door radio en TV. Oktober 1970 werd uitgeroepen tot Maand van de Rotte (Rot Maand) met allerlei activiteiten en als hoogtepunt een protestmars voor het Stadhuis op de Coolsingel op 14 november.
De druk van de actievoerders op de gemeente bleef aanhouden. In 1971 werd uitgebreid gelobbyd bij de raadsleden en in december kwam het Oude Noorden met een eigen plan waarin het Oude Noorden een woongebied zou blijven met een Groene Rotte als zoom van de wijk. De Gemeenteraad stelde een besluit over het Rottetracé keer op keer uit. In die jaren groeide de betrokkenheid van de bewoners en kwam de stadsvernieuwing centraal te staan in de hernieuwde plannen van de gemeente. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1974 eiste het Oude Noorden van de nieuwe Raad een besluit. Dat kwam er in 1975. Het Rottetracé werd definitief verworpen, de Raad koos voor de aanleg van een Groene Rotte. Het Rottetracé was passé.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
De bouwende macht
Jacques Börger

Jacques Börger

Jacques Börger (1955) is historicus en woont sinds 1998 in Rotterdam. Jacques is verantwoordelijk voor de communicatie en marketing van Museum Rotterdam en schrijft regelmatig stukjes over Rotterdam en haar geschiedenis.

Profiel-pagina
anne2

Anne Jongstra

Anne Jongstra (1964) ziet zaken graag in historisch perspectief. Hij is geboren en getogen in Rotterdam, studeerde in de jaren tachtig geschiedenis in Utrecht en werkt nu voor het Stadsarchief Rotterdam.

Profiel-pagina
Nog geen reacties